| Energie:
Stel nu de beginsnelheid in op 4 m/s en de stuitfactor op 0.8. Laat de
bal helemaal doorstuiteren.
Tijdens een worp veranderen de potentiële (zwaarte-) energie en de
kinetische (bewegings-) energie. Na één keer stuiteren met stuiterfactor
0.8 blijkt de bal natuurlijk minder hoog te komen. Er lijkt energie
verdwenen te zijn.
- Leg dat uit (kwalitatief).
- Waarin is de energie omgezet?
- Bereken met behulp van je applet hoevéél
energie er is omgezet bij de eerste botsing met de grond, noem de
massa van het balletje : m In je antwoord komt dan ook die m
voor.
- Meet nu van zoveel mogelijk botsingen de
hoogte die nog bereikt wordt met je muis, bereken de hoogte in meters,
en noteer je uitkomsten in een tabel:
| hoogte: in m |
Epot in J |
verschil Epot in J |
| h(0) |
|
|
| h(1) |
|
|
| h(2) |
|
|
| h(3) |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
- *Maak een grafiek van het verschil dat je
gevonden hebt als functie van het nummer van de botsing en onderzoek
het wiskundige verband tussen beide grootheden, maak gebruik van log
papier of van de functie applet van de bladzijde functietekenen

Als je aanneemt dat er een vaste verhouding
bestaat tussen de opeenvolgende hoogtes h(n) kun je een formule afleiden
die dat verband weergeeft.
- Controleer of dat ook in deze simulatie geldt.
- Leid die formule af.
|