De Heilige Koe, de Brahmaan en de Koning: de scheppers van NepalKrishna DixitVoor
de vorming van Nepal als Hindoe Koninkrijk was de Koe een belangrijk
medium. Via de Koe oefende de Koning zijn macht uit. Maar ook via de
Brahmanen die het hindoeïsme en de daarmee samenhangende macht konden
verspreiden en instandhouden. Samen met de Koning en
de Brahmanen vormde de Koe een driehoeksverhouding, waardoor de Koe
overleefde en de beide anderen hun voordelen hadden. Om te begrijpen wat
de rol van de Koe is en hoe die
is ontstaan, moeten we ver in het verleden duiken. Premier Bir Shamsher Jang Bahadur Rana en de alle wensen vervullende Koe Kamadhenu. Etnologisch museum te Genève ‘Nepal
is een echt Hindoestan’
zeggen fanatieke Hindoes. En Mahatma Gandhi bevestigde de relatie tussen
Hindoesering en de bescherming van de Koe: “Hindoeïsme is levend
zolang er nog Hindoes zijn die de Koe beschermen’. Daarentegen
staat er volgens de huidige Nepalese wetgeving op het doden of mishandelen
van dit dier maar liefst 12 jaar gevangenisstraf - en vroeger werd zelfs
de doodstraf toegepast. In de meeste Indiase deelstaten daarentegen is er
helemaal geen verbod of straf voor uitgevaardigd. Op een aantal recente
internationale bijeenkomsten van Hindoe-gemeenschappen uit de gehele
wereld kwam de Koe niet eens voor als onderwerp van discussie. Ook niet
bij het Wereld Hindoe Congres dat het afgelopen jaar in Trinidad
plaatsvond. En in de Acharsanhita, het zesdelig
gedragsvoorschrift voor Hindoes, komt het dier eveneens niet voor. Het
lijkt alsof de Koe een taboe is geworden. Maar waarschijnlijk is de Koe
gewoon niet meer belangrijk genoeg om over te praten. Macht en
Zuiverheid In
een land waarin de meerderheid van de bevolking nauwelijks kan lezen en
schrijven, is overdracht van cultuur én macht door visuele hulpmiddelen
een heel gebruikelijke techniek. Bijna alle culturen en religiën hebben
daarvoor symbolen. Het
gezag van de Koe Ook
in de mythologie van de Shah Dynastie speelde de Koe een speciale rol.
Dravya Shah, werd in 1559 Koning van Gorkha na een mythische gebeurtenis
die beschreven staat in een gedicht van Hariprasada Sharma. Omdat hij,
Dravya Shah, als jonge herder zo goed met de Koeien omging, verscheen
Goraknath, de Hindoe-god en thans beschermer van de Gurkha’s. Die
voorspelde hem dat hij Gorkha, Nepal (toen alleen nog Kathmandu) en andere
landen zou veroveren, omdat in elke Koe Laxmi,
de godin van rijkdom, aanwezig
was. Daardoor had hij śri, (geluk en waardigheid) verworven die hem tegen de toekomstige gobhaksa
(Koe-eters) zou beschermen.
Premier Bir Shamsher Jang Bahadur Rana. Maar
de Koe verdiende ook wel zijn eigen gezag. Volgens de bekende mythe Gopalarajavamsavali
en andere Nepalese overleveringen was het een Koe die de beschermgod en
heilige plaats van Pashupatinath
ontdekte. Voor de Rana’s, die na de Shah-dynastie aan de macht
kwamen bleef de Koe een religieus en ideologisch symbool. Enerzijds om de
Brahmanen tevreden te stellen en anderzijds om hun eigen zeggenschap te
legitimeren. In het etnologisch museum te Genève is op een enorm
schilderij (2,5 bij 1,5 meter) uit 1889 te zien hoe de alle wensen
vervullende Koe Kamadhenu wordt afgebeeld tegenover Premier
Bir Shamsher Jang Bahadur Rana. Op het schilderij, dat een verwijzing zou
kunnen zijn naar het verhaal van Dravya Shah, zien we Bir Shamser
afgebeeld als onderworpen aan de religieuze macht van de Koe. De
koninklijke wetten en de praktijk Hoe
houd je de structuur van een zich uitbreidend land in stand als je, met
name in de afgelegen delen, niet kunt toepassen wat je predikt? En hoe
houd je als Koning ook je Brahmaanse adviseurs tevreden? Het gevaar was
bepaald niet denkbeeldig dat er opstanden en afscheidingen konden
ontstaan, of dat de Koningsgezinden hun loyaliteit zouden opzeggen, als
eeuwenoude gebruiken door de Koning verboden zouden worden. Tot vandaag de
dag worden Koeien over steile heuvels gejaagd, waardoor ze verongelukken.
De Magars in het noorden doodden runderen wanneer ze in conflict kwamen
met de centrale macht in Kathmandu, ze vielen dus bij wijze van spreke een
symbool van de staatsideologie en -religie aan in plaats van de staat
zelf. En de Boeddhistische Sherpa’s aten rund- en yakvlees. Zij doodden
de dieren niet zelf. Daar lieten zij slagers voor uit Tibet komen. Maar
ook deze lokale praktijk gaat in tegen de ‘leer van Boeddha’. Toen men
in Kathmandu begreep dat de Sherpa’s uit de Khumbu-regio rundvlees aten,
werd dit verboden zonder een straf toe te passen. Men zou dan iedereen wel
kunnen straffen en dus zagen de koninklijke ogen het door de vingers. De
heersers hadden natuurlijk geen trek in verdeeldheid door een al te
strikte toepassing van de wetten. De doodstraf De
eerste geschreven berichten over het toepassen van de doodstraf bij het
doden van een Koe stammen uit 1740 en Rana Bahadur Shah was de eerste die
65 jaar later een formele wet uitvaardigde die voor het hele land gold.
Waarschijnlijk speelden daarbij anti-britse gevoelens, die hij in Banaras
kreeg, een rol: met deze wet toonde hij namelijk aan dat hij een goed
Hindoe was.
Het Koninklijke
Bevel over ‘Bichari Hiranda Tiwari’ uit 1806 gaat over een Damai
(kleermaker uit de lage kaste) die verdacht werd van het doden van een Koe
maar niet vervolgd was. In Kathmandu was men niet tevreden en Tiwari werd
opnieuw ‘verhoord’ waarin hij uiteindelijk toegaf de Koe te hebben
gedood. Het gevelde vonnis was ook zijn lot: ‘Snij het vlees van zijn
rug af, doe zout en zuur op de wonden. Laat hij het vlees zelf opeten en
dood hem’. De familieleden verloren al hun eigendommen en werden slaven.
Gelukkig werd deze wet niet consequent toegepast en via levenslang
geleidelijk veranderd en afgezwakt tot de huidige 12 jaar celstraf. Yaks
en kruisingen tussen Koe en Yak werden niet als heilige Koeien beschouwd
en in de Solu Khumbu regio was het ook toegestaan om Yaks te doden.
Omstreeks 1850 kwam daar verandering in en moest men 40 rupees boete
betalen.
Maar voor moderne oorlogvoering had je wel producten nodig afkomstig van
de Koe zoals de schedes voor de wapens en leren zakken om zoutzuur in te
vervoeren. De Shahs en Ranas zagen ook in dat het heffen van belasting,
verplichten tot militaire dienst en het eren van de brahmanen veel meer
voordelen hadden. Ook voor de rundvleeseters: ze geloofden dat ze betere
krijgslieden werden. Geen
eenduidige wetgeving Lucratiever
was het om de 'sinu-eters' aan te pakken. Het vlees van een
rund dat op natuurlijke wijze sterft heet sinu en de eters hiervan werden voor de keus gesteld: boete betalen
of de huiden van deze dode dieren inleveren?
In West-Nepal leidde het heffen van te hoge belasting op het eten van sinu
tot heftige reacties. Als compromis moest men jaarlijks een vast
bedrag betalen en huiden aanleveren. De Koning bleef erkend en de
plaatselijke gewoonte werd niet meer belemmerd. Dergelijke regelingen
verschilden per regio en werden in een koninklijk besluit - lalmohor-
vastgelegd. Waarschijnlijk heeft dat ook te maken met de situatie van
toen. Nepal, zoals we dat nu als staat kennen, kreeg pas juridisch
gestalte rond 1909. Daarvoor bestond het gebied uit kleine landen die
onderworpen waren aan het Huis van Gorkha.Alle brieven, wetten en besluiten werden samengevoegd in de Ain (wet) van
1854, later Muluki Ain (koninklijke wet) genoemd, één van de eerste in
Nepal gedrukte boeken. Hiermee werd de tot dan toe geldende Hindoe Codex
vervangen onder verantwoordelijkheid van Jang Bahadur Rana. Zijn politieke
doel was het instellen van een gemeenschappelijk kastenstelsel en een
eenduidige wetgeving, waardoor de afgelegen gebieden en bevolkingsgroepen
onder controle konden worden gebracht. Beslist geen eenvoudige taak in een
gebied met meer dan 60 verschillende bevolkingsgroepen. Wat meteen opvalt
aan de wetsregels is dat ze heel gedifferentieerd, tegenstrijdig en
beslist niet eenduidig
zijn. Een voorbeeld: het bewust doden van een Koe leverde levenslang op,
maar dood door nalatigheid werd bestraft met een boete van één rupee.
Een Koe slaan of verwonden tijdens het werk bleef onbestraft, maar op het
verwonden met een wapen stond levenslang. De bewijsvoering hiervoor is dan
ook buitengewoon lastig. Deze warboel komt voor uit de ambivalente houding
jegens de Koe: natuurlijk is het een Heilig Dier maar ook een
arbeidskracht! Het Nepalese
spreekwoord “Sterft een
dikke Koe alleen maar omdat de leerlooier haar zegt dat te doen?” geeft
niet alleen het gapende gat aan tussen realiteit en verlangen, maar ook
dat de leerlooier wel meer wilde dan de huiden. Het
poldermodel De
uitvoering van de Muluki Ain was dus weliswaar gericht op de bescherming
van het leven en de heiligheid van de Koe en daardoor van de
Hindoe-orthodoxie van de Koning en een gemeenschappelijke staatsideologie.
Met moraal en schuld, het afzien van geweld, ahimsa, de bescherming van dieren of vegetarisme heeft dit niet veel te
maken (Nepalese Brahmanen zijn geen vegetariërs). Het offeren van dieren
heeft ook een heel andere betekenis dan het doden van de dieren. De Yak
werd enkele decennia na het verschijnen van de Muluki Ain als een heilige
Koe met beperkingen beschouwd, een soort tweederangs Brahmaan. Waarom deze
actie? De reden was vooral een strategische: om de Bhotiyas in het noorden
binnen het rijk te laten vallen waardoor zij onderdanen van Gorkha werden
en niet van Tibet. Het
verbod op het slachten van Koeien en yaks had dus vooral een symbolische,
integratie-bevorderende rol dan een praktisch Koe-gericht doel. Iedereen
kon door alle gaten en achterdeurtjes met de Muluki Ain leven en in de
latere versies van de wet werd dit 'manco' nauwelijks herzien.
Tegenwoordig noemen we dat een compromis volgens het poldermodel. Tussen
bewering en praktijk In
buurland India speelden zich dergelijke processen ook af, maar doordat de
macht in Nepal centraal was georganiseerd was er formeel een betere
naleving van de wetten. Nepal werd daarom ook door de Indiërs voor wat
betreft het Hindoeïsme als een superieur land ervaren. Terwijl de
rundvlees etende 'Firangi'
(Europeanen) meer greep op Azië kregen en de varkensetende Bhotiyas van
het Tibetaanse Plateau onder het gezag van de Keizer in Beijing vielen,
koos de Gorkha-regering voor politiek isolement om zo een zuiver
Hindoestan te kunnen blijven. De Indiase lyriek en bewondering "Nepal
is hindoeïsme en hindoeïsme is Nepal' werd door de Nepalese
heersers natuurlijk gewaardeerd en gestimuleerd. Maar dat dit vooral een Maya
(sluier) is, en dat tussen deze bewering en de praktijk een grote kloof
bestond, is dus met vele
voorbeelden te staven. De rituelen rondom de kroning van de Koning vormen
wel een heel bijzonder voorbeeld. Volgens de rituele handboeken moet de
Koning de troon (bhadrasan)
bestijgen die bedekt is met huiden van verschillende dieren en waarover
weer een wit kleed ligt. Elk dier vertegenwoordigt een bepaalde eigenschap
zoals kracht, snelheid, en intelligentie. De Koning verwerft kracht door
te zitten op de restanten van een ... dode stier. Toen
Koning Mahendra in 1952 de troon besteeg was er een flink probleem. Genoeg
dierenhuiden te krijgen in Nepal, maar niet van een stier. Maar hoe kom je
nu daaraan? De kastanjekleurige huid van een stier uit de Sindhi-stam was
nodig en deze kon alleen door Pakistan geleverd worden. De Pakistaanse
minister van Buitenlandse Zaken vloog deze huid, naast andere geschenken,
persoonlijk in. Een symbool waarmee het hindoeïsme kon worden
gepropageerd was dus afkomstig uit een Islamitisch land. De
toekomst Onder
het Wapen van Nepal staat: ‘Moeder en Moederland zijn belangrijker
dan de hemel’. Anders gezegd: denken over het hiernamaals is
minder zinvol dan werken hier en nu. Het huidige Nepalese wetboek kent de
Koe slechts een kleine sectie toe. In een wereld die gedomineerd wordt
door rundvleeseters, waarin het geld machtiger is dan de mensen en
rationaliteit oprukt ten koste van heiligheden, zal de Koe het alleen nog
maar moeilijker krijgen. Ze kan zich steeds minder verdedigen tegen de
wetten van de vrije handel en zal als machtssymbool verdwijnen om
tenslotte alleen maar op haar marktwaarde te worden afgerekend. Februari 2001 Overname
van informatie is zonder meer toegestaan maar bronvermelding wordt wel
zeer op prijs gesteld.
|