![]() Het wonderhuisje
In Den Haag daar staat een huisje
en dat is een wonderhuisje. In dat huisje is een kamer en dat is een wonderkamer. In die kamer is een kastje en dat is een wonderkastje. In dat kastje is een plankje en dat is een wonderplankje. Op dat plankje staat een flesje en dat is een wonderflesje. In dat flesje is een drankje en dat is een wonderdrankje. Van dat drankje - luister goed - worden stoute kind'ren zoet. Dus moet Hansje met zijn moe mee naar het wonderhuisje toe. |