
Algemeen
Waar het voor de mens geldt, dat elk individu een product is van afkomst,
opvoeding en omstandigheden, geldt dit in niet mindere mate voor de dieren die
in en om de woning worden gehouden voor liefhebberij en nut.
Bij de start van de liefhebberij dient men in ieder geval uit te gaan van
dieren van zuiver ras. Het is echter niet noodzakelijk om te starten met
tentoonstellingstoppers. Zij bieden immers geen zekerheid dat hun nakomelingen
ook topdieren zullen zijn. Daarnaast vormt het fokken van topdieren uit
middelmatige dieren een grote uitdaging en schenkt bij het behalen van goede
resultaten ook aanmerkelijk meer voldoening voor de liefhebber.
Dieren afkomstig van goede fokkers/liefhebbers, die
nog nimmer een tentoonstellingskooi hebben gezien, bieden bij enig inzicht in
de liefhebberij en wat geduld evenveel, zo niet meer kans op goede
fokresultaten dan "toppers". Gedachtig de zin waarmee dit hoofdstuk
werd aangevangen zijn goede resultaten voor een groot deel tevens afhankelijk
van de huisvesting en de verzorging van de dieren.
De huisvesting
Met een beetje handigheid en met inachtneming van goede adviezen, is een
kippenhokje al gauw in elkaar geknutseld, maar daar gaat het hier niet om. De
sportfokker heeft nu eenmaal andere hokken nodig dan een liefhebber van kippen
die zijn tuin moeten opfleuren. Een sportfokker heeft bijvoorbeeld meer ruimte
nodig. De jaarcyclus stelt steeds weer andere eisen. Om te beginnen moeten wij
de foktomen afzonderlijk kunnen huisvesten, daarna de kuikens en in het najaar
zullen de hanen van de hennen gescheiden moeten worden. Ook is het gewenst om
enige kleine hokjes te hebben waarin de dieren gewend kunnen worden aan
tentoonstellingskooien.
Voor de huisvesting van de Nederlandse Sabelpootkriel zijn er enkele speciale
eisen die aan hokken moeten worden gesteld, onder andere met het oog op de
voetbevedering van de Sabelpootjes. Dit zijn de volgende:
Al deze punten dienen goed te worden overwogen voor dat men met de
eigenlijke bouw aanvangt. Nog beter is het om bij een of meer sportfokkers eens te gaan kijken hoe zij hun hokken
hebben gebouwd en ingericht. Zij zullen graag met raad en daad terzijde staan.
Wat de situering betreft zouden wij het volgende willen aantekenen:
De front- (open) zijde van de hokken dient men bij voorkeur te richten op het
zuidoosten i.v.m. het binnenvallen van licht en zon. Voorts dient men te
voorkomen dat regen of sneeuw in de hokken kan slaan. Dit kan men het beste
doen door de dakbedekking een stuk te laten oversteken.
De Sabelpootkrielen vormen een sterk ras dat goed tegen de koude kan. Het is
daarom ook niet beslist noodzakelijk om een gesloten nachthok te bouwen. Wel
moet men er goed voor zorgen dat de dieren droog en tochtvrij zitten. Als
bodembedekking kan het beste droog rivierzand worden gebruikt. Dit geeft de
minste stof en is ook goed schoon te houden (zeven).
Indien men in een gedeelte van de hokken (b.v. in het nachthok) een betonnen
vloer aanbrengt dient men deze van een droge deklaag te voorzien om extra
slijtage van de voetbevedering te voorkomen. Ook hiervoor kan rivierzand,
eventueel gemengd met houtmot worden gebruikt. Op de pagina's die handelen over
selecteren en exposeren en
conditioneren is speciale aandacht geschonken aan de verzorging van de
voetbevedering. Wij raden aan om ook dit nog eens door te lezen voor men aan de
bouw van de hokken begint.
De inrichting van de hokken
Ook de inrichting van de hokken dient aangepast te worden aan de
voetbevedering. De zogenaamde mestplank maakt men bij voorkeur maximaal
Het is niet raadzaam slechts een legnest te plaatsen. Hierdoor worden de dieren
tijdens het leggen te veel verjaagd door onderlinge rivaliteit. Beter is het om
meerdere legnesten over de diverse zijden van het hok te verdelen. De legnesten
kunnen het beste voorzien worden van zogenaamd houtmot.
De drinkbakken dient men of op te hangen of op een kleine verhoging te plaatsen
om verontreiniging door het scharrelen te voorkomen en/of het veelvuldig morsen
van drinkwater tegen te gaan hetgeen de voetbevedering weer kan verontreinigen.
Neem geen te grote drinkbakken; mede daardoor dwingt men zichzelf om de dieren
voortdurend van vers water te voorzien.
Voerbakken zijn in allerlei vormen en uitvoeringen verkrijgbaar. Belangrijk is
dat ze goed zijn te reinigen en dat de inhoud niet gemakkelijk gemorst of
bevuild kan worden. De bak moet zodanig van afmeting zijn dat alle dieren gelijktijdig
bij het voer kunnen komen. Een andere oplossing is om meerdere voerbakken in
elke afdeling te plaatsen.
Voer
Over het te verstrekken voer lopen de meningen sterk uiteen. De ene fokker
zweert bij foktoommeel, de andere bij geperste legkorrels. Weer anderen voeren
het gehele jaar door opfokkorrels. Een belangrijke zaak is dat, wat men ook
voert, er voor gezorgd dient te worden dat het voer vers is.
Naast het meelvoer, los of in korrelvorm, dient dagelijks wat gemengd graan met
gebroken mais te worden gegeven. Een half handje per dier per dag is reeds
voldoende. Ook dient men grit, voor de kalkvoorziening en goede spijsvertering,
niet te vergeten.
Tenslotte een heel belangrijk iets: geef zo veel mogelijk droog vers groen
voer. Dit is voor al uw dieren, speciaal het jonge grut, onontbeerlijk. U houdt
de conditie er mee op een hoog peil.