|
Wie op de plaatsnamentabel klikt, downloadt een lijst met 4800 Nederlandse plaatsnamen (dit bestand is 324 kByte groot!).
Het is het gemeentebestuur dat de spelling van plaatsnamen vaststelt. De gemeenten leveren die gegevens aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, die deze plaatsnamen opneemt in de jaarlijks verschijnende Staatsalmanak.
Ik heb er primair voor gekozen dat de gegevens in bovengenoemde plaatsnamentabel overeenkomen met de vermelding van plaatsnamen in de Staatsalmanak 2000 (dat zijn er ruim 3800). Voorts zijn in deze tabel ook opgenomen de plaatsnamen die (soms anders gespeld) in het Postcodeboek 1999 (ruim 3000 plaatsnamen) en in de editie 2000/2001 van de telefoongids van KPN Telecom (ruim 3100 plaatsnamen) vermeld zijn. Daardoor komt het dat eenzelfde plaats met drie verschillende spellingen vermeld wordt. Een frappant voorbeeld is: Wehe-den-Hoorn (Staatsalmanak), Wehe-Den Hoorn (telefoongids) en Wehe den Hoorn (postcodeboek). Elsevier alfabetische plaatsnamengids meldt een vierde schrijfwijze: Wehe-den Hoorn. Deze een en dezelfde plaats ligt in de gemeente De Marne in de provincie Groningen.
Deze gegevens zijn nu aangevuld met de (duizenden) plaatsnamen welke vermeld worden door de Topografische Dienst (eigenlijk in het register van die topografische kaarten). Binnenkort hoop ik uitsluitsel over de officiële spelling van op verschillende wijze geschreven plaatsnamen te kunnen geven.
Het toevoegen van alle door de Topografische Dienst vermelde plaatsnamen maakt de eerdergenoemde plaatsnamentabel (en dientengevolge het te downloaden computerbestand) dermate groot dat deze veel uitgebreidere opsomming (geen 4800 plaatsnamen, maar circa 6500) per provincie is opgesplitst.
Geheel in tegenstelling tot het bepalen van wat een gemeente is en hoe een gemeentenaam gespeld wordt, bestaat er naar mijn mening niet een eenduidige definitie voor een Nederlandse plaats. Naar mijn opvatting kennen we in Nederland evenmin een gezaghebbende instantie die als enige de autoriteit heeft om een precies te definiëren wat een plaats is. Het gaat hier om een (fictief?) onderscheid tussen de definities voor plaatsen, voor buurtschappen, voor wijken, voor stadsdelen, e.d. Daarover is geen duidelijkheid te krijgen voor wie op een eenduidig te definiëren (meetbare) wijze onderscheid zou wensen te maken.
Bovendien is er geen eenduidigheid over de spelling van een plaatsnaam: hoewel de gemeente en het Ministerie van Binnenlandse Zaken de instanties vormen waar de spelling wordt vastgelegd, zijn er toch organisatie die menen een eigen spelling te moeten hanteren.
Het komst overigens wel vaker voor dat een gezaghebbende instelling zich een eigen opvatting
over de juiste spelling permitteert. Ter illustratie meld ik de volgende twee voorbeelden:
het weliswaar gezaghebbende Van Dale-woordenboek hanteert
een eigen spelling, die dus soms afwijkt van het Groene Boekje.
Ook het Groot Dictee der Nederlandse taal heeft op de televisie zelf zijn regels vastgesteld door destijds
NIET de toegelaten spelling goed te keuren. Daar was het nu juist de toegelaten spelling voor, immers zowel in het
Groene Boekje als in de Van Dale vermeld als een (tweede) juiste spelling.
Meerdere organisaties en bronnen hebben kennelijk zo hun eigen opvattingen over
plaatsnamen en hun spelling. Ik noem er een aantal:
(i) Staatsalmanak 2000 (circa 4200 plaatsnamen vermeld);
(ii) Postcodeboek 1999 van PTT Post (circa 2800 plaatsnamen vermeld, met nog eens
280 extra zie-verwijzingen naar deze 2800 plaatsnamen);
(iii) Telefoongids editie 2000/2001 van KPN Telecom (3116 plaatsnamen vermeld);
(iv) Elsevier Alfabetische Plaatsnamengids van Nederland (16de druk,
kopij afgesloten op 1 februari 2000) (circa 17.000 plaatsnamen vermeld; deze gids
vermeldt namelijk ook namen van stadswijken, industrieterreinen, etc.);
(v) Topografische Dienst (Topografische Kaart van Nederland).
Deze vijf bronnen komen jaarlijks met een bijgewerkte lijst uit; dat moet ook wel alleen al
vanwege de jaarlijkse gemeentelijke herindelingen.
Ook particulieren, zoals Frank van den Hoven, publiceren plaatsnamenregisters:
De Topografische Gids van Nederland
(zie de links pagina voor meer gegevens over dit boek).
Het postcodeboek vermeldt een hoeveelheid plaatsnamen die iets afwijkt van de lijst uit de
Staatsalmanak. Maar belangrijker is nog het eigen spellingbeleid van het Postcodeboek:
PTT Post heeft het in 1978, bij de introductie van het huidige systeem van postcodes, nodig gevonden
een eigen spelling van plaatsnamen te hanteren, waardoor o.a. alle ij's in y's zijn veranderd (voorbeeld: IJmuiden
werd Ymuiden). Dit is pas gecorrigeerd in het onlangs verschenen nieuwe
postcodeboek 1999 (papieren uitgave). Het is nog niet bekend of er
supplementen komen zoals voorheen op het Postcodeboek 1978; wel komt er jaarlijks een
bijgewerkte digitale versie.
Wel geeft het postcodeboek door middel van ongeveer driehonderd zie-verwijzingen aan
dat er kennelijk onderscheid bestaat tussen plaatsen en iets anders (gehuchten?, buurtschappen?). Maar wie bij zo'n
zie-verwijzing kijkt naar gegevens over het buurtschap, vindt de straatnamen en postcodes daarvan
niet meer apart terug; een nadere bepaling door welke straten dat buurtschap dan gekenmerkt wordt, is
daarmee niet meer mogelijk.
Ook de lijst van plaatsnamen en de spelling van sommige namen in de telefoongidsen van KPN Telecom wijken af van de vermelding in de Staatsalmanak.
Weer een andere collectie plaatsnamen verkrijgt men door al die dorpen en steden in Nederland samen te nemen waarvan het begin van de bebouwde kom met het blauwe verkeersbord nr. H1 wordt aangeduid. Dan zijn er ook nog witte borden die wijken, stadsdelen, industrieterreinen, buurtschappen, e.d. aanduiden. Maar van die blauwe en witte borden bestaat (vermoed ik) geen register. Het is het gemeentelijk beleid dat bepaalt volgens welke richtlijnen een blauw verkeersbord wordt geplaatst. Mogelijk bepaalt ook de ANWB (een particuliere organisatie die deze taak eigenlijk een overheidstaak op zich heeft genomen, waarmee ons land zich onderscheidt van andere landen) of een plaatsnaam al dan niet verschijnt op een blauw of wit verkeersbord met als voordeel dat de ANWB daar dan misschien wél een centraal register van bijhoudt.
Er zijn nog veel meer bijzonderheden te melden over plaatsnamen; daarvoor kan ik verwijzen naar de al genoemde De Topografische Gids van Nederland. Zulke bijzonderheden worden doorgaans niet uitgelegd of toegelicht in de eigen publicaties van de bovengenoemde vijf organisaties met hun jaarlijkse registers; zij sommen louter op.
Enkele voorbeelden van bijzondere naamgeving:
Volgens de Staatsalmanak heet de gemeente Den Haag en omvat
die gemeente de plaatsnamen Den Haag, Kijkduin, Loosduinen en Scheveningen.
De naam 's-Gravenhage zou dus geen
officiële naam, hoewel men dat misschien zou denken (het postcodeboek denkt dat in 1999 wel; de telefoongids
vermeldt beide spellingen). U komt geen verkeersborden tegen met de naam 's-Gravenhage
wanneer u de bebouwde kom van Den Haag nadert.
De Zeeuwse gemeente Borsele (de gemeentenaam telt één s) omvat o.a. de plaats Borssele (die
plaatsnaam wordt gespeld met twee s'en).