Livius, Ab urbe condita;
Eindexamen 1997

Inhoudsopgave:

De Sabijnse maagdenroof
Brutus
De "opstand" van de plebejers
De oorlog tegen de Falerii
Hannibal,voor de strijd
Hannibal, de strijd
Griekenland
Bacchanalia, Aebutius en Hispala
Bacchanalia, Hispala's onthullingen

Rome schenkt Griekenland de vrijheid

De afkondiging van de vrijheid tijdens de Isthmische spelen

33.32.1-33.33.8

In 200 voor Christus breekt de tweede Macedonische Oorlog uit van Philippus V van Macedonië tegen de Romeinen. Philippus wordt verslagen en moet zijn gebieden in Griekenland aan de Romeinen afstaan. Maar wat gaan de Romeinen met deze gebieden doen?

32.1 Het vaste schouwspel van de Isthmische Spelen was op handen, altijd al en op ándere tijdstippen drukbezocht zowel wegens de belangstelling die het volk is aangeboren voor 'n schouwspel, waarbij wedstrijden van elk soort vaardigheden en lichaamskracht en snelheid worden gezien,

32.2 als omdat, wegens de gunstige ligging van de plaats die door twee verschillende zeeën het gebruik voor allerlei goederen verschaft aan de mensheid, die marktplaats het trefpunt was van Klein-Azië en Griekenland.

32.3 Toen echter waren ze van alle kanten samengekomen, niet slechts voor de gebruikelijke behoeften, maar gespitst door de verwachting wat vervolgens de status van Griekenland zou zijn en wat hun eigen lot zou zijn. Sommigen meenden dit en anderen dat, niet alleen zwijgend, maar ze vertelden het ook in gesprekken dat de Romeinen dat zouden doen: nauwelijks iemand was ervan overtuigd dat ze uit heel Griekenland zouden weggaan.

32.4 Ze hadden plaatsgenomen voor het schouwspel en de heraut is samen met de trompetter, zoals de gewoonte is, naar het midden van het terrein voortgegaan, vanwaar met een plechtige formule het spel pleegt aangekondigd te worden en toen er door die trompet een stilte was ontstaan, kondigde hij als volgt af:

32.5 De Romeinse senaat en opperbevelhebber Titus Quinctius beveelt, nu koning Philippus en de Macedoniërs geheel zijn overwonnen, dat vrij zijn, zonder verplichtingen en met eigen wetten: de Corinthiërs, de Phocensiërs en alle Locriërs en het eiland Euboea en de Magnesiërs, de Thessaliërs, de Perrhaebi, de Achaërs en de Phthiotiërs.

32.6 Hij had alle stammen opgesomd die onder de zeggenschap van koning Philippus waren geweest. Toen de stem van de omroeper was gehoord, was er een grotere vreugde dan dat de mensen die helemaal konden bevatten.

32.7 Eenieder kon nauwelijks goed geloven dat hij het gehoord had en ze keken elkaar aan, vol verwondering als bij de onwerkelijke verschijning van een droom. Zij vroegen aan de naasten datgene wat op eenieder betrekking had, omdat ze de betrouwbaarheid van hun eigen oren allerminst geloofden.

32.8 Nadat de heraut was teruggeroepen, omdat eenieder niet alleen de boodschapper van zijn eigen vrijheid vurig verlangde te horen, maar ook te zien, heeft hij wederom hetzelfde afgekondigd.

32.9 Toen is er op grond van de reeds zekere vreugde zo'n groot applaus ontstaan met geschreeuw en zo vaak herhaald dat gemakkelijk bleek dat niets van alle goede dingen de massa dierbaarder is dan vrijheid.

32.10 Het schouwspel is vervolgens zo haastig afgehandeld dat van niemand noch de aandacht noch de ogen op het schouwspel gericht waren: zozeer heeft één vreugde van tevoren het waarnemen van alle andere genoegens weggenomen.

33.1 Maar toen de spelen afgesloten waren renden bijna allen in een looppas naar de Romeinse bevelhebber,

33.2 zodat hij niet ver van gevaar is geweest toen de menigte op hem afrende bestaande uit mensen die naar één plaats wilden gaan en zijn rechterhand willen aanraken en uit mensen die kransen en erelinten naar hem wierpen. Maar hij was bijna 33 jaar

33.3 en zowel de kracht van de jeugd als de vreugde over het genot van zo'n opvallende roem verschaften hem kracht.

33.4 En de vreugde is niet slechts voor het ogenblik uitgestort, maar gedurende vele dagen door dankbare gedachten én gesprekken hernieuwd:

33.5 dat er op aarde een of ander volk is, dat op zijn eigen kosten, met eigen inspanning en gevaar oorlogen voert voor de vrijheid van anderen,

33.6 en dat dit niet alleen verschaft voor aangrenzende mensen of uit de directe omgeving of door aan elkaar grenzende landen ermee (met de Romeinen) verbonden, maar dat zeeën oversteekt,

33.7 opdat niet in de hele wereld er een of andere onrechtvaardige macht is, opdat overal menselijk recht, goddelijk recht en wet het invloedrijkst zijn; dat door één uitspraak van de heraut alle steden van Griekenland en Klein-Azië zijn bevrijd:

33.8 dit te durven hopen was een blijk van een stoutmoedige geest; het ten uitvoer brengen was een blijk zowel van enorme dapperheid als van een gunstig lot.

Voor vragen en opmerkingen over deze vertalingen: Petra Huijts (E-mail: n.huijts@wxs.nl)