Livius, Ab urbe condita;
Eindexamen 1997

Inhoudsopgave:

De Sabijnse maagdenroof
Brutus
De "opstand" van de plebejers
De oorlog tegen de Falerii
Hannibal,voor de strijd
Hannibal, de strijd
Griekenland
Bacchanalia, Aebutius en Hispala
Bacchanalia, Hispala's onthullingen

De oorlog tegen de Falerii

De schoolmeester van Falerii verraadt zijn stad

5.27.1-5.27.15

In het begin van de vierde eeuw voor Christus namen de Romeinen Veii in, een stad die een geduchte concurrent voor Rome was. De steden Falerii en Capena waren de bondgenoten van Veii gedurende deze oorlog, en de inwoners van Falerii en Capena hebben in het begin van de oorlog een Romeins legerkamp overvallen en vernietigd. Na de val van Veii worden de inwoners van Capena verslagen in een veldslag, daarna is het stadje Falerii aan de beurt...

27.1 Het was gewoonte bij de Falisci om dezelfde man als leermeester van de kinderen en als begeleider te gebruiken, en tegelijkertijd werden meerdere jongens, wat ook vandaag nog in Griekenland bestaat, toevertrouwd aan de zorg van één.
Diegene die leek uit te blinken in wetenschap onderwees de kinderen van de leiders, zoals het meestal gaat.

27.2 Toen deze in vredestijd er een gewoonte van had gemaakt jongens vóór (=buiten) de stad te brengen omwille van spel en om zich te oefenen, heeft hij,
omdat die gewoonte gedurende de tijd van oorlog geenszins was onderbroken,
nu eens met kortere afstanden en dan weer met langere afstanden,
hen meenemend vanaf de stadspoort onder afwisseling van spel en gesprekken,
verder dan gebruikelijk voorwaarts gaand toen de gelegenheid zich had voorgedaan,
(heeft hij) hen tussen de wachtposten van de vijanden en vandaar dwars door het Romeinse kamp naar het hoofdkwartier gebracht bij Camillus.

27.3 Daar voegde hij aan zijn misdadige daad een nog misdadiger uitspraak toe,

27.4 namelijk dat hij Falerii de Romeinen in handen had overgeleverd, aangezien hij die jongens, van wie de ouders daar de hoogste autoriteiten waren, in hun macht had overgeleverd.

27.5 Toen Camillus dat gehoord had, zei hij: " Jij, zelf een misdadiger, bent met een misdadig geschenk niet naar een volk en niet naar een opperbevelhebber gekomen gelijk aan jou (dus ook misdadig).

27.6 Er is voor ons met de Falisci geen bondgenootschap dat tot stand komt door 'n menselijke overeenkomst: (het bondgenootschap) dat de natuur heeft ingeplant, is er en zal er zijn, voor beide partijen. Er zijn ook rechtsregels van de oorlog, zoals van de vrede, en wij hebben geleerd die niet minder rechtvaardig dan dapper te voeren.

27.7 Wij hebben de wapens niet tegen die leeftijd, die zelfs gespaard wordt wanneer steden zijn ingenomen, maar tegen zelf ook bewapenden, die noch door ons beledigd, noch uitgedaagd, een Romeins kamp hebben bestormd bij Veii.

27.8 Jij hebt hen, voorzover het in je lag (meer kon je niet) overwonnen door een ongewone misdaad. Ík zal met Romeinse vaardigheden, dapperheid, belegeringswerk, wapens, overwinnen, zoals (ik) Veii (overwonnen heb).

27.9 Vervolgens heeft hij hem, zonder kleren aan, nadat de handen achter zijn rug waren vastgebonden, uitgeleverd aan de jongens om terug te voeren naar Falerii, en hij heeft hun stokken gegeven, opdat ze met deze de verrader afranselend naar de stad zouden voeren.

27.10 Nadat er naar dit schouwspel een te hooplopen van het volk (van Falerii!) zich eerst had voorgedaan en vervolgens door de leiders aangaande de ongewone zaak de "senaat" was bijeengeroepen , is er zo'n grote verandering in hun geesten geworpen, dat de hele samenleving bij diegenen om vrede vroeg, die zoëven wild door haat en drift bijna liever een ondergang wilden van Veiientiërs dan een vrede van de Capenates.

27.11 De Romeinse trouw, de rechtvaardigheid van de bevelhebber wordt geroemd op het "forum" en in het "senaatsgebouw"; en met instemming van allen gaan gezanten die Falerii moesten overgeven vertrekken naar Camillus in zijn legerkamp en vanaf daar met toestemming van Camillus richting Rome naar de senaat.

27.12 Men levert over dat zij, binnengeleid bij de senaat als volgt hebben gesproken: "Geachte senatoren, door de overwinning, die noch een god noch ook maar enige mens moge benijden, (én) door jullie en jullie aanvoerder overwonnen, geven wij ons over aan jullie, menend, het mooiste dat er is voor 'n overwinnaar, dat wij beter zullen leven onder jullie gezag dan onder onze wetten.

27.13 Door de afloop van deze oorlog zijn twee heilzame voorbeelden geschonken aan het menselijke geslacht: jullie wilden liever jullie woord van eer in de oorlog dan een onmiddellijke overwinning, wij hebben door het woord van eer aangemoedigd, uit eigen beweging de overwinning aangeboden.

27.14 Wij zijn onder jullie zeggenschap; stuurt er die wapens, gijzelaars, de stad, met openstaande poorten, in ontvangst moeten nemen.

27.15 Jullie zullen geen spijt hebben van onze trouw en wij zullen geen spijt hebben van jullie gezag."
Camillus is dank bewezen, zowel door de vijanden als door de medeburgers. Aan de Falisci is opgedragen geld te betalen voor de soldij van de soldaten van dat jaar, opdat het Romeinse volk vrijgesteld zou zijn van de jaarlijkse bijdragen. Toen de vrede was gesloten, is het leger naar Rome teruggevoerd.

Voor vragen en opmerkingen over deze vertalingen: Petra Huijts (E-mail: n.huijts@wxs.nl)