Spierspanningshoofdpijn


Wat is spierspanningshoofdpijn

Iedereen heeft weleens hoofdpijn. Sommige mensen hebben zeer geregeld, heel vaak, bijna altijd of zelfs altijd hoofdpijn.

De pijn zit dan aan weerszijden van het hoofd of in het voorhoofd of het achterhoofd of over het hele hoofd verspreid. Vaak zijn ook nek en schouders stijf en pijnlijk waardoor de hoofdpijn vanuit de nek naar het hoofd uitstraalt. Deze mensen lijden aan chronische spierspanningshoofdpijn, ook wel spanningshoofdpijn genoemd.

De term 'spanningshoofdpijn' sluit het beste aan bij de internationale literatuur over dit type hoofdpijn, aangezien daarin gesproken wordt over 'tension type headache'. In Nederland wordt veelal gesproken over 'spierspanningshoofdpijn'. Mensen die deze hoofdpijn hebben omschrijven de pijn in het algemeen als dof en drukkend, alsof er een band om het hoofd knelt of een helm op het hoofd drukt. Soms treedt misselijkheid op, als de pijn heel intens is. Men kan ook overgevoelig zijn voor harde geluiden.

De meeste mensen lopen met deze hoofdpijn 'gewoon' door, al dan niet met het nemen van pijnstillers of eventuele andere maatregelen. De hevigheid van de pijn is wisselend, soms toenemend in de loop van de dag, bij drukke werkzaamheden of bij zware lichamelijke inspanning. Wordt de pijn heel hevig, dan is bedrust soms noodzakelijk.

Hoe spierspanningshoofdpijn ontstaat, is niet geheel bekend. Men gaat er over het algemeen van uit, dat de spieren van hoofd en nek er een belangrijke rol bij spelen. Bij mensen met chronische spierspanningshoofdpijn zouden deze spieren een hogere spanning vertonen dan bij mensen zonder hoofdpijn.
Bovendien reageren deze 'hoofdpijnmensen' waarschijnlijk sterker op allerlei prikkels uit de omgeving (bijvoorbeeld spannende gebeurtenissen), onder andere door het (onbewust) aanspannen van de spieren van hoofd en nek. Zodoende verkeren deze spieren voortdurend of bijna voortdurend in een toestand van verhoogde spanning. Dit betekent in feite een overmatige spierbelasting en daarmee: pijn.

Spanningshoofdpijn komt meer bij vrouwen voor dan bij mannen. Hoe dit komt is niet bekend. Wellicht spelen hormonale factoren een rol, evenals een verschil in lichaamsbouw en -houding. Of erfelijke factoren bij het ontstaan van spanningshoofdpijn een rol spelen is niet bekend.
Wanneer mensen langdurig of altijd last hebben van spanningshoofdpijn, kan dit leiden tot gevoelens van lusteloosheid en depressiviteit.



Uitlokkers van spierspanningshoofdpijn

Spierspanningshoofdpijn ontstaat door een overprikkeld spiersysteem. Vragen als: waarom lijken sommige mensen een 'aanleg' te hebben voor een overprikkeld spiersysteem en spanningshoofdpijn en andere niet, kunnen (nog) niet beantwoord worden. Wel is bekend, dat spierspanningshoofdpijnpatiënten op bepaalde omstandigheden of handelingen reageren met een verhoging van de spanning in de spieren. Deze omstandigheden en handelingen noemen we uitlokkende factoren.

Er zijn verschillende uitlokkende factoren. Welke van deze factoren uiteindelijk tot hoofdpijn leiden, verschilt van patiënt tot patiënt. Soms ook gaat het om een combinatie van factoren die hoofdpijn uitlokt.

Ooginspanning
Langdurig lezen, turen op kleine lettertjes of borduurwerk, naar tv of een computerbeeldscherm kijken, dit alles vergt een flinke ooginspanning. De oogspieren moeten hard werken om het beeld steeds scherp te houden. Dit kan leiden tot hoofdpijn. Dit geldt ook voor bij- en verziendheid of wanneer de ogen niet goed 'samenwerken'. Een kleine groep spanningshoofdpijnpatiënten geeft aan dat ook fel of verblindend licht een uitlokker is.

Hormonale factoren
Hormonale schommelingen kunnen hoofdpijn uitlokken. Hierbij valt te denken aan de menstruatie, de 'stopweek' van de pil, de menopauze. Ook geven sommige vrouwen aan tijdens de zwangerschap of door het gebruik van de pil 'gevoeliger' te zijn voor het optreden van hoofdpijn.

CMD
CMD staat voor Cranio-Mandibulair Dysfunctiesyndroorn. Het gaat hier om pijn die uitgaat van het bewegingsapparaat van het kauwstelsel. Mandibulair betekent: 'behorend tot de onderkaak'; cranio = schedel. De pijn die dit syndroom geeft wordt in de kauwspieren gevoeld, uitstralend naar verschillende delen van het hoofd, waaronder de schedel, het voorhoofd en de slaapstreek.

CMD kan verschillende oorzaken hebben, ofwel uitgaand van het kaakgewricht, ofwel van de kauwspieren. Het kaakgewricht kan minder goed zijn gaan functioneren door bijvoorbeeld slijtage of een ziekte (reuma). Meestal echter ligt het probleem bij de kauwspieren, doordat deze 'verkeerd' gebruikt worden. Een bekend voorbeeld hiervan is het scheef dichtbijten, doordat onder- en bovengebit niet goed op elkaar passen. Dit kan komen door te hoge vullingen, scheve of ontbrekende tanden en kiezen of wanneer het bovengebit verder naar voren staat dan het ondergebit, de zogenaamde 'open beet'.

Ook bruxisme, nagelbijten, lipbijten of kauwgom kauwen kunnen voor overbelasting van de kauwspieren zorgen. Bruxisme is het op elkaar klemmen van de kaken en tandenknarsen. Veel mensen zijn zich niet bewust van het feit dat ze dit onder invloed van stress doen. Het kan ook 's nachts tijdens de slaap gebeuren.

Houdings- en bewegingsfouten
Een onevenwichtige houding, zoals lang in één houding zitten, rug hol trekken, met ingezakte rug zitten, betekent een belasting voor alle spierbundels, dus ook voor die van schouders, nek en hoofd. Dit geldt ook voor bewegingsfouten, zoals één been meer belasten dan het andere, tillen vanuit de nek en werken met opgetrokken schouders.

Bij spanningshoofdpijnpatiënten komt nogal eens voor dat de monnikskapspier, een spier in de schoudergordel, erg gespannen is of dat de halswervelkolom in een 'zwanenhalsstand' staat.

Lichamelijke inspanning
Lichamelijke inspanning leidt tot aangespannen spieren en kan, als ze te strak worden aangespannen, spierspanningshoofdpijn uitlokken. Bij zwaar tillen is het verband duidelijk, maar ook zaken als hardlopen, bukken of veelvuldig traplopen zijn van invloed.

Geestelijke inspanning
Geconcentreerd bezig zijn, diep nadenken, een ingewikkelde zaak bestuderen zijn typisch zaken waarbij mensen hun nek, schouder- en hoofdspieren aanspannen (fronsen, kaken op elkaar). En dus zaken die bij spierspanningshoofdpijnpatiënten de spanning te hoog doen oplopen, met als gevolg: hoofdpijn.

Vermoeidheid
Bij sommige mensen slaat hoofdpijn door vermoeidheid al toe na één nacht slecht slapen, bij anderen pas na een periode van slaaptekort. Hoofdpijn door vermoeidheid kan ook optreden tijdens of na drukke werkzaamheden, in geval van een slechte lichamelijke conditie of wanneer de verhouding werk-ontspanning niet in balans is.

Stress
Nogal wat spierspanningshoofdpijnpatiënten voelen afkeer en verzet wanneer hun hoofdpijn door anderen wordt toegeschreven aan stress. Zij hebben niet het idee dat ze meer stress hebben dan andere mensen en weten dat adviezen als: 'Doe het eens wat rustiger aan' niet helpen om hun hoofdpijn te verminderen. En gelijk hebben ze. De relatie tussen spanningshoofdpijn en stress is een geheel andere dan de meeste buitenstaanders aannemen.

Voorbeelden van situaties die spanning oproepen zijn bijvoorbeeld: haast hebben, in de file staan, je sleutels kwijt zijn, een meningsverschil met een collega hebben, naar de tandarts moeten. Bijna iedereen zal hierop reageren met het onbewust aanspannen van de spieren, onder andere de spieren van kaken, voorhoofd, nek en schouders. En daar zit 'm nu net het probleem van de spierspanningshoofdpijnpatiënt, want hij reageert (onbewust) overmatig en zo leveren de overspannen spieren hoofdpijn op.

Uit onderzoek is gebleken, dat het juist de dagelijkse beslommeringen zijn, die bij de hoofdpijnpatiënt, door zijn overreactie, de hoofdpijn in gang zetten. Dat neemt niet weg, dat ook ingrijpende gebeurtenissen, zoals het verliezen van een dierbaar persoon, tot een verergering van hoofdpijn kunnen leiden. Meestal echter gaat het dan om een toename voor een bepaalde periode (bijvoorbeeld die van rouwverwerking). Dagelijkse spanningen en spanninkjes zijn er echter altijd en kunnen aanleiding zijn tot chronische spierspanningshoofdpijn.

Samengevat: spanning en stress zijn uitlokkende factoren voor hoofdpijnpatiënten, omdat hun lichamelijke reacties daarop overmatig verlopen en daardoor hoofdpijn voortbrengen.


Klimatologische omstandigheden

Bij verandering van weer of wisseling van klimaat kan bij daarvoor gevoelige personen hoofdpijn optreden. Dit geldt ook voor storm, föhnwind, sneeuw in de lucht en verandering van luchtdruk. Deze weersomstandigheden komen veel mensen op vakantie tegen. Denk aan hete zomers in Griekenland of Zuid-Spanje, föhnwind in de Alpen of sneeuwluchten tijdens de wintersport. Kou en tocht kunnen de nek- en schouderspieren doen verstijven en zodoende eveneens hoofdpijn uitlokken. ook hoofdpijn tijdens of na verblijf in een rokerige ruimte of in een ruimte met zuurstofgebrek zijn bekend.


Voeding

Voeding kan op verschillende manieren een rol spelen bij het ontstaan van hoofdpijn. Allereerst is daar de beruchte hoofdpijnverwekker alcohol. Een minderheid van de spanningshoofdpijnpatiënten geeft aan, dat hun hoofdpijn door het gebruik van alcohol juist vermindert.

Ten tweede kan een daling van de bloedsuikerspiegel voor hoofdpijn zorgen. Deze daling kan komen door te weinig eten (lijnen!), onregelmatig eten, maaltijden overslaan of te lange tijd tussen maaltijden en tussendoortjes. Een te lage bloedsuikerspiegel heet hypoglycaemie. Hypoglycaemie kan naast hoofdpijn nog andere klachten geven zoals: duizeligheid, trillerigheid, misselijkheid, zweten en een algeheel gevoel van onwel zijn.

Tenslotte kan hoofdpijn worden opgewekt door het eten (of drinken) van bepaalde voedingsmiddelen. Welke dat zijn kan van persoon tot persoon verschillen. Desalniettemin worden bepaalde voedingsmiddelen, zoals kaas en chocola, door veel hoofdpijnpatiënten als boosdoeners genoemd.

Onderzoek in 1996 heeft uitgewezen, dat patiënten met spanningshoofdpijn minder klachten hebben wanneer zij koffie, thee, suiker, chocola, zoete melkproducten, kaas, varkensvlees, pinda's, overmatig zout en rode wijn laten staan.


En verder ......

Bij langer durende hoofdpijn is het in ieder geval verstandig te onderzoeken of er sprake is van gebitsaandoeningen, bloedarmoede, chronische verkoudheid, neusbijholte-ontstekingen of een allergie. Deze aandoeningen zijn vrij gemakkelijk af te checken en meestal goed te behandelen.

Hiermee zijn niet alle uitlokkers die er maar zijn, genoemd. Ook is niet gezegd dat de hierboven genoemde factoren altijd bij iedereen hoofdpijn veroorzaken. Om tot een goede behandeling, of wellicht beter 'beheersing' van de spanningshoofdpijn te komen, zal iedere hoofdpijnpatiënt eerst zelf moeten uitzoeken wat voor hem of haar specifieke uitlokkende factoren van de hoofdpijn zijn.


Behandeling van spierspanningshoofdpijn: diagnose en hoofdpijnkalender

Voor de behandeling van welke aandoening dan ook moet er eerst een diagnose gesteld worden. Bij een vermoeden van spanningshoofdpijn is het van belang deze goed te onderscheiden van andere hoofdpijnvormen, bijvoorbeeld migraine, geneesmiddelafhankelijke hoofdpijn en CDH (Chronische Dagelijkse Hoofdpijn).

Over het algemeen zal het de huisarts zijn die de diagnose spierspanningshoofdpijn stelt. Soms worden patiënten doorverwezen naar een neuroloog, bijvoorbeeld wanneer de pijn zeer hevig is, wanneer de hoofdpijn nooit weggaat of wanneer er een vermoeden is van geneesmiddelafhankelijke hoofdpijn.

Wanneer als diagnose spierspanningshoofdpijn gesteld is, dan is het tijd voor de volgende stap: het in kaart brengen van de hoofdpijn en de persoonlijke uitlokkende factoren. Dit kan het beste gebeuren met behulp van een hoofdpijnkalender of hoofdpijndagboek. Hierin moet u aantekenen wanneer er hoofdpijn was, waar de hoofdpijn in het hoofd zat en hoe erg die was; welke medicijnen u nam en hoeveel en in welke omstandigheden u die dag verkeerde, m.a.w. welke uitlokkende factoren een rol zouden kunnen hebben gespeeld. Zo'n kalender moet twee of drie maanden dagelijks ingevuld worden, daarna kan men kijken of er een verband is tussen bepaalde factoren en het optreden van hoofdpijn.

Om het patiënt en arts makkelijker te maken zo'n kalender bij te houden en te interpreteren, heeft de Nederlandse Vereniging van Migrainepatiënten in 1989 het Hoofdpijndagboek ontwikkeld. Dit dagboek bestaat uit drie delen. Een hoofdpijnkalender waarop u het voorkomen van hoofdpijn en het medicijngebruik noteert; een algemene vragenlijst, om één keer in te vullen, waardoor uw arts een beeld krijgt van uw type hoofdpijn; en een dagboekgedeelte waarin vragen worden gesteld om achter uitlokkende factoren te komen. Dit dagboekgedeelte moet u iedere dag invullen. Voorbeelden van gestelde vragen zijn: hoe heeft u geslapen, wat voor weer was het vandaag en voelde u zich vandaag gejaagd.

Het hoofdpijndagboek is door artsen gratis aan te vragen bij het bureau van de vereniging. Het is de bedoeling, dat arts en patiënt samen de uitkomsten van het dagboek bespreken en tot een juiste behandeling komen. Ook wanneer u behandeld wordt, is het goed het hoofdpijndagboek te blijven invullen. U kunt dan nauwkeurig vaststellen of door de behandeling de frequentie van de hoofdpijn afneemt, of de intensiteit, of de duur, of misschien wel alle drie.

Soms hoeft er geen echte behandeling ingesteld te worden, omdat u merkt dat u met een paar vrij simpele ingrepen al een heel eind komt met het terugdringen van de hoofdpijn.

Enkele voorbeelden:
Uit het hoofdpijndagboek blijkt, dat, als u 's ochtends moet jagen om iedereen op tijd de deur uit te krijgen, er negen van de tien keer hoofdpijn volgt. U neemt zich voor dit probleem op te lossen door een 20 minuten eerder op te staan. Of uit het hoofdpijndagboek blijkt, dat u een paar keer per week in de namiddag hoofdpijn voelt opkomen, maar nooit in het weekend, wanneer u later opstaat en later eet. U besluit eens te proberen, of de hoofdpijn te voorkomen is door vóór die tijd een boterham of iets dergelijks te eten. Of uit het hoofdpijndagboek blijkt, dat u de dag na het wekelijkse joggen meestal hoofdpijn heeft. U vindt het de moeite waard om uit te proberen of u daar met een 'kalmere' tak van sport, bijvoorbeeld zwemmen, geen last van heeft.


Behandeling van spierspanningshoofdpijn: therapieën

Na diagnose en hoofdpijnkalender vallen er drie soorten van maatregelen ter behandeling van de spierspanningshoofdpijn te onderscheiden:
1. Aanpassen van het leven aan de hoofdpijn.
2. Therapieën die uitlokkende factoren beïnvloeden (bijvoorbeeld fysiotherapie).
3. Medicijnen.

Meestal zal een combinatie nodig zijn om tot een optimale beheersing van de hoofdpijn te komen.

Welke maatregelen er genomen moeten worden, valt niet in zijn algemeenheid aan te geven. Dit hangt uiteraard af van de persoonlijke uitlokkende factoren. Hieronder volgt een beschrijving van enkele therapieën die van nut kunnen zijn bij de behandeling van spierspanningshoofdpijn, en van de medicamenteuze behandeling. In de meeste therapieën spelen maatregelen voor het dagelijks leven een belangrijke rol.


Cesartherapie, Mensendieck en fysiotherapie
Bovengenoemde therapieën kunnen op verschillende manieren de hoofdpijnpatiënt te hulp komen: door het corrigeren van houdings- en bewegingsfouten; door aan te leren hoe het lichaam te gebruiken bij zware lichamelijke inspanning; door aan te leren hoe de kauwspieren op juiste wijze te gebruiken; door het aanleren van ontspanningsoefeningen en door massage van gespannen spieren.

Het aanleren van de juiste houding, de juiste beweging en de juiste manier van tillen, dragen e.d. is niet eenvoudig. Het is de bedoeling dat dit een tweede natuur wordt; alleen af en toe juist lopen en staan is zinloos; je moet het de hele dag door doen. Daarom moetje er in het begin voortdurend alert op zijn.
Werpt het vruchten af wat betreft de hoofdpijn, dan is dat natuurlijk een enorme stimulans om door te gaan.

Er zijn fysiotherapeuten die gespecialiseerd zijn in het behandelen van CMD (Cranio-Mandibulair-Dysfunctiesyndroom). De behandeling bestaat meestal uit massage, het 'oprekken' van de kauwspieren en het aanleren van oefeningen om deze spieren te ontlasten en op de juiste wijze te gebruiken. Ook ontspanningsoefeningen voor de kauwspieren kunnen van nut zijn. Lijkt het probleem bij het kaakgewricht te liggen, dan kan de fysiotherapeut dit voorzichtig manipuleren. Bij de behandeling van CMD komen meestal ook de tandarts en de kaakchirurg er aan te pas. Zij kunnen het gebit reguleren om een goede beet te verkrijgen, soms het kaakgewricht opereren, of een spalk aanbrengen om bruxisme af te leren.

Het masseren van spieren en het aanleren van ontspanningsoefeningen hebben hetzelfde doel, namelijk het losmaken en ontspannen van de spieren. Meestal zal af en toe massage en/of manuele therapie alleen niet voldoende zijn. De spanning in de spieren wordt immers iedere dag weer opgebouwd. Massage is daarom een ondersteuning van de zelfwerkzaamheid van de patiënt, die bestaat uit het steeds weer bewust laag houden van de spierspanning. Dit kan onder andere door ontspanningsoefeningen te doen. Hierover leest u meer onder het kopje 'Psychologie".

Psychologie
In Nederland zijn er niet veel psychologen die gespecialiseerd zijn in het behandelen van pijn en nog minder die hoofdpijn kunnen behandelen. De psychologische benadering van het hoofdpijnprobleem bestaat grofweg uit drie delen: ontspanningsoefeningen, stressmanagement en het vinden van de juiste balans tussen spanning en ontspanning. Alle zijn er op gericht de spierspanning laag te houden en daardoor hoofdpijn zoveel mogelijk te voorkomen. Uit onderzoek is gebleken, dat deze methode bij één op de vier patiënten een sterke verbetering geeft, bij twee een redelijke verbetering en bij één op de vier geen verbetering.

Er zijn verschillende soorten ontspanningsoefeningen. Meestal wordt er een gekozen die de patiënt het meest aangenaam vindt. Vaak wordt er met cassettebandjes gewerkt, zodat de patiënt de oefening eerst goed 'van de band' kan leren; in een later stadium moet hij de oefening geheel zelfstandig kunnen doen. Om het ontspannen te leren, oefent men aanvankelijk meestal twee maal per dag ongeveer twintig minuten. Het is de bedoeling, dat de patiënt zich op den duur in enkele minuten geheel kan ontspannen, zodat hij dit overal en in allerlei (stressvolle) situaties kan toepassen. Deze ontspanningsoefeningen pakken overigens het hele lichaam aan en niet alleen de spieren van hoofd en nek. Ontspanningsoefeningen kunnen uiteraard ook elders dan bij de psycholoog geleerd worden.

Onder stressmanagement wordt het hanteren van stress verstaan. Iedereen heeft met stress te maken; een leven zonder stress is ondenkbaar en het is onmogelijk om alle stress te vermijden. Wél mogelijk is het beperken van stress en het beperken van de invloed die stress op je heeft. Eerst moet worden bekeken welke gebeurtenissen en omstandigheden voor die desbetreffende persoon stress opleveren. Dit is immers niet voor iedereen hetzelfde: voor de één is bijvoorbeeld een verhuizing een uitdaging en een nieuw begin, de ander vindt het een nachtmerrie. Wanneer die stresserende factoren in kaart zijn gebracht, kunnen er technieken aangeleerd worden om die situaties minder stressvol te laten zijn, óf om de opgebouwde stress snel van je af te laten glijden. Hierbij valt te denken aan: relativeren, emoties en kwaadheid uiten, geschillen uitpraten, positief denken, opkomen voor jezelf, steun zoeken bij anderen, afleiding zoeken, je bewust ontspannen, etc.

Bij het vinden van de juiste balans tussen spanning en ontspanning gaat het er om op tijd rust te nemen en te ontspannen, dus vóórdat de spanning te hoog is opgelopen, de moeheid heeft toegeslagen of de hoofdpijn al te voelen is. Bij de een zal deze balans anders uitvallen dan bij de ander. Te denken valt aan maatregelen als: meerdere malen per dag korte pauzes nemen; een bepaalde hoeveelheid werk per dag doen en daarna iets ontspannends; iedere dag bewust een aantal ontspannende dingen doen (bijvoorbeeld een film kijken, een warm bad nemen, naar muziek luisteren, een hobby uitoefenen); een niet te hoog gegrepen dagplanning maken, etc.

Bij sommige mensen lukt het niet om de hoofdpijn echt te verminderen met welke maatregelen, therapieën of medicijnen dan ook. in dat geval kan de psychologie met deels dezelfde technieken als boven beschreven de patiënt helpen om met de pijn te leren leven. De pijn wordt dan als vaststaand gegeven aangenomen. Men probeert dus niet de pijn te beïnvloeden. Doel is wel de patiënt te leren met pijn en al zo aangenaam mogelijk te leven, mogelijkheden optimaal te benutten en je leven zelf te bepalen (en dus niet de pijn dit te laten doen!).

Diëtetiek
Wie de rol van voeding bij zijn of haar hoofdpijn wil onderzoeken, kan dit in eerste instantie zelf proberen te doen. Komt men er niet uit, lijkt het ingewikkeld te liggen, of moeten er drastische veranderingen in het voedingspatroon aan te pas komen, dan is het verstandig om zich tot een diëtiste te wenden.


Er zijn twee onderzoeksmethoden: het bijhouden van een voedseldagboek en het eliminatie/provocatie-dieet.

In een voedseldagboek noteert men dagelijks twee of drie maanden lang alles wat men per dag eet en drinkt. Dus ook snoepjes, koekjes, zoutjes en allerlei andere tussendoortjes; alles wat men binnenkrijgt. Ook moet genoteerd worden op welke dagen hoofdpijn optrad. Na enkele maanden kan dan teruggekeken worden: is er een verband te constateren tussen het nuttigen van bepaald voedsel en het optreden van hoofdpijn? In het algemeen gaat men er van uit, dat men tot 48 uur voor het begin van de hoofdpijn moet terugkijken. Soms is er een vrij duidelijk verband, soms ook blijkt het ingewikkelder te liggen. Het kan bijvoorbeeld zijn, dat het een combinatie van voedingsmiddelen is die de hoofdpijn uitlokt. Of het lijkt telkens een ander product te zijn waarop de hoofdpijn volgt, maar deze producten blijken alle eenzelfde bestanddeel te bevatten.

Bij een eliminatie/provocatie-dieet gaat men eerst op een heel beperkt dieet, d.w.z. men neemt maar enkele voedingsmiddelen tot zich. Meestal wordt gekozen voor voedsel dat de desbetreffende patiënt bijna nooit eet of voor voedsel waarvan men vermoedt dat het bijna nooit hoofdpijn uitlokt. De inzichten over hoelang dit eliminatiedieet gevolgd moet worden verschillen nogal: meestal tussen de twee en zes weken. Hierbij is dus begeleiding van een deskundige nodig, om geen voedingstekorten te krijgen. Blijft de hoofdpijn gedurende deze weken rustig, dan gaat men één voor één voedingsmiddelen toevoegen. Treedt er hoofdpijn op, dan is het toegevoegde voedingsmiddel 'verdacht' en laat men dit achterwege. in een later stadium probeert men het dan nog eens uit, om te kijken of er weer hoofdpijn volgt. En zo kan men tot een op de patiënt toegesneden dieet komen.

Er bestaat ook een mildere vorm van het eliminatiedieet. Men laat dan alleen die voedingsmiddelen weg die bekend staan als hoofdpijngangmakers. Merkt men verbetering, dan kan men weer één voor één gaan toevoegen. Niet iedereen is het erover eens welke voedingsmiddelen hoofdpijn uitlokken.
Bij dit eliminatiedieet kan men wel gebruik maken van onderzoek uit 1997, dat aantoonde dat bij spanningshoofdpijnpatiënten die koffie, thee, suiker, chocola, zoete melkproducten, kaas, varkensvlees, pinda's, overmatig zout en rode wijn lieten staan na twintig weken het aantal uren hoofdpijn en het gebruik van pijnstillers was afgenomen tot de helft van het oorspronkelijke aantal.


terug

Free counter and web stats