Kinderpagina's |
Van zaadje tot plant
Dan kan het zaadje beginnen te groeien. Zon is er
nodig, vocht in de grond en voedsel.
Een ding is belangrijk: zorg ervoor dat je plant voldoende water krijgt. Anders kan hij zijn water met zouten niet opzuigen! Succes met je eigen plant!!!
De gewassen (planten) In het veld worden de zaadjes natuurlijk in één keer
gezaaid, met de zaaimachine mooi in rijen. Waarom in
rijen? Wel, onkruid vindt het ook heerlijk om op zo'n
grote akker te groeien, dus samen met de zaadjes groeit
ook het onkruid. Tussen de rijen door gaat mijn man met
een schoffel (een machine met heel veel smalle harkjes)
alle kleine onkruidjes wegschoffelen. Hij moet daarbij
opletten, dat hij de bietenplanten of de tarweplantjes
niet wegschoffelt. Dus: goed opletten!!! Op deze manier
hoeft mijn man voor dit onkruid geen bestrijdingsmiddelen
te gebruiken ; hij schoffelt ze immers weg! Het moet
natuurlijk wel droog zijn in het veld, anders kun je niet
met de trekker in het land komen: löss plakt heel erg
aan de banden! Helemaal zonder gewasbeschermingsmiddelen
lukt het niet, want de onkruiden die in de rij opkomen,
zouden de kleine bietenplanten helemaal verdringen.
Daarom moet mijn man met de rijenspuit die onkruiden
doodspuiten.
De aardappel is het enige gewas op onze boerderij dat niet gezaaid wordt, maar gepoot. In de lente worden pootaardappelen (ze heten ook wel moederaardappelen) in de grond gestopt. Uit een moederaardappel groeit een aardappelplant en aan die aardappelplant groeien daarna allemaal nieuwe aardappels. Wist je trouwens dat een aardappel geen wortel is, maar eigenlijk een stukje stengel?
In de herfst worden eerst de bladeren van de aardappelplant eraf gehaald. Hierdoor krijgen de aardappelen in de grond een dikker schilletje, en dat is handig, want dan kunnen ze beter tegen een stootje. De planten kunnen ontbladerd worden door ze te bespuiten met chemische middelen, maar je kunt ook een machine de bladeren eraf laten "slaan". Dat is natuurlijk ook beter voor het milieu. Daarna worden de aardappelen gerooid met een aardappelrooier. Die haalt de aardappelen uit de grond, maar neemt per ongeluk ook wat harde kluiten, modder, onkruid, stenen en stukken dode stengel mee. Die rotzooi wordt er zoveel mogelijk uitgesorteerd, want de aardappelen worden de hele winter in de loods opgeslagen, en het is zonde om kluiten en stenen op te slaan. De aardappelen worden verkocht aan aardappelfabrieken en wij verkopen ook zelf aardappelen aan mensen uit de buurt.
Aan het einde van de zomer worden de tarwe- en gerstplanten geelkleurig en zijn de korrels rijp en klaar om geoogst te worden. Dat gebeurt met een maaidorser (ook wel combine genoemd).
Aan de voorkant snijdt die dorser de stengels laag bij de grond af en de tarwe of gerst verdwijnt in de machine. Binnenin de maaidorser worden de korrels uit hun aren "geslagen". De korrels worden dan door een pijp heen naar de wagen toegebracht die de korrels opvangt.
De rest van de tarweplant komt aan de achterkant weer uit de machine en wordt later tot stropakketjes verwerkt of blijft liggen in het veld. In de lente worden de suikerbietenzaadjes gezaaid. Uit de hele kleine zaadjes groeien eerst een heel klein dun worteltje en twee blaadjes. Daarna ontstaan eerst vooral meer bladeren. Pas als de herfst eraan komt, gaat de plant reservevoedsel voor de komende winter opslaan in z'n wortel. En dat reservevoedsel is de suiker die wij zo lekker vinden! In oktober/november is een heel dikke wortel onstaan, waar genoeg suiker in zit voor 35 suikerklontjes.
Als de bieten worden geoogst, worden eerst de bladeren eraf gesneden met een machine. De bieten worden daarna uit de grond gehaald met een bietenrooier. De gerooide bieten worden op een hoop bij elkaar gebracht aan de rand van het veld. Daar blijven ze liggen totdat ze met vrachtwagens naar de suikerbietenfabriek gebracht worden. Daar wordt op een ingewikkelde manier de suiker uit de bieten gehaald. Witlof is een tweejarige plant. De witlof die jij op je bordje hebt liggen, heeft er twee jaar over gedaan om zo te worden. Het eerste jaar groeit de witlof buiten op het land bij ons. In het voorjaar worden de hele kleine zaadjes gezaaid. Dat zaadje groeit uit tot een plant met een lange wortel (ook wel "pen" genoemd) en groene bladeren. Die groene bladeren vinden wij niet lekker. Wat we dat eerste jaar willen hebben, is de wortel. In de herfst worden de witlofwortelen uit de grond gehaald, nadat de bladeren eraf gesneden zijn met een machine. Die witlofwortelen worden dan naar witloftrekkers toegebracht. Deze boeren zetten de witlofwortelen eerst een tijdje in de koeling (een grote koelkast), zodat de witlofwortelen denken dat het winter is. Als de wortelen uit de koeling worden gehaald, begint het tweede jaar van de witlofplant. De pennen worden in grote houten bakken met hun voetjes in het water gezet in een donkere ruimte. Er beginnen weer bladeren aan de wortel te groeien, maar omdat het donker is, blijven de bladeren wit en blijven ze dicht op elkaar zitten.
Na een week of drie ziet de witlof er zo uit zoals hij in de groentewinkel ligt en wordt hij van de wortel afgesneden en verkocht. De wortel wordt nog gebruikt als veevoer.
|
Deze pagina is gemaakt op 21 april 1999
![]()
Reacties op deze homepage en vragen
zijn welkom op het E-mailadres n.huijts@wxs.nl .