gids 
 
 
  • Stayman en Jacoby
  • Walsh  en T-Walsh 
  • (door Kees van der Weijden) 
     

    Stayman en Jacoby (door Kees van der Weijden)

     

    Van de vele weersvoorspellingen die het KNMI in de Bilt doet, komt de laatste jaren rond de gemiddeld 80% uit. Weersvoorspellingen maken is een miljoenenindustrie, steeds meer satellieten worden de ruimte ingezonden ten einde op steeds kleinere schaal en langere termijn het weer juist te kunnen voorspellen. In dat licht bezien lijkt 80% niet veel. Immers, indien je, zonder zelfs maar naar de hemel te kijken, botweg elke dag voorspelt dat het morgen hetzelfde weer zal zijn als vandaag, dan scoor je al 60%. En de boer die de conventie "Avondrood, water in de sloot" toepast, scoort vermoedelijk al 62%.

    Vaak wordt beweerd dat als je deeltje 1 en 2 van "Van Start tot Finish" [VStF] goed beheerst, je dan in staat bent op 60% van de spellen in het juiste eindcontract te geraken. Die bewering is vermoedelijk juist. En wie met die 60% tevreden is, hoeft dit artikel verder niet te lezen. In dit artikel wordt gepoogd het biedgereedschap nadat de partner met 1SA heeft geopend zo aan te slijpen dat 80% gehaald kan worden.

     

    Bij het constructieve bieden na de 1SA-opening (15-17 High Card Points [HCP], 4432/5332/4333) zijn er de volgende problemen aan de orde:

    1. Wat doet U met een zwakke Antwoordende Hand [AH], 4441(of nog onevenwichtiger)? Een kleurencontract op 2-nivo zal dan beter spelen dan 1SA.
    2. Krijgt bij U de sterke hand het eindcontract altijd te spelen? De uitkomst naar de sterke hand toe krijgen levert meestal een extra slag op, en ook is het juiste tegenspel moeilijker te vinden. Geldt dit bij U ook voor de lage kleuren?
    3. Als de AH een 5-4 of 5-5 hoog bezit, bent U dan in staat (behalve het opsporen van de fit) ook nog aan te geven of U zwak, inviterend, of sterk bent, en, zo mogelijk, ook nog het contract door de sterke hand te laten spelen?
    4. Hoe opent U een 5332 of een 5332 met 15-17 HCP? Indien U opent met 1 in een hoge kleur heeft U rebidproblemen, want U kunt Uw kracht niet meer zuiver aangeven. Maar als U met 1SA opent, dan kan de 5-3 fit in de hoge kleur weer 'verzuipen'. Kunt U de 5-3 fit alsnog vinden?
    5. Bent U in staat om een lage kleuren fit te ontdekken zodat U dat potdichte lage-kleuren slem (i.p.v. 3SA) niet mist?
    6. Krijgt U met een supersterke AH, als de manche is volgegooid, altijd nog wel een biedronde, zodat U alsnog een slempoging kunt doen?
     
    In dit artikel gaan we een poging doen stap voor stap een schema te ontwikkelen dat al deze problemen op kan lossen. Als dat lukt, zijn we het KNMI van de 1SA-opening geworden. 100% juiste contracten zullen we nooit halen, maar 80% moet mogelijk zijn.

    Probleem 1.

    De eerste conventie die beginnende bridgers leren is Stayman. De meest eenvoudige vorm van Stayman staat beschreven in VStF, deel 1, etappe 11. {We gaan er, nu en in het vervolg, vanuit dat de TegenPartij [TP] niet meebiedt}: 1SA - 2 - 2= geen 4-kaart hoog, 1SA - 2- 2= 4-kaart , 1SA - 2 - 2= 4-kaart , 1SA - 2- 2SA = beide hoge 4-kaarten. Dit schema is niet voor elke situatie optimaal.

    Stel, je raapt op B1072 9876 105432 -. En partner opent met 1SA. Nu wil je eigenlijk 'Staymannen', om op elk 'kleur'-antwoord te passen, maar je bent doodsbenauwd dat partner op jouw 2 2SA herbiedt: je moet dan naar minimaal 3, en, omdat bovenstaande Stayman nu eenmaal een 8/9 limiet toont, komt de boodschap niet over: partner parkeert je gegarandeerd in 4. Een smakelijk doublet door TP volgt.

    Het is voor dit soort handen dat men het Stayman-schema iets veranderd heeft: met 2(in 1SA - 2 belooft men niet meer automatisch minstens 8/9 punten (de VStF-variant), maar slechts 0 punten, zodat men op ieder bod na 2 zou kunnen passen, mits openaar maar niet 2SA brult. Dit lukt indien we een ander antwoord verzinnen voor het antwoord: beide hoge 4-kaarten.

    Het schema komt er dan als volgt uit te zien: het biedverloop 1SA - 2- 2 blijft in betekenis onveranderd: geen 4-kaart hoog in openende hand; na 1SA - 2 - 2 belooft openaar in ieder geval een 4-kaart , mogelijk een 4-kaart  en met 1SA - 2 - 2 ontkent openaar het bezit van een 4-kaart , maar belooft hij wel een 4-kaart .

    Zo speel je na 1SA - 2 - 2 met de gegeven 1-punts-hand met een 4/4/5/0-verdeling op zijn slechtst in een 5-2 -fit. Maar zelfs die speelt op zeker beter dan de 1SA, vanwege de renonce . Het gevolg van deze afspraak is dat we een 1SA-contract kunnen verbeteren door te gaan 'Staymannen' met 0 punten. Deze variant heet Stayman relay.

    N.B. De serie 1SA - 2 - 2SA kan met stayman relay dus niet meer voorkomen!


    Probleem 2.

    Het is logisch dat een contract het best gespeeld kan worden door de sterkste hand. Die krijgt immers de uitkomst naar zich toe, naar de plaatjes en vorken. Als de plaatjes op tafel liggen, is het voor de TP ook veel makkelijker zich de hand van de partner voor te stellen, en daarmee wordt het beste tegenspel als het ware uitgelokt. En met een 1SA-opening aan tafel zal de sterke hand meestal de 1SA-openingshand zijn.

    In deeltje 1 van VStF leerden we al dat als de AH een 5-kaart hoog heeft, zeker indien AH zwak is, het dan beter is op 2-hoogte in die kleur dan in 1SA te spelen.

    Oswald Jacoby combineerde beide zaken en bedacht daarop de transfers: na 1SA - 2 moet openaar 2 bieden, en na 1SA - 2 moet openaar 2 bieden; het contract komt zo in de sterke hand. Ook blijkt het verdere bieden na de Jacoby-transfers meestal soepeler te verlopen.

    Hiertoe weer een voorbeeld. Stel, je hebt A H 10 9 8 V B 10 9 8 3 2. Partner opent 1SA. Als je nu geen Jacoby speelt, heb je de keuze tussen Stayman en 3 . Als je Staymant, en partner heeft geen 4-kaart , kun je nog 3 nabieden. Fraai is dat allemaal niet, want zo kan gemakkelijk de 5-3 -fit 'verzuipen'. Partner weet immers nog niet eens dat je  hebt als hij 2 heeft geantwoord. Als je i.p.v. stayman 3 biedt om in ieder geval de 5-kaart  aan te geven, corrigeert partner mogelijk naar 3SA met mogelijk maar 4 kaarten in of samen. In dat geval dan maar 4 nabieden? Dan blijkt partner opeens goede / stops te bezitten. Kortom, je weet het niet.

    Die beoordeling moet dan ook in handen van de 1SA-openaar liggen. Met Jacoby gaat de gegeven hand via 1SA - 2 - 2 - 3 met de dubbele boodschap: "we hebben voldoende punten voor de manche" en "als je voor 3SA besluit, moeten de  en  wel goed gestopt zijn". Openaar heeft nu zicht op de situatie. Al met al wat redenen om de Jacoby-transfers te spelen.

    Die redenen blijven onverkort bestaan voor de kleurcontracten in de lage kleuren; gebruikelijk is om hiervoor de biedingen 2 (transfer voor 3 ) en 2SA (transfer voor 3) te gebruiken. Omdat bij een fit in de lage kleuren vaak 3SA het beste eindstation zal zijn, kunnen de lage-kleuren transfers voor zowel zwakke, als inviterende handen worden gebruikt.

    Bijv. Je bezit 3 2 A 8 3 V B 10 9 8 7 4. Partner opent 1SA. Normaliter heb je nu te weinig om 3SA te bieden. Zonder lage-kleuren transfers pas je dus. Maar met lage kleuren transfers zeg je 2 . De openaar kan dan met 2SA nog een fit (minimaal honneur derde) tonen. Maar als openaar honneur derde heeft, aarzel je nu natuurlijk niet meer om 3SA te zeggen. Je brengt toch aardig wat slagen mee. Is de -fit er niet, en zegt de 1SA -openaar 3, dan pas je in de wetenschap dat 3 een zekerder contract dan 1SA is. Analoog luidt het transferbod voor 2SA, waarop openaar 3 (fit) of 3 (geen fit) zegt.


    Vervolgprobleem 2A.

    Alles prachtig tot zover, maar niet zonder een nadeel: de 8/9 HCP-limiethand (met of zonder 4-kaart hoog) is niet meer via de biedserie 1SA - 2SA te verkopen; dat zou nu immers de transfer naar  betekenen! Oplossing hiervoor is: verkoop een 8/9 limiet hand met of zonder 4-kaart hoog via Stayman; zonder 4-kaart hoog bied je ongeacht wat partner zegt dan 2SA na. De consequentie hiervan is echter weer dat het 2-bod nu ook geen 4-kaart hoog meer belooft. Dat maakt het 2-bod overigens wel alerteerplichtig.

    Vervolgprobleem 2B.

    Nu kan het zijn dat AH transferreert naar een hoge kleur waarin 1SA-openaar een 4-kaart heeft, terwijl 1SA-openaar ook nog eens niet minimaal is, kortom de transfer valt buitengewoon goed, en we zijn bang dat we, zelfs met een minimale AH, de manche missen. We kunnen de goede aansluiting laten zien door de transfer te weigeren.

    Voorbeeld: we openen 1SA, partner biedt 2 (transfer voor ).
    We bezitten: H V 9 2 A 9 2 H V 10 7 H 6 5. We kunnen nu aangeven door niet 2, maar 3 te bieden dat de transfer goed valt. Maar ook kunnen we iets anders bieden, bijv. 3 . Afgesproken moet nu worden wat 3 toont. Een zinnige afspraak is: puntenconcentratie in ! Met iets meer dan een minimum, en iets in  mee kan partner dan met 4 de transfer herhalen zodat de manche gespeeld kan worden, en anders wordt met 3 de transfer herhaald.

    Wat je hier voor inlevert is dat soms de zwakke hand het contract te spelen krijgt. Dit is het geval in een serie als 1SA - 2 - 3. Met de transferweigering 3 wordt een -fit eloofd. Tevens is de 1SA bieder niet minimaal en heeft een puntenconcentratie in . Nu blijkt de AH te zwak te zijn om met 4 de transfer te herhalen. In zo'n geval moet 3 maar in de 'verkeerde' hand worden gespeeld. Je kan niet alles hebben.


    Probleem 3.

    Een volgend probleem wat de AH dient te kunnen oplossen is het probleem van de 5-4, 4-5, of de 5(+) - 5(+) hoog: de AH weet niet wat de speelsoort moet worden (meestal een hoge kleur, alhoewel SA nog steeds niet kan worden uitgesloten). Hij moet daarbij wel zijn kracht kunnen aangeven (zodat de 1SA-openaar weet op welke hoogte hij moet eindigen).

    Er zijn 3 krachtvelden in de AH: zwak (doel bieden: contractverbetering t.o.v. 1SA, inviterend (met aansluiting mogelijk een manche in / ) of sterk (partner moet minstens de manche uitbieden). Dit moet de AH kunnen aangeven. T.a.v. dit probleem (de diverse krachtvelden met minstens een 5-4 hoog in de AH) heeft het blad Bridge World een Standaard (in 1994) ontwikkeld, voor het geval dat er in eerste instantie geen fit ontdekt wordt. Als er wel een fit wordt ontdekt, is er immers geen probleem; antwoorden verlopen daarna natuurlijk. Daarom houden we ons hier alleen maar bezig met die situaties waarin in eerste instantie een misfit wordt getoond. Die standaard ziet er, met de diverse krachtvelden, als volgt uit:

    1. De AH is zwak, 0-7 HCP. Er zijn 2 mogelijkheden. a) met een voorkeur voor  of geen voorkeur: na 1SA - 2 - 2 bied je 2 en laat de 1SA-openaar de keuze tussen 2/2 . Op zijn slechtst zit je zo in de 4-3 fit, vaak beter. Maar de 4-3 fit zal beter spelen dan 1SA. b) met een voorkeur voor -transfer je naar 2 en past daarna. Dit eindigt op zijn slechtst in de 5-2 fit, maar is ook beter dan 1SA.
    2. De AH heeft een inviterende hand, 8/9 HCP. Er zijn 3 mogelijkheden. a) met 5 /4 gaat het: 1SA - 2 - 2 - 2 : de 1SA-openaar spreekt hierna een een voorkeur uit voor 2SA/3 /3 /3SA/4 /4 , alle EindBod (EB). b) met een 4 /5 hand gaat het: 1SA - 2 - 2 - 2. De 1SA-openaar past, of biedt 2SA/3 /3SA/4 na. c) met een 5 /5 in de AH gaat het 1SA-3 : de 1SA-openaar moet kiezen tussen 3/3 /3SA/4 /4 .
    3. De AH is sterk (d.w.z. sterk genoeg voor de manche, 10+ HCP, mogelijk [veel] sterker). Er zijn weer 3 mogelijkheden. a) met een 5 /4 gaat het 1SA - 2 - 2 - 3, b) met een 4/5 gaat het 1SA - 2 - 2 - 3. M.a.w., de AH biedt op 3-nivo niet zijn 5-kaart, maar zijn 4-kaart na. Dit heet Smolen (naar uitvinder Mike Smolen en heeft als voordeel dat het contract weer gespeeld gaat worden door de sterke hand (die weer de uitkomst naar zich toekrijgt, etc.). c) met een 5/5 verloopt het biedverloop aldus: 1SA - 2 - 2 - 3. Hierna moet de 1SA-openaar weer een keuze maken tussen 3SA/4/4.
     Merk op dat de sterke AH steeds nog aan de beurt komt als de manche is volgegooid, zodat met slem-gerichte handen nog steeds een poging gedaan kan worden.
     

    Probleem 4.

    Wat doet U indien U een 5-kaart hoog heeft, en 15-17 punten? Je zou het van de kwaliteit van de 5-kaart af laten hangen of je 1-hoog of 1SA opent (zoals in VStF wordt voorgesteld). Maar de onduidelijkheid van het rebid blijft dan voor de partner altijd bestaan. Want wat moet je nou als AH met 9 punten als openaar de serie 1 - 1 - 1SA neerlegt? Als openaar er 17 heeft, zit je een kouwe manche te missen; en als hij er 12 heeft, dan is 1SA al hoog genoeg. Een radicale oplossing is: open alle 15-17 balanced handen met een 5-kaart hoog gewoon 1SA, dan belooft U met een 1SA-rebid altijd 12-14, en met een 2SA-rebid 18-19. Dat is niet meer volgens VStF. Daar worden alle 8-kaart's fit hoog in 4-in-een-hoge-kleur gespeeld.

    Nu is de 4-4 fit inderdaad heilig (in zo'n 68% van de gevallen zeker 1 extra slag), maar met een 5-3 fit maak je alleen een extra slag indien er aan de korte kant een introever is. Dus moet voor dit probleem een oplossing gevonden: indien de AH bijv. een 3-kaart  heeft, en bovendien ergens een singleton, wil je geen SA meer spelen, als 1SA-openaar een 5-kaart  heeft. Ergo, die 5-3 fit  moet dan ontdekt kunnen worden. En na een eventuele Stayman weet je wel een mogelijke 5-kaart, maar zekerheid heb je nog niet.
     


    Probleem 5.

    Een ieder heeft wel eens ervaren dat er in 3SA gespeeld werd, maar dat 6 of 6 'koud' was. De 4-4 fit in de lage kleur werd niet eens ontdekt, omdat in geval van twijfel met een lage-kleur fit en voldoende punten voor de manche (waarbij weliswaar getwijfeld werd aan slem) aan 3SA de voorkeur wordt gegeven. Ergo: de lage-kleuren fit moet na de 1SA-opening van partner ontdekt kunnen worden, teneinde het mogelijke 6/6-contract niet te missen.

    Oplossing voor probleem 4 en 5. Conclusie: zowel de 5-3 fit hoog als de lage-kleuren fit moet ontdekt kunnen worden. De oplossing voor probleem 4 en 5 combineren we als volgt:

    Na in eerste instantie te hebben 'gestaymand', met 2, herhaalt de AH met 3 zijn Stayman! Dit heet Minor Suit Ask (MSA), en die werkt als volgt, je 'staymant' eerst en biedt vervolgens 3 na, om de verdere verdeling op te vragen. Er zijn dan 3 wezenlijk verschillende biedseries:

    1) Na de serie 1SA - 2 - 2: de 1SA-openaar kan geen 4-kaart hoog meer hebben. Na het conventionele 3 antwoordt openaar als volgt:

    3 (Ik heb een 5-kaart laag)

    3 (Welke?)

    3 (5-kaart )

    3SA (5-kaart )

    3 4-kaart 

    3 4-kaart 

    3SA 2-4-kaarten laag.
     

    2) Na de serie 1SA - 2 - 2: de 1SA-openaar kan geen 5-kaart laag meer hebben. Na het conventionele 3 antwoordt openaar als volgt:

    3 (Ik heb naast een 4-kaart een 4-kaart laag)

    3 (Welke?)

    3 (4-kaart )

    3SA (4-kaart )

    3 (Ik had een 5-kaart )

    3 (Ik heb naast een 4-kaart een 4-kaart )

    3SA (Ik heb een 3 4 3 3 verdeling)
     

    3) Na de serie 1SA - 2 - 2 kan de 1SA-openaar geen 5-kaart laag meer hebben, tevens wordt een 4-kaart ontkent. Na het conventionele 3 antwoordt de 1SA-openaar aldus:

    3 : (Ik heb Een 4-kaart laag)

    3 (Welke?)

    3 (4-kaart )

    3SA (4-kaart )

    Omdat er geen 4-kaart  meer kan zijn, is er nu een bod over. Dit kan goed gebruikt worden om een minimum/geen minimum in  aan te geven; immers, het is zinloos dit te reserveren voor een onderscheid in de 4 /3 /3 /3 variant. Dus:

    3 : 5-kaart , minimum.

    3 : 5-kaart , geen minimum.

    3SA: 4 /3 /3 /3.

    En zo is met de MSA (het conventionele 3, dat het bieden overigens wel MancheForcing, MF maakt), de complete verdeling van de 1SA-openaar op te vragen. En ook is zo een eventuele 5-kaart hoog te ontdekken. Hetzelfde geldt voor de 4-4 fit laag.
     


    Vervolgprobleem 4-5 A.

    We hebben het ene probleem nog niet opgelost, of het volgende dient zich aan: met de biedserie 1SA - 2 - 2 - 3SA wordt een 4-kaart  beloofd: immers, er is kennelijk geen -fit; en zonder een 4-kaart  zou het het verstandigst zijn om na 1SA meteen 3SA te knallen. Dus belooft de serie 1SA - 2 - 2 - 3SA een 4-kaart  in de AH! En omdat de 1SA-openaar na 2 best nog een 4-kaart kan hebben volgens Stayman relay, zal openaar corrigeren naar 4 met een 4-kaart  mee!

    Maar omdat het wel eens zou kunnen zijn dat je uitsluitend geïnteresseerd bent (met een 3-kaart  in de AH, met ergens een singleton) naar de eventuele 5-kaart bij de 1SA-openaar, zal je onderscheid moeten kunnen maken tussen: geval 1) 1SA - 2 - 2 (3-kaart in de AH, jammer, geen 5-kaart  bij 1SA-bieder, dan maar 3SA) en geval 2) 1SA - 2 - 2 (4-kaart  in de AH; dat maken we bekend via 3SA). Bij geval 2) knal je dus 3SA na, en dan beloof je ook een 4-kaart  (ongewijzigd t.o.v. VStF). Maar dat kan je met geval 1) dus niet doen.

    De oplossing hiervoor is: je biedt in geval 1) (na 1SA - 2 - 2 ) met een 3-kaart  3 na. Dit is dan een relay voor 3SA. Openaar weet nu dat hij niet moet corrigeren naar 4, maar naar 3SA.

    Samenvattend:

    1SA - 2 - 2 - 2: 8/9 limiet met een 4-kaart . Boodschap aan openaar zou luiden: pas of biedt 2SA/3 /3SA/4. Deze serie is echter Ronde-Forcing [RF]. De uitleg van het waarom volgt bij de oplossing van probleem 6.

    1SA - 2 - 2 - 2SA: 8/9 limiet, ontkent een 4-kaart (want dan was de gesteund) en ontkent een 4-kaart (want dan was of 2 , of 3SA nageboden). De boodschap aan openaar luidt dus: pas of kies voor 3SA.

    1SA - 2 - 2 - 3 : Forcing. boodschap aan openaar: biedt 3SA (belooft een 3-kaart ).

    1SA - 2 - 2 - 3SA: Non-forcing. Boodschap aan openaar: pas of biedt 4 .


    Probleem 6.

    Rest nog de handen met een 4-kaart in de AH die te sterk zijn om na 1SA - 2 - 2 3SA na te bieden.
    Openaar zou immers op 3SA kunnen passen. Oplossing: stop die handen in de serie 1SA - 2 - 2 - 2.

    Dat maakt deze biedserie dan wel RF. AH moet na de voorkeur van de 1SA-openaar immers nog verder kunnen gaan.
    Het probleem van de supersterke AH is namelijk in alle andere, sterke biedseries wel opgelost.
    Je komt met een echt sterke hand steeds aan de beurt nadat de manche volgegooid wordt, en kan je met echte overwaarde alsnog verder gaan.

    Het nadeel van het RF maken van de serie 1SA - 2 - 2 - 2 is dat je met limiethanden niet meer in 2 kunt eindigen, maar dat soort contracten mag je tegenwoordig toch niet vaak spelen. Bovendien rechtvaardigt de gezamelijke puntenkracht minimaal 2SA of 3 , zodat er van een echt bezwaar geen sprake is.

    Hè, hè, we zijn eruit. Als U er tenminste nog bent. Met bovenstaande versie van Stayman/Jacoby zijn alle problemen uit de inleiding opgelost.

    Nog enige diversen: rest het sluitend maken met de klassieke opvatting dat na 1SA een bod op 3-nivo sleminvite is. Ergo, 1SA - 3 geeft een sleminvite met  aan, 1SA - 3 idem met , 1SA - 3 idem met . Onderweg zijn we dit voor de  kwijtgeraakt. 1SA - 3 betekent nu immers een manche-invite met 5/5. Oplossing: biedt een sleminvite met  via 1SA - 4. Openaar kan met het weigeren van de transfer sleminteresse aangeven.

     

    Tenslotte: met 1SA - 4 kan je azen vragen (Gerber). Dat doe je met een 3343 of een 3334 en een punt of 16/17 en mogelijk 2 azen weg, of als je geïnteresseerd bent in 7SA. Ook mogelijk met een 16/17 HCP-hand is de serie 1SA - 4SA, wat dan geen azenvraag is, maar kwantitatief. Het bod vraagt om met een maximum 6SA te bieden.

     

    Maar de eenvoudigste biedserie blijft toch altijd: 1SA - 3SA!

     

    Geraadpleegde literatuur: "Gids voor biedconventies" G.J.R.Forch (v.w.b. BWS'94), "Passe-partout voor sans-atout" van Jan Kelder, blz.51-53 (MSA), "Het moderne conventieboek" Sint/Schipperheyn (Stayman relay), voorts gemodificeerde voorstellen van Fred den Heyer, die een relay systeem voorstelde en tevens diverse knelpunten aanstipte. Discussies met Joke Horsmeyer, Steef Engering en Aad Broeren vulden de betekenissen van de diverse biedingen verder in.
     

      Bridge-HTML door Jan David Dijk
     
     
     
    Home Twin Pics Index Britsj