Suikerbieten in 1997


Terug naar:
Veldwerkzaamheden
in 1997

Een samenvatting van de werkzaamheden:

2e helft van februari: stikstofmonsters genomen op de twee percelen

half maart:                kali- en fosforkunstmest wordt gegeven

2 april:                     mest-injectie en cultivator
3 en 4 april:              ploegen van 9,7 ha en zaaien van 7,5 ha van  een Rhizomanie-tolerant ras
12 en 13 april:          de overige hectares ingezaaid
14 april:                   veldmuizenbestrijding

1e dagen van mei:    opkomst van de bieten
10 mei:                    kiemlobstadium van bieten en onkruid
                               rijenbespuiting (lds)
24 mei:                    tweede bespuiting
30 en 31 mei:          1e keer schoffelen

7 juni:                      onderbladbespuiting van het perceel van 5,3 ha.
                               en 2e keer schoffelen

17 juli:                     aanaardend schoffelen

2e helft augustus:     onkruid trekken
eind augustus:          de schimmelziekte Cercospora geconstateerd
                               bespuiting van een deel van de suikerbieten

3e week van september: begin van het rooien

2 en 24 oktober:      rooien van de rest van de bieten

enkele weken later:  alles gerooid

                               de opbrengst

 
 


Het toedienen van organische mest en kunstmest

Aan de hand van het bemestingsplan dat in de winterperiode is opgesteld, werd rond half maart op alle percelen kali-kunstmest gestrooid in de vorm van K-60. Op een perceel van 2 hectare is daarnaast ook fosfor-kunstmest gestrooid, omdat het P2O5-gehalte van dit perceelsgedeelte erg laag was.

Aan de hand van de stikstof-monsters die ik zelf in de tweede helft van februari gestoken en bemonsterd heb, werd de hoeveelheid kunstmest en/of organische mest bepaald die in maart / april over de percelen verspreid moest worden. De stikstofmonster-uitslagen van de percelen bieten lagen tussen de 20 en 80 kg NO3 per ha.

Op alle bietenpercelen, behalve op dat met een tekort aan P2O5 , is op 2 april    25 m3 zeugendrijfmest in de grond ge´njecteerd. Achter de tanden van de cultivator werd mest in de grond gebracht via een verdeelsysteem dat door een computer precies gestuurd is.
Om de mest goed te verdelen, is de grond nog een keer met een cultivator grondig bewerkt.

Ploegen en zaaien

Op 3 en 4 april heb ik een perceel van 9,7 ha. geploegd met ondergronders aan de ploeg. Met de roterkopeg heb ik daarna een goed zaaibed gemaakt en ik ben begonnen met suikerbieten zaaien.

Om de suikerbietenzaden heen zit een laagje schimmels- en insektenbestrijdingsmiddel dat vier tot zes weken effectief werkt tegen de meest voorkomende schadelijke insekten en schimmels. Dit laagje zorgt er ook voor dat de suikerbietenzaden, die erg klein zijn, gemakkelijk en secuur (op de goede afstand van elkaar) gezaaid kunnen worden.

Na 7,5 ha. zaaien begon het te motregenen en ben ik gestopt.
Omdat de grond nog vrij vochtig was en omdat het direct na het zaaien regende, was de start van de bieten niet goed. Achteraf gezien had ik beter kunnen wachten met zaaien.
Het perceel is vooral door de 17 mm. neerslag van de dag erna goed beslagen (hierdoor ontstaat een grondkorst) , daardoor bleef het tot ruim drie weken daarna spannend of er voldoende bieten door de grondkorst heen zouden komen. Net op tijd werd de gevormde korst zacht door enkele dagen regen. Van de 120.000 gezaaide bieten per ha. kwamen er ongeveer 90.000 per ha. boven de grond. Voldoende om een goede oogst te kunnen leveren.

Een week later was de grond voldoende opgedroogd, zodat ik de resterende 2,4 hectare van het perceel van 9,7 ha kon ploegen, eggen en zaaien. Ook een ander perceel van 5,3 ha werd ingezaaid. Dat was op 12 en 13 april. Deze zaaitijd is voor mijn bedrijf een normale tijd. De grond in het lagere gedeelte van Voerendaal, waar mijn bedrijf ligt, blijft langer nat en koud dan de hoger gelegen gronden in Zuid-Limburg, dat betekent gemiddeld een verschil in zaaitijd van 14 dagen.

Veldmuizen

Daags na het zaaien heb ik rondom de twee percelen en op enkele plaatsen dwars door het veld heen gekiemde tarwe onder dakpannen gelegd. Dit om de veldmuizen af te leiden van de suikerbietenzaden die aan het kiemen waren.
Gekiemd suikerbietenzaad is voor veldmuizen een delicatesse, met hun neus ruiken ze precies waar het zaadje ligt en graven het dan op. Ze kunnen vele honderden zaden achter elkaar in de rijen opgraven en verorberen. Door nu alternatief voer aan te bieden, eten ze de tarwekorrels en niet de bietenzaadjes. Men gebruikt vaak vergiftigd voer om de muizen te doden. Mijn tarwekorrels zijn echter niet vergiftigd en de muizen blijven dus wÚl leven, maar zijn nu door het jaar heen een prooi voor torenvalk en buizerd die er op deze manier voor zorgen dat de populatie veldmuizen beheersbaar blijft.

Rhizomanie

In verband met de virusziekte Rhizomanie die op het hele bedrijf in lichte mate voorkomt, heb ik een ras gezaaid met tolerantie tegen deze ziekte. Op deze manier loop ik niet het risico dat het hele bedrijf zwaar besmet raakt door Rhizomanie en dat de opbrengst flink daalt door deze ziekte. Een zware besmetting kan de financiŰle opbrengst van niet-resistente suikerbietenrassen zo sterk verlagen dat je zelfs beter granen kunt verbouwen.
Op verzoek van de COVAS heb ik op enkele banen vijf rassen naast elkaar verbouwd. Deze werden het hele groeiseizoen gevolgd en aan het eind van het seizoen werden rooimonsters genomen.

Onkruidbestrijding tijdens het groeiseizoen

Na de regen in de laatste dagen van april kwamen de eerste bieten in de eerste dagen van mei boven de grond. Sommige waren krom door het lange zoeken naar een plek om door de grondkorst naar boven te komen. Voor de kiemen was de regen net op tijd gekomen.

Op 10 mei stonden alle bieten boven de grond, in het kiemlobstadium zoals wij dat zeggen. Bij enkele bieten had het eerste echte blaadje het dubbeltjesstadium bereikt.
De onkruiden (of de niet gewenste kruiden) waren ook ongeveer even ver. Het was dus tijd om met de rijenspuit over de suikerbietenrijen heen te spuiten met een mengsel van verschillende middelen (het lage doseringssysteem). De machine had ik afgesteld op een spuitbreedte van ongeveer 18 cm. Op een rijafstand van de bieten van 50 cm geeft dit een besparing van 60% aan middelen.

Door motregen heb ik de rijenbespuiting moeten onderbreken, ook direct na het spuiten begon het motregenen weer. Dit was niet direct bevorderlijk voor een goed resultaat. Ook werden door de trekker tijdens het rijenspuiten vrij diepe rijsporen gemaakt door het natte weer van de afgelopen weken. Deze diepe sporen zijn natuurlijk niet gunstig voor de volgende bewerkingen.

De groei van de bieten en ook van het onkruid ging niet snel door de vele regen en het koude weer voor de tijd van het jaar. Op 24 mei deed ik voor de tweede maal een bespuiting tegen onkruid. De bieten waren toen in het 2 - 4 bladstadium. Het grootste gedeelte van het veld bespoot ik met de rijenspuit maar op enkele lager gelegen plaatsen heb ik vollevelds gespoten. Deze laaggelegen plekken waren zo nat dat ik diepe trekkersporen achterliet. Doordat de volleveldspuit vier keer zo breed is als de rijenspuit (respectievelijk 24 en 6 meter) maak ik minder sporen met de volleveldsspuit en kan ik de natste plaatsen vanaf de zijkant bespuiten.

Op 30 en 31 mei heb ik voor de eerste maal de beide percelen bieten geschoffeld. Op het niet-gespoten gedeelte tussen de rijen bieten was intussen vrij groot onkruid gegroeid, van het kiemblad- tot het vierbladstadium. Door het andere werk maar zeker ook doordat de grond te nat was, had ik nog niet kunnen schoffelen.
Met drie messen per rij en gemonteerde bladbeschermers heb ik de bieten geschoffeld. Door kleine regenbuien de dagen na dit schoffelen heeft een gedeelte van het onkruid weer wortel geschoten en is weer gaan groeien.

Op 7 juni heb ik de suikerbieten op het perceel van 5,3 ha rijengespoten. Op dit laag gelegen perceel was ondanks vorige bespuitingen vrij veel onkruid overgebleven. Daarom heb ik van een aantal middelen in de bespuitingsmix de hoeveelheid per hectare moeten verhogen. Omdat de bieten al vrij groot waren, heb ik ze met de onderbladspuit behandeld. Bij de onderbladspuit tilt een plaat die kort langs de bieten gaat de bladeren van de bieten op en de spuit besproeit de rij bieten van onderen/opzij.
Op het andere perceel heb ik geen bespuiting meer uitgevoerd omdat daar nauwelijks onkruid in de rij te vinden was.

Aansluitend aan dit werk ben ik gaan schoffelen met ÚÚn mes in de rij en met de bladbeschermers. Bladbeschermers gebruik ik om te voorkomen dat de grond die ik los schoffel tussen de bieten in de rij komt. De onkruidzaden die in de losgeschoffelde grond zitten kunnen dan immers in de rij gaan kiemen en ik heb dan geen mogelijkheden meer om dit onkruid mechanisch en/of chemisch te bestrijden. Het verwijderen van dit onkruid zou dan in handwerk moeten gebeuren, wat veel arbeidsuren vraagt.
Door de regen ben ik moeten ophouden met schoffelen, gelukkig groeide in deze laatste vier ha. vrij weinig onkruid.

Op 17 juli was de grond te vochtig, maar het aanwezige onkruid moest nodig verwijderd worden. Door iets aanaardend te schoffelen bracht ik een dun laagje grond tussen de bieten op het kleine onkruid dat daar groeide, waardoor het bedekt werd en stikte. Dit was de laatste bewerking die ik met de trekker kon uitvoeren.

Enkele weken later ben ik met een groep vakantiewerkers (mijn eigen kinderen en hun vrienden en vriendinnen) door de bieten gegaan om het nog ontsnapte onkruid te hakken. In twaalf van de vijftien ha was niet veel werk, omdat de vorige bewerkingen goed geslaagd waren. Op de overige 3 ha is veel werk geweest om het onkruid met de hand te verwijderen.

In de tweede helft van augustus ben ik de bieten nog eens met vakantiewerkers nagelopen om nagekomen onkruid uit te trekken. Enkele onkruidsoorten die lastig te bestrijden zijn, neem ik dan in een zak mee van het veld af, zodat mogelijk zaad niet in het veld achter blijft.
Ook schieters, dit zijn bieten die het eerste jaar al zaad leveren (normale geteelde suikerbieten doen dit pas in het tweede jaar), neem ik dan mee, zodat bij de volgende keer als op dit perceel bieten gezaaid worden, geen zaad van deze bieten kan ontkiemen.

Cercospora

Eind augustus waren de bieten aangetast door Cercospora, een schimmelziekte die het blad volledig kan aantasten en dus een behoorlijke verlaging van de opbrengst kan geven. Na overleg met de voorlichter besloot ik dat een bestrijding op de bieten die over ongeveer drie weken gerooid zouden worden waarschijnlijk niet zinvol was, maar dat op de bieten die later gerooid zouden worden een bestrijding uitgevoerd moest worden.

Oogst

De COVAS, de co÷peratie die mijn suikerbieten verwerkt, plant het verloop van de bieten-campagne. Bij die planning mag ik eerst mijn voorkeur voor rooitijdstip opgeven. Aan de de hand van de opgave van alle leden van de COVAS in dit gebied wordt een datum bepaald waarop de bieten klaar moeten liggen om geladen en vervoerd te worden naar de suikerfabriek.

In de derde week van september werden de eerste bieten bij mij gerooid evenals bij mijn collega’s waar ik mee samenwerk. Het eerst rooide ik het perceel dat de meeste risico’s had. Dit perceel is laag gelegen naast een beek, er zijn daar door het meanderen van de beek in het verre verleden verschillende grondsoorten afgezet die het rooien kunnen bemoeilijken. Bij later rooien van de bieten wordt de kans op een hoog tarra percentage van de afgeleverde bieten en structuurbederf van de grond steeds groter.

Op 2 oktober en op 24 oktober rooiden we de rest van de bieten bij mij, en enkele weken later waren ze allemaal geladen en afgevoerd.
Zo moeilijk als het afgelopen teeltseizoen de werkzaamheden plaatsvonden; zo gemakkelijk verliep het rooiseizoen.

Opbrengst

Deze lag het afgelopen jaar lager dan het gemiddelde van mijn bedrijf . De opbrengst was 55.800 kg/ ha. met een suikergehalte van 15.91 % en een winbaarheid van 89.61.

Uit een bericht van de COVAS blijkt echter dat de opbrengst bij alle aangesloten bedrijven lager is dan normaal, en mijn opbrengst blijkt ongeveer gelijk te zijn aan de gemiddelde opbrengst van dit jaar. Ook in andere jaren is mijn opbrengst ongeveer gemiddeld.

Oorzaken van de lagere opbrengst zijn:

 ik gebruikte het Rhizomanie-tolerante ras Elisa, dat volgens de gegevens van Suiker Unie een 5 % lagere opbrengst geeft. Er zijn nu nieuwe tolerante rassen die een kleiner verschil laten zien met niet-tolerante rassen.
 op het perceel van 5,3 ha. is twee jaar geleden een dikke rioolbuis ingegraven. Hier is toen de helft van dit perceel voor gebruikt. Bij de slechte werkomstandigheden van het afgelopen jaar zorgde deze opgelopen structuurschade voor een geringere opbrengst. Aan de voorkant van dit perceel heb ik 0,15 ha niet ingezaaid omdat dit gedeelte te nat was om in te zaaien.
 op het andere perceel hebben de eerder genoemde 3 ha. waarin veel onkruid zat, last gehad van nattigheid in het voorjaar, enkele valplekken van het bieten-cysten-aaltje en een mogelijk voor deze omstandigheden te lage stikstofgift.

De ervaringen van dit jaar betreffende de bietenteelt worden de komende tijd bij de planning en bespreking met de voorlichter van de DLV meegenomen.

 

Deze pagina is gemaakt op 1 januari 1998.

Reacties op deze home-page zijn welkom op het E-mail adres n.huijts@wxs.nl . Vragen worden - indien de werkzaamheden dit toelaten - door mij of gezinsleden beantwoord.