De Nederlandse Sabelpootkriel


Kleurslagen

Een korte omschrijving van de kleurslagen:

Porselein


Duo Porselein SabelpootkrielenPorselein SabelpootkrielhaanPorselein Sabelpootkrielhen met baardPorselein Sabelpootkriel kuiken

De porseleinkleur is de meest typische kleur voor dit ras en zonder twijfel ook de meest populaire. Herhaaldelijk zijn er op de grote tentoonstellingen evenveel dieren in de porseleinkleur ingezonden als in alle andere kleuren samen.
Het ogenschijnlijk ingewikkelde patroon, waarbij elke veer voorzien moet zijn van een witte parel aan de top, afgezet met een zwarte band tussen de parel en de okerbruingele grondkleur, is in zijn erfelijke samenstelling niet zo gecompliceerd. Het patroon is opgebouwd uit de genen van goud-zwart-geloverd, vermeerderd met het gen voor de witte pareltekening. De zwarte band dient op de borst overal even breed te zijn en min of meer de vorm van een vette letter V te hebben.
Evenals tussen het zwart en de okerbruingele grondkleur een scherpe begrenzing moet zijn, zo moet ook de witte parel scherp van het zwart afgescheiden zijn. En ook deze grens moet de richting van de baarden volgen. De standaard spreekt van een V-vormige witte lover, maar met dit V-vormig is alleen bedoeld de grens tussen het wit en het zwart. Het spreekt vanzelf, dat de witte parel aan de andere zijde de afronding van de veer aan de top gewoon volgt. Algemeen nemen de witte parels bij het ouder worden in omvang en ook in aantal toe. In hun eerste levensjaar is de pareltekening dus iets spaarzamer en de parels zijn kleiner.
De witte parels moeten helder wit zijn, de zwarte lovers en het zwart van de staart- en sikkelveren moet diepzwart zijn met een groene glans. Voor het overige zijn de veren effen okerbruingeel van kleur. Van nature is de grondkleur bij de haan meestal ietsje donkerder dan bij de hen. Bij de hanen is alleen op de rug en de schouders het okerbruingele van de grondkleur vervangen door een veel rodere grondkleur. Warm, donkerroodachtig okerkleurig schrijft de standaard, maar van oker kan men hier eigenlijk nauwelijks meer spreken. Bovendien is de pareltekening hier zeer klein en zwarte lovers zullen op de schouders ontbreken.

Isabelporselein


Trio Isabelporselein Sabelpootkrielen (G. Vermaas)Isabelporselein Sabelpootkrielhaan (G. Vermaas)Isabelporselein Sabelpootkrielhen met baard

Wat het patroon van de tekening betreft moet worden opgemerkt dat dit geheel overeenkomt met dat van de porseleinkleur. Wat hiervoor is gezegd over het patroon geldt dus ook hier. Maar daarbij moet u er op letten, dat men door het minder grote kleurcontrast niet alle afwijkingen in de tekening even gemakkelijk opmerkt. In het bijzonder de streeptekening in hals- en zadelveren van de haan zal ons bij onvoldoend nauwkeurige observering ontgaan.
De grondkleur is een lichte, ietwat roomgele, isabelkleur met een fokzuivere parelgrijze lover en een kleine witte parel aan het einde van de veer, in plaats van okerbruingeel, zwart en wit bij de porseleinkleurige. Evenals de rug en schouders van de porselein haan donkerder zijn dan de rest der veren, zijn deze delen bij de isabelporselein haan eveneens donkerder dan op de romp. Soms zweemt deze kleur naar zacht lila. In het algemeen moet men het zo zien, dat de donkerder kleur van schouders en rug toegelaten is, maar niet uitdrukkelijk vereist. De ongewenste neiging tot goud in hals (en zadel) bij porselein, manifesteert zich bij isabelporselein in een neiging tot een meer strogele kleur in deze veerpartijen. Tevens moet er op gelet worden dat er een duidelijk verschil blijft tussen het isabella en het parelgrijs.
Tussen porselein en isabelporselein is het verschil in erfelijke samenstelling zeer gering. Een enkel (recessief) gen dat men wel een "verdunnings-gen" noemt, verdunt zowel het zwart tot parelgrijs als het okerbruingeel tot isabella.

Citroenporselein


Citroenporselein Sabelpootkrielhaan (G. Vermaas)Citroenporselein Sabelpootkrielhen

Ook deze kleur heeft hetzelfde patroon, maar weer met andere kleuren. Bij deze zijn het wit en zwart precies gelijk als bij de porselein, maar de okerbruingele grondkleur is vervangen door een isabel kleur, die echter donkerder en meer geel is dan bij isabelporselein. In tegenstelling tot laatstgenoemden hebben rug en schouders bij de citroenporselein hanen geen donkerder maar een bijna strogele kleur. De "citroen"-kleur is te danken aan een "verdunnings-gen", maar dat is een ander gen dan we bij isabelporselein en parelgrijs kennen. Het gen voor citroen verdunt alleen de grondkleur, niet het zwart.

Zilverporselein

Ook bij zilverporselein is het patroon hetzelfde als bij bovengenoemden. Alleen hier is de grondkleur helder zilverwit met een glanzend zwarte lover en een witte parel. Hier is dus de okerbruingele kleur vervangen door de zilverwitte.

Zwart-witgepareld

De erfelijke samenstelling van deze kleur is geheel anders dan van de verderop beschreven okerwitgeparelde. Een zwartwitte is genetisch een eenkleurige zwarte met het (recessieve) gen voor pareltekening.
Wat de kwaliteit van het zwart betreft verwijs ik naar hetgeen verderop bij de zwarte kleur wordt vermeld. De pareltekening moet zeer gelijkmatig over het lichaam verdeeld zijn. Maar het is niet nodig dat alle veren een witte parel dragen. Dieren, waarvan op de romp en in de hals slechts de helft of twee derde van het aantal veren gepareld is, zijn zelfs mooier, mits inderdaad regelmatig verdeeld. Wel moeten alle veren van de vleugelbanden, de slagpennen, de staartpennen en de staartdekveren een witte parel dragen.
Bij de porseleinkleurigen werd reeds gewezen op het belang van een juiste vorm van de parels, n.l. scherp begrensd en min of meer ruitvormig. Dit geldt hier in minstens even sterke mate, omdat de parelvorm tegen het zwart ook zeer duidelijk uitkomt. Het groter worden van de parels en de toename van het aantal bij toenemende leeftijd zien we ook bij deze kleurslag.
Zwartwitgepareld verschilt slechts in een gen van eenkleurig zwart. Wie om een of andere reden zwart-witgepareld met een andere kleur moet kruisen, zal daarvoor goede zwarte dieren moeten gebruiken of de daarmee zeer verwante parelgrijze. Kruising met porselein of oker-witgepareld dient te worden ontraden omdat het rood (buff), vooral zichtbaar in hals- en zadelveren, moeilijk is weg te fokken.

Blauw-witgepareld


Blauw-witgeparelde Sabelpootkrielhaan

Is ook in de standaard erkend, maar komt op het moment helaas erg weinig voor. De tekening is hetzelfde als bij de zwart-witgeparelden, alleen het zwart is vervangen door blauw. Een enkele maal komt men wel parelgrijswitgepareld tegen, wat op het oog vrijwel niet van blauwwitgepareld te onderscheiden is. Omdat parelgrijs, in tegenstelling tot blauw, in de fok constant is, is er wel wat voor te zeggen, de parelgrijs-witgeparelde ook in de standaard op te nemen. Alleen zal laatstgenoemde ongetwijfeld, evenals eenkleurig parelgrijs, dezelfde moeilijkheden vertonen bij het uitruien van de haantjes, in het bijzonder in de sierveren.

Oker-witgepareld


Oker-witgeparelde Sabelpootkrielhen

Oker-witgepareld is genetisch een porseleinkleurig dier met het gen voor dominant wit. Dit gen dat al het zwart in wit veranderd maar de okerbruine kleur vrijwel "onaangetast" laat, kennen we bij de hoenders in verschillende combinaties, zoals de geelwitpel Friese Hoenders, de geelwitgezoomde Wyandotte's en de pile-kleurige Modern Engelse Vechtkrielen. Zo zouden er nog wel enkele rassen genoemd kunnen worden.
Wie zich dus een porseleinkleurig dier voor de geest haalt, waarvan al het zwart vervangen is door wit, zal direct inzien dat de witte "parels" veel groter worden. N.l. zowel de parels als de zwarte lovers zijn wit. Hieruit volgt ook dat zowel staart als voetveren wit zullen zijn. We dienen er dan ook op te letten dat we voor de fok alleen dieren gebruiken die zo klein mogelijke parels bezitten. Wanneer men echter denkt oker-witgepareld x oker-witgepareld te kunnen blijven fokken heeft men het mis, n.l. bij een dergelijke combinatie zullen de jongen, hieruit gefokt, meer wit laten zien dan de ouderdieren en wel omdat de witte kleur dominant is.
De beste oker-witgeparelden fokt men dus uit porselein x oker-witgepareld met een zo klein mogelijke pareltekening. De porseleinkleurige mag in dat geval gerust een wat donkerder tint hebben, omdat bij oker-witgepareld de grondkleur wat lichter lijkt.
Echter geen fokcombinatie is zo goed, of er schuilt toch nog een addertje onder het gras, n.l. dat alle dieren heterozygoot zijn, met als gevolg dat zij in meer of mindere mate kleurspatten zullen vertonen. Betreft het kleine veertjes dan kunnen deze bij het conditioneren gerust verwijderd worden, mits het geen storende lege plekken achterlaat. Betreft het grote staartveren, kleine - en of grote slagpennen of de voetveren, dan is hieraan niets te doen. De betreffende dieren kunnen ook dan nog wel een goede fokwaarde hebben.

Wit


Witte SabelpootkrielhaanWitte Sabelpootkrielhen

Meestal heeft deze kleur een voorsprong op alle andere kleuren, omdat de fokker meer aandacht aan type en bevedering kan schenken. Toch mag men daaruit niet concluderen, dat de witte kleur geen enkele moeilijkheid zou opleveren. Wit moet vrij zijn van geel of creme en dat fokt men niet zo gemakkelijk weg. Bij geelbenige rassen kan men voor dat doel het gen voor koekoek door kruising in zijn witte dieren brengen, maar bij blauwbenige rassen gaat dat niet. Ook het gen voor zilver verbetert de intensiteit van het wit. Zorgvuldige teeltkeuze is momenteel de meest aangewezen manier. Wie beslist "nieuwbloed" in de witte moet invoeren, kan daarvoor het beste de zwarte gebruiken.

Zwart


Zwarte Sabelpootkrielhaan

De (eenkleurig) zwarte Sabelpootkrielen moeten in alle partijen diepzwart van kleur zijn met een fraaie groene glans. Ook het ondergevederte moet zwart zijn, uiteraard zonder glans.
De fouten, waartoe de zwarte kleur bij hoenders het meest neigt, zijn witte aanslag in de veren, een neiging tot rood in de hals of een paarse glans. Alleen door nauwkeurige selectie kan men deze fouten tegengaan. Kruising met elke andere kleur vergroot slechts het gevaar voor deze fouten. Daarbij is stamteelt noodzakelijk. Inteelt immers vergroot de kans op dieren, die voor hun erfelijke eigenschappen homozygoot zijn. Wie nimmer zwart gefokt heeft, moet weten, dat zwarte hoenders als kuiken altijd veel wit in de veren hebben. Men kan ze pas beoordelen, als zij hun definitief verenpakje hebben.

Blauw


Blauw toompje Sabelpootkrielen

Het gehele gevederte bij deze kleurslag moet effen, eenkleurig, helder blauw zijn, zonder donkere zoming. Ook de sierveren mogen niet duidelijk donkerder zijn dan de overige veren. Door blauw x blauw te paren in plaats van blauw x zwart kan men veel meer aandacht besteden aan eigenschappen zoals: juiste kleurdiepte, gelijkmatigheid van kleur, afwezigheid van roestkleur, afwezigheid van zoming enz. De 25% vuilwitte dieren in de nafok moet men dan maar voor lief nemen. En de geheel zwarte dieren, uit twee blauwe ouders gefokt, verschillen genetisch niet van zwarte uit zwarte ouders.
Het is onvermijdelijk dat een heterozygoot dier, zoals de blauwe nu eenmaal is, hier of daar een geheel of gedeeltelijk wit of zwart gekleurde veer heeft.

Buff

Het gehele gevederte is gelijkmatig warm goudgeel van kleur (als van getaand leer).

Parelgrijs


Parelgrijze SabelpootkrielhaanParelgrijze Sabelpootkrielhen met baard

Uiterlijk lijkt deze kleur zeer veel op blauw maar in wezen is het iets heel anders. Parelgrijs verschilt genetisch van zwart door hetzelfde (recessieve) gen dat van de porseleinkleur de isabelporselein maakt. In tegenstelling tot blauw is parelgrijs dus wel fokzuiver. De kleur van parelgrijs is iets lichter en iets meer zilverachtig dan blauw en vertoont ook geen neiging tot zoming of donkerder sierveren. Wel lijkt soms kop en keel iets donkerder.

Patrijs

Haan: kop oranjerood, hals oranje-goudgeel met zwarte schachtstreep met oranjegoud-gele omzoming. Voorzijde hals, borst, romp, achterdeel en dijen groen glanzend zwart, slagpennen zwart met diep kastanjebruine zoom. De rug karmijnrood, zadelbehang warm oranje-goudgeel, iedere veer met een groenglanzende zwarte schachtstreep, evenwijdig lopende aan de randen van de veer, waardoor de veer er warm-oranje gezoomd uitziet. De schacht, staartstuurpennen, sikkels en staartdekveren moeten groen-glanzend zwart zijn. De kleine staartdekveren groenglanzend zwart met oranje-goudgele randen. De onderkleur is grijs.
Hen: kop geelbruin-oranje, halskraag oranjegeel. Iedere halsveer voorzien van een zwarte schachtstreep, welke oranjebruin omzoomd is. De grote slagpennen zijn zwart met een bruine rand aan de buitenzijde van de buitenvaan, de kleine slagpennen zijn ook zwart, de buitenvaan echter bruin en zwart gestreept, evenwijdig met de veeromtrek, de vleugeldekveren warm grijsachtig bruingeel, voorzien van zoomstreepjes. De rug-, staart-, zadelkussen-, borst-, romp- en achterdeelveren getekend als de vleugeldekveren. Staartstuurveren zwart, m.u.v. de beide bovenste, welke zwart zijn met grijsbruine tekening.

Zilverpatrijs

Dezelfde tekening als bij patrijskleurig, waarbij echter de grondkleur een andere is. Voor het goud-grijsbruin van de hen te lezen asgrijs. Bij de haan is het oranje-geelbruin vervangen door zilverwit.

Roodgeschouderd zilverpatrijs

De kleur en tekening is dezelfde als die van de zilverpatrijs haan en hen, met uitzondering van de kleur van hals, zadel en schouders van de haan en de borstkleur van de hen. Hals en zadelbehang van de haan zijn roomgeel, de schouders diep geel. De borstkleur van de hen is wat warmer zalmrood.

Columbia


Columbia Sabelpootkrielhaan

Haan: de kop wit; iedere veer in het halsbehang is voorzien van een zwarte middenstreep, welke wit omzoomd is; voorzijde hals wit; vleugelboeg wit; schouderband en vleugelband wit; grote slagpennen zwart met witte rand aan buitenvaan; kleine slagpennen zwart met witte rand aan buitenvaan, opdat bij gesloten houding van de vleugel een wit uiteinde te zien is. Rug wit; zadelveren voorzien van zwarte V-vormige schachtstreep, welke wit omzoomd is. Staartstuurpennen zwart, steunveren zwart met witte zoom, sikkels en staartdek zwart. De borst is wit, evenals de romp en het achterdeel.
Hen: de tekening van de hen komt overeen met die van de haan, behalve de tekening in het zadel. Deze ontbreekt, omdat de hen geen zadelsierveren bezit. Aan een goede, de hals omsluitende tekening wordt veel waarde gehecht.

Gestreept

Iedere veer heeft een licht blauwgrijze grondkleur, welke drie- tot viermaal onderbroken wordt door smalle boogvormige dwarsbanden, die scherp afgetekend zijn. De hen toont wat donkerder dan de haan. Deze tekening vertoont grote gelijkenis met Koekoek.

Porselein blauwgetekend

Ook bij porselein blauwgetekend is het patroon hetzelfde als bij de porselein-kleurige. Alleen hier is de zwarte kleur vervangen door blauw.

 


Terug naar index


(c) 1998 RP