Livius, Ab urbe condita;
Eindexamen 1997

Inhoudsopgave:

De Sabijnse maagdenroof
Brutus
De "opstand" van de plebejers
De oorlog tegen de Falerii
Hannibal,voor de strijd
Hannibal, de strijd
Griekenland
Bacchanalia, Aebutius en Hispala
Bacchanalia, Hispala's onthullingen

Informatie over geïntegreerde akkerbouw

Brutus en het einde van de koningstijd.

Koning Tarquinius raadpleegt het orakel

1.56.4-1.56.13

Als laatste van de Romeinse koningen regeert Tarquinius Superbus, een echte tiran, volgens de Romeinse overlevering. Hij jaagt vele Romeinen door zijn gedrag tegen zich in het harnas...

56.4 Toen hij hiermee bezig was, verscheen hem een vreselijk voorteken: toen een slang, die uit een houten zuil kroop, angst en een vlucht naar het paleis toe had veroorzaakt, heeft hij weliswaar niet het hart van de koning zelf door plotselinge vrees geschokt, maar toch vervuld van angstige zorgen.

56.5 Omdat dus voor openbare voortekens slechts Etruskische zieners werden gebruikt, besloot hij, omdat hij door deze als het ware huiselijke verschijning opgeschrikt was, (gezanten) te sturen naar Delfi, naar het meest beroemde orakel ter wereld.

56.6 En omdat hij de antwoorden van het orakel niet aan iemand anders durfde toe te vertrouwen, heeft hij twee zonen door in die tijd onbekende landen, over nog onbekendere zeeen naar Griekenland gezonden.

56.7 Titus en Arruns zijn vertrokken; als metgezel is aan hen Lucius Iunius Brutus toegevoegd, geboren uit Tarquinia, een zus van de koning, een jongeman, heel anders van karakter dan waarvan hij de schijn had aangenomen.
Deze, toen hij gehoord had dat de aanzienlijksten van de staat, onder wie zijn eigen broer, door de oom gedood waren, heeft besloten: noch in zijn geestelijke vermogens ook maar iets dat voor de koning vreeswekkend was, noch in zijn bezit iets dat begerenswaardig was achter te laten en door verachting veilig te zijn waar in het recht te weinig bescherming was.

56.8 Dus met opzet komend tot nabootsing van domheid, omdat hij toestond dat hijzelf en zijn dingen tot buit van de koning waren, heeft hij ook helemaal niet de bijnaam van Brutus geweigerd opdat die mentaliteit (geest), bevrijder van het Romeinse volk, zich onder de dekmantel van die bijnaam schuilhoudend, het bij zich horende moment zou afwachten.

56.9 Men zegt dat deze toen, nadat hij door de Tarquinii naar Delphi geleid was, meer als voorwerp van spot dan als metgezel, een gouden stok ingesloten in een hiertoe uitgeholde kornoeljehouten stok als een geschenk heeft gebracht aan Apollo, via omwegen symbool van zijn eigen karakter.

56.10 Nadat men daar aangekomen was, is, toen de opdrachten van de vader voltooid waren, een verlangen de geesten van de jongemannen binnengedrongen om te vragen bij wie van hen het Romeinse koningsschap zou terechtkomen. Men zegt dat vanuit het diepst van de grot een stem weerklonk: de hoogste macht in Rome zal hebben wie van jullie als eerste, o jongemannen, een kus naar de moeder zal hebben gebracht.

56.11 De Tarquinii bevelen, opdat Sextus (de oudste broer), die in Rome was achtergelaten, onbekend met het antwoord en uitgesloten van macht zou zijn, dat de zaak uitdrukkelijk verzwegen wordt; zijzelf laten onder zich aan het lot over, wie van beiden als eerste, wanneer hij naar Rome was teruggekeerd, aan de moeder een kus zou geven.

56.12 Omdat Brutus meende dat de uitspraak van de Pythia op iets anders doelde, heeft hij, alsof hij struikelend was gevallen, de aarde met een kus aangeraakt, natuurlijk omdat die de gemeenschappelijke moeder van alle stervelingen zou zijn.

56.13 Vandaar is er teruggekeerd naar Rome, waar tegen de Rutuli een oorlog met de grootste macht werd voorbereid.

Lucretia

1.57.1-1.59.2

57.1 De Rutuli hadden Ardea (in hun bezit), een volk, althans voor die streek en die tijd, zeer machtig door rijkdom; en dat is precies de reden van de oorlog geweest, omdat de Romeinse koning zowel ernaar streefde zichzelf te verrijken, uitgeput door de pracht van openbare werken, als ernaar streefde met buit de stemming van zijn onderdanen te kalmeren,

57.2 afgezien van ander verwaand gedrag ook verbitterd door zijn regering omdat ze verontwaardigd waren dat ze zolang door de koning waren ingezet voor werkzaamheden van handwerkslieden en slavenwerk.

57.3 De zaak is uitgeprobeerd om te zien of Ardea bij de eerste aanval genomen kon worden. Toen dit te weinig vorderingen maakte, zijn de vijanden begonnen in het nauw gedreven te worden door een belegering en schanswerken.

57.4 In dit vaste legerkamp, zoals dat gaat, meer in een lange dan felle oorlog, waren de mogelijkheden om in en uit te lopen vrij genoeg, maar toch meer voor de officieren dan voor de soldaten.

57.5 De koninklijke jongemannen althans brachten soms hun vrije tijd onder elkaar door met feestmaaltijden en drinkgelagen.

57.6 Toen deze toevallig aan het drinken waren bij Sextus Tarquinius, waar ook Collatinus Tarquinius, zoon van Egerius, aan het eten was, kwam het gesprek op echtgenotes. Eenieder was bezig de zijne te prijzen op wonderbaarlijke manieren;

57.7 toen vervolgens een wedijver was ontbrand, zei Collatinus dat woorden niet nodig waren; dit althans kon binnen enkele uren geweten worden, hoeveel zijn Lucretia boven de anderen uitstak. " Waarom, als de kracht van de jeugd in ons is, bestijgen wij niet de paarden en gaan met eigen ogen de talenten van onze (vrouwen) bekijken? Moge voor eenieder dit het beste bewijs zijn, wat zich bij de onverwachte aankomst van de man zal hebben voorgedaan aan de ogen." Zij waren verhit geraakt door de wijn. Allen: "Ja vooruit!"; in galop vliegen ze weg naar Rome.

57.8 Toen ze daar waren aangekomen, terwijl de eerste duisternis zich uitbreidde, gingen ze vervolgens verder naar Collatia,

57.9 waar ze Lucretia bepaald niet zoals de koninklijke schoondochters, die zij bij feestmaaltijd en spel met leeftijdgenoten de tijd hadden zien slijten, maar laat in de nacht, zich toeleggend op wol, temidden van de slavinnen, die bij lamplicht werkten, in het midden van het huis zittend, aantreffen. De lof van de wedstrijd tussen vrouwen was in handen van Lucretia.

57.10 Man en Tarquinii zijn bij hun komst vriendelijk ontvangen; de winnende echtgenoot nodigde vriendelijk de koninklijke jongemannen uit. Daar maakt zich een gemene hartstocht om Lucretia met geweld te verkrachten meester van Sextus Tarquinius; zowel haar schoonheid als haar bewezen kuisheid hitste hem op.

57.11 En toen althans keerden ze vanaf het nachtelijke spel van de jongemannen naar het kamp terug.

58.1 Nadat er enkele dagen verlopen waren, kwam Sextus Tarquinius, zonder medeweten van Collatinus, met één metgezel naar Collatia.

58.2 Toen hij, nadat hij daar welwillend was ontvangen door mensen die niet op de hoogte waren van zijn plan, na de maaltijd naar het gastenvertrek was weggeleid, kwam hij, brandend van liefde, toen (alles) rondom veilig leek, en allen in slaap leken, met getrokken zwaard naar de slapende Lucretia en nadat hij met zijn linkerhand op de borst van de vrouw had gedrukt, zei hij: "Zwijg, Lucretia, ik ben Sextus Tarquinius, er is een zwaard in m'n hand, jij zult sterven als jij een stem zult hebben laten horen."

58.3 Toen de vrouw, opgeschrikt uit de slaap, zag dat er geen enkele hulp was, dat de dood bijna dreigde, op dat moment bekende Tarquinius zijn liefde, smeekte, mengde dreigementen met zijn smeekbeden en wendde de geest van de vrouw naar alle kanten toe.
(Zowel smeken, vleien als dreigen, hij probeert alles op haar geest uit)

58.4 Toen hij zag dat ze standvastig was en zelfs niet door angst voor de dood werd omgebogen, voegde hij aan de angst schande toe. Hij zei dat hij bij de dode een gekeelde slaaf naakt zou plaatsen, opdat men zou zeggen dat ze bij een smerige echtbreuk gedood was.

58.5 Toen zijn als het ware zegevierende hartstocht door dit schrikbeeld de vasthoudende kuisheid had overwonnen en Tarquinius opgetogen vandaar was vertrokken, nadat hij de eer van de vrouw had veroverd, stuurde Lucretia, bedroefd door zo'n grote ellende, dezelfde bode naar Rome naar haar vader en naar Ardea naar haar man opdat ze, ieder met betrouwbare vrienden, zouden komen: Dat het nodig was dat het zo gebeurde en dat 't snel gebeurde; dat een gruwelijke zaak zich had voorgedaan.

58.6 Spurius Lucretius kwam samen met Publius Valerius, een zoon van Volesus, en Collatinus met Lucius Iunius Brutus, met wie hij toevallig, naar Rome terugkerend, door de bode van zijn echtgenote was ontmoet. Ze vinden Lucretia bedroefd zittend in haar slaapkamer.

58.7 Bij de komst van de familieleden zijn tranen opgekomen en heeft ze haar man, die vroeg "alles goed?", gezegd: "Allerminst; want wat is er nog ongedeerd (=goed te noemen) voor een vrouw wanneer haar kuisheid verloren is? Sporen van een vreemde man, Collatinus, zijn in je bed; overigens is het lichaam slechts geschonden, mijn geest is onschuldig, de dood zal getuige zijn. Maar geef de rechterhand en jullie woord van trouw dat dit niet ongestraft zal zijn voor de echtbreker".

58.8 Het is Séxtus (benadrukt omdat er meer Tarquinii zijn) Tarquinius die, als een vijand in plaats van een gastvriend in de vorige nacht gewapend met geweld een voor mij én voor hemzelf, als jullie mannen zijn, dodelijk plezier van hier heeft meegenomen."

58.9 Allen geven een voor een het woord van trouw, ze proberen haar, ongelukkig van geest als ze is, te troosten door de schuld af te wentelen van de gedwongene naar de pleger van het delict: alleen de geest kan zondigen, niet het lichaam, en vanwaar opzet afwezig is geweest, was schuld afwezig.

58.10 "Jullie moeten maar zien", zei ze, "wat hem verschuldigd is. Ofschoon ik mezelf vrijspreek van zonde, bevrijd ik me niet van straf. En niet één onzedelijke vrouw zal van nu af aan leven overeenkomstig het voorbeeld van Lucretia. "

58.11 Een dolk, die ze onder haar kleding verborgen hield, die stak ze in haar hart en voorovervallend naar de wond toe, zakte ze stervend in elkaar. Man en vader schreeuwden het uit.

59.1 Toen die in beslag waren genomen door rouw, zei Brutus, terwijl hij de dolk die uit de wond van Lucretia was getrokken, voor zich uit hield, waarbij het bloed naar beneden droop: "ik zweer bij dit bloed, dat zeer zuiver was voor het prinselijk onrecht, en ik maak jullie, goden, tot getuigen, dat ik Lucius Tarquinius Superbus mét zijn misdadige echtgenote en het hele misdadige nageslacht van zijn kinderen te vuur en te zwaard, met welke vorm van geweld ook ik verder kan, zal achtervolgen, en dat ik niet zal dulden dat DIE, noch iemand anders, als koning regeert in Rome.

59.2 Vervolgens overhandigde hij de dolk aan Collatinus, daarna aan Lucretius en Valerius die zich verbaasden over het wonderlijke karakter van wat zich daar afspeelde, namelijk vanwaar er een nieuwe mentaliteit zat in de borst van Brutus. Zoals was voorgeschreven leggen ze de eed af; en allen veranderden van rouw in woede, Brutus, die riep om nu meteen het koningschap te vernietigen, volgen ze als leider.

Voor vragen en opmerkingen over deze vertalingen: Petra Huijts (E-mail: n.huijts@wxs.nl)