De eerste trams
Door Joost Resink
 

Startpagina
De eerste trams
Elektrische trams
De Stadslijn
Het Bergspoor
Uitbreiding naar Hees
Trams tijdens WOII
Het einde van de Tram
En toen: Trolleybussen
Trams 50 jaar later
 

Na de aansluiting van Nijmegen op het Nederlandse spoorwegnet in het jaar 1879 als laatste stad van het land en de introductie van de eerste stoomtram in 's-Gravenhage met een lijn naar Scheveningen in 1878, werd in 1889 de Nijmeegsche Tramweg Maatschappij (NTM) opgericht. Dat het elf jaar heeft geduurd voordat er ook in Nijmegen trams gingen rijden lag niet aan het aantal voorstellen dat werd ingediend, maar vooral aan de trage besluitvorming bij de gemeente. Daarnaast was er ook een groot gebrek aan geld om de plannen daadwerkelijk uit te voeren.


De stoomtram van de Nijmeegsche Tramweg Maatschappij op weg naar Beek gezien in het Hunnerpark. bron: Lijn 2: Geschiedenis van een bergspoor (1997)

Het plan
In 1887 kwamen de wiskundeleraar Adriaan Jan Bouwens uit Nijmegen en zijn zwager Willem Elise Cramer uit Rotterdam, die civiel ingenieur was, met het plan om een stoomtram te exploiteren naar Hees en Neerbosch Deze lijn zou zeer profijtelijk kunnen zijn, vanwege de vele welgestelden die in Hees langs de route woonden. Daarnaast was dominee Van 't Lindenhout, van de weesinrichting (tegenwoordig Kinderdorp Neerbosch) een sterk voorstander, omdat de kinderen dan niet meer zo ver hoefden te lopen om naar het centrum te gaan. De burgemeester van Ubbergen C.M. Van der Goes wilde de plannen ook wel ondersteunen, mits de lijn doorgetrokken zou worden naar Ubbergen. Op 24 november 1888 werd door Bouwens en Cramer de Nijmeegsche Tramweg Maatschappij opgericht. Na het verlenen van de concessie door de gemeente kon het werk beginnen.

De financiλn
De NTM had
ƒ120.000,- in kas en de gemeente Nijmegen had een subsidie van ƒ10.000,- toegezegd. Daarnaast werd (met een maximum van ƒ16.000,-) 10% van de bouwkosten gesubsidieerd door de provincie Gelderland. De gemeente Ubbergen kocht twee aandelen ΰ ƒ500,-, onder de voorwaarde dat de lijn niet over de waalkade zou lopen.


Aankomst van de stoomtram bij de halte 'De Oorsprong' in Beek met rechts het gemeentehuis en links het terras van hotel 'De Oorsprong'. bron: Lijn 2: Geschiedenis van een bergspoor (1997)

De bouw
Na een openbare aanbesteding werd de lijn Neerbosch - Nijmegen - Ubbergen - Beek aangelegd voor ƒ10.366,-. De bouw verliep voorspoedig en de lijn werd dan ook al op 30 juni 1889 geopend. De eerste dienstregeling werd gepubliceerd in de Provinciale Gelderlandsche en Nijmeegsche courant.


In het Hunnerpark zien we een stoomtram van de NTM op weg naar Berg en Dal. bron: De Gemeente Tram Nijmegen (1986)

Uitbreiding naar Berg en Dal
Toen Berg en Dal bemerkte dat de komst van de stoomtram het toerisme in Beek deed toenemen wil deze ook graag een verbinding, met name hotel 'Groot Berg en Dal', wat zelfs, op verzoek van de NTM, bereid een renteloze lening van ƒ25.000,- ter beschikking te stellen. Na enige tegenstribbelingen werd op 29 november 1890 de concessie verleend en werd in maart 1891 begonnen met de aanleg van de lijn Nijmegen - Berg en Dal, die voorspoedig verliep, want op 10 mei dat zelfde jaar arriveerde de eerste stoomtram in Berg en Dal.


De zomerdienstregeling van de stoomtramlijnen naar Neerbosch, Beek en Berg en Dal uit 1894. bron: Lijn 2: Geschiedenis van een bergspoor (1997)

Trajecten
De lijnen naar Beek en Berg en Dal deelde het traject naar het Hunnerpark. Van het station werd gereden via de Stationsweg (tegenwoordig Van Schaeck Mathonsingel) het Keizer Karelplein, Oranjesingel,  Hertogstraat en Kefkensbosch. De lijn naar Beek ging vervolgens over de Ubbergseweg en de Rijksstraatweg via Ubbergen, de Tol en het Pensionaat (tegenwoordig de Refter). Het eindpunt in Beek was bij het theehuisje, waar tegenwoordig de watermolen is. De lijn naar Berg en Dal volgde de Mr. Franckenstraat en de Berg en Dalseweg. De lijn week van de Berg en Dalseweg af door Hengstdal om het steile stuk ter hoogte van de Beukstraat te mijden. De lijn naar Neerbosch volgde de Spoorstraat en ging via de Hezelpoort en de Voorstadslaan.


Het eindpunt van de stoomtramlijn Nijmegen - Berg en Dal tegenover hotel Groot Berg en Dal. bron: Halte Novio (2000)

NV Stoomtram Maas en Waal
In 1898 werd de dochteronderneming NV Stoomtram Maas en Waal op gericht, die vanaf 1902 een lijndienst onderhoud naar Wamel via Weurt, Beuningen, Druten, enzovoort, wat een lijn van 31 km oplevert. De lijn sluit bij de Weurtseweg aan op de al bestaande stoomtram.

De paardentram naar St. Anna
In 1891 werd de St. Anna Tramweg Maatschappij opgericht om een paardentram te exploiteren tussen de Molenstraat en St. Anna, maar nadat de gemeente eiste dat de rails zwaar genoeg moesten zijn om later stoomtrams op te laten rijden, werd de concessie overgedragen aan de NTM.


Een stoomtram van de NTM dochteronderneming NV Stoomtram Maas en Waal passeert hier de Hezelpoort op de laatste rit vanuit Wamel naar Nijmegen. bron: Halte Novio (2000)

Opheffing van de NTM
De dienstregeling naar Beek werd op 31 december 1911 gestaakt. De lijn Nijmegen - Berg en Dal volgde een klein jaar later op 9 december 1912. Beide plaatsen behielden hun tramverbinding, maar die werd nu uitgevoerd door de Elektrische Gemeente Tram Nijmegen (lijn 2). Dit zelfde geld voor de paardentram naar St. Anna, die werd overgenomen door lijn 1. De stoomtram tussen de dorpsstraat in Neerbosch en Nijmegen werd, als gevolg van de plannen voor het Maas-Waal kanaal, in 1922 opgeheven.

Maas Buurtspoorweg
Naast de NTM en haar dochter Stoomtram Maas en Waal waren er nog twee andere bedrijven die verbindingen vanuit Nijmegen onderhielden. De eerste is de Maas Buurtspoorweg (MBS), die als dochteronderneming van de Noord-Brabantsch Duitsche Spoorwegmaatschappij zich vestigde in Gennep. Op 2 juni 1913 opende zij de stoomtramlijn naar Venlo via de dorpen aan de oostelijke maasoever, die niet waren aangesloten op het Nederlandse spoorwegnet. Hieronder dorpen als Malden, Mook, Bergen en Well. De lijn ging vanaf het station langs de remise aan de Van Diemerbroeckstraat over de Dr. Jan Berendstraat naar de St. Annastraat, alwaar het spoor werd overgestoken middels een eigen spoorbrug. De MBS gebruikte net als het moederbedrijf een spoorbreedte van 1000mm, wat niet overeen kwam met de sinds 1910 door de elektrische tram gebruikte 1067mm spoorbreedte.

Betuwsche Stoomtramwegmaatschappij
In de Overbetuwe verzorgde de Betuwsche Stoomtramwegmaatschappij twee lijnen tussen de aanlegstijgers van de Nijmeegse Gierpont aan de Lentse kant en de Arnhemse pont aan de Eldense kant. De ene (sinds 1908) via Elst, die weinig winstgevend was, wegens concurrentie van de duurdere, maar ook snellere treindienst. De andere lijn loopt sinds 1909 via Bemmel en Huissen en is wel voldoende winstgevend.

  Tramreglement van de NTM uit 1889
Uit artikel 1 van het tramreglement blijkt dat "De conducteur en machinisten zijn verplicht, zoolang er plaats is en voor zover de gesteldheid van de trambaan dat mogelijk maakt, den trein te doen stoppen als personen zich aanmelden om mede te rijden.". Concreet betekend dit dat reizigers konden opstappen waar zij dit wensten.

Trams in het centrum
Met uitzondering van de hoek Hertogstraat en Kelfkensbosch reden er geen tram in de stad zelf. Ze bereden de singels en het Keizer Karelplein, maar het stadscentrum was per tram niet bereikbaar. Het station des te beter. Van daar kon je per tram het Land van Maas en Waal, Neerbosch, Beek, Berg en Dal en alle bestemmingen van de trein bereiken.

Tramopbrengsten
De opbrengst der tram Nijmegen - Neerbosch - Beek - Berg en Dal - St. Anna bedroeg over de maand september 1910 aan personenvervoer
ƒ5.119,84; goederenvervoer ƒ247,-; diversen ƒ237,17; totaal ƒ5.604,01 zijnde per dagkilometer ƒ10,49.
De opbrengst der Stoomtram Maas en Waal bedroeg over de maand september 1910 aan personenvervoer ƒ3.431,13; goederenvervoer ƒ998,07; diversen ƒ797,75; totaal ƒ5.226,96 zijnde per dagkilometer ƒ5,55.
bron: De Gelderlander,
14 oktober 1910
 


Quiz
Denk je dat je alles (al) weet over de trams in Nijmegen, dan kun je jouw kennis testen met de tien quizvragen.

Opmerkingen of vragen?
Heb je na het lezen van de website nog vragen of heb je opmerkingen of aanvullingen, dan kun je ze per e-mail kwijt op trams@resink.net.

Literatuurlijst
Klik hier om de volledige literatuurlijst te raadplegen die over de Nijmeegse trams bestaat.

Fotoboek
Omdat niet alle voor deze website verzamelde foto's in de tekst passen is er een
fotoboek gemaakt waarin ze gezamenlijk zijn opgenomen.

 

© oktober 2004 Joost Resink