![]() |
|
|
Nergens in de oceanen en zeeën vind je een zo grote verscheidenheid aan vissen en ongewervelden, in een zo ongelooflijke kleurenpracht, als op de koraalriffen. Hier hebben zij het meest geschikte leefmilieu gevonden. Want al is de zee op zich een heel geschikte leefomgeving, het heeft één groot nadeel: het ontbreken van schuil en aanhechtingsplaatsen. Daarom herbergen de koraalriffen verreweg het grootste gedeelte van al het dierlijk onderwater leven. De koraalriffen bieden verschillende leefomstandigheden (biotopen) voor flora en fauna. Zo kun je onderscheid maken tussen het binnenrif met lagune met de hierbij behorende levensvormen, en het aan het open water gelegen buitenrif. De bodem van een lagune is meestal met zand bedekt met hier en daar een geïsoleerd stuk koraal dat als een soort wolkenkrabber bevolkt is met anemoontjes en kleine visjes zoals anemoonvisjes en koraalvlinders. Het buitenrif is nog meer gevarieerd aan levensvormen. Daar vindt je de kleine vlaggenbaarsjes, trekkersvissen en doktersvissen tot de veel grotere tandbaarzen. Het buitenrif loopt vaak als een drop-of naar grote diepten. Langs het buitenrif zwemmen grote scholen vrijzwemmende vissen zoals horsmakrelen, tonijnen, en rifhaaien. Ook wrakken zijn plaatsen met enorm veel dierlijk leven. Zij vormen een soort kunstmatig rif. De meeste duikers zullen hun eerste kennismaking met de duiksport in een tropische vakantie bestemming hebben gekregen. Duiken in de tropen is een geweldige ervaring. De aangename temperatuur van het heldere water zorgt voor prettige condities om vertrouwd te raken met deze voor de mens vijandige omgeving. Wanneer men wat meer ervaring heeft gekregen en het duiken op zich niet meer alle aandacht vergt kun je jezelf meer op de omgeving richten. Goede duikers zijn duikers die controle hebben over hun bewegingen zodat zij geen schade zullen aanrichten aan het kwetsbare rif. Sommige koraaltakken of waaiers hebben er tientallen jaren over gedaan om het formaat te bereiken waarin ze zich nu bevinden. Bovendien bevatten veel planten en dieren in de tropen een natuurlijk afweermiddel tegen vijanden, namelijk netelcellen, die bij aanraking hevige irritaties kunnen veroorzaken. |
|