
Algemeen
Exposeren begint niet op de openingsdag van de show, zelfs niet op de datum
van inschrijving, maar eigenlijk al
De ringen kunnen slechts via een kleindiervereniging (plaatselijk of regionaal)
worden aangevraagd. Bij zo'n vereniging krijgt men bijvoorbeeld voorlichting op
de verenigingsavonden, kan men advies vragen aan collega c.q. oudere en ervaren
fokkers, het verplichte inenten tegen pseudo-vogelpest en andere ziekten wordt
meestal via de plaatselijke vereniging verzorgd en men werkt daadwerkelijk mee
aan de instandhouding en verbreiding van onze hobby.
(Aanvragen van) de ringen
De voetringen dragen:
De prijs van de ringen bedraagt dit jaar f 0,70 per stuk en er
dient per aanvrage meestal een kleine bijdrage in porti- en administratiekosten
te worden betaald.
Men dient zich te realiseren dat de meeste verenigingssecretarissen slechts
een- of tweemaal per maand, en voornamelijk in februari t/m mei, de ringen
bestellen en dat de levering dan
Indien de sexe dan nog niet duidelijk kan worden vastgesteld verdient het
aanbeveling ca 60% hennen- en ca 40% hanenringen te bestellen. Heeft men dan of
in hanen-, of in hennenringen wat te weinig, dan laat men enkele van de
zichbaar slechtere dieren ongeringd.
Is het geslacht bij het ringen nog niet helemaal duidelijk, dan kan men ook een
hanen- en een hennenring omschuiven, waarna bij het opmerken van het juiste
geslacht de verkeerde ring weer van de poot kan worden afgeknipt.
Registratie
Met het verstrekken der ringen wordt men tegelijkertijd als fokker en als eigenaar van deze dieren geregistreerd; men kan dus altijd nagaan (ook al is het dier nadien verkocht) wie de oorspronkelijke fokker/eigenaar van het dier was. Nieuwe eigenaren mogen overigens best met gekochte dieren exposeren en hoeven dus niet zelf de fokker te zijn!
Ringen aanbrengen
Het ringen zelf (de ring om de pootjes doen) is een handigheidje, dat men
snel aanleert. Met middelvinger, wijsvinger en duim houdt men de tenen samen
met de voetbevedering en schuift met de andere hand het ringetje er om tot aan
de knie (gierhakken).
Hulpmiddelen voor de beginner kunnen zijn het omwinden van tenen en
voetbevedering met eendraadje garen en/of dit "bundeltje" met wat vet
(boter) insmeren, waardoor de ring beter glijdt.
Deelnemers aan shows
De kuikens groeien op en als ze tijdig volgroeid zijn (een dier moet toch
wel minstens
(Aanvragen van) vraagprogramma's
Aan de tentoonstellings-secretaris vraagt men tijdig (meestal
Inschrijven
In het vraagprogramma is een "inschrijfformulier" bijgesloten, dat moet worden ingevuld en geretourneerd aan de tentoonstellingssecretaris. Het verschuldigde inschrijfgeld moet gelijktijdig met het inzenden van het inschrijfformulier (eventueel binnen enkele weken daarna) worden voldaan. Men zal moeten opgeven:
Varieteit en kleur
Bij de sabelpootjes onderscheiden we de varieteiten met en zonder baard en een groot aantal kleuren. Gebruik wat dit laatste betreft de officiele aanduidingen zoals die voorkomen in de standaard en op de pagina over de kleurslagen. Twijfelt u, bel dan even de secretaris van de Nederlandse Sabelpoot Club of een der ervaren leden, maar maak de administrateur van de tentoonstelling gevende vereniging niet in de war met onjuiste of foutieve benamingen.
Leeftijdsaanduidingen
Onder jonge dieren worden uitsluitend verstaan dieren, die hetzelfde kalenderjaar zijn geboren als waarin de inschrijving geschiedt (overloop naar de januari maand voorbehouden). Alle andere dieren moeten als oud (meestal zonder nadere leeftijdsaanduiding) worden opgegeven.
Geslacht en ringnummer
Houdt ten gerieve van de tentoonstellingssecretaris altijd aan dat u achtereenvolgens in een kleur inschrijft: haan (M) oud, hen (V) oud, haan (M) jong en hen (V) jong. Het ringnummer moet reeds bij het inschrijven worden opgegeven. U moet dus reeds bij het inschrijven een keuze uit de beschikbare dieren maken, maar als u te zijner tijd een dier met een ander ringnummer wilt inzenden, mag dat, mits van dezelfde kleur, hetzelfde geslacht en dezelfde categorie (jong of oud). Meld dit dan tevens op de labels en papieren die de verzendkisten begeleiden! Als uw inschrijvingsbiljet de deur uit is, begint de eigenlijke voorbereiding op het exposeren.
Enten
De dieren dienen ingeent te worden tegen pseudo-vogelpest en wel zo tijdig
mogelijk omdat de conditie enigszins lijdt onder de enting. Liefst liggen er
Het is onvoldoende om alleen de te exposeren dieren te laten enten; alle
dieren, geringd of ongeringd, van de betreffende eigenaar moeten ter enting
worden aangeboden. De enting geschiedt d.m.v. oogdruppelen, hetgeen pijnloos is
voor de dieren, maar die de minst weerbare dieren soms iets in conditie doet
terugvallen.
U kunt zich hiertegen wapenen door:
Van de veearts, of van de plaatselijke club, ontvangt men na de enting een verklaring dat alle dieren zijn geent (aangegeven met ringnummers, de soort en gemiddelde leeftijd) en deze verklaring (of een fotokopie daarvan) dient t.z.t. gelijk met de dieren ingeleverd te worden bij de tentoonstellinggevende organisatie. Administratief en organisatorisch zijn we nu op het exposeren voorbereid en nu moeten we nog zorgen dat de dieren in topconditie op de show verschijnen.
Conditioneren
Ruim van te voren goed voeren met de merkproducten van te goeder naam en faam bekend staande voederfabrikanten is voor dit doel belangrijker dan het toedienen van preparaten en het toepassen van allerlei kunstgrepen. De ene fokker zweert bij meelvoer in combinatie met hardvoer, de ander prefereert voer in korrelvorm (volledige legkorrels e.d.) maar welke soort men ook kiest:
In de winter heeft het toedienen van iets levertraan (door het voer) en zo nu en dan een drankje door het drinkwater tegen snot en difterie zeker zin. Maar laat u niet verleiden de 1001 preparaten toe te dienen die uw dieren die extra glans, die topconditie, die rode kammen en geweldige legkwaliteiten zouden behoren te bezorgen die het etiket vermeld, maar in feite uw hobby slechts nodeloos duur maken.
In showconditie brengen
Enkele details van het "show-rijp" maken der dieren, vooraf gaand
aan de "was-avond", willen we vervolgens behandelen. In het
halfwas-stadium constateren we bij jonge hanen soms een klein uitwasje bij de
kamaanzet, of een zijsprankje. Als dit werkelijk heel klein is, knippen we dit
af met een gedesinfekteerd scherp mesje of schaar, waarna direct daarna een
druppeltje jodium op het wondje wordt gedaan. Laten we echter nooit vergeten
dat dergelijke uitwasjes zeer erfelijk zijn en de drager beter van de fok kan
worden uitgesloten.
Tot conditioneren in het hok behoort ook ervoor te zorgen dat de
kopversierselen, vooral bij de hanen, niet bevriezen. Bij stevige vorst
(bijvoorbeeld -5° of kouder) wrijven we de kam en kinlellen in met een flinke
laag vet (bijvoorbeeld vaseline). Dit beschermt rechtsreeks tegen de ergste
kou, maar heeft ook indirect nut doordat bij het drinken waterdruppels er af
glijden die anders zouden vastvriezen. Sabelpootjes kunnen overigens best
flinke vorst doorstaan, mits ze droog en niet op de tocht zitten!
In de winter zal men zelden last hebben van conditievijand nummer 1, de rode
bloedluis, die zomers zeer frequente bestrijding noodzakelijk maakt. Vergeet
ook niet dat ongedierte op de dieren zelf, bijvoorbeeld kopluis of veermijt ook
's winters gedijt en bestreden kan en moet worden. Vooral de oudere dieren lijden
soms aan "kalkpoten" (een mijt die zich onder de schubben vastzet en
tot ernstige kalkaanzetting op de poten en verdikking daarvan leidt). In de
dierenwinkels zijn voor deze kwaaltjes tal van goede bestrijdingsmiddelen
verkrijgbaar. De keurmeester zal een onbehandeld dier dan ook terecht
terugzetten indien het last heeft van deze parasieten.
We nemen aan dat uw dieren voor de show worden geaccepteerd en de dieren moeten
verzonden of gebracht worden. Kijk het weekend vooraf nog eens kritisch of u de
juiste dieren hebt ingeschreven en vervang desnoods een of enkele exemplaren
door broer of zus. Laat ze, zo mogelijk, vast even aan tentoonstellingskooien
wennen. Maak ze vervolgens minstens een avond te voren "mooi". Bekijk
ze kritisch op kleur: een enkel veertje in afwijkende kleur bij de
enkelkleurigen kan gerust verwijderd worden, maar maak er geen plukpartij van!
Wassen
De lichtkleurigen zoals wit, parelgrijs, buff, blauwporselein,
citroenporselein, zilverporselein, oker-witgepareld (als ze erg vuil zijn ook
de andere kleuren!) moeten geheel of gedeeltelijk gewassen worden. Misschien
wil een familielid wel even helpen, want u hebt daarbij eigenlijk 4 handen
nodig.
Maak een dubbel bad, een met handwarm zeepsop en een met handwarm spoelwater.
Ook hier staan vele meningen, wlek middel gebruikt moet worden, lijnrecht
tegenover elkaar. Groene zeep of een synthetisch zacht wasmiddel of andere
schuimmiddelen?
In ieder geval geen schuurmiddelen (evenmin middelen met chloor of ammonia)
bleekwater of iets dergelijks; realiseert u zich dat het schoonwassen tevens
betekent ontvetting van de veren en dat is in feite tegen-natuurlijk; dus was
zo weinig mogelijk. Elk dier niet meer dan 3x per seizoen. Houdt het te wassen
dier goed vast onder het lichaam, steek de pootjes tussen de vingers door en
houdt dan met pink en duim of met de andere hand de vleugels tegen het lichaam
gedrukt. Gebruik een zacht borsteltje en strijk daarmee nooit tegen de veren
in. Als u een veerpartij van vleugel, voetbevedering of gierhak schoon borstelt
houdt dan de open hand eronder.
Dompel het dier zo ver mogelijk onder, maar zorg dat het geen water in bek of
ogen krijgt; spoel vervolgens in de 2e bak goed na tot alle zeep of wasmiddel
verdwenen is. Voor witte dieren mag best een fractie blauwsel in het spoelwater
worden gemengd. Strijk vervolgens de dieren voorzichtig droog, maar liever dan
het gebruik van een föhn laat men de dieren de aansluitende nacht en dag in een
verwarmde kamer rustig drogen.
Ververs enkele malen het strooisel in de droogkist (of doos). Als de dieren
volkomen droog zijn maar de veren nog wat verward, kan men met een zacht
borsteltje voorzichtig in de structuurrichting strijken. Voordat de
"showsterren" tenslotte in de verzendkisten gaan, kam en kinlellen
nog even licht invetten met bijvoorbeeld vaseline, waardoor de rode kleur beter
tot zijn recht komt.
Verzenden
Goede
verzendkisten zijn stevig, licht van gewicht, voldoende hoog, geven ruimte aan
de dieren om te keren, laten voldoende verse lucht toe en zijn van dubbele deksels
voorzien om bij het openen uitvliegen te voorkomen. De bodem dient bedekt te
zijn met schaafkrullen (geen zaagmeel) of scherp wit zand. Het deksel biedt
plaats voor verzendadres respectievelijk verzendlabels.
Breng uw dieren, indien enigszins mogelijk, zelf of in combinatie met een
collega-inzender, weg. Plaats, voor zover toegestaan, de dieren zelf in de
kooien. Misschien wordt uw dier geen winnaar of winnares, als het voor u zelf
maar een kampioen is!