De Nederlandse Sabelpootkriel


Sabelpootkrielen met baard

Selecteren

Veel fokkers beschouwen selecteren als het moeilijkste onderdeel van hun hobby. Met name het selecteren (terwille van de beschikbare ruimte) op een moment dat de dieren nog niet volgroeid zijn en hun type- kleur- en bevederingskwaliteiten dus nog onvoldoende tot hun recht komen.
Dit onderwerp is dan ook belangrijk genoeg om er een pagina aan te wijden.
Met selecteren moeten we beginnen op de dag van uitkomst van de eieren. Doe zonder voorbehoud de "armoedjes" weg zoals achterblijvers met zogenaamde spreidpootjes (= een of beide pootjes glijden voortdurend naar buiten). Het wordt niets en ze verzieken letterlijk en figuurlijk uw collectie. In de weken volgende op de geboorte blijven de fysieke kwaliteiten de enige basis voor selecteren. Weinig of geen belangstelling voor het voer, hangende vleugeltjes, grote klittende uitwerpselen e.d. vormen een aanwijzing daarbij.
Vervolgens moeten de ringen worden besteld; soms reeds op een moment dat haantjes en hennetjes nog niet zijn te onderscheiden. Lees daarvoor de pagina exposeren en conditioneren. Controleer na enkele dagen of ze de ring niet verloren hebben! Breng uzelf niet in de verleiding, ring geen dieren met nagel- of teenfouten. Ring evenmin dieren met scheve snavels, kamfouten, met sterk afwijkende beenkleur e.d., maar kijk nog niet al te sterk naar (vermeende) kleurfouten. Goede witte diertjes hebben in hun jeugd (en later) wat zwarte veertjes en omgekeerd worden de beste zwartjes met veel wit geboren. Geringe pareling van meerkleurigen op 8 weekse leeftijd zegt niets, zware patrijstekening bij porseleinkleurigen in hals en borst daarentegen levert zelden kampioenen op.
Tussen 8 en 16 weken kunt u dan weinig meer selecteren, tenzij zich ziekteverschijnselen voordoen. Maar dan komt het moeilijkste moment dat u terwille van de ruimte (en de gezondheid van de opgroeiende jeugd) moet selecteren op halfwas, gezonde dieren, die weinig duidelijk zichtbare gebreken hebben. Feillos kunnen wij dat geen van allen, maar de meest ervaren maken daarbij (vermoedelijk!) minder fouten dan de beginners. Toch zijn er wel enkele aanwijzingen te geven.
Verwijder bij voorkeur: dieren met een verhoudingsgewijze te lange rug of die te hoog op de poten staan, met een te smalle borst en dieren met groenachtige of gele poten in plaats van blauwgrijze. Te lichte, zeer troebele of te donkere ogen, zijsprankjes aan de kam (vanwege vererving) zijn doorslaggevende fouten. Dieren zonder middenteenbevedering, met te korte gierhakken of te smalle en gekrulde veerstructuur moeten eruit. Kijk tenslotte naar kleurfouten. Veel voorkomende fouten zijn:

Ook economische overwegingen bij de selectie dienen een rol te spelen. Onze hobby mag best wat kosten, maar we hoeven de voer- en behuizingskosten nu ook weer niet over de balk te gooien. Een trio of toompje is gemakkelijker plaatsbaar of verkoopbaar dan een enkel dier.
Bewaar op 12 hennetjes niet meer dan 6 a 7 hanen en uiteindelijk hoogstens 4 of 5 stuks. Houdt van de overjarigen per kleur niet meer dan 2-4 of 2-5 van de besten aan. Dat levert weer ruimte op voor de jeugd.


Stuur een mailtje voor meer informatieTerug naar index


(c) 1998 RP