Genealogie JCK

 


De naam KLESSER
Families uit de kwartierstaat van J.C. Klesser

OP ZOEK NAAR DE BETEKENIS VAN EEN FAMILIENAAM

Een zeldzame familienaam heeft bij genealogisch onderzoek zijn voordelen; hij behoedt je van het begin af aan voor dwaalwegen naar naamgenoten die uiteindelijk geen verband met je voorgeslacht blijken te hebben. In het maatschappelijk verkeer is een naam als Klesser echter maar al te vaak een aanlei­ding voor goedbedoelde maar onjuiste "correcties" in meer bekende klanken als Klessens (= Klaas­sen(s), patroniem van Klaas) of Kessler (= Ketelaar, be­roeps­naam).

Alle Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Klessers stammen af van Georg Imke Klesser, die rond 1840 vanuit Oldenburg naar Haarlem kwam. Maar ook in Duitsland bleek deze naam uiterst zeldzaam te zijn en ook daar konden alle dragers van de naam als familiele­den worden geïdenti­ficeerd. Deze exclusiviteit bleek samen te hangen met de wisselende spelling in de loop der jaren, die zo uitzonderlijk was, dat zij slechts éénmaal plaats kan hebben gehad.[1] In de gevonden stamreeks bleek dit geslacht van boekdruk­kers een eigen wijze van carrièreplanning te hebben gevolgd. De als boek­drukker gevestigde vader leerde zijn zoon wellicht de eerste beginselen van zijn stiel, maar droeg in ieder geval de liefde ervoor over op zijn stamhou­der. Deze ving zijn loopbaan echter niet aan in zijn geboorte­stad, maar trok als boek­drukkergezel naar een andere stad om zich daar (verder) in het vak te bekwa­men. Vervolgens huwde hij een bruid ter plaatse en werd daarop als boekdru­kker vermeld: een traditie die door de elkaar opvol­gende generaties bewaard werd.

Volgen wij deze langzame verschui­ving van de genera­ties vanuit het uiterste oosten van de omgeving van Dessau, naar het westen van Nederland, Haarlem, in omgekeer­de richting.

Georg Imke Klesser, geb. Oldenburg 22-4-1814, koopman, overl. Haar­lem 17-8-1872, tr.2 Haarlem 23-1-1856 Maria Braakman, geb. Brum­men 12-9-1828, overl. Haarlem 15 april 1876.

Christian Heinrich Albrecht Klesser, geb. Hildesheim 8-12-1784, "Buch­drucker und Eigentümer", overl. Oldenburg 23-3-1831, tr. Gesine Mar­grete We(e)ber, geb. Delmenhorst 16-9-1791, overl. Osternburg 7-11-1870.

Friedrich Julius Klösser/Kleszer, geb. Helmstedt 16-12-1758, "Buch­druc­ker", tr. Hildesheim 6-5-1781 Anna Magdalena Fischer, geb. Boden­burg.

Heinrich Christian Klösser, geb. Greiz im Vogtland, "Buchdrucker und Kunstbeflissener", tr. Helmstedt 25-11-1755 Marie Johanne Müller.

Georg Friedrich Glöszner/Kleszer, geb. Zörbig, ?-6-1710, "Buchdrucker und Kunstbeflissener", begr. Dessau, 5-10-1740, tr. Greiz 12-9-1734 Maria Elisabeth Arnold, geb. Greiz, begr. Greiz 24-11-1768.

Georg Klesser,  geb. ?, vóór ca. 1690. Er zijn acht door hem gedrukte uitgaven teruggevonden: de eerste in 1713 te Zörbig gedrukt, de overige zeven van 1722 tot  1734  te Jesznitz an der Mülde.

Drukkers in die dagen waren ook tegelijk uitgevers en boekverkopers. Hun invloed gold in die dagen voor de overheden als belangrijk genoeg om serieus onder controle gehouden te worden. Dat begon al met de noodzaak van een “Druckereiprivileg”. Het  lijkt waarschijnlijk, dat deze Georg, zoals ook zijn nakomelingen zouden doen, vanuit zijn voor ons nog onbekende geboorteplaats elders op zoek ging naar een gunstig oord voor de vestiging van een drukkerij.

De schrijfwijzen van zijn familienaam lijken echter wel een aanwijzing te bevatten, dat dit "elders" niet al te ver weg moet zijn geweest. Het is immers opval­lend, dat deze naam bij het huwelijk van Georg Friedrich en Maria Elisabeth als Kleszer wordt vermeld en bij de begrafenis van deze laatste als weduwe Glösz­ner(in), beide kennelijk nog niet defini­tief vastgelegde schrijfwijzen van eenzelf­de naam en in die gestalten weinig voorkomend. De combi­na­tie van beide vormt een juist in de niet ver afgelegen grensstreek van het Ertsge­bergte met zijn glasin­dustrie wel zeer gebruikelijke beroeps­naam Gläsz(n­)er, zelfs nu nog in vele varianten aanwezig.  Hoewel de stamvader (nog) niet gevonden is, kan het uitermate waarschijn­lijk genoemd worden dat de boekdrukkers en hun nazaten dus van een glasblazer/glazenier afstamden, wiens beroep zij drie eeuwen tot op de dag van vandaag als onbegrepen familienaam voerden.                                                                                                                 

 

 

"EINDEUTSCHUNG"

Toen wij op Internet alle van telefoon voorziene naamgenoten in Duitsland opvroegen, waren het er maar 26, maar toch meer dan wij had­den ver­wacht. Een aantal van de veronderstelde familieleden die wij niet konden thuisbren­gen, werd aan­ge­schre­ven. De schrif­te­lijke en telefonische reacties waren sym­pathiek en …… gaven ook de oplos­sing voor het toch onverwacht hogere aantal.

 

Een leraar-naamgenoot greep naar de telefoon en vertelde uitvoerig, hoe zijn vader tijdens de laatste oorlog een goed aan de grens met Polen wilde ko­pen. In die jaren en nog lang daarna kende men zgn "volks­duitsers": mensen van Duitse afstam­ming, die soms al eeuwenlang in slavi­sche of andere gebieden woonden en fami­lienamen droegen die daar gebrui­kelijk waren: in die tijd een toestand die voor nazaten van Germanen on­waardig was. Bij die gele­genheid eiste men dan ook van leraars vader, Kolessa geheten, een naams­verandering bij de dienstdoende onomatoloog ter plaat­se. Deze "des­kun­dige" vond na raadple­ging van een Duitse telefoongids of een soortge­lijk stan­daardwerk een ger­maanse ae­quivalent voor deze verfoei­lijke slavi­sche bena­ming: helaas was dat Klesser. Mijn telefoonrelatie was nog geboren als Kolessa en werd bij die gelegenheid ook omgedoopt; zijn daarna geboren, jongere zuster werd in­geschreven met de nieuwe benaming. Hij was ook niet blij met het res­pect­loos gepruts, "Eindeutschung" geheten, dat een voor hem volkomen nietszeggende naam opleverde. Maar inmiddels was hij stamvader van twee generaties van een zeer jong geslacht van kinderen en kleinkinderen, die met deze naam waren opgegroeid; hij kon ze een terugkeer naar hun oorspronkelijke naam niet aandoen.

Zo delen de Klessers sinds 1940-45 hun exclusieve naam met een familie die er toen tegen wil en dank mee opgezadeld werd.


[1] 
Helaas is gebleken, dat deze uitspraak voor alle tot 1940 gesignaleerde Klessers geldt, maar sinds die jaren een kanttekening behoeft; zie de hierna volgende bijdrage “Eindeutschung”


FAMILIES UIT DE KWARTIERSTAAT
VAN JAN C. KLESSER  


 

Aa, van der Beek en Donk NB NL  1640-1740
Aa, van der Haarlem NH NL 1740-1844
Arnold Greiz imVogtland TH  1650-1768

Bemmen

Utrecht UT NL 1677-1730
Bemmen Goes ZL NL 1559-1654
Blaauw de Gravenhage, 's ZH NL 1725-1850
Blaauw de Amsterdam NH NL 1860-1960
Bloys van Treslong Gravenhage,'s ZH NL 1723-1797
Bloi/ys Oudenbosch NB  NL 1702-1739
Bloys, van Bergen op Zoom NB NL   1600-1633

Bloys, van

Roosendaal NB NL 1500-1600
Blois-Châtillon, van Schoonhoven ZH NL 1340-1381
Bouter Stolwijk ZH NL 1670-1770
Bouter IJsselstein UT NL 1775-1815
Bouter Medemblik NH NL 1810-1850
Braakman Loenen GE NL 1650-1685
Braakman Velp GE NL 1685-1739
Braakman Renkum GE NL 1739-1770
Braakman Brummen GE NL 1770-1850
Braakman Haarlem NH NL 1850-1880
Brandenburg Leeuwarden FR NL 1760-1800
Brodden Uden NB NL 1690-1770
Brodden Haarlem NH NL 1770-1813
Brouwer Gravenhage, 's ZH Nl 1750-1800
Calkoen  Amsterdam NH NL 1624-1755
Decker Monnikendam NH NL 1710-1760

Dompselaer, van

Utrecht UT NL 1561-1610
Drielenburg, van Utrecht  UT NL 1433-1669
Egeling Utrecht UT NL 1665-1776
Fischer Bodenburg NS D 1740-1790
Haan, de Hommerts FR NL 1682-1700
Haan, de Nijehaske FR NL 1700-1750
Haan, de Joure FR NL 1743-1880
Haan, de Amsterdam NH NL 1870-1936
Helmig Greiz imVogtland TH D 1650-1753
Heuvel, van den Harderwijk GE NL 1630-1740
Heuvels Nijmegen GE NL 1660-1680
Heuvels Gravenhage, 's ZH NL 1680-1760
Hofstra (Tyetie Hottyez) Aegum FR NL 1511-1520
Hofstra (Hotse Tettes) Warniahuizen FR NL 1698-1750
Hofstra (Tette Hotses) Oldeboorn FR NL 1715-1850
Hoog, de Waspik NB NL 1650-1697
Hulshof Apeldoorn GE  NL 1650-1743
Jong, de Leeuwarden FR NL 1730-1796
Klesser (Glöszner) Greiz imVogtland TH D 1734-1755
Klesser (Klösser) Helmstedt NS D 1755-1781
Klesser  Hildesheim NS D 1781-1810
Klesser Oldenburg NS D 1810-1850
Klesser Zörbig          SA D 1713-1722
Klesser Jesznitz a.d.Mülde SA D 1722-1734
Klesser Haarlem NH NL 1850-1970
Klesser Amsterdam NH NL 1900-1970
Klijnsma Ouwsterhole FR NL 1754-1830
Kluijskens Bloemendaal NH NL 1730-1780
Kornelis Heerenveen FR NL 1757-1848
Leemhorst Apeldoorn GE NL 1600-1700
Leeuwen, van Sprang NB NL 1690-1620
Lissabant/Nissebant Gravenhage, 's ZH NL 1700-1750
Odaers Oosterhout NB NL 1690-1778
Ouderkerk Harderwijk GE NL 1724-1755
O(u)derkerk Monnikendam NH NL 1755-1835
Ormond, van Hoorn NH NL 1760-1830
Pannekoek Apeldoorn GE NL 1481-1700
Panouille Gravenhage, 's ZH NL 1615-1700
Pasma Akkrum FR NL 1698-1750
Pasma Snikzwaag FR NL 1770-1790
Pasma Heerenveen FR NL 1790-1839
Polders Brummen GE NL 1730-1798
Rietveld Benschop UT NL 1687-1735
Sager Hannover DNS D 1760-1790
Sager Rotterdam ZH NL 1790-1810
Schermer Sijbekarspel NH NL 1760-1812
Schut Hoorn NH NL 1760-1880
Schut Amsterdam NH NL 1880-1970
Simons Hoorn NH NL 1780-1895
Smits Schermerhorn NH NL 1730-1780
Smith Hoorn NH NL 1780-1850
Spoelstra Huizum FR NL 1700-1770
Spoelstra Oldeboorn FR NL 1779-1796
Spoelstra Gravenhage, 's ZH NL 1796-1847
Steenhoven, van Oosterhout NB NL 1700-1760
Steenhoven Maarschalk, v. Rotterdam ZH NL 1794-1820
Zuteminne Luik BLG B 1280-1400
Zutman Luik BLG B 1400-1540
Sutmans Gravenhage, 's ZH NL 1610-1640
Swarte Aschendorf NS D 1660-1776
Swarte Amsterdam NH NL 1776-1830
Swarte Haarlem NH NL 1830-1860
Theunissen Brummen GE NL 1730-1780
Veen, van der Gravenhage, 's ZH NL 1600-1670
Vreeswijck Delfshaven ZH NL 1750-1790
Vreeswijck Gravenhage, 's ZH NL 1790-1850
Vroem, de Roosendaal NB NL 1586-1612
Weeber Delmenhorst NS D 1770-1870
Weidema Oldeboorn FR NL 1770-1833