Kempo, de weg of de wet van de
vuist
Vechten is zo oud als de mensheid,om te overleven is altijd al
gebruik gemaakt van hand en voet. Later ontwikkelde de mens wapens
zoals: de knots,de stok,de bijl,de pijl, en de boog,en nog vele
andere,om nog beter te kunnen overleven. Het was in China,waar de
kunst om te overleven werd omgevormd tot een levensfilosofie. Er is
geen volledige beschrijving over het ontstaan van de vechtkunst
zoals wij die kennen. Het enige wat wij weten is geschrevene in het
”Book of rites”. Dit is geschreven in de Chou dynastie 1066-403 voor
christus.
De verschillende Chinese vechtkunst stijlen die we heden ten dage
kennen,zijn slechts een paar van de vele,gevormd van generatie op
generatie. Sommige stijlen worden uitsluitend getraind in het
gebruik van wapens zoals de speer,de stok, de hellebaard,de
drietand,het zwaard en de bijl. Maar de stijlen in de ongewapende
vechtkunst zijn veel groter dan die met wapens
De vechtkunst stijlen kan je onder verdelen in twee categorieën
namelijk de zachte en de harde stijlen. Al moet je deze dan geen
stijlen noemen maar methoden. Deze stijlen worden meestal gebaseerd
op de filosofie van de cosmos of op de natuur. Zo zou men kunnen
zeggen dat de zachte stijlen zoals:Pa Kua,Hsing i,Tai Chi,enz
gebaseerd zijn op de cosmos filosofie. De harde stijlen zijn
afgeleid uit de natuur of uit de dierenwereld. Onder de harde
stijlen verstaan we o.a.: De beide Shao Lin stijlen (De Noord Shao
Lin met zijn verscheidenheid aan hoge traptechnieken en korte
handtechnieken en de Zuid Shao Lin met zijn lange handtechnieken en
lage beentechnieken gericht op vitale delen en gewrichten), de Choi
Lai Fut ,de Hop Gar,de Hung gar,de White Crane of Pak Ho,Shang Tung,de
Kun Tao en het Kempo.
Het leren van een Chinese vechtkunst verlangt een grote
opoffering en een grote mate van zelfdiscipline,om het geduld op te
kunnen brengen te trainen en het steeds maar herhalen van de
technieken die men geleerd heeft. Een leerling zal moeten begrijpen
dat een vechtkunst niet in enkele jaren te leren is en dat als men
zelf eenmaal les geeft men eigenlijk nog steeds leert. Misschien zal
het lang duren eer hij iets begrijpt van wat hij geleerd heeft. Maar
als men steeds de geleerde technieken blijft herhalen zal men dit
vanzelf leren begrijpen.
De Shao Lin tempel was gelegen in het Shao Lin gebergte in de
provincie Honan. Het klooster had twaalf hoge en lage plateaus en
was omringd door een hoge waterval. Zodoende konden de monniken,
alles wat zij nodig hadden , in de omgeving vinden. De naam Shao Lin
betekent jong woud . De geschiedenis vertelt ons, dat in de 16e eeuw
( 1520 na Chr.) een monnik van de Shan tempel uit India, in het
klooster arriveerde. Hij kwam om de monniken onderricht te geven in
de leer van Bhoeda. Tamo was een man die geloofde in lichamelijke
training ter verbetering van de meditatie. Vooral toen hij zag hoe
snel de monniken moe waren en hoe snel zij afgeleid waren. Hij
ontwikkelde een serie lichaamsoefeningen en sets, in totaal 82
vormen, welke later zijn terug gebracht tot 18. De sets zijn later
bekend geworden als de 18 handen van LO HAN. Deze sets zijn de basis
technieken geworden voor de later zo befaamde Shao Lin methoden voor
zelfverdediging.
Omstreeks 1644 vielen de Manchus China binnen.Toen zijn eenmaal
aan de macht waren werd Peking hun hoofdstad, Peking was toen een
verboden stad voor niet Manchus. Het volk werd verdeeld in vier
klassen. De hoogste klassen bestond vanzelfsprekend uit de Manchus;
de tweede klasse bestond uit mensen uit het westen, zoals de
Tibetanen en de Turken; de mensen uit het noorden vormden de derde
klasse; en de vierde en laagste klasse werd gevormd door de mensen
uit het zuiden. Begrijpelijk is het dan, dat de mensen uit het
zuiden het meest actief waren in de samenzweringen om de Manchus ten
val te brengen.In de 17e eeuw zond keizer Kang Hsi een leger van de
keizerlijke keurtroepen naar de grens. Dit omdat er daar
verscheidene invallen gedaan werden door barbaren. Deze keizerlijke
troepen werden echter door deze barbaren in de pan gehakt. Keizer
Kang Hsi vroeg toen vrijwilligers uit het volk om hem te helpen het
land te verdedigen. 128 Monniken uit het Shao Lin klooster van de
provincie Fukien, meldden zich aan. Zij waren zeer succesvol in de
strijd tegen de barbaren. En wel zo. Dat er geen enkele monnik werd
verwond of gedood. Daarna marcheerden de monniken naar Peking, al
waar de keizer hun uit dankbaarheid een jade ring gaf. De ring
bestond uit drie schakels, een zwaard en een keizerlijke lakzegel in
de vorm van een driehoek.
De jaren gingen voorbij en de faam van het klooster en
zelfverdedigingskunst groeide. Toen de keizer stierf en de
drakentroon van eigenaar verwisselden. Begon de nieuwe gouverneur
van de provincie Fukien ( hij was jaloers geworden op de beroemdheid
van de monniken ) laster praatjes over de tempel rond te strooien.
De jonge keizer, die bang was dat de monniken zich eens tegen hem
zouden keren, gaf het bevel de tempels onmiddellijk te vernietigen.
De tempels konden uiteindelijk pas vernietigd worden door verraad
van een monnik. Deze bracht de keizerlijke troepen; namelijk via een
omweg, het klooster binnen. Ongewild heeft de jonge keizer er echter
toe bijgedragen, dat de fameuse Shao Lin vuist stijl buiten de
tempel, en aan niet monniken, onderwezen werd. Slechts vijf, van
alle monniken, overleefden de verwoesting van het klooster. Hier
onder bevond zich ook een vrouwlijke monnik, genaamd Ng Moi. Zij zou
later een vrouwlijke leerling krijgen die het Wing Chun systeem zou
ontwikkelen. De andere vier monniken waren: Jee Shin Shim Shee, Fung
Doe Duk, Mew Hin Too en Bok Mei Too Jung. Zij vormden elk
afzonderlijk een bepaalde stijl. Zo kennen we nu nog vijf (Hoofd)
stijlen : Ta Hung Men , Liu Chia , Tsai Chia en Li Chia en Mo Chia.
Deze stijlen heten ook wel: Hung stijl , Li stijl, Mo stijl, Choy
stijl en Ta Sheng Men stijl ( of apen stijl ). De stijl die we nu
Kempo noemen ( Deze naam is eigenlijk niet goed, omdat Kempo de
Japanse benaming is van het Chinese Kueng of Chuan, dus vuist) vindt
zijn oorsprong in de Hung stijl. Dit omdat deze stijl de vijf
dierstijlen in zich heeft. (van de originele Ng Ga Kin). De vijf
dierstijlen zijn : De Draak, De Tijger, De Slang, De Luipaard en de
Kraanvogel.
In het voormalig Nederlands Indië,werden vele Chinese stijlen
veranderd en vermengd met andere stijlen uit die streken.Dit kwam
omdat er in dit land veel verschillende rassen woonden.Zo is het Kun
Tao ontstaan.Na de japanse bezetting werd dit weer Kempo genoemd
omdat in die tijd Chinese namen taboe waren.Via Indonesië is het
Kempo naar Nederland gekomen in de jaren zestig.Daar hebben o.a.Carl
Faulhaber en Gerard Meijers de Kempo verspreid en bekend gemaakt
onder de Nederlanders.Binnen het Kempo zijn er meerdere vertakkingen
te vinden,zoals deze ook aanwezig zijn bij Karate en het
indonesische Pentjak Silat.De meest gangbare stijl is het Shaolin
Kempo,maar daarnaast zijn er ook vertakkingen. En complete andere
stijlen zoals het Shorinji Kempo,wat meer Japanse roots heeft.