Livius, Ab urbe condita;
Eindexamen 1997

Inhoudsopgave:

De Sabijnse maagdenroof
Brutus
De "opstand" van de plebejers
De oorlog tegen de Falerii
Hannibal,voor de strijd
Hannibal, de strijd
Griekenland
Bacchanalia, Aebutius en Hispala
Bacchanalia, Hispala's onthullingen

Hannibal, de voorbereidingen

Hannibal door de moerassen heen

22.2.10-22.3.1

2.10 Hannibal zelf, ziek aan zijn ogen als gevolg van om te beginnen al onbestendig weer in het voorjaar dat hitte en kou afwisselde, rijdend op de olifant die als enige was overgebleven, opdat hij des te hoger boven het water zou uitsteken,

2.11 maar omdat toch het gebrek aan slaap en de nachtelijke vochtigheid en het moerasklimaat zijn hoofd onder druk zetten en omdat er noch plaats noch tijd was om te genezen, werd hij blind aan één van beide ogen.

3.1 Toen hij eindelijk, nadat veel mensen en lastdieren op afschuwelijke wijze verloren waren, uit de moerassen was opgedoken, plaatste hij een kamp zodra dat kon op het droge en door vooruitgestuurde verkenners heeft hij zekerheid gekregen dat het Romeinse leger rond de stadsmuren van Arretium was.

Hannibal tergt Flaminius

22.3.4-22.3.14

3.4 De consul was onstuimig, op grond van zijn vorige consulaat; en die niet alleen het aanzien van wetten of senatoren, maar zelfs niet dat van goden in voldoende mate respecteerde; het lot had deze in zijn karakter ingewortelde roekeloosheid van hem gevoed door een gunstige gang van zaken in politieke en militaire situaties.

3.5 En zo was het volkomen duidelijk dat de noch de goden noch de mensen raadplegende, wild en overhaast alles zou afhandelen; en opdat hij des te meer geneigd zou zijn tot zijn eigen ondeugden, wilde de Puniër hem opjutten en irriteren.

3.6 En nadat de vijand aan de linkerkant was achtergelaten, vertrok hij, Faesulae voorbijgaand, om midden op het platteland van Etrurië te plunderen, en hij toonde van verre aan de consul een zo groot mogelijke verwoesting als hij kon door moordpartijen en brandstichtingen.

3.7 Flaminius, die, zelfs niet wanneer de vijand rustig was, zélf van plan was te rusten, meende toen werkelijk nadat hij had gezien dat de bezittingen van de bondgenoten bijna voor zijn eigen ogen werden geplunderd, dat dit een schande voor hemzelf was dat de Puniër al dwars door Italië rondzwierf en zonder dat iemand verzet bood, tot vlak bij de stadsmuren van Rome kwam om ze te bestormen,

3.8 is, toen alle overigen in de krijgsraad meer nuttige dan spectaculaire dingen aanrieden: namelijk dat de collega afgewacht moest worden, opdat ze, wanneer de legers waren verbonden, met gemeenschappelijke geestdrift en beleid oorlog zouden voeren,

3.9 dat intussen met de ruiterij en hulptroepen bestaande uit lichte wapens, de vijand moest worden afgehouden van onbelemmerde teugelloosheid om te plunderen, (hij is) woedend uit de krijgsraad weggerend en toen hij bevolen had dat tegelijkertijd het teken tot de opmars en de strijd werd afgekondigd,

3.10 zei hij: "Nee, integendeel, laten we blijven zitten voor de stadsmuren van Arretium, want hier is het vaderland en de huisgoden. Laat Hannibal, ontsnapt aan onze handen, Italië plunderen en alles verwoestend en verbrandend bij de stadsmuren van Rome komen en dan zullen wij niet eerder hiervandaan vertrokken zijn dan dat de senatoren, zoals vroeger Camillus vanaf Veii, Gaius Flaminius weg van Arretium hebben ontboden."

3.11 Toen hij, terwijl hij tegelijkertijd dit toesnauwde, bevel gaf, dat de veldtekenen snel uit de grond werden getrokken en hijzelf op een paard was gesprongen, zakte het paard plotseling in elkaar en wierp de vallende consul over zijn hoofd af.

3.12 Toen allen die eromheen stonden verschrikt waren alsof het een onheilspellend voorteken was om de zaak te beginnen, werd bovendien bericht dat het veldteken niet kon worden losgerukt, hoewel de vaandrig zich met alle kracht inspande.

3.13 Zich omdraaiend naar de bode zei hij: "Je brengt me toch zeker niet ook een brief van de senaat die me verbiedt oorlog te voeren? Ga weg, bericht dat ze het veldteken moeten uitgraven als de hand verlamd zal zijn uit angst om het eruit te trekken."

3.14 Daarna begon het leger voort te gaan, terwijl de officieren, nog afgezien van het feit dat ze het niet eens waren geweest met de krijgsraad, ook nog hevig verschrikt waren door het dubbele voorteken, terwijl de soldaat in het algemeen blij was door de onstuimigheid van de leider, omdat hij meer keek naar de hoop zelf dan naar de reden van de hoop.

Voor vragen en opmerkingen over deze vertalingen: Petra Huijts (E-mail: n.huijts@wxs.nl)