Walsh en T-Walsh
(door Kees van der Weijden)

In bridge draait alles om de hoge kleuren. Omdat echter de verdeling zo nauwkeurig mogelijk aan partner moet worden overgebracht geldt de regel dat vierkaartjes van onderaf worden geboden, en vijfkaarten van hoog naar laag. In minstens é é n geval is dat in standaard ACOL echter niet op zijn handigst, en wel in het geval dat partner 1 opent. En wel omdat het annonceren van de -kleur minder belangrijk is dan de hoge kleuren.

In ACOL (en VStF-ACOL) worden 4-kaartjes van onderaf geboden. Na de 1 -opening van partner wordt dan bijv. met een 2-4-4-3 en 6+ HCP eerst de ruitenkleur genoemd. Dit annonceren van de minder belangrijke -kleur is niet altijd voordelig. De TP kan de andere hoge kleur ( ) tussenbieden met als gevolg dat de -fit verloren gaat, maar ook zonder tussenbieden geldt dat je liever een hoge kleur of SA speelt, omdat SA en de hoge kleuren het meeste opleveren.

Er is echter een andere aanpak na de 1 -opening van partner (de Walsh-aanpak), die zowel meer duidelijkheid voor de eigen partij, als ook meer onzekerheid voor de TP creëert. Problemen zijn er echter uitsluitend in combinatie met andere conventies, zoals 4e kleur en check-back Stayman. T-Walsh (wat staat voor Transfer-Walsh) is een verfijning van Walsh met nog enkele extra voordelen.

Walsh

Wat behelst de Walsh-aanpak nu precies? Partner opent met 1 . Met Walsh bied de AH nu de laagste hoge 4-kaart, met zwakke handen (minder dan 11-12 HCP) zonder 4-kaart hoog, en met handen die sterk genoeg zijn om reverse (MF) te bieden, bied je als in gewoon ACOL.

Een voorbeeld. Met

H B 5 3 4 2 V 9 7 5 V 5 4

wordt 1 geantwoord (en de -kleur verzwegen). Dit heeft als voordeel dat een eventuele -fit (cq. hoge kleuren fit) eerder wordt gevonden dan na de standaard-ACOL-aanpak. Het is waar dat een eventuele -fit nu later of niet ontdekt wordt, maar zoals gezegd zijn de hoge kleuren belangrijker. Nevenvoordeel is dat de TP zijn eventuele -fit moeilijker kan ontdekken. Er gaat van Walsh dus ook een zekere preëmptieve werking uit. Het ontdekken van de eventuele hoge kleuren fit wordt zo belangrijk gevonden dat een 5-kaart en zelfs een zwakke 6-kaart wordt verzwegen.

Zo wordt met

A 4 H 9 7 4 V 10 6 5 4 10 7

(nog steeds na 1 van partner) 1 geantwoord.

Ook met een slechte 6-kaart 

H 9 7 3 6 5 H 10 8 5 4 2 3

wordt de -kleur nog steeds overgeslagen en 1 geantwoord. Met een beetje redelijke 7-kaart wordt het te gek. Dan laat de walsher zijn 4-kaart hoog voor wat het is en biedt eerst zijn :

B 8 5 2 A B 7 6 5 4 3 8

Dus ook de walsher biedt hiermee na 1 gewoon 1 .

Wanneer de AH echter sterk genoeg is om reverse te bieden (en het bieden daarmee MF maakt), dan introduceert de walsher eerst zijn , om daarna reverse  te bieden. Met

H V 9 7 A 5 4 H V 7 5 9 8

antwoordt ook de walsher gewoon 1 . Merk op dat het reverse bieden van de  bij Walsh niet automatisch een langere belooft (zoals bij standaard ACOL wel het geval is).

Het gevolg van deze aanpak is dat na het 1 antwoord de openaar de conclusie kan trekken dat er ofwel

  1. geen hoge kleuren fit aanwezig is, ofwel
  2. de AH sterk is, en na 1SA nog wel wat van zich zal laten horen
Hij gaat ervan uit dat de AH zwak is, en verzwijgt (met een evenwichtig spel) zelfs eventueel 2 hoge 4-kaarten, en zegt 1SA! De TP blijft aldus in het ongewisse over het hoge kleuren bezit van de leider, en de leider zal zo menige voor hem gunstige start krijgen.

Aangezien de AH weet dat openaar SA zal nabieden met een evenwichtig spel, betekent dit automatisch dat het noemen van een 2e kleurtje door openaar juist een onevenwichtig spel belooft!

Vergelijk de volgende biedserie, eerst door de ogen van een pure Acolist, dan door de ogen van een Walsher:

Openaar AH

1 1

1

Wat heeft de openaar nu? In ACOL een 4+-kaart  (of zelfs een 3+-kaart  als U een 5-kaart  heeft afgesproken) en een 4+-kaart  met 12-19 HCP. De AH moet met al deze verdelingen en krachtvelden rekening houden, een lastige taak.

De walsher kan meer conclusies trekken na het 1 rebid: aangezien er 1SA wordt geboden met een evenwichtig spel, wordt met een onevenwichtig spel ofwel de herboden (2 =6-kaart, niet al te sterk openingetje), ofwel een hoge kleur genoemd. Het noemen van de 4+-kaart hoge kleur garandeert echter een 5+-kaart in een relatief sterk spel, vanwege de vermoedelijke misfit (partner 'ontkende' vooralsnog een hoge 4-kaart).

Gevolg: de AH kan op 1-nivo conclusies trekken over het al dan niet evenwichtig zijn van openaar.

Men zou nu kunnen denken dat als speelsoort nooit meer in aanmerking komt, met zwakke handen. Dat is echter niet het geval. Na 1 - 1 (4-kaart) - 1SA (12-14, geen aansluiting, geen 4-kaart , evenwichtig), betekent 2 : 6-kaart (+ uiteraard 4-kaart ), en de boodschap dat 2 hoog genoeg is. Puur speelsoort correctie, want met een evenwichtige AH wil je liever in 1SA zitten, en met een sterke hand had je reverse geboden.

Het wordt tijd voor wat voorbeeldhanden.

1) West Oost

A H V 4  9 8

9 6 3  B 7 4

V 10 5  A H B 6 2

V 8 2  A H 5

Met de standaard aanpak verloopt het bieden:

1 1

1 2 (4e kleur)

3 4

4 5

De tegenstanders rapen 3 -slagen op (kleur zit gewoon 4-3)

Met Walsh gaat het:

1 1

1SA 3SA

2) West Oost

A 8  B 6 3

A V 7 4  8 5

10 9 5  A V B 7 4

H 10 3 2  A 8 5

Met Walsh verloopt het bieden:

West Oost

1 1

1SA 3SA

En noord moet kiezen tussen een of  uitkomst en zal in ongeveer de helft van de gevallen kiezen voor de 'foute' -uitkomst. In de standaard-aanpak zal het biedverloop er als volgt uitzien:

West Oost

1 1

1 1

1SA 3SA

De -start is nu aangewezen.

De voordelen van Walsh zijn hierboven in cursief vet aangegeven. Maar kleven er nu geen nadelen aan Walsh? Er zijn er 2 te bedenken:

  1. Uiteraard kan een goede fit in de -kleur verdrinken. Met een sterke AH (slem georiënteerde handen) zal dit echter niet het geval zijn, de sterke AH kan immers reverse bieden. Op laag nivo kan de -fit echter wel verdrinken. Maar in dat geval zal de TP echter een fit in een hoge kleur hebben (immers, "wij een fit, zij een fit"), en je maakt ze dus alleen maar opmerkzaam op het bestaan van hun fit. Het is dus niet zo erg dat op laag nivo de -fit verdrinkt, ze 'balancen' je er anders uit.
  2. Een nadeel is de 'samenwerking' met andere conventies: die moet goed worden afgesproken. Twee veel gebruikte conventies zijn in dit verband Walsh in combinatie met 4e kleur en Walsh in combinatie met check-back.
Walsh en 4e kleur

Wat Walsh in combinatie met 4e kleur betreft moet in het partnership worden afgesproken wat het 2 bod in de serie: 1 - 1 - 1 - 2 betekent. Dit zou nu kunnen zijn zwak met (analoog 1 - 1 - 1SA - 2 ) of 4e kleur. Volgens Walsh zelf is dit 4e kleur, terwijl 1 - 1 - 1 - 3 zwak met een 6-kaart is. Waarschijnlijk gaat hij ervan uit dat je 2 toch niet zou mogen spelen, en 3 is redelijk preëmptief. U kunt andere afspraken maken, het gaat erom dat er duidelijkheid omtrent de betekenis van de biedingen is.

Walsh en Check-back Stayman

Na 1 - 1 /1 - 1SA is 2 bod normaliter check-back. (Zonder check-back zou het speelsoortcorrectie moeten zijn). I.g.v. het walsh-1 antwoord is het geen check-back maar speelsoort correctie (en dus zwak). Maar wat als de AH sterk is met een 4/5-kaart  en een 4-4 hoog? Dan verloopt het bieden nog steeds simpel: 1 - 1 - 1SA - 2 (MF). Openaar moet zijn evt. 4-kaart nu wel noemen, of de -fit aangeven.

Walsh samengevat in biedschema:

Nadat partner met 1 heeft geopend betekenen de volgende biedingen iets anders dan in standaard ACOL:

1 * 4+-kaart , 6+ HCP en of 1) zonder hoge kleur, of 2) sterk genoeg vanaf 10+) om die evt. hoge kleur reverse te bieden.

1 * 5+ , 4+ , ongebalanceerd relatief sterk spel

1 * 5+ , 4+ , ongebalanceerd relatief sterk spel

1SA* qua kracht het normale 1SA-rebid 4-kaart(en) hoog mogelijk

pas de zwakke variant

2 NF, speelsoortcorrectie, mee

2 NF, speelsoortcorrectie, 6+-kaart , 4=kaart 

2 /2 MF, 4+ + 4+ / , 10+ (de sterke variant)

2 6+ , zwak en ongebalanceerd

2 NF, speelsoortcorrectie, 6+-kaart , 4=kaart 

2 /2 MF, 4+ + 4+ / , 10+ (de sterke variant)

1 * (4+ , 6+ HCP, evt. is er een 6-kaart verzwegen; in dat geval is de AH niet sterker dan ca. 10-11HCP)

1 * (4+ , 6+ HCP, evt. is er een 6-kaart verzwegen; in dat geval is de AH niet sterker dan ca. 10-11HCP)

T-Walsh

Is Walsh te verbeteren? Henk Uijterwaal bedacht van wel. Zijn verbeteringsidee is door Remco Brüggeman en Henk-Jan Willemsens uit Utrecht overgenomen en uitgewerkt in hun systeem BRUWIL.

Uijterwaal stelde dat als je toch niet meer van plan bent de  als kleur te noemen, dan kun je het 1 antwoord als transfer voor  spelen, en het 1 antwoord als transfer voor . Het klassieke 1 antwoord wordt dan gespeeld met 1 (transfer voor ). De transfer voor de hoge kleuren wordt geaccepteerd met een 3-kaart steun mee. (Transferweigering toont in dit geval dus juist geen fit)

Wat is/zijn daar nu weer het/de voorde(e)l(en) van? Allereerst komt, i.g.v. fit, het contract in de sterke hand. Maar laten we beginnen met de in BRUWIL gegeven voorbeeld hand: U heeft:

A 10 x x x B x x x x V x x

en uw partner opent 1 . In standaard ACOL zeg je 1 , en meestal zegt partner nu 1SA. Je hebt een onoplosbaar probleem. Je kan niet weten of 1SA of 2 het juiste eindcontract is. Met T-Walsh echter zeg je 1 . Partner accepteert nu met een 3-kaart  mee de transfer met 1 . Heeft hij die niet (en is zijn normale rebid 1SA) dan weigert hij met een doubleton (of slechter) de transfer met 1SA. In het eerste geval corrigeer je als AH naar 2 , in het 2e geval pas je rustig, wetende dat 2 niet beter zal zijn.

Ergo, de evt. 5-3 fit is al op 1-nivo bekend.

Tenslotte, de worden geboden middels een 1 transfer, zodat TP op 1-nivo geen goedkoop volgbod in een hoge kleur meer heeft.

In BRUWIL is dit T-Walsh-idee uitgewerkt tot een compleet relaysysteem, zodat de verdeling van de openaar precies kan worden opgevraagd. Dit hele complex (5 A4-tjes in onvolledig schema vorm met verwijzingen) is moeilijk te doorgronden en daarom slecht te onthouden. De makers rechtvaardigen de structuur met het antwoord dat er biedruimte gewonnen is door de transfer. Dit complex met zijn uitgebreide relays en vraagbiedingen wilde ik echter buiten beschouwing laten en U een eigen uitwerking aanbieden.

In non-fit situaties (d.w.z. de transfer wordt geweigerd) verloopt het verdere bieden natuurlijk. In daaropvolgende 4e kleur situaties wordt gereageerd alsof de kleur waarnaar getransfereerd geboden is, en niet de feitelijk geboden kleur zelf.

In fit-situaties wordt geboden via een gemakkelijk te onthouden schema, waarin de krachtvelden zo natuurlijk mogelijk worden doorgegeven. D.w.z. dat na acceptatie van de transfer de krachtvelden 7-9, 10-11, en 12-15 zijn, en je met een SA-rebid van AH een 4=-kaart hoog toont, en met noemen van de kleur een 5+-kaart hoog toont, met dezelfde krachtvelden.

Je houd je dan een probleem met de handen die te sterk zijn om de manche vol te gooien. Daar is een conventionele oplossing voor bedacht via het 2e rebid 2 . De logica hiervan is dat 2 als eindcontract toch niet in aanmerking komt. De TP 'balanced' je toch naar 3-nivo. Daarom kan je de series 1 - 1 - 1 - 2 en 1 - 1 - 1 - 2 gemakkelijk als RF spelen.

 

T-Walsh en 4e kleur

Zinnig is om af te spreken (ook in fit-situaties) dat alhoewel er getransfereerd is, de transferkleur (de aangeduide kleur) te spelen als de feitelijk geboden kleur; m.a.w. het 2 -bod in de serie 1 - 1 - 2 - 2 is 4e kleur, omdat het 1 -bod de  aanduidde.

T-Walsh en Check-back Stayman

Omdat in de serie 1 - 1 (transfer voor ) - 1SA door openaar al een 3-kaart en een 4-kaart  is ontkent (anders was de transfer met 1 geaccepteerd of 1 geboden), betekent 2 (Check-back) nu niet meer vragen naar een 3-kaart mee (of naar een 4-kaart andere hoge kleur) maar naar tophonneur doubleton in de transferkleur (of een 3-kaart andere hoge kleur). Analoog, na 1 - 1 (transfer voor ) - 1SA wordt nog wel naar een 4-kaart gevraagd.

T-Walsh samengevat in biedschema:

Na partners 1 opening betekenen de volgende biedingen t.o.v. standaard ACOL iets anders in T-Walsh:

1 * geeft aan 4+ , 6+HCP, tot ong.11-12 HCP wordt de -kleur (evt. zelfs nog 6-kaart ) automatisch verzwegen; met handen die daar sterk genoeg voor zijn wordt eerst 1 ( -transfer) en later 2 /2 (echt) geboden.

1 * RF, transferacceptatie op 3+

1NT* AH heeft 4= , 6-9 balanced

2NT* AH heeft 4= ,10-11 balanced

3NT* AH heeft 4= , 12-15 balanced

2 *, AH heeft 5+ , 6-9

3 *, AH heeft 5+ , 10-11

4 *, AH heeft 5+ , 12-15

3 */4 /4 splinters, troef

2 *, command bid, vraagt om 2 te bieden. Betekenis: te sterk voor schema boven, of reëel 3 -bod)

2 * de gevraagde relay (altijd met een 3-kaart )

2 * MF 5+ , 16+, te sterk voor ineens 4

2SA* MF 4= , 18-19

3 * MF, 6+ , te sterk voor ineens 4
3 mee, 4= , zwak
2 12-14 (i.g.v. 1SA=15-17) ,4= , balanced

3 MF,18-19, 4= , balanced

1 RF, 4+ , ontkent 3+

1NT geen 4+ en geen 3=

2 * check-back vraagt naar tophonneur doubleton /3=

2 geen Xx /xxx

2 Xx , evt.daarnaast xxx ; in dat geval zwak

2 xxx , geen Xx

2SA beide; relatief sterk

1 * (4+ , 6+ HCP; transfer voor ; biedschema analoog als hierboven na 1 )

1 * (geen 4-kaart hoog met 4+ , of 11/12 HCP met een bovendien een 4-kaart hoog, sterk genoeg om reverse te bieden; idee gelijk aan Walsh)

Een redelijke afspraak is verder dat Walsh en T-Walsh na doublet in stand blijven, en na een tussenbod vervallen.

De bovenstaande T-Walsh-variant is vooral makkelijker te onthouden dan de 'officiële' BRUWIL-variant. De kern van de voorliggende variant is het 2 * command bid, waarin de echt sterke handen in zijn verwerkt.

 

Opmerkingen na enige tijd praktijk T-Walsh

1) De azenvraag-situatie.

Duidelijkheid moet er zijn over de serie 1 - 1 - 1 - 3SA - 4SA. Wat is 4SA in die serie, azenvraag of kwantitatief? Logisch is het om 4SA te spelen als kwantitatief, want als het azenvraag (met -troef) is, waarom is er dan geen enkele kontrole doorgegeven? Maar als 4SA kwantitatief is, omdat je anders kontrolebiedingen zou doen, dan levert vervolgens de serie 1 - 1 - 1 - 3SA - 4 een probleem. Is 4 dan een -kontrole in een -contract of slemonderzoek voor een -contract? Het lijkt me het eerste, maar het belangrijkste lijkt me weer dat er binnen het partnership overeenstemming bestaat.

  1. Het accepteren van de -transfer.
Na 1 - 1 - is (analoog Walsh) 1SA het aangeven van een evenwichtige hand. Voor een 1 ( -transfer) is slechts een 4-kaart nodig. Daarom is voor het accepteren van de transfer een 4-kaart  benodigd. Tevens is het analoog de filosofie achter het 2 -command bid handiger af te spreken dat 2 RF is voor de handen met een (1-3)-4-5 en ong. 20 punten. Die handen komen weinig voor, maar wederom, je wordt er of uitgebalanced, of je partner heeft die 20 punten. Beschouw het daarom maar als RF.

3) Uitbreiding i.g.v. 5-kaarten hoog

Het idee om op deze manier de sterkste hand te kunnen laten spelen en bovendien de 5-3 hoog fit te kunnen ontdekken bevalt heel goed. T-Walsh speelt vermoedelijk het best in combinatie met 5-kaarten hoog. Dan worden de 4 -3-3-3 en de 3-4 -3-3 allebei met 1 geopend. Om optimaal van de T-Walsh voordelen te kunnen profiteren kan je dan ook de 3-3-4 -3 met 1 te openen.