De Nederlandse Sabelpootkriel


Sabelpootkrielen met baard

Exposeren en conditioneren

Algemeen

Exposeren begint niet op de openingsdag van de show, zelfs niet op de datum van inschrijving, maar eigenlijk al 4 a 5 weken na de geboorte van de kuikens met het aanvragen van ringen. In Nederland moeten de hoenders namelijk van een geldige, door of namens de N.H.D.B. uitgegeven, vaste voetring zijn voorzien, om te mogen geexposeerd.
De ringen kunnen slechts via een kleindiervereniging (plaatselijk of regionaal) worden aangevraagd. Bij zo'n vereniging krijgt men bijvoorbeeld voorlichting op de verenigingsavonden, kan men advies vragen aan collega c.q. oudere en ervaren fokkers, het verplichte inenten tegen pseudo-vogelpest en andere ziekten wordt meestal via de plaatselijke vereniging verzorgd en men werkt daadwerkelijk mee aan de instandhouding en verbreiding van onze hobby.

(Aanvragen van) de ringen

De voetringen dragen:

De prijs van de ringen bedraagt dit jaar f 0,70 per stuk en er dient per aanvrage meestal een kleine bijdrage in porti- en administratiekosten te worden betaald.
Men dient zich te realiseren dat de meeste verenigingssecretarissen slechts een- of tweemaal per maand, en voornamelijk in februari t/m mei, de ringen bestellen en dat de levering dan 1 a 2 weken later geschiedt. Al met al kan het dus wel 4 weken duren voordat men de bestelde ringen ontvangt. De kuikens moeten op een leeftijd van ca 8 weken geringd worden. Daarvoor zijn de pootjes te klein en verliezen ze de ring weer, daarna kan het ringen een marteling voor de dieren betekenen omdat poten en voetbevedering zich al te sterk ontwikkeld hebben. Dat betekent dan dus weer dat steeds op een leeftijd van 4 a 5 weken bepaald moet worden hoeveel hanen- en hennenringen men nodig heeft.
Indien de sexe dan nog niet duidelijk kan worden vastgesteld verdient het aanbeveling ca 60% hennen- en ca 40% hanenringen te bestellen. Heeft men dan of in hanen-, of in hennenringen wat te weinig, dan laat men enkele van de zichbaar slechtere dieren ongeringd.
Is het geslacht bij het ringen nog niet helemaal duidelijk, dan kan men ook een hanen- en een hennenring omschuiven, waarna bij het opmerken van het juiste geslacht de verkeerde ring weer van de poot kan worden afgeknipt.

Registratie

Met het verstrekken der ringen wordt men tegelijkertijd als fokker en als eigenaar van deze dieren geregistreerd; men kan dus altijd nagaan (ook al is het dier nadien verkocht) wie de oorspronkelijke fokker/eigenaar van het dier was. Nieuwe eigenaren mogen overigens best met gekochte dieren exposeren en hoeven dus niet zelf de fokker te zijn!

Ringen aanbrengen

Het ringen zelf (de ring om de pootjes doen) is een handigheidje, dat men snel aanleert. Met middelvinger, wijsvinger en duim houdt men de tenen samen met de voetbevedering en schuift met de andere hand het ringetje er om tot aan de knie (gierhakken).
Hulpmiddelen voor de beginner kunnen zijn het omwinden van tenen en voetbevedering met eendraadje garen en/of dit "bundeltje" met wat vet (boter) insmeren, waardoor de ring beter glijdt.

Deelnemers aan shows

De kuikens groeien op en als ze tijdig volgroeid zijn (een dier moet toch wel minstens 6,5 a 7 maanden zijn om er succesvol mee te kunnen exposeren) krijgt de fokker zin om zijn dieren eens te toetsen aan die van collegafokkers. In bijvoorbeeld de Avicultura (een hobbyblad over de kleinveeteelt) of mijn tentoonstellingenpagina, bekijkt men de diverse shows in Nederland. De beginner kiest daarvoor wellicht de plaatselijke, regionale of provinciale tentoonstellingen; de meer gevorderde zal de voorkeur geven aan grote (landelijke) shows, waar hij kan rekenen op fikse concurrentie.

(Aanvragen van) vraagprogramma's

Aan de tentoonstellings-secretaris vraagt men tijdig (meestal 2 a 2,5 maand voor de expositie) om toezending van een vraagprogramma. Daarin kan men onder andere lezen:

Inschrijven

In het vraagprogramma is een "inschrijfformulier" bijgesloten, dat moet worden ingevuld en geretourneerd aan de tentoonstellingssecretaris. Het verschuldigde inschrijfgeld moet gelijktijdig met het inzenden van het inschrijfformulier (eventueel binnen enkele weken daarna) worden voldaan. Men zal moeten opgeven:

Varieteit en kleur

Bij de sabelpootjes onderscheiden we de varieteiten met en zonder baard en een groot aantal kleuren. Gebruik wat dit laatste betreft de officiele aanduidingen zoals die voorkomen in de standaard en op de pagina over de kleurslagen. Twijfelt u, bel dan even de secretaris van de Nederlandse Sabelpoot Club of een der ervaren leden, maar maak de administrateur van de tentoonstelling gevende vereniging niet in de war met onjuiste of foutieve benamingen.

Leeftijdsaanduidingen

Onder jonge dieren worden uitsluitend verstaan dieren, die hetzelfde kalenderjaar zijn geboren als waarin de inschrijving geschiedt (overloop naar de januari maand voorbehouden). Alle andere dieren moeten als oud (meestal zonder nadere leeftijdsaanduiding) worden opgegeven.

Geslacht en ringnummer

Houdt ten gerieve van de tentoonstellingssecretaris altijd aan dat u achtereenvolgens in een kleur inschrijft: haan (M) oud, hen (V) oud, haan (M) jong en hen (V) jong. Het ringnummer moet reeds bij het inschrijven worden opgegeven. U moet dus reeds bij het inschrijven een keuze uit de beschikbare dieren maken, maar als u te zijner tijd een dier met een ander ringnummer wilt inzenden, mag dat, mits van dezelfde kleur, hetzelfde geslacht en dezelfde categorie (jong of oud). Meld dit dan tevens op de labels en papieren die de verzendkisten begeleiden! Als uw inschrijvingsbiljet de deur uit is, begint de eigenlijke voorbereiding op het exposeren.

Enten

De dieren dienen ingeent te worden tegen pseudo-vogelpest en wel zo tijdig mogelijk omdat de conditie enigszins lijdt onder de enting. Liefst liggen er 1,5 a 2 maanden tussen de enting en de expositiedatum. De enting blijft 5 maanden geldig, dus eenmalige enting gedurende een tentoonstellingsseizoen is voldoende. Vooropgesteld dat de plaatselijke vereniging voldoende activiteit ontwikkelt, zal de enting in samenwerking met een veearts door hen collectief worden georganiseerd. Het enten op de verzamelplaats, of bij de eigenaren thuis, kan daarvoor vlot geschieden en kost belangrijk minder dan bij individueel initiatief.
Het is onvoldoende om alleen de te exposeren dieren te laten enten; alle dieren, geringd of ongeringd, van de betreffende eigenaar moeten ter enting worden aangeboden. De enting geschiedt d.m.v. oogdruppelen, hetgeen pijnloos is voor de dieren, maar die de minst weerbare dieren soms iets in conditie doet terugvallen.
U kunt zich hiertegen wapenen door:

Van de veearts, of van de plaatselijke club, ontvangt men na de enting een verklaring dat alle dieren zijn geent (aangegeven met ringnummers, de soort en gemiddelde leeftijd) en deze verklaring (of een fotokopie daarvan) dient t.z.t. gelijk met de dieren ingeleverd te worden bij de tentoonstellinggevende organisatie. Administratief en organisatorisch zijn we nu op het exposeren voorbereid en nu moeten we nog zorgen dat de dieren in topconditie op de show verschijnen.

Conditioneren

Ruim van te voren goed voeren met de merkproducten van te goeder naam en faam bekend staande voederfabrikanten is voor dit doel belangrijker dan het toedienen van preparaten en het toepassen van allerlei kunstgrepen. De ene fokker zweert bij meelvoer in combinatie met hardvoer, de ander prefereert voer in korrelvorm (volledige legkorrels e.d.) maar welke soort men ook kiest:

In de winter heeft het toedienen van iets levertraan (door het voer) en zo nu en dan een drankje door het drinkwater tegen snot en difterie zeker zin. Maar laat u niet verleiden de 1001 preparaten toe te dienen die uw dieren die extra glans, die topconditie, die rode kammen en geweldige legkwaliteiten zouden behoren te bezorgen die het etiket vermeld, maar in feite uw hobby slechts nodeloos duur maken.

In showconditie brengen

Enkele details van het "show-rijp" maken der dieren, vooraf gaand aan de "was-avond", willen we vervolgens behandelen. In het halfwas-stadium constateren we bij jonge hanen soms een klein uitwasje bij de kamaanzet, of een zijsprankje. Als dit werkelijk heel klein is, knippen we dit af met een gedesinfekteerd scherp mesje of schaar, waarna direct daarna een druppeltje jodium op het wondje wordt gedaan. Laten we echter nooit vergeten dat dergelijke uitwasjes zeer erfelijk zijn en de drager beter van de fok kan worden uitgesloten.
Tot conditioneren in het hok behoort ook ervoor te zorgen dat de kopversierselen, vooral bij de hanen, niet bevriezen. Bij stevige vorst (bijvoorbeeld -5° of kouder) wrijven we de kam en kinlellen in met een flinke laag vet (bijvoorbeeld vaseline). Dit beschermt rechtsreeks tegen de ergste kou, maar heeft ook indirect nut doordat bij het drinken waterdruppels er af glijden die anders zouden vastvriezen. Sabelpootjes kunnen overigens best flinke vorst doorstaan, mits ze droog en niet op de tocht zitten!
In de winter zal men zelden last hebben van conditievijand nummer 1, de rode bloedluis, die zomers zeer frequente bestrijding noodzakelijk maakt. Vergeet ook niet dat ongedierte op de dieren zelf, bijvoorbeeld kopluis of veermijt ook 's winters gedijt en bestreden kan en moet worden. Vooral de oudere dieren lijden soms aan "kalkpoten" (een mijt die zich onder de schubben vastzet en tot ernstige kalkaanzetting op de poten en verdikking daarvan leidt). In de dierenwinkels zijn voor deze kwaaltjes tal van goede bestrijdingsmiddelen verkrijgbaar. De keurmeester zal een onbehandeld dier dan ook terecht terugzetten indien het last heeft van deze parasieten.
We nemen aan dat uw dieren voor de show worden geaccepteerd en de dieren moeten verzonden of gebracht worden. Kijk het weekend vooraf nog eens kritisch of u de juiste dieren hebt ingeschreven en vervang desnoods een of enkele exemplaren door broer of zus. Laat ze, zo mogelijk, vast even aan tentoonstellingskooien wennen. Maak ze vervolgens minstens een avond te voren "mooi". Bekijk ze kritisch op kleur: een enkel veertje in afwijkende kleur bij de enkelkleurigen kan gerust verwijderd worden, maar maak er geen plukpartij van!

Wassen

De lichtkleurigen zoals wit, parelgrijs, buff, blauwporselein, citroenporselein, zilverporselein, oker-witgepareld (als ze erg vuil zijn ook de andere kleuren!) moeten geheel of gedeeltelijk gewassen worden. Misschien wil een familielid wel even helpen, want u hebt daarbij eigenlijk 4 handen nodig.
Maak een dubbel bad, een met handwarm zeepsop en een met handwarm spoelwater. Ook hier staan vele meningen, wlek middel gebruikt moet worden, lijnrecht tegenover elkaar. Groene zeep of een synthetisch zacht wasmiddel of andere schuimmiddelen?
In ieder geval geen schuurmiddelen (evenmin middelen met chloor of ammonia) bleekwater of iets dergelijks; realiseert u zich dat het schoonwassen tevens betekent ontvetting van de veren en dat is in feite tegen-natuurlijk; dus was zo weinig mogelijk. Elk dier niet meer dan 3x per seizoen. Houdt het te wassen dier goed vast onder het lichaam, steek de pootjes tussen de vingers door en houdt dan met pink en duim of met de andere hand de vleugels tegen het lichaam gedrukt. Gebruik een zacht borsteltje en strijk daarmee nooit tegen de veren in. Als u een veerpartij van vleugel, voetbevedering of gierhak schoon borstelt houdt dan de open hand eronder.
Dompel het dier zo ver mogelijk onder, maar zorg dat het geen water in bek of ogen krijgt; spoel vervolgens in de 2e bak goed na tot alle zeep of wasmiddel verdwenen is. Voor witte dieren mag best een fractie blauwsel in het spoelwater worden gemengd. Strijk vervolgens de dieren voorzichtig droog, maar liever dan het gebruik van een föhn laat men de dieren de aansluitende nacht en dag in een verwarmde kamer rustig drogen.
Ververs enkele malen het strooisel in de droogkist (of doos). Als de dieren volkomen droog zijn maar de veren nog wat verward, kan men met een zacht borsteltje voorzichtig in de structuurrichting strijken. Voordat de "showsterren" tenslotte in de verzendkisten gaan, kam en kinlellen nog even licht invetten met bijvoorbeeld vaseline, waardoor de rode kleur beter tot zijn recht komt.

Verzenden

Goede verzendkist voor dwerghoendersGoede verzendkisten zijn stevig, licht van gewicht, voldoende hoog, geven ruimte aan de dieren om te keren, laten voldoende verse lucht toe en zijn van dubbele deksels voorzien om bij het openen uitvliegen te voorkomen. De bodem dient bedekt te zijn met schaafkrullen (geen zaagmeel) of scherp wit zand. Het deksel biedt plaats voor verzendadres respectievelijk verzendlabels.
Breng uw dieren, indien enigszins mogelijk, zelf of in combinatie met een collega-inzender, weg. Plaats, voor zover toegestaan, de dieren zelf in de kooien. Misschien wordt uw dier geen winnaar of winnares, als het voor u zelf maar een kampioen is!


Stuur een mailtje voor meer informatieTerug naar index


(c) 1998 RP