Startingpoint

De Heilige Koe, de Brahmaan en de Koning: de scheppers van Nepal

  Krishna Dixit

Voor de vorming van Nepal als Hindoe Koninkrijk was de Koe een belangrijk medium. Via de Koe oefende de Koning zijn macht uit. Maar ook via de Brahmanen die het hindoeïsme en de daarmee samenhangende macht konden verspreiden en instandhouden. Samen met de Koning en  de Brahmanen vormde de Koe een driehoeksverhouding, waardoor de Koe overleefde en de beide anderen hun voordelen hadden. Om te begrijpen wat de rol van de Koe is en hoe die  is ontstaan, moeten we ver in het verleden duiken.

 

Premier Bir Shamsher Jang Bahadur Rana en de alle wensen vervullende Koe Kamadhenu.                              Etnologisch museum te Genève

In het nationale embleem van Nepal is de Koe prominent aanwezig. Die Koe is niet alleen een heilig dier, maar zij is ook belangrijk geweest voor de totstandkoming van Nepal, het enige Hindoe Koninkrijk in de wereld, zoals we dat sinds 1909 kennen. Verschillende grote groeperingen Hindoes in India spreken in lyrische bewoording over Nepal als het laatste bastion tegen de verwestering, waar de Koe nog heilig is.

‘Nepal is een echt Hindoestan’ zeggen fanatieke Hindoes. En Mahatma Gandhi bevestigde de relatie tussen Hindoesering en de bescherming van de Koe: “Hindoeïsme is levend zolang er nog Hindoes zijn die de Koe beschermen’. Daarentegen staat er volgens de huidige Nepalese wetgeving op het doden of mishandelen van dit dier maar liefst 12 jaar gevangenisstraf - en vroeger werd zelfs de doodstraf toegepast. In de meeste Indiase deelstaten daarentegen is er helemaal geen verbod of straf voor uitgevaardigd. Op een aantal recente internationale bijeenkomsten van Hindoe-gemeenschappen uit de gehele wereld kwam de Koe niet eens voor als onderwerp van discussie. Ook niet bij het Wereld Hindoe Congres dat het afgelopen jaar in Trinidad plaatsvond. En in de Acharsanhita, het zesdelig gedragsvoorschrift voor Hindoes, komt het dier eveneens niet voor. Het lijkt alsof de Koe een taboe is geworden. Maar waarschijnlijk is de Koe gewoon niet meer belangrijk genoeg om over te praten.

Macht en Zuiverheid

In een land waarin de meerderheid van de bevolking nauwelijks kan lezen en schrijven, is overdracht van cultuur én macht door visuele hulpmiddelen een heel gebruikelijke techniek. Bijna alle culturen en religiën hebben daarvoor symbolen.                                                  Vanaf het begin van de Shah Dynastie (1768) werd de Koe aanbeden en beschermd door de Gorkha-Koningen die verantwoordelijk zijn geweest voor de totstandkoming van Nepal. De plaats Gorkha ligt op zo’n 80 kilometer ten westen van Kathmandu en de betekenis van de naam is tweeledig: ‘goraksa’ betekent letterlijk ‘Koe-beschermer’, maar ook ‘beschermer van de aarde’. Twee betekenissen die erg goed samengaan met de concepten over Macht en Zuiverheid die de Shahs hadden. Voor de Koning was het belangrijk om de zuiverheid van zijn rijk te waarborgen, omdat elke afwijking daarvan zijn autoriteit in gevaar zou kunnen brengen. Macht en zuiverheid zijn nadrukkelijk met elkaar verbonden. Zo waren Hindoes uit het Mughal-gebied per definitie ‘bezoedeld’ omdat ze onder islamitische regels leefden en de Newari die het land verlieten moesten bij terugkeer speciale zuiveringsrituelen ondergaan met de vijf producten van de Koe.

Het gezag van de Koe 

Ook in de mythologie van de Shah Dynastie speelde de Koe een speciale rol. Dravya Shah, werd in 1559 Koning van Gorkha na een mythische gebeurtenis die beschreven staat in een gedicht van Hariprasada Sharma. Omdat hij, Dravya Shah, als jonge herder zo goed met de Koeien omging, verscheen Goraknath, de Hindoe-god en thans beschermer van de Gurkha’s. Die voorspelde hem dat hij Gorkha, Nepal (toen alleen nog Kathmandu) en andere landen zou veroveren, omdat in elke Koe Laxmi, de godin van rijkdom, aanwezig was. Daardoor had hij śri, (geluk en waardigheid) verworven die hem tegen de toekomstige gobhaksa (Koe-eters) zou beschermen.

 

 

Premier Bir Shamsher Jang Bahadur Rana.

Maar de Koe verdiende ook wel zijn eigen gezag. Volgens de bekende mythe Gopalarajavamsavali en andere Nepalese overleveringen was het een Koe die de beschermgod en heilige plaats van Pashupatinath ontdekte. Voor de Rana’s, die na de Shah-dynastie aan de macht kwamen bleef de Koe een religieus en ideologisch symbool. Enerzijds om de Brahmanen tevreden te stellen en anderzijds om hun eigen zeggenschap te legitimeren. In het etnologisch museum te Genève is op een enorm schilderij (2,5 bij 1,5 meter) uit 1889 te zien hoe de alle wensen vervullende Koe Kamadhenu wordt afgebeeld tegenover Premier Bir Shamsher Jang Bahadur Rana. Op het schilderij, dat een verwijzing zou kunnen zijn naar het verhaal van Dravya Shah, zien we Bir Shamser afgebeeld als onderworpen aan de religieuze macht van de Koe.

De koninklijke wetten en de praktijk

Hoe houd je de structuur van een zich uitbreidend land in stand als je, met name in de afgelegen delen, niet kunt toepassen wat je predikt? En hoe houd je als Koning ook je Brahmaanse adviseurs tevreden? Het gevaar was bepaald niet denkbeeldig dat er opstanden en afscheidingen konden ontstaan, of dat de Koningsgezinden hun loyaliteit zouden opzeggen, als eeuwenoude gebruiken door de Koning verboden zouden worden. Tot vandaag de dag worden Koeien over steile heuvels gejaagd, waardoor ze verongelukken. De Magars in het noorden doodden runderen wanneer ze in conflict kwamen met de centrale macht in Kathmandu, ze vielen dus bij wijze van spreke een symbool van de staatsideologie en -religie aan in plaats van de staat zelf. En de Boeddhistische Sherpa’s aten rund- en yakvlees. Zij doodden de dieren niet zelf. Daar lieten zij slagers voor uit Tibet komen. Maar ook deze lokale praktijk gaat in tegen de ‘leer van Boeddha’. Toen men in Kathmandu begreep dat de Sherpa’s uit de Khumbu-regio rundvlees aten, werd dit verboden zonder een straf toe te passen. Men zou dan iedereen wel kunnen straffen en dus zagen de koninklijke ogen het door de vingers. De heersers hadden natuurlijk geen trek in verdeeldheid door een al te strikte toepassing van de wetten. 

De doodstraf

De eerste geschreven berichten over het toepassen van de doodstraf bij het doden van een Koe stammen uit 1740 en Rana Bahadur Shah was de eerste die 65 jaar later een formele wet uitvaardigde die voor het hele land gold. Waarschijnlijk speelden daarbij anti-britse gevoelens, die hij in Banaras kreeg, een rol: met deze wet toonde hij namelijk aan dat hij een goed Hindoe was.                                        Het Koninklijke Bevel over ‘Bichari Hiranda Tiwari’ uit 1806 gaat over een Damai (kleermaker uit de lage kaste) die verdacht werd van het doden van een Koe maar niet vervolgd was. In Kathmandu was men niet tevreden en Tiwari werd opnieuw ‘verhoord’ waarin hij uiteindelijk toegaf de Koe te hebben gedood. Het gevelde vonnis was ook zijn lot: ‘Snij het vlees van zijn rug af, doe zout en zuur op de wonden. Laat hij het vlees zelf opeten en dood hem’. De familieleden verloren al hun eigendommen en werden slaven. Gelukkig werd deze wet niet consequent toegepast en via levenslang geleidelijk veranderd en afgezwakt tot de huidige 12 jaar celstraf. Yaks en kruisingen tussen Koe en Yak werden niet als heilige Koeien beschouwd en in de Solu Khumbu regio was het ook toegestaan om Yaks te doden. Omstreeks 1850 kwam daar verandering in en moest men 40 rupees boete betalen. Maar voor moderne oorlogvoering had je wel producten nodig afkomstig van de Koe zoals de schedes voor de wapens en leren zakken om zoutzuur in te vervoeren. De Shahs en Ranas zagen ook in dat het heffen van belasting, verplichten tot militaire dienst en het eren van de brahmanen veel meer voordelen hadden. Ook voor de rundvleeseters: ze geloofden dat ze betere krijgslieden werden.

 Geen eenduidige wetgeving

Lucratiever was het om de 'sinu-eters' aan te pakken. Het vlees van een rund dat op natuurlijke wijze sterft heet sinu en de eters hiervan werden voor de keus gesteld: boete betalen of de huiden van deze dode dieren inleveren?                                                                           In West-Nepal leidde het heffen van te hoge belasting op het eten van sinu tot heftige reacties. Als compromis moest men jaarlijks een vast bedrag betalen en huiden aanleveren. De Koning bleef erkend en de plaatselijke gewoonte werd niet meer belemmerd. Dergelijke regelingen verschilden per regio en werden in een koninklijk besluit - lalmohor- vastgelegd. Waarschijnlijk heeft dat ook te maken met de situatie van toen. Nepal, zoals we dat nu als staat kennen, kreeg pas juridisch gestalte rond 1909. Daarvoor bestond het gebied uit kleine landen die onderworpen waren aan het Huis van Gorkha.Alle brieven, wetten en besluiten werden samengevoegd in de Ain (wet) van 1854, later Muluki Ain (koninklijke wet) genoemd, één van de eerste in Nepal gedrukte boeken. Hiermee werd de tot dan toe geldende Hindoe Codex vervangen onder verantwoordelijkheid van Jang Bahadur Rana. Zijn politieke doel was het instellen van een gemeenschappelijk kastenstelsel en een eenduidige wetgeving, waardoor de afgelegen gebieden en bevolkingsgroepen onder controle konden worden gebracht. Beslist geen eenvoudige taak in een gebied met meer dan 60 verschillende bevolkingsgroepen. Wat meteen opvalt aan de wetsregels is dat ze heel gedifferentieerd, tegenstrijdig en beslist niet eenduidig zijn. Een voorbeeld: het bewust doden van een Koe leverde levenslang op, maar dood door nalatigheid werd bestraft met een boete van één rupee. Een Koe slaan of verwonden tijdens het werk bleef onbestraft, maar op het verwonden met een wapen stond levenslang. De bewijsvoering hiervoor is dan ook buitengewoon lastig. Deze warboel komt voor uit de ambivalente houding jegens de Koe: natuurlijk is het een Heilig Dier maar ook een arbeidskracht!  Het Nepalese spreekwoord  “Sterft een dikke Koe alleen maar omdat de leerlooier haar zegt dat te doen?” geeft niet alleen het gapende gat aan tussen realiteit en verlangen, maar ook dat de leerlooier wel meer wilde dan de huiden. 

Het poldermodel

De uitvoering van de Muluki Ain was dus weliswaar gericht op de bescherming van het leven en de heiligheid van de Koe en daardoor van de Hindoe-orthodoxie van de Koning en een gemeenschappelijke staatsideologie. Met moraal en schuld, het afzien van geweld, ahimsa, de bescherming van dieren of vegetarisme heeft dit niet veel te maken (Nepalese Brahmanen zijn geen vegetariërs). Het offeren van dieren heeft ook een heel andere betekenis dan het doden van de dieren. De Yak werd enkele decennia na het verschijnen van de Muluki Ain als een heilige Koe met beperkingen beschouwd, een soort tweederangs Brahmaan. Waarom deze actie? De reden was vooral een strategische: om de Bhotiyas in het noorden binnen het rijk te laten vallen waardoor zij onderdanen van Gorkha werden en niet van Tibet.

Het verbod op het slachten van Koeien en yaks had dus vooral een symbolische, integratie-bevorderende rol dan een praktisch Koe-gericht doel. Iedereen kon door alle gaten en achterdeurtjes met de Muluki Ain leven en in de latere versies van de wet werd dit 'manco' nauwelijks herzien. Tegenwoordig noemen we dat een compromis volgens het poldermodel.

 Tussen bewering en praktijk

In buurland India speelden zich dergelijke processen ook af, maar doordat de macht in Nepal centraal was georganiseerd was er formeel een betere naleving van de wetten. Nepal werd daarom ook door de Indiërs voor wat betreft het Hindoeïsme als een superieur land ervaren. Terwijl de rundvlees etende 'Firangi' (Europeanen) meer greep op Azië kregen en de varkensetende Bhotiyas van het Tibetaanse Plateau onder het gezag van de Keizer in Beijing vielen, koos de Gorkha-regering voor politiek isolement om zo een zuiver Hindoestan te kunnen blijven. De Indiase lyriek en bewondering "Nepal is hindoeïsme en hindoeïsme is Nepal' werd door de Nepalese heersers natuurlijk gewaardeerd en gestimuleerd. Maar dat dit vooral een Maya (sluier) is, en dat tussen deze bewering en de praktijk een grote kloof bestond,  is dus met vele voorbeelden te staven. De rituelen rondom de kroning van de Koning vormen wel een heel bijzonder voorbeeld. Volgens de rituele handboeken moet de Koning de troon (bhadrasan) bestijgen die bedekt is met huiden van verschillende dieren en waarover weer een wit kleed ligt. Elk dier vertegenwoordigt een bepaalde eigenschap zoals kracht, snelheid, en intelligentie. De Koning verwerft kracht door te zitten op de restanten van een ... dode stier.

Toen Koning Mahendra in 1952 de troon besteeg was er een flink probleem. Genoeg dierenhuiden te krijgen in Nepal, maar niet van een stier. Maar hoe kom je nu daaraan? De kastanjekleurige huid van een stier uit de Sindhi-stam was nodig en deze kon alleen door Pakistan geleverd worden. De Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken vloog deze huid, naast andere geschenken, persoonlijk in. Een symbool waarmee het hindoeïsme kon worden gepropageerd was dus afkomstig uit een Islamitisch land. 

De toekomst

Onder het Wapen van Nepal staat: ‘Moeder en Moederland zijn belangrijker dan de hemel’. Anders gezegd: denken over het hiernamaals is minder zinvol dan werken hier en nu. Het huidige Nepalese wetboek kent de Koe slechts een kleine sectie toe. In een wereld die gedomineerd wordt door rundvleeseters, waarin het geld machtiger is dan de mensen en rationaliteit oprukt ten koste van heiligheden, zal de Koe het alleen nog maar moeilijker krijgen. Ze kan zich steeds minder verdedigen tegen de wetten van de vrije handel en zal als machtssymbool verdwijnen om tenslotte alleen maar op haar marktwaarde te worden afgerekend.

Februari 2001

Overname van informatie is zonder meer toegestaan maar bronvermelding wordt wel zeer op prijs gesteld.
About Krishna Dixit: Curiculum Vitae