![]() |
Nieuw beleid huwelijksvieringen |
|||||||||||||
|
Motivatie De parochie wordt financieel draaiend gehouden uit een aantal bronnen van inkomsten. Een daarvan is de jaarlijks gevraagde parochiebijdrage van de parochianen. Deze bijdrage wordt nu per "huisnummer" gevraagd middels de Actie Kerkbalans. Achterliggende gedachte is dat achter elk huisnummer een gezin woont. De parochiebijdrage wordt daarom ook wel "gezinsbijdrage" genoemd. Er wordt nu geen relatie gelegd (behalve enige vrijblijvende opmerkingen in het begeleidend schrijven bij de Actie Kerkbalans) met het aantal leden van een gezin, juridische status van een huishouding, hoogte van het inkomen achter een voordeur, etc. Alles wordt overgelaten aan de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van de parochianen. In de alledaagse praktijk leidt dit tot grote relatieve verschillen in parochiebijdragen per persoon. In het beleid van het bisdom wordt een relatie gelegd tussen het voldoen van parochiebijdragen en het in rekening brengen van tarieven voor bijzondere vieringen. Dit uit zich in hun advies om aan niet-bijdragers vier maal de minimum parochiebijdrage te vragen. In Gilze wordt dit nu, in een eigen variant op het bisdomadvies, ook gedaan. Voor hen die wel de gevraagde gezinsbijdrage geven geldt een vrijstelling van betaling voor bijzondere vieringen (huwelijk, uitvaartdienst, gouden en diamanten bruiloft). In de praktijk in Gilze is er tot nu toe ook een vrijstelling van tarieven voor een huwelijksviering van kinderen van ouders die voldoende parochiebijdragen hebben betaald over een periode van 4 jaar voorafgaand aan het huwelijksjaar. Voor samenwonenden die gaan trouwen gelden nu speciale regels (zie kader).
Bezwaren van de huidige tariefregeling voor huwelijksvieringen van samenwonenden. 1. De regeling sluit niet meer aan bij de hedendaagse gewoonte dat (praktisch) ieder koppel enige tijd samenwoont, al of niet onder een burgerlijk huwelijk of notariële acte, voordat tot een kerkelijk huwelijk wordt besloten. Nu zal bijna geen enkel bruidspaar nog reductie krijgen om de reden dat ze van huis uit trouwen. 2. De regeling stimuleert de jonggehuwden niet tot deelname aan de parochiebijdrage. 3. De regeling appelleert niet aan het rechtvaardigheidsgevoel en behoefte aan waardering van de ouders die vele jaren parochiebijdrage hebben betaald en is derhalve voor hen niet stimulerend om daarmee gewoon door te gaan. 4. De regeling vraagt om verificatie van "samenwonen" door het parochiebestuur. Dit is zowel tijdrovend als verboden op grond van de bescherming privacy personen. Alleen er naar vragen zal falsificatie uitlokken en daarom ongelijkheid voor hen die eerlijk antwoorden. Tot slot is "samenwonen" niet gemakkelijk scherp te definiëren. 5. De R.K. Kerk (er)kent juridisch gesproken geen samenlevingsvorm van man en vrouw anders dan het huwelijk of als broer en zus. Kerkelijke regelingen die wel op andere samenlevingsvormen geënt zijn, zijn derhalve kerkrechtelijk niet verdedigbaar. Nieuwe regeling[1]
Regel 1. Tijden van huwelijk. De aanvangstijden voor huwelijksvieringen zijn op maandag t/m vrijdag om 10.30 uur of om 14.00 uur en op zaterdag om 11.00 uur. Uitzonderingen hierop vereisen de goedkeuring van de dienstdoende pastor. Regel 2. Op zondag worden géén huwelijksvieringen aangeboden. Regel 3. Het tarief voor een huwelijksviering op maandag t/m vrijdag bedraagt in 2007: € 495,00. Dit basistarief kan elk jaar worden herzien. Regel 4. Het tarief voor huwen op zaterdag bedraagt 150% van het basistarief. Regel 5. Het meerdere van het zaterdagtarief boven het basistarief is altijd verschuldigd. Regel 6. Voor elk van de huwelijkskandidaten wordt de halve minimale parochiebijdrage over het jaar van huwelijk in rekening gebracht (€60,00 in 2007) tenzij die al door hen betaald is. Deze bijdrage wordt vervolgens in mindering gebracht op het basistarief. Regel 7. Reductie van het basistarief wordt alleen verkregen op basis van de eigen parochiebijdragen van een of beide huwelijkskandidaten of van de parochiebijdragen van de ouders. Samenwonen, thuiswonend of burgerlijk gehuwd zijn van de huwelijkskandidaten heeft geen invloed op deze reductie. Regel 8. Voor elk van de twee betrokken families wordt de reductie afzonderlijk berekend. Er wordt per familie uitgegaan van het halve basistarief. Dit bedrag wordt eerst verminderd met de parochiebijdrage van de huwelijkskandidaat over de referentieperiode[2] tot een maximum van het halve basistarief. Blijft de bijdrage onder de verwachte individuele parochiebijdrage van het huwelijksjaar (€60 in 2007) dan wordt het verschil in rekening gebracht. Dit bedrag wordt vervolgens wel als parochiebijdrage beschouwd en op het huwelijkstarief in mindering gebracht. Het resterende bedrag van het halve basistarief zal verder gereduceerd worden op basis van de parochiebijdrage van de betreffende ouders over de referentieperiode. Deze reductie is evenredig met de mate waarin de referentie-parochiebijdrage1 door de ouders is betaald. Dus zoveel procent als de werkelijke parochiebijdrage is van de referentie bijdrage, zoveel procent is de reductie op de restsom van het basistarief tot een maximum van 100%. Eventuele hogere bijdragen van één ouderpaar over de referentieperiode mogen niet overgeheveld worden naar de andere familie. Regel 9. Komen de ouders van een van de kandidaten niet uit onze parochie, dan dient de betreffende kandidaat een verklaring van zijn of haar parochie te overleggen dat daar wel wordt betaald, om voor reductie in aanmerking te komen. In het geval dat geen van de ouders van beide kandidaten uit de parochie komen, dan wordt altijd het volle geldende tarief in rekening gebracht. Regel 10. De nota komt tot stand door het resultaat van de berekening voor beide families bij elkaar op te tellen en als een eindbedrag aan het bruidspaar te presenteren. Regel 11. Het berekende tarief zal het bruidspaar vooraf voldoen. [1] Deze nieuwe regeling beoogt enerzijds tegemoet te komen aan het gevoel van onderwaardering van ouders die altijd parochiebijdrage hebben betaald, en anderzijds de jong gehuwden aan te zetten om meebetalend lidmaat van de parochie te worden. Verder zijn we met deze regeling af van de noodzaak om de maatschappelijke status (samenwonen, LAT, etc.) van de huwelijkskandidaten te onderzoeken. [2] De referentieperiode is de periode van 5 jaar voorafgaand aan het huwelijksjaar. De referentiebijdrage is de som van de verwachte parochiebijdragen over de referentieperiode.
|