7 augustus 1995

Beste dominee,

Sinds ik ziek werd, of eigenlijk door alles wat er vóór en na gebeurde binnen ons gezin en onze familie, is mijn geestelijk leven een warboel. Omdat ik er moeilijk over kan praten, ik ga dan steeds huilen, heb ik het een en ander opgeschreven. In de eerste plaats lucht dat op en in de tweede plaats hoop ik dat iemand mij kan helpen om alles weer op een rijtje te krijgen.
Mijn leven lang heb ik gebeden, maar de dingen kwamen toch zoals ze komen moesten. Als ik niet bid heb ik het gevoel dat ik iets mis.
Mensen worden ziek of verongelukken in het verkeer, oorlogen worden gevoerd, er wordt gemoord en er worden mensen "gemaakt" op een onnatuurlijke wijze. Mijn respect voor de natuur en de medemens blijft overeind staan. Het maken van gaatjes in de oren voor oorbellen is in mijn ogen al uit den boze. Ik heb mijn twijfels over de juistheid van transplantaties en bloedtransfusies. Moeten we het afstotingsproces en de besmetting met het HIV virus via bloedtransfusie niet zien als een waarschuwing dat we tegennatuurlijk bezig zijn?

Maar goed, dat is een ander onderwerp.


Het verhaal van mijn (on)geloof.

Toen ik een klein meisje was moest ik van mijn ouders naar de zondagsschool. Soms had ik geen zin, maar meestal vond ik het wel fijn. De verhalen uit de bijbel maakten best indruk op mij.
Wat ouder geworden werd ik op school vaak gepest. Het verhaal van Jezus, die ook de andere wang toekeerde toen hij werd geslagen, had zoveel indruk op mij gemaakt dat ik ook zo wilde leven. Dus als ik gepest werd deed ik niets terug. Het pesten werd hier niet minder door.
Toen ik verkering kreeg bad ik altijd weer opnieuw of God mij wilde laten weten of dit de man was die voor mij was voorbestemd. We zijn getrouwd en beloofden elkaar tegenover God en zijn gemeente trouw in goede en in kwade dagen, tot de dood ons scheidt.
Ons huwelijk werd gezegend met twee kinderen, Sheila en Rens, die wij op onze beurt weer een christelijke opvoeding probeerden te geven. Zij groeiden op in een voornamelijk katholieke omgeving. Toen de klasgenoten van Sheila communie deden zei een van de ouders: Jij mag niet op de foto, want jij hoort er niet bij.
Rens bleek wat moeite te hebben met het maken van contacten en het verwerken van emoties. Dit leidde ertoe dat hij bij het RIAGG terecht kwam. Uiteindelijk is hij met z'n twaalfde jaar op een internaat terecht gekomen. Het heeft ons heel wat moeite gekost om te accepteren dat wij niet in staat waren voor ons kind te zorgen en hem op te voeden. Elke avond heb ik gebeden dat Rens zich niet eenzaam zou voelen en het ons niet kwalijk zou nemen dat wij hem de deur uit hadden gedaan.
Een paar maanden nadat Rens naar dat internaat ging deed Sheila eindexamen HAVO. Zij ging een HBO-opleiding sociaal-cultureel werk doen aan een Hogeschool. Zij wilde graag in gevangenissen werken. Om toegelaten te worden tot deze Hogeschool moest ze een soort eed afleggen dat ze de bijbel als leidraad van haar leven aanvaardde. Zij verklaarde zelf dat zij zichzelf zag als verlengstuk van Gods hand. Ze ging op kamers wonen. Ze had toen bijna twee jaar verkering met een jongen van de HAVO. Ze hadden veel ruzie. Ook voor hen heb ik veel gebeden. Ook dat ze geen dingen zouden doen waar ze later spijt van zouden krijgen. Ik bedoelde met elkaar naar bed gaan uit nieuwsgierigheid of omdat iedereen het doet of als spelletje. Ik probeerde hen respect voor elkaar bij te brengen. Ik kan ook zeer verdrietig worden als ik om me heen zie hoe mensen elkaar gebruiken en hoe de moraal vervaagt en de taal verloedert.
Op de dag dat Rob 50 jaar werd raakte de verkering van Sheila uit. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts met haar. Ze leende geld uit aan een vriend waarbij zij gratis op kamers mocht wonen. Dat geld heeft ze nooit teruggekregen. Tijdens een stage in Berlijn werd ze verliefd op een Duitse Turk die in de gevangenis zat wegens drugshandel. Ze wilde zelfs met deze jongen trouwen. Die jongen liet een gegeven moment niets meer van zich horen.
Ze was inmiddels in aanraking gekomen met de Volle Evangelische Kerk wat haar zo aansprak dat ze zich hier heeft laten dopen. Ze ging ervan uit dat alles wat ze deed goed was. Als het niet goed was zou God haar wel tegenhouden. Al die tijd maakten wij ons vreselijk zorgen om haar. Elke avond heb ik gebeden of God voor haar wilde zorgen.
Haar tweede stage liep ze in Deventer. Daar leerde ze uiteindelijk haar huidige Turkse vriend kennen. Die heeft haar uit de goot gehaald.
Maar alles wat ze gedaan heeft past volstrekt niet binnen de Turkse cultuur, dus nu heeft ze daar spijt van.
Toch ging ze met deze jongen al na een maand naar bed. De jongen woont officieel nog bij zijn ouders, maar is vaker bij Sheila, dan thuis.

In november ontdekte ik een knobbeltje in mijn borst. Dat moest verwijderd worden. Ik zei: Als het kwaadaardig is zal God mij de kracht geven om dit te dragen. God geeft iemand nooit meer te dragen dan hij aankan.
Na de operatie zei de chirurg dat alles goed was. Het knobbeltje was verwijderd en het was goedaardig.
Iedereen natuurlijk heel blij en dankbaar. Op de dag dat ik naar huis zou mogen had ik 's morgens nog een gesprek met een mevrouw die wel een kwaadaardige tumor in haar borst had. Zij vertelde mij een en ander uit haar jeugd waarin ze veel verdriet en weinig vreugde had gekend. Ik zond in gedachten een dankgebed naar God dat ik wel een fijne jeugd gehad had. Juist op dat moment kwam de zuster vragen of ik even wilde meelopen, omdat de dokter mij nog even wilde spreken. Deze vertelde mij dat er bij nader onderzoek was gebleken dat ik toch borstkanker had en dat de borst geamputeerd moest worden. Op dat moment flitsten de woorden door mij heen die Jezus aan het kruis sprak:" Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?". Ik voelde mij zo alleen, zo verraden, zo in mijn vertrouwen geschokt. Ik ben van mijn leven nog niet zo bang geweest als die dag en de nacht die erop volgde. De volgende dag zou ik weer geopereerd worden. Rob is de hele dag bij mij geweest, een pastoraal werkster kwam, de ziekenhuispredikant kwam, de huisarts kwam, 's nachts kwam de zuster nog bij mij zitten, maar niemand kon mijn angst en gevoel van verlatenheid wegnemen.
De operatie is goed gegaan en na een week spanning over de uitslag of er nog uitzaaiingen waren kregen we bericht dat er geen verdere behandeling meer nodig was. We durfden het bijna niet meer te geloven.
Ik was in het begin erg bang om alleen thuis te zijn. Dat Rob in de ziektewet liep heeft mij erg geholpen. Ook de belangstelling van vrienden en bekenden en vanuit de kerk gaf mij veel steun. Met veel spanning en emoties, ups en downs, kwam langzamerhand het vertrouwen in God ook weer een beetje terug. Totdat in april mijn moeder gevallen is. Zij was in oktober vorig jaar geopereerd en had een schouderprothese gekregen. Omdat zij reuma heeft zag het er naar uit dat zij niet meer alleen zou kunnen en durven fietsen. Mijn ouders hadden toen het plan opgevat om een tandem te kopen. Dan konden zij toch nog samen gaan fietsen. Toen zij de tandem wilden gaan proberen is mijn moeder gevallen en toen is het bot van haar bovenarm gescheurd. De fietsplannen konden zij dus ook wel opgeven. Ik werd toen weer zo vreselijk kwaad op God. Wat is dat voor een God, die het laatste beetje plezier in het leven van deze goede mensen afpakt?

Sheila komt bijna niet meer thuis. Toen ik in het ziekenhuis lag is ze een paar dagen geweest. Vlak voor de Kerst kwam ik uit het ziekenhuis. Ze is met de Kerst thuis geweest. Daarna had ze het zo druk met de echtelijke ruzies tussen de ouders van haar vriend dat ze geen tijd meer had om thuis te komen. In januari kwam ze samen met haar vriend een paar uurtjes voor de verjaardag van Rens. Door alle spanningen die zijzelf meemaakte is ze toen een tijdje ziek geweest. Op 11 april, mijn verjaardag, is ze alleen geweest. Haar vriend wilde niet komen, omdat wij iets verkeerd gezegd of gedaan zouden hebben. In juli is ze weer alleen een dagje geweest. Met haar geloof doet ze niet veel meer. Ze voelt zich nu meer aangetrokken tot de Islam.
Dit alles doet mij veel verdriet en laat mij ernstig twijfelen aan het bestaan van God. Veel mensen in nood komen tot geloof bij de Volle Evangelische Kerk of gaan met hun ziekten naar een gebedsgenezer. Maar ik vraag me de laatste tijd af of dat geen houvast zoeken is aan een zeepbel. Wat heeft het voor zin om te bidden. Als de blauwdruk van ons leven al vastligt dan veranderen wij er toch niets meer aan. Alles komt toch zo als het komen moet. Kan bidden daar iets aan veranderen?
Soms kan ik verschrikkelijk bang worden dat mijn ziekte terugkomt. Ik weet niet of ik dat nog aankan. Soms zou ik wel weer naar de kerk willen, maar dan denk ik ook weer: Wat heeft dat voor nut? De kerk kan ons lot toch niet veranderen. Zijn dit zondige gedachten? In de bijbel staat toch: Bidt en u zal gegeven worden. Waar komt deze tekst vandaan? Ik heb zo vaak gebeden of God mijn moeder wilde beter maken en of Hij Sheila wilde behoeden voor domme dingen. Of Hij ons de kracht en de wijsheid wilde geven om onze kinderen te begeleiden op weg naar volwassenheid. Kan iemand mij hier antwoord op geven?

Ik zou het fijn vinden als u wilt reageren op deze brief.

Met vriendelijke groet,
Lidi.

< INDEX > < VERDER >