KLASSIEK VERVAARDIGD NEPALEES PAPIER
Krishna Dixit
| “…
Hand papermaking is a conversation between the human hands the botanicals
of land and water. We civilize each other. Why do I make paper? It is the
best way I have found to enter the timeless dialogue with the natural
world, with tradition and with craft.’
(Uit
een gedicht van Sandy Bernat) Nepalees papier, opvallend taai en tegelijk heel zacht, is zeer oud van oorsprong. Het papier is immuun voor insecten, vochtigheid en extreme temperaturen en het is heel moeilijk te achterhalen wanneer dit in Nepal werd geïntroduceerd. Volgens de geschiedenis kenden de Chinezen de kunst van het papier maken reeds ver voor de Christelijke jaartelling. Vervolgens verspreidde deze zich naar Tibet waar Lama Boeddhisten begonnen met het vastleggen van de nu bekende Boeddhistische manuscripten. Ook in die tijden bestonden er reeds betrekkingen en een levendige handel tussen Nepal en Tibet. De kooplieden in Nepal gingen naar Tibet en de Tibetanen kwamen op pelgrimstochten naar de Boeddhistische schrijnen in de Kathmandu vallei. Het is opmerkelijk dat degenen die in Nepal betrokken zijn met het maken van traditioneel papier in het algemeen in de noordelijke regio’s van Nepal wonen. Met name op de oude caravanroutes naar Lhasa in Tibet. We kunnen dan ook veronderstellen dat de Nepalezen de techniek van het papier maken aan de Tibetanen te danken hebben. De kunst van het papier maken spreidde zich geleidelijk naar de westelijk delen van Nepal - bij de Gurungs en Magars. In de oostelijke regio was het vooral de Rai bevolking die in deze techniek excelleerde. Nepalees papier werd in de meeste regeringskantoren gebruikt tot 1950. Bij de democratische ontwikkeling die toen in Nepal op gang kwam begon de overheid echter papier uit India te gebruiken. Dit had natuurlijk een negatief effect op deze eeuwenoude techniek en de Nepalese papierindustrie. Vele ambachtslieden verloren hun baan. Het is dan ook van vrij recente datum dat traditioneel Nepalees handgemaakt papier weer haar erkenning vond. Een eerste belangrijke aanzet werd gegeven door UNICEF die in 1980 de verkoop van wenskaarten uit de ‘ontwikkelingslanden’ aanmoedigde. De Nepalezen hadden snel door dat ‘Lokta’(een soort heester) een uitstekende natuurlijke grondstof was voor wenskaarten en het werd een booming business. Maar ook toeristen ontdekten dit handgemaakte papier en hebben een stimulerende bijdrage geleverd aan de verdere ontwikkeling van de traditionele papierkunst. Dit zijn enkele redenen waarom de papierproductie nog steeds groeit in plaatsen als Dailekh en Baglung in het westen, en Solokhumbu, Ramechhap en Barabise in oost Nepal. In totaal zijn er nu 313 geregistreerde bedrijven verdeeld over 32 districten. Nadelen van het succes werden ook gesignaleerd, de Daphneplant werd in sommige gebieden in te korte tijd geoogst waardoor ze zich maar langzaam herstelde. Dit leidde tot kritiek en betere controle; men leert de plukkers nu hoe ze de schors kunnen wegnemen zonder de plant te doden. Lokta wordt het liefst om de twee tot drie jaar geoogst door de stam op zo'n halve meter boven de grond af te kappen, waardoor hij weer kan uitgroeien. Op deze wijze wordt het ecologisch evenwicht niet verstoord. Nieuwe technieken worden ook verder ontwikkeld en om het energiegebruik laag te houden maakt men steeds meer gebruik van energie van kleine waterkrachtcentrales, dat scheelt weer hout. Ook het nodige commentaar kwam van de concurrentie die hun inkomsten omlaag zagen gaan: Indiase papierhandelaren probeerden deze industrie in een kwaad daglicht te stellen. Deze eeuwenoude techniek wilden ik u niet onthouden en natuurlijk zij er veel varianten. Het benodigde materiaal: Schors: De schors van een twee soorten heesters(Daphne-soort), ‘Lokta’ of ‘Baluwa’, dient als basismateriaal. Beide soort planten, twee tot vijf meter lang, groeien in de noordelijke regio’s van de Himalaya’s op een hoogte tussen 2000 en 3300 meter. De Lokta groeit het best in de schaduw van bomen. Enkele plaatselijke namen voor de schors zijn Sicker of Karat. De ontschorsing van Lokta vindt in twee perioden plaats, Dasain luidt de eerste periode in en de tweede periode is van Falgun tot Baisakh(medio Februari- medio Mei). As: deze wordt geproduceerd door verschillende soorten hout te verbranden zoals Banjh, Khusro, Phalant en Katus
Een grote houten lepel. Dhoond. Dhoond: dit is een rechthoekige houten container die uit één groot stuk hout is vervaardigd. Koperen ketel ‘Khadkaunlo’. en ‘mal’, een soort filter met een uitgestrekt doek.
Een houten vat met een soort roeispaan, een ‘Madani’en een houten hamer "Mungro". Het
proces zélf. De mensen gaan het woud in, verzamelen de schors en brengen ze in manden naar de werkplek. Verzamelen van het schors. De buitenste dunne laag wordt met een mes van de rest verwijderd, de rest wordt schoongemaakt en te drogen gelegd, de vezels zijn ongeveer 6 mm lang. Hierna voor enkele uren in water geweekt en dit gebeurd waar voldoende water aanwezig is: een rivier of stroom. Vervolgens wordt de schors van alle resterende vuil en klei ontdaan, stevig samengebundeld waardoor het water eruit sijpelt. Bereiding van as. Het as dat bij het verbanden van Banjh of Khusro ontstaat wordt verzameld in een ‘Doko’, een kegelvormige mand. Hieronder wordt een houten vat of tinnen kan (Doond) geplaatst. Van bovenaf wordt aan de as water toegevoegd: dit sijpelt dan door de verschillende lagen en beland uiteindelijk in de Doond. Het water is aanvankelijk gelig maar wordt geleidelijk steeds donkerder waneer er meer as in de Doko wordt gestopt. Het filtraat dat zo ontstaat is alkalisch (tegengesteld aan zuur) en zal de schors moeten verteren.
|
Verwerken van de schors.
De gedroogde schors komt in een groot koperen vat 'Khadkaulo’ en ondergedompeld in het extract. Is dit koperen vat niet te krijgen dan gebruikt men een tinnen of zinken vat. Gedurende 3 á 4 uur wordt het materiaal gekookt en continu omgeschept, het wordt dan zachter. Het alkalisch water wordt dan in een ander vat overgegoten en de zachte schors dat achter blijft, wordt gewassen en in kleine stukjes gehakt. Het zorgt er voor dat de alkalische oplossing nog dieper in het materiaal terecht komt en verder reageert. De stukjes schors worden wederom in de ‘Khadkaulo’ geplaatst met de alkalische oplossing en weer voor een aantal uren gekookt totdat deze zeer zacht en breekbaar zijn. De zachte schors wordt dan over een mat gespreid, het water loopt hierbij weg.
Tot pulp slaan en emulsificeren van de ‘Lokta’. De schors wordt opnieuw met water schoongemaakt en op een egale stenen oppervlakte met de houten hamer ‘Mungro’ bewerkt tot pulp. Dit bewerken duurt 3 á 4 uur en is het belangrijkste onderdeel van de totale klus. Het bepaald de kwaliteit en fijnheid van het papier. De ‘Lokta’ die nu één en al pulp is geworden wordt in het cilindrische vat gestopt en met de ‘Madani’ tot een homogene massa geroerd. De laatste vuilresten worden nog verwijderd en deze fijne pulp is nu geschikt voor het maken van papier. Gieten van de pulp op de mal.
De mal is eigenlijk een soort rechthoekig houten geraamte, met een vrij ruw doek er overheen getrokken en heet ‘Khandi’ of ‘Gharbuna’. Het gieten van de pulp kan alleen maar plaatsvinden wanneer er voldoende water aanwezig is. Meest maakt men een kleine waterput vlak naast de rivier. De papiermaker plaats het geraamte precies op het wateroppervlak en schept dan met een soort kan de fijne pulp op het doek. De inhoud van de kan geeft de maat aan hoe dik het papier uiteindelijk zal worden. De dikte is bepalend voor de kwaliteit, maar toevoegingen kunnen het papier heel decoratief maken.
Zodra de pulp op het doek komt beweegt hij het frame
heen en weer zodat de pulp goed verdeelt raakt. Hierna wordt het frame
meteen van het wateroppervlak gehaald. Drogen en vouwen van het papier.
De frame met de dunne laag pulp moet vervolgens drogen. Dit kan op 2 manieren: schuin aan de zon blootgesteld of wanneer het erg bewolkt is worden de frames rondom een vuur opgesteld. Wanneer het papier helemaal droog is wordt ze langzaam verwijderd van het geraamte, gevouwen en samengebundeld. Een bundel telt meestal 200 vellen papier en heet ‘Dhep’ of ‘Kouri’. De vellen kunnen ook nog gewalst worden waardoor de kwaliteit nog hoger wordt en het uitstekend beschrijfbaar is. Het gevolg is dat de prijs aanzienlijk kan verschillen vanwege de papier kwaliteit. Wat U ook moet bedenken is dat in Wat U ook moet bedenken is dat in veel papier helemaal geen Lokta is verwerkt. Nu weet U tenminste wat een werk er achter klassiek Nepalees papier schuilt en we bevelen U ook aan om het in Nepal in een erkende Fair Trade winkel te kopen. In Nederland kan dat bij MADAT NEPAL HANDEL, p.a. Wim Klaver, Nachtegaal 9, 3435 AJ Nieuwegein. Special thanks to Rich Roto and the Nepal Craft Collection. Overname van informatie is zonder meer
toegestaan maar bronvermelding wordt wel zeer op prijs gesteld.
|