Mull.

Mull is een prachtig eiland voor de rustzoekers, terwijl de vertierzoekers in de hoofdstad Tobermory terecht kunnen. Er zijn vier manieren om op Mull te komen: allereerst met eigen boot, en ook met het vliegtuig vanaf Glasgow Airport is mogelijk (hoewel er geen reguliere dienstregeling meer is, informeer dus eerst bij het vliegveld in Glasgow). Landing is op de airstrip vlakbij Salen.

de in-en uitcheckbalie

De normale routes naar Mull zijn per ferry: vanaf Oban (zeker in de zomer is vooraf reserveren verstandig) en via een omweg over Morvern. Dit laatste kost meer tijd maar is zeker de moeite waard. Rijd eerst naar Corran (gelegen tussen Glencoe en Fort William), steek daar met de ferry het smalste deel van Loch Linnhe over, en vandaar gaat het tussen de bergen van Morvern naar Lochaline (twee routes mogelijk). Tussen Lochaline en Fishnish op Mull vaart een redelijk groot veer waardoor er bijna nooit wachttijden zijn. Meer informatie over ferries bij Caledonian MacBrayne.

Achtereenvolgens worden hieronder behandeld: Tobermory, de rondrit Tobermory-Dervaig-Calgary-Gruline-Salen, Ben More (de hoogste berg van Mull), Ulva, de vanuit Oban te boeken dagreis Craignure-Fionnphort-Iona-Staffa-Treshnish Isles, de Treshnish Isles en tenslotte algemene informatie over Mull.

Tobermory.

De naam Tobermory betekent "Maria's bron", het is een vriendelijk stadje met kleurige huisjes en heeft ongeveer 1000 inwoners.

Veel pleziervaart ('s zomers verviervoudigt de populatie), en er ligt een wrak van een Spaans schip waar duikers uit de hele wereld al tientallen jaren naar op zoek zijn. De plaatselijke Tobermory Maltwhisky is amper te verkrijgen: sinds een grote brouwerij de zaak heeft overgenomen gaat bijna alles naar het vasteland om daar versneden en verkocht te worden. In "the Mishnish", een knalgeel geschilderde pub, is de avond vaak gevuld met live muziek van Schotse oorsprong.
In Tobermory bevindt zich Mull's enige "muur" om geld uit te trekken.
Terug naar inhoud.

De rondrit Tobermory-Dervaig-Calgary-Gruline-Salen.

Na Tobermory (omgevingskaart) verschijnen eerst drie hogergelegen meren, die veel vis bevatten. Een vergunning is wel nodig. Dervaig is een klein dorpje met een klein maar fijn boekenwinkeltje, ook is hier het museum "the Old Byre" te vinden. Een video over de geschiedenis van Mull is gekoppeld aan een aantal nagebouwde taferelen uit die geschiedenis. Tevens informatie over het wildlife.
De kerktoren steekt als een raketkop boven de naaste omgeving uit.

Dervaig

Onderweg naar Calgary is de afslag naar Croig. Hier moet de auto blijven staan (de zelfgemaakte jam die in de muur aangeboden wordt is lekker, er wordt slechts verwacht het verschuldigde bedrag in het geldbusje ernaast te storten) en een wandeling van een goede kilometer voert naar Port-na-Ba (haven van het vee). Dit was vroeger een verzamelpunt waar het vee, zwemmend vanaf de eilanden (o.a. Coll, Tiree), aankwam, om vandaar via Oban verder vervoerd te worden naar de grote veemarkten op het vasteland.

Port-na-Ba

Verderop in een baai ligt Calgary met zijn strand, waarvandaan tijdens de clearances het volk vervoerd werd naar "de nieuwe wereld". Heimwee leverde veel Schotse plaatsnamen op in de VS en Canada, en hiervan is de ex-Olympische stad Calgary wel het bekendste voorbeeld.

Calgary Bay

Rondom Calgary zijn er diverse mogelijkheden om met de boot Staffa en de Treshnish Isles te bezoeken, onder andere via Turus Mara.

Richting Gruline zijn er, als het weer meezit, vergezichten op de Threshnish Isles en Iona. Ulva wordt gepasseerd. De bovenste etage van de Eas Fors komt in zicht. Eas is Gaelic en Fors is Noors, beide betekenen "waterval". Het mooiste gedeelte is het onderste, hiervoor moet nog 1 a 2 kilometer doorgereden worden voordat er een weggetje naar beneden is, waarna je terug kunt lopen. Iets voorbij Gruline (richting Balnahard) ligt een mausoleum, maar daar is weinig aan te zien. De andere kant uit ligt Salen, met een postkantoortje en een restaurant (doe het niet!). Iets beter is het eten in het Glenforsa Hotel, 2 kilometer richting Craignure. De weg tussen Salen en Tobermory wordt wel de slechtste A-road in Groot-Brittanie genoemd, het grootste deel is zelfs single track. Men is bezig er een echte weg van te maken, de laatste kilometers voor Tobermory zijn nieuw en tweebaans.
Terug naar inhoud.

Ben More.

De Ben More is met zijn 966 meter de hoogste berg van Mull. Zoals de eilanders zeggen: als je de top van Ben More niet ziet, regent het, en als je hem wel ziet, gaat het regenen. Het is een zogenaamde "Munroe" (hoger dan 3000 feet) en hij is in een dag te beklimmen.

zicht vanaf Ulva

De klim begint vanaf de zeespiegel (het is dus echt een kilometer omhoog), het beste vertrekpunt is bij Dhiseig Farm (naambord is aanwezig). Voor de minder fanatieken is er een aardig alternatief in de Coire Bheinn, deze is 561 meter en is hoger dan zijn buren (behalve natuurlijk de Ben More) zodat er vanaf de top bijna 360 graden rond uitzicht is. Bij helder weer zijn de Cuillins op Skye, Barra, Staffa, Iona en de Treshnish Isles, Islay en the Paps of Jura, en de bergen van het vasteland zichtbaar. De Coire Bheinn is het best te beklimmen vanaf het zuidwesten, begin de beklimming op de weg tussen Balnahard en Balevulin vlak voor het bos. Voor beide beklimmingen geldt dat een detailkaart gemakkelijk is (Landranger 48, coordinaten Coire Bheinn: 49-33).
Terug naar inhoud.

Ulva.

Ulva is niet zo bekend maar het is zeker een bezoek waard. De ferry (alleen passagiers) vaart, behalve 's zondags, op verzoek, bij de kade hangt een bord om de aandacht van de veerman te trekken (schuif het raam van het bord van het rode vlak naar het witte vlak). Voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Het tochtje over het water duurt een minuutje en voert naar het boathouse, waar wandelkaart en een boekje met toelichting te verkrijgen zijn. In het boathouse is een klein museum ingericht over de geschiedenis van Ulva, en op de kaart van het restaurant staat o.a. verse oesters (voor de liefhebbers....). Er is keus tussen korte en lange wandelingen, ook is er de mogelijkheid naar Gometra te lopen en daar te overnachten. Op Ulva hebben eens 600 mensen gewoond die leefden van het verzamelen van kelp. Dit werd als grondstof voor zeep gebruikt. De clearances maakten hier een eind aan en tegenwoordig woont er nog maar 1 familie. Resten van dorpen zijn nog te zien op het eiland.

Ormaig

Aan de kust zijn er ook basaltkolommen, maar lang niet zo spectaculair als op Staffa. De wandelaar die op zoek is naar rust moet beslist Ulva bezoeken.
Terug naar inhoud.

Craignure-Fionnphort-Iona-Staffa-Treshnish Isles.

Bij verschillende maatschappijen vlakbij en op de kade van Oban zijn georganiseerde reizen naar Iona, Staffa en de Treshnish Isles of combinaties daarvan verkrijgbaar. Pas op in Oban: foutparkeerders worden onmiddellijk gestraft (GBP 20,-) en men controleert iedere dag. De meeste touristen vertrekken met de boot van 10 uur 's morgens (info veerdienst Caledonian MacBrayne) maar er zijn ook trips die om 8 en 12 uur starten. De trips geven geen mogelijkheid om Duart Castle (home of the Clan MacDonald) en Torosay Castle met zijn beeldentuin te bezichtigen, daarvoor volstaat een gewoon kaartje voor de ferry. Beide liggen iets buiten Craignure, dat verder slechts dient als een groot busstation.
Onderweg naar Fionnphort (omgevingskaart) worden een aantal kleine dorpjes gepasseerd en ook alleenstaande huizen. Electriciteit hebben alle huizen nog wel (als er tenminste geen palen zijn omgewaaid) maar voor water is iedereen afhankelijk van wat er van de berg stroomt. Voor tijden van droogte zijn er noodwatertanks, maar als de regen een week uitblijft komen er een aantal huishoudens in de problemen. Gelukkig (?) komt dat niet vaak voor.
De afslag naar Carsaig leidt naar een pas, niet zo hoog maar het steile weggetje heeft bijzonder weinig passing places. Niet geschikt voor minder zekere chauffeurs. Vanaf het strand zijn de 'Carsaig Arches' bereikbaar, door de zee uitgesleten poorten in het gesteente. Enkele reis is acht kilometer, over een niet al te goed begaanbaar pad. Informeer ook eerst naar de getijden.
De boekenwinkel in Fionnphort is behoorlijk uitgerust, met heel veel boeken over Mull en de eilanden vlakbij, en vanaf hier vertrekken excursies naar Iona en Staffa, en de Treshnish Isles.
Terug naar inhoud.

Treshnish Isles.

Een groep van 9 eilandjes voor de kust van Mull. Ze zijn onbewoond, de laatste bewoners vertrokken in 1834 van Lunga. Dit is ook het meest bezochte eiland, vooral bekend vanwege de aanwezige vogels. Excursies alleen in de zomermaanden.

Dutchman's Cap en Lunga
Terug naar inhoud.

Overige informatie.

Het weer op Mull is, zoals aan de hele Schotse westkust, vrij nat maar vooral ook veranderlijk. Het kan binnen een kwartier volledig omslaan. De minste regen valt in mei en juni.
Het wildlife op Mull is gevarieerd, zeehonden, otters, walvissen (zeesafari 01688-400223), adelaars, herten etc. (safari 01680-300437 of 01688-400209). Verspreid zijn fossielen te vinden (bv. in Ardtun op de Ross van Mull); op alle stranden liggen niet alledaagse schelpen. Het water is bruin van de turf.
Tourist Information is aanwezig in Tobermory. Drie "Landranger" landkaarten bestrijken Mull, nrs. 47 (Tobermory en Noord-Mull), 48 (Iona en West-Mull) en 49 (Oban en Oost-Mull).
Terug naar inhoud.

Voor meer informatie over Mull met aanhang: Mull

Voor opmerkingen en reacties: kees.beekman@wxs.nl

© 1998-2001 Teun Kees
Alle rechten voorbehouden; behalve voor particulier gebruik, is alle gebruik van tekst of foto's van deze homepage verboden, tenzij toestemming van de auteur is verkregen.