|
Horizontale worp.
Als je een balletje met beginsnelheid v0 weggooit van hoogt
h, beschrijft het een kromme baan, de zwaartekracht die erop werkt
verandert de snelheid van grootte en richting.
- Beschrijf beide veranderingen kwalitatief.
- Toon aan dat de gevolgde baan een paraboolvorm
heeft: dus dat er een kwadratisch verband bestaat tussen de y-waarde (verticale
verplaatsing) en de x-waarde (verplaatsing in horizontale richting). Tip?
Door in de applet de "stuiterfaktor" Vo/Vi op
de waarde 1 in te stellen kun je een heleboel horizontale worpen achter
elkaar bestuderen; de beweging ná de eerste keer stuiteren is namelijk
het spiegelbeeld van de beweging ervoor.
Door rechtsklikken met je muis binnen de applet kun je de simulatie
pauzeren en punten aflezen: die worden dan wel op schaal weergegeven en
niet in meters! Opnieuw rechtsklikken laat de applet verdergaan.
Opdracht: laat de beginsnelheid op de waarde 10 staan en voer een worp
uit, stop de simulatie precies op het tijdstip dat de bal de rand
van het blok verlaat
- Dit tijdstip is het begin van de horizontale
worp: noteer deze waarde.
Laat de simulatie nu verdergaan totdat de bal voor de eerste keer de
grond raakt.
- Lees de tijd af en de (X,Y) getallen van het
raakpunt met de grond.
- Bereken de (X,Y) waarden van dat raakpunt met
je formules.
- Bereken de schaal waarmee de applet werkt.
o |