In Nederland zijn ruim 2300 soorten vlinders vastgesteld. De meeste soorten behoren tot de zogenaamde kleine vlinders
(Microlepidoptera). Het aantal soorten Nederlandse dagvlinders bedraagt 62, waarvan 19 gelden als uitgestorven.
Sinds 1988 hebben wij op Rottumerplaat 21 soorten dagvlinders waargenomen. Het zijn nagenoeg allemaal in Nederland algemene
tot uiterst algemene stand- en trekvlinders. Op Rottumerplaat varieert hun status van eenmalige waarneming (bijvoorbeeld
Koevinkje
Aphantopus hyperantus) tot (zeer) algemene stand- of trekvlinder (bijvoorbeeld Dagpauwoog Inachis io).
|
Eén van de meest algemene soorten, waarvan op het eiland een stabiele populatie aanwezig is, is de
Heivlinder (Hipparchia
semele). Tijdens de hoofdvliegtijd in augustus kunnen in goede jaren meer dan duizend exemplaren aanwezig zijn. Tot het
begin van de jaren '90 was deze soort in Nederland nog een algemene standvlinder. Sindsdien is hij
echter snel in aantal achteruit gegaan, en staat nu op de Rode Lijst Dagvlinders als zijnde een gevoelige soort.
Klik hier voor meer gegevens over de Heivlinder: aantalsontwikkeling
in Nederland en de resultaten van de monitoringroute op Rottumerplaat.
|
In 1995 en 1996 was er in Nederland een kleine invasie van de overigens als uitgestorven geldende
Rouwmantel (Nymphalis
antiopa). Op 16 augustus 1996 lag een dood exemplaar in de vloedlijn aan het Noordzeestrand van Rottumerplaat.
1998 Was door het natte en koude weer een slecht jaar voor de vlinders op Rottumerplaat. Toch werd dit seizoen een voor ons
nieuwe soort waargenomen. Op 27 juli was een mannetje
Bont zandoogje (Pararge aegeria) aanwezig.
Ook 1999 was geen goed jaar voor de dagvlinders. Van de meeste soorten lagen de aantallen flink lager dan gemiddeld. Zo werden van het Icarusblauwtje slechts drie exemplaren gezien.
Van Dagpauwoog, Atalanta en Kleine vos werden dit jaar geen rupsen gevonden. Alleen het Hooibeestje deed het goed. Vooral in juli en augustus waren de aantallen hoog.
De volgende tabel geeft een overzicht van alle 21 dagvlindersoorten die sinds 1988 op Rottumerplaat
zijn waargenomen.
| Wetenschappelijke naam | Nederlandse naam | Status | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|
| Thymelicus lineola | Zwartsprietdikkopje | Algemene standvlinder | Sinds 1991 |
| Gonepteryx rhamni | Citroenvlinder | Klein aantal; niet jaarlijks | - |
| Pieris brassicae | Groot koolwitje | Klein aantal | Zich soms voortplantend. Rupsen gevonden op Zeeraket (Cakile maritima) |
| Pieris rapae | Klein koolwitje | Klein aantal | In 1999 eieren en rupsen op in een bak gekweekte radijs. Soms kleine invasies |
| Pieris napi | Klein geaderd witje | Klein aantal; niet jaarlijks | - |
| Pontia daplidice | Resedawitje | Eenmalige waarneming | 11-6-1993 |
| Neozephyrus quercus | Eikepage | Klein aantal; niet jaarlijks | - |
| Lycaena phlaeas | Kleine vuurvlinder | Klein aantal; niet jaarlijks | Mogelijk zich in sommige jaren ook voortplantend |
| Polyommatus icarus | Icarusblauwtje | Standvlinder in klein aantal | - |
| Celastrina argiolus | Boomblauwtje | Klein aantal; niet jaarlijks | - |
| Vanessa atalanta | Atalanta | Vrij algemene trekvlinder | Zich regelmatig ook voortplantend |
| Vanessa cardui | Distelvlinder | Klein aantal; niet jaarlijks | Soms invasieachtig voorkomen |
| Aglais urticae | Kleine vos | (Vrij) algemene trekvlinder | In sommige jaren rupsen massaal op brandnetel. Overwintert in huis |
| Nymphalis antiopa | Rouwmantel | Eenmalige vondst van dood imago | Aangespoeld, 16-8-1996 |
| Inachis io | Dagpauwoog | Algemene trekvlinder | In sommige jaren rupsen massaal op brandnetel. Overwintert in huis |
| Pararge aegeria | Bont zandoogje | Klein aantal; niet jaarlijks | - |
| Lasiommata megera | Argusvlinder | Klein aantal; niet jaarlijks | - |
| Aphantopus hyperantus | Koevinkje | Eenmalige waarneming | juli 1994 |
| Coenonympha pamphilus | Hooibeestje | Vrij algemene standvlinder | - |
| Maniola jurtina | Bruin zandoogje | Zeer algemene standvlinder | - |
| Hipparchia semele | Heivlinder | Zeer algemene standvlinder | - |