| Je kunt met het Doppler effect heel goed snelheden bepalen
van een bron die golven uitzendt. Dat kunnen allerlei soorten golven zijn:
lichtgolven, geluidsgolven, radargolven.
Als je op de snelweg gecontroleerd wordt door de politie gebruiken ze
waarschijnlijk radar: ze zenden een smalle gecodeerde bundel naar je toe
en meten de weerkaatste straling op. Uit het frequentieverschil kunnen ze
opmaken hoe hard je rijdt. Overigens: gecodeerd betekent hier dat het
radarsignaal digitaal "gemerkt" is om stoorzenders te misleiden.
Een berekening:
Ga ervan uit dat je iets te hard rijdt, 150 km/h, en de radargolven op
het metaal van je auto terecht komen. Die is dan een bewegende ontvanger
geworden. De straling valt precies in de rijrichting op je auto.
De gebruikte elektromagnetische straling heeft een golflengte van 3,00
cm en dezelfde voortplantingssnelheid als licht, zie BINAS.
- Welke frequentie neemt je auto waar?
Maar let op: de auto beweegt dus het is een bewegende bron, een dubbel
Doppler effect.
- Welke frequentie wordt er dus weer
uitgezonden?
Als de agenten meten mogen ze een marge van ongeveer 5 % van je
snelheid aanhouden, bij 150 km/h mag je dus 7,5 km/h te hard gaan.
- Hoe groot is het frequentieverschil dat de
politieradar moet kunnen meten als ze je willen bekeuren?
Ook de snelheden van sterren zijn zo te meten. Hier een meetresultaat
van de ster 16 Cyg B;

- Beschrijf de beweging van de ster ten opzichte
van de aarde.
- Leg uit waarom je op deze manier nooit de
volledige beweging van de ster kunt bepalen.
|