In bridge draait alles om de hoge kleuren. Omdat echter
de verdeling zo nauwkeurig mogelijk aan partner moet worden overgebracht
geldt de regel dat vierkaartjes van onderaf worden geboden, en vijfkaarten
van hoog naar laag. In minstens é é n geval is dat in standaard
ACOL echter niet op zijn handigst, en wel in het geval dat partner 1
opent. En wel omdat het annonceren van de
-kleur
minder belangrijk is dan de hoge kleuren.
In ACOL (en VStF-ACOL) worden 4-kaartjes van onderaf geboden. Na
de 1
-opening van partner wordt
dan bijv. met een 2-4-4-3 en 6+ HCP eerst de ruitenkleur genoemd. Dit annonceren
van de minder belangrijke
-kleur
is niet altijd voordelig. De TP kan de andere hoge kleur (
) tussenbieden met als gevolg dat de
-fit
verloren gaat, maar ook zonder tussenbieden geldt dat je liever een
hoge kleur of SA speelt, omdat SA en de hoge kleuren het meeste opleveren.
Er is echter een andere aanpak na de 1
-opening van partner (de Walsh-aanpak), die zowel meer duidelijkheid voor
de eigen partij, als ook meer onzekerheid voor de TP creëert. Problemen
zijn er echter uitsluitend in combinatie met andere conventies, zoals 4e
kleur en check-back Stayman. T-Walsh (wat staat voor Transfer-Walsh) is
een verfijning van Walsh met nog enkele extra voordelen.
Walsh
Wat behelst de Walsh-aanpak nu precies? Partner opent
met 1
. Met Walsh bied de AH
nu de laagste hoge 4-kaart, met zwakke handen (minder dan 11-12 HCP) zonder
4-kaart hoog, en met handen die sterk genoeg zijn om reverse (MF) te bieden,
bied je als in gewoon ACOL.
Een voorbeeld. Met
H B 5 3
4
2
V 9 7 5
V
5 4
wordt 1
geantwoord
(en de
-kleur verzwegen).
Dit heeft als voordeel dat een eventuele
-fit
(cq. hoge kleuren fit) eerder wordt gevonden dan na de standaard-ACOL-aanpak.
Het is waar dat een eventuele
-fit
nu later of niet ontdekt wordt, maar zoals gezegd zijn de hoge kleuren
belangrijker. Nevenvoordeel is dat de TP zijn eventuele
-fit
moeilijker kan ontdekken. Er gaat van Walsh dus ook een zekere preëmptieve
werking uit. Het ontdekken van de eventuele hoge kleuren fit wordt
zo belangrijk gevonden dat een 5-kaart
en
zelfs een zwakke 6-kaart
wordt
verzwegen.
Zo wordt met
A 4
H
9 7 4
V 10 6 5 4
10
7
(nog steeds na 1
van partner) 1
geantwoord.
Ook met een slechte 6-kaart
H 9 7 3
6
5
H 10 8 5 4 2
3
wordt de
-kleur
nog steeds overgeslagen en 1
geantwoord. Met een beetje redelijke 7-kaart wordt het te gek. Dan laat
de walsher zijn 4-kaart hoog voor wat het is en biedt eerst zijn
:
9
B
8 5 2
A B 7 6 5 4 3
8
Dus ook de walsher biedt hiermee na 1
gewoon 1
.
Wanneer de AH echter sterk genoeg is om reverse te bieden
(en het bieden daarmee MF maakt), dan introduceert de walsher eerst zijn
,
om daarna reverse
te bieden.
Met
H V 9 7
A
5 4
H V 7 5
9
8
antwoordt ook de walsher gewoon 1
. Merk op dat het reverse bieden van de
bij Walsh niet automatisch een langere
belooft
(zoals bij standaard ACOL wel het geval is).
Het gevolg van deze aanpak is dat na het 1
antwoord de openaar de conclusie kan trekken dat er ofwel
Aangezien de AH weet dat openaar SA zal nabieden met een evenwichtig spel, betekent dit automatisch dat het noemen van een 2e kleurtje door openaar juist een onevenwichtig spel belooft!
Vergelijk de volgende biedserie, eerst door de ogen van een pure Acolist, dan door de ogen van een Walsher:
Openaar AH
1
1
1
Wat heeft de openaar nu? In ACOL een 4+-kaart
(of zelfs een 3+-kaart
als U een 5-kaart
heeft
afgesproken) en een 4+-kaart
met 12-19 HCP. De AH moet met al deze verdelingen en krachtvelden rekening
houden, een lastige taak.
De walsher kan meer conclusies trekken na het 1
rebid: aangezien er 1SA wordt geboden met een evenwichtig spel,
wordt met een onevenwichtig spel ofwel de
herboden
(2
=6-kaart, niet al te sterk
openingetje), ofwel een hoge kleur genoemd. Het noemen van de 4+-kaart
hoge kleur garandeert echter een 5+-kaart
in
een relatief sterk spel, vanwege de vermoedelijke misfit (partner 'ontkende'
vooralsnog een hoge 4-kaart).
Gevolg: de AH kan op 1-nivo conclusies trekken over het al dan niet evenwichtig zijn van openaar.
Men zou nu kunnen denken dat
als
speelsoort nooit meer in aanmerking komt, met zwakke handen. Dat is echter
niet het geval. Na 1
- 1
(4-kaart) - 1SA (12-14, geen
aansluiting,
geen 4-kaart
, evenwichtig),
betekent 2
: 6-kaart
(+
uiteraard 4-kaart
), en
de boodschap dat 2
hoog genoeg
is. Puur speelsoort correctie, want met een evenwichtige AH wil je liever
in 1SA zitten, en met een sterke hand had je reverse geboden.
Het wordt tijd voor wat voorbeeldhanden.
1) West Oost
A H V 4
9 8
9 6 3
B 7 4
V 10 5
A H B 6 2
V 8 2
A H 5
Met de standaard aanpak verloopt het bieden:
1
1
1
2
(4e kleur)
3
4
4
5
De tegenstanders rapen 3
-slagen
op (kleur zit gewoon 4-3)
Met Walsh gaat het:
1
1
1SA 3SA
2) West Oost
A 8
B 6 3
A V 7 4
8 5
10 9 5
A V B 7 4
H 10 3 2
A 8 5
Met Walsh verloopt het bieden:
West Oost
1
1
1SA 3SA
En noord moet kiezen tussen een
of
uitkomst en zal in ongeveer de helft van de gevallen kiezen voor de 'foute'
-uitkomst.
In de standaard-aanpak zal het biedverloop er als volgt uitzien:
West Oost
1
1
1
1
1SA 3SA
De
-start
is nu aangewezen.
De voordelen van Walsh zijn hierboven in cursief vet aangegeven. Maar kleven er nu geen nadelen aan Walsh? Er zijn er 2 te bedenken:
Wat Walsh in combinatie met 4e kleur betreft
moet in het partnership worden afgesproken wat het 2
bod in de serie: 1
- 1
- 1
- 2
betekent. Dit zou nu kunnen zijn zwak met
(analoog
1
- 1
- 1SA - 2
) of 4e
kleur. Volgens Walsh zelf is dit 4e kleur, terwijl 1
- 1
- 1
- 3
zwak met een 6-kaart
is.
Waarschijnlijk gaat hij ervan uit dat je 2
toch niet zou mogen spelen, en 3
is redelijk preëmptief. U kunt andere afspraken maken, het gaat erom
dat er duidelijkheid omtrent de betekenis van de biedingen is.
Walsh en Check-back Stayman
Na 1
- 1
/1
- 1SA is 2
bod normaliter check-back. (Zonder check-back zou het speelsoortcorrectie
moeten zijn). I.g.v. het walsh-1
antwoord is het geen check-back maar speelsoort correctie (en dus zwak).
Maar wat als de AH sterk is met een 4/5-kaart
en een 4-4 hoog? Dan verloopt het bieden nog steeds simpel: 1
- 1
- 1SA - 2
(MF). Openaar moet zijn evt. 4-kaart
nu
wel noemen, of de
-fit
aangeven.
Walsh samengevat in biedschema:
Nadat partner met 1
heeft geopend betekenen de volgende biedingen iets anders dan in standaard
ACOL:
1
* 4+-kaart
,
6+ HCP en of 1) zonder hoge kleur, of 2) sterk genoeg vanaf 10+) om die
evt. hoge kleur reverse te bieden.
1
* 5+
, 4+
, ongebalanceerd relatief
sterk spel
1
* 5+
, 4+
, ongebalanceerd relatief
sterk spel
1SA* qua kracht het normale 1SA-rebid 4-kaart(en) hoog mogelijk
pas de zwakke variant
2
NF, speelsoortcorrectie,
mee
2
NF, speelsoortcorrectie,
6+-kaart
, 4=kaart
2
/2
MF, 4+
+ 4+
/
, 10+ (de sterke variant)
2
6+
, zwak en ongebalanceerd
2
NF, speelsoortcorrectie,
6+-kaart
, 4=kaart
2
/2
MF, 4+
+ 4+
/
, 10+ (de sterke variant)
1
* (4+
, 6+ HCP, evt. is er een 6-kaart
verzwegen;
in dat geval is de AH niet sterker dan ca. 10-11HCP)
1
* (4+
, 6+ HCP, evt. is er een 6-kaart
verzwegen;
in dat geval is de AH niet sterker dan ca. 10-11HCP)
T-Walsh
Is Walsh te verbeteren? Henk Uijterwaal bedacht van wel. Zijn verbeteringsidee is door Remco Brüggeman en Henk-Jan Willemsens uit Utrecht overgenomen en uitgewerkt in hun systeem BRUWIL.
Uijterwaal stelde dat als je toch niet meer van plan bent
de
als kleur te noemen,
dan kun je het 1
antwoord als
transfer voor
spelen,
en het 1
antwoord als transfer
voor
. Het klassieke 1
antwoord wordt dan gespeeld met 1
(transfer voor
). De transfer
voor de hoge kleuren wordt geaccepteerd met een 3-kaart steun mee. (Transferweigering
toont in dit geval dus juist geen fit)
Wat is/zijn daar nu weer het/de voorde(e)l(en) van? Allereerst komt, i.g.v. fit, het contract in de sterke hand. Maar laten we beginnen met de in BRUWIL gegeven voorbeeld hand: U heeft:
A 10 x x x
B
x x
x x
V
x x
en uw partner opent 1
. In standaard ACOL zeg je 1
, en meestal zegt partner nu 1SA. Je hebt een onoplosbaar probleem. Je
kan niet weten of 1SA of 2
het
juiste eindcontract is. Met T-Walsh echter zeg je 1
. Partner accepteert nu met een 3-kaart
mee de transfer met 1
. Heeft
hij die niet (en is zijn normale rebid 1SA) dan weigert hij met een doubleton
(of
slechter) de transfer met 1SA. In het eerste geval corrigeer je als AH
naar 2
, in het 2e
geval pas je rustig, wetende dat 2
niet beter zal zijn.
Ergo, de evt. 5-3 fit is al op 1-nivo bekend.
Tenslotte, de
worden
geboden middels een 1
transfer,
zodat TP op 1-nivo geen goedkoop volgbod in een hoge kleur meer heeft.
In BRUWIL is dit T-Walsh-idee uitgewerkt tot een compleet relaysysteem, zodat de verdeling van de openaar precies kan worden opgevraagd. Dit hele complex (5 A4-tjes in onvolledig schema vorm met verwijzingen) is moeilijk te doorgronden en daarom slecht te onthouden. De makers rechtvaardigen de structuur met het antwoord dat er biedruimte gewonnen is door de transfer. Dit complex met zijn uitgebreide relays en vraagbiedingen wilde ik echter buiten beschouwing laten en U een eigen uitwerking aanbieden.
In non-fit situaties (d.w.z. de transfer wordt geweigerd) verloopt het verdere bieden natuurlijk. In daaropvolgende 4e kleur situaties wordt gereageerd alsof de kleur waarnaar getransfereerd geboden is, en niet de feitelijk geboden kleur zelf.
In fit-situaties wordt geboden via een gemakkelijk te onthouden schema, waarin de krachtvelden zo natuurlijk mogelijk worden doorgegeven. D.w.z. dat na acceptatie van de transfer de krachtvelden 7-9, 10-11, en 12-15 zijn, en je met een SA-rebid van AH een 4=-kaart hoog toont, en met noemen van de kleur een 5+-kaart hoog toont, met dezelfde krachtvelden.
Je houd je dan een probleem met de handen die te sterk
zijn om de manche vol te gooien. Daar is een conventionele oplossing voor
bedacht via het 2e rebid 2
. De logica hiervan is dat 2
als eindcontract toch niet in aanmerking komt. De TP 'balanced' je toch
naar 3-nivo. Daarom kan je de series 1
- 1
- 1
- 2
en 1
- 1
- 1
- 2
gemakkelijk als RF spelen.
T-Walsh en 4e kleur
Zinnig is om af te spreken (ook in fit-situaties) dat
alhoewel er getransfereerd is, de transferkleur (de aangeduide kleur) te
spelen als de feitelijk geboden kleur; m.a.w. het 2
-bod in de serie 1
- 1
- 2
- 2
is 4e kleur, omdat het 1
-bod de
aanduidde.
T-Walsh en Check-back Stayman
Omdat in de serie 1
- 1
(transfer voor
)
- 1SA door openaar al een 3-kaart
en
een 4-kaart
is ontkent
(anders was de transfer met 1
geaccepteerd of 1
geboden),
betekent 2
(Check-back) nu niet
meer vragen naar een 3-kaart mee (of naar een 4-kaart andere hoge kleur)
maar naar tophonneur doubleton in de transferkleur (of een 3-kaart andere
hoge kleur). Analoog, na 1
-
1
(transfer voor
)
- 1SA wordt nog wel naar een 4-kaart
gevraagd.
T-Walsh samengevat in biedschema:
Na partners 1
opening betekenen de volgende biedingen t.o.v. standaard ACOL iets anders
in T-Walsh:
1
* geeft aan
4+
, 6+HCP, tot ong.11-12 HCP
wordt de
-kleur (evt. zelfs
nog 6-kaart
) automatisch
verzwegen; met handen die daar sterk genoeg voor zijn wordt eerst 1
(
-transfer) en later 2
/2
(echt) geboden.
1
* RF, transferacceptatie
op 3+
1NT* AH heeft 4=
, 6-9 balanced
2NT* AH heeft 4=
,10-11 balanced
3NT* AH heeft 4=
, 12-15 balanced
2
*, AH heeft
5+
, 6-9
3
*, AH heeft
5+
, 10-11
4
*, AH heeft
5+
, 12-15
3
*/4
/4
splinters,
troef
2
* de gevraagde
relay (altijd met een 3-kaart
)
2
* MF 5+
, 16+, te sterk voor ineens 4
2SA* MF 4=
, 18-19
3
MF,18-19,
4=
, balanced
1
RF, 4+
, ontkent 3+
1NT geen 4+
en geen 3=
2
* check-back
vraagt naar tophonneur doubleton
/3=
2
geen Xx
/xxx
2
Xx
, evt.daarnaast xxx
; in dat
geval zwak
2
xxx
, geen Xx
2SA beide; relatief sterk
1
* (4+
, 6+ HCP; transfer voor
;
biedschema analoog als hierboven na 1
)
1
* (geen 4-kaart
hoog met 4+
, of 11/12 HCP met
een bovendien een 4-kaart hoog, sterk genoeg om reverse te bieden; idee
gelijk aan Walsh)
Een redelijke afspraak is verder dat Walsh en T-Walsh na doublet in stand blijven, en na een tussenbod vervallen.
De bovenstaande T-Walsh-variant is vooral makkelijker
te onthouden dan de 'officiële' BRUWIL-variant. De kern van
de voorliggende variant is het 2
* command bid, waarin de echt sterke handen in zijn verwerkt.
Opmerkingen na enige tijd praktijk T-Walsh
1) De azenvraag-situatie.
Duidelijkheid moet er zijn over de serie 1
- 1
- 1
- 3SA - 4SA. Wat is 4SA in die serie, azenvraag of kwantitatief? Logisch
is het om 4SA te spelen als kwantitatief, want als het azenvraag (met
-troef)
is, waarom is er dan geen enkele kontrole doorgegeven? Maar als 4SA kwantitatief
is, omdat je anders kontrolebiedingen zou doen, dan levert vervolgens de
serie 1
- 1
- 1
- 3SA - 4
een probleem. Is 4
dan een
-kontrole
in een
-contract of slemonderzoek
voor een
-contract? Het
lijkt me het eerste, maar het belangrijkste lijkt me weer dat er binnen
het partnership overeenstemming bestaat.
3) Uitbreiding i.g.v. 5-kaarten hoog
Het idee om op deze manier de sterkste hand te kunnen
laten spelen en bovendien de 5-3 hoog fit te kunnen ontdekken bevalt heel
goed. T-Walsh speelt vermoedelijk het best in combinatie met 5-kaarten
hoog. Dan worden de 4
-3-3-3
en de 3-4
-3-3 allebei met 1
geopend. Om optimaal van de T-Walsh voordelen te kunnen profiteren kan
je dan ook de 3-3-4
-3 met 1
te openen.