Hansje Pek
Hansje Pek
Hansje Pek
Die zat op 't hek;

Toen kwam zijn grootje,
Die gaf hem een broodje;

Toen kwam zijn zusje,
Die gaf hem een kusje;

Toen kwam een kindje,
Dat gaf hem een lintje;

Toen kwam de pastoor,
Die gaf hem een klap om zijn oor.