HET WERKEN MET CHOCOLADE
Iedere
huisvrouw heeft al eens chocolade gesmolten en geprobeerd er iets mee te vormen!
Maar wonder boven wonder de chocolade krijgt zijn oorspronkelijke hardheid niet
terug. ‘Zal wel slechte chocolade geweest zijn’ wordt dan snel gedacht. Niet
waar. Als je vertrekt met een couverture of dekchocolade is er maar een ding wat
je mist namelijk kristallen. Dit is de basis voor het werken met chocolade en
om deze chocoladekristallen te kweken moet de chocolade GETEMPEREERD worden.
Zelfs
vakmensen hebben soms moeite met deze materie en deze uitdaging maakt dat het
vak van chocolatier erg leuk is.
Demonstraties van leveranciers van
chocolade worden druk bezocht en de toehoorders zijn
uitermate geïnteresseerd. Uit de vraagstelling aan de
demonstrateurs blijkt, dat het hele probleem van het werken met
chocolade is samen te vatten in één woord:
TEMPEREREN
Iedereen kent het woord, maar denkt bij
problemen met chocolade te weinig aan wat tempereren in feite
is.
De problemen liggen altijd aan de
chocolade, het weer, de apparatuur, de vochtigheid, de vormen en
wat al niet meer voor oorzaken te bedenken zijn, maar nooit aan
het feit, dat de chocolatier niet aan de theorie denkt. Meestal
is het laatste de oorzaak en geen van de eerder genoemde
punten.
Daarom wordt in dit artikel het tempereren
nog eens onder de loep genomen.
Wat is
tempereren
Dit is eigenlijk de vraag waarom het
draait. Temperering is een kristalvorming starten. De
nadruk op beide woorden is bewust gelegd, omdat beide woorden
samen in feite de theorie in een notendop vormen. Het woord
starten is gekozen en niet het woord kweken, omdat met starten
een begin wordt aangeduid, dat steeds verder gaat. Dat wil
zeggen, dat wanneer de kristalvorming is begonnen, deze steeds
maar verder doorgaat en er steeds meer kristallen
komen.
Wanneer men dus de chocolade getempereerd
heeft, volgt daaruit, dat maar gedurende een beperkte tijd de
vloeibaarheid ideaal is en daarna steeds dikker wordt.
Men kan alleen langer met deze
getempereerde chocolade werken, als men de groei van de
kristallen op een of andere wijze remt of vermindert.
Terug naar het tempereren. Chocolade wordt
gesmolten naar een temperatuur boven de 40° C., zodat alle
kristallen verdwenen zijn. Vervolgens wordt de vloeibare massa
geheel of gedeeltelijk in zo kort mogelijke tijd, bewegend
afgekoeld naar ca.27° C. In het koelingtraject vormen zich kristallen,
beginnend bij ongeveer 30° C.
Chocolade, of beter de cacaoboter, is
echter een merkwaardige stof, die de mogelijkheid heeft meerdere
soorten kristallen te hebben of te vormen.
Wat wij echter willen hebben is een mooi
gevormd, regelmatig kristal. Van mooie stenen kan men een mooie
muur bouwen en niet van onregelmatige stenen. Mooie kristallen
geven een mooie glanzende structuur aan de chocolade. Het
kristal, dat wij willen hebben vormt zich bij ca. 27° C, terwijl wij
daarvoor al 3 lelijke kristallen hebben verkregen.
Wanneer wij het mooie kristal hebben, dan
moeten wij proberen van de drie, eerder verkregen, slechte
kristallen af te komen. Het laatste kristal is sterk en
levenskrachtig, de drie eerdere zijn onregelmatig, maar ook zwak.
Van deze eigenschap maken wij gebruik om er van af te komen. Door
de temperatuur weer op te voeren, smelten de juist gevormde
slechte kristallen weer en blijft alleen het goede
over.
Menigeen zal denken; dat doe ik en toch
gaat het fout, dus .... vul maar in. Toch weer terug naar de
theorie, met enkele foute oorzaken. Zoals gezegd is tempereren
een kristalvorming starten. Hieruit volgt, dat wanneer het
traject te langzaam wordt doorlopen, de afkoeling en opwarming
dus te langzaam wordt doorlopen, dus te langzaam gaat, de zwakke
kristallen te sterk zijn geworden en er teveel van zijn. Er
blijven er dan toch "leven", ondanks het opvoeren van de
temperatuur, met als resultaat toch een slechte structuur van de
chocolade.
Men kan op verschillende manieren tempereren
1. Door de hele massa het tempereertraject
40 - 27 - 31° C te laten doorlopen.
2. Door slechts een gedeelte van de
chocolade af te koelen naar 27° C en deze massa weer aan
de warmere toe te voegen en zo de afgekoelde hoeveelheid weer
naar de verwerkingstemperatuur te brengen.
3. Door aan de warme chocolade (boven
40° C)
een hoeveelheid vaste, goed getempereerde chocolade, waar dus
goede kristallen inzitten, toe te voegen. De zogenaamde entmethode.
De eerste methode wordt gedaan met een
tempereerketel, van het type charge-of batch-temperering.
De tweede methode wordt gedaan met een
couverturebak en de derde methode met een vormenvulmachine.
Bij de methodes 2 en 3 worden het
makkelijkst fouten gemaakt. Wanneer de verhouding koudere
chocolade - warmere chocolade niet goed is, gaat men in de
fout.
Is er teveel warme chocolade, dan smelten
alle kristallen, ook de goede en heeft men geen kristallen. Met
andere woorden de chocolade is te warm. Wanneer de chocolade dan
uiteindelijk een vaste vorm krijgt, heeft men allerlei kristallen
door elkaar en is de structuur niet goed.
Teveel koude chocolade aan de warme
toevoegen betekent, dat men niet voldoende kan opwarmen om alle
foute kristallen op te smelten en ook hierbij is het
eindresultaat niet goed. De vloeibaarheid is bij een juiste
temperatuur erg slecht.
Bij de eerste fout zal men opnieuw moeten
tempereren. Bij de tweede fout (teveel koude chocolade) kan men
nog iets redden, door de chocolade iets boven de
verwerkingstemperatuur van 31° C te brengen. Toch is
men kritisch bezig en kan het eindresultaat niet echt
tevredenstellend zijn.
Zoals eerder gesteld, betekent tempereren
een kristalvorming starten. Dit houdt in dat de chocolade bij een
gelijkblijvende temperatuur steeds meer kristallen gaat bevatten,
dus stijver wordt. De tijd waarin de chocolade verwerkbaar blijft
is beperkt. In welke mate, hangt af van wat men met de couverture
doet. Beweging en afkoeling activeren de
kristalvorming.
In de praktijk voegen sommigen dan
cacaoboter toe om de viscositeit op peil te houden. Dit moet men
NOOIT doen.
Couverture is een zeer nauwkeurig
samengesteld product en ongecontroleerd toevoegen van cacaoboter
is volledig fout.
Het tegengaan van dikkere chocolade is zeer
eenvoudig, want wat we in feite moeten doen, is het teveel aan
kristallen terugdringen. Dit kan op twee manieren. Ten eerste
door het geleidelijk verhogen van de temperatuur, door het hoger
zetten van de thermostaat van een couverturebak of
vormenvulmachine. Voor pure chocolade kan dit tot
34,5° C
Hou echter wel rekening met de mogelijke afwijking van de
thermostaat, tot de werkelijke temperatuur. Waarbij tevens
gesteld wordt dat de genoemde temperatuurwaarden indicatiewaarden
zijn en geen wetmatige. Een andere, maar goed beschouwd dezelfde
methode, is toevoegen van warme chocolade.
Er zijn vele apparaten en machines voor de
verwerking van chocolade en hoe mooi ook uitgevoerd, de theorie
van de chocolade kan een chocolatier nooit ontlopen.
Tot besluit moet echter gesteld worden, dat
vele wegen naar Rome leiden. Heeft U een goed resultaat met Uw
huidige werkmethode, verander die dan niet.
Heeft U moeite met het verwerken van chocolade, dan heeft dit
artikel U misschien op de goede weg gebracht