http://picasaweb.google.nl/marcel.schildwacht/VeldrietzangerVlieland/photo?authkey=dedsp2a0G9Y#5116028778460537378
Vangst
van vier Veldrietzangers op Vlieland.
Bijgewerkt : 29 september 2007
Bijdrage Ton van Ree
Het was op 21 augustus j.l. dat ik nietsvermoedend naar een
in het riet van de Kroonpolders op Vlieland opgesteld mistnet liep. Er hingen
een drietal
vreemde vogeltjes in. Bij het uithalen had ik eigenlijk nog niets in de gaten.
Ik dacht even aan kleine jonge bosrietzangers. Opvallend waren de
bleek-roseachtige pootjes, eigenlijk niet de wat gelige bosrietzanger kleur,
maar meer die van de sprinkhaanzanger. Maar al gauw kreeg ik de markant
getekende kopjes met de opvallende, lange crème wenkbrauwstreep in de gaten.
Snel checkte ik de handpennen, iets wat ik eigenlik altijd doe bij
karekiet/rietzangerachtigen. Altijd had alleen de 3e (of 8e) handpen een versmalde
buitenvlag. Nu niet. Eindelijk eens niet. Behalve de 3e (of 8e)
had ook de 4e (of 7e) een duidelijke versmalling, terwijl ook de 5e (of 6e) een
minder uitgesproken versmalde buitenvlag had.
Het begon me te dagen………… een struik-of veldrietzanger.
De eerste vogel was een duidelijke 1kj met een gaaf verenkleed, duidelijke
tongvlekken en een ongeveer voor een derde verbeende schedel.
De tweede echter had een vaal, gesleten verenpak, geen tongvlekken en een duidelijke broedvlek, die nog geen stoppels vertoonde, een 6 volgens de bij CES gehanteerde classificatie. Ook de cloaca wees op een adulte vrouw.
De derde was weer een 1kj, vrijwel gelijk aan de eerste. De vleugelmaat van
alle lag tussen 58 en 58,5 mm.
Verder viel op, dat de vogels in de hand klein aanvoelden, duidelijk kleiner
dan b.v. een kleine karekiet. Nog iets opvallends vond ik de 3 lange zwarte
gebogen snorharen.
Een adulte vrouw met broedvlek en 2 jongen gelijktijdig in
een 7 meter net. Dat moest duiden op een broedgeval.
Gelukkig was Stef Waasdorp in de buurt, die me assisteerde bij de determinatie.
Dank. Na wat twijfelen en redeneren was de uiteindelijke conclusie eensluidend:
veldrietzangers.
Als klap op de bekende vuurpijl ving ik precies 1 week later op ongeveer 100
meter van de eerste vangplek nog een jong, vrijwel gelijk aan de twee
andere. Alleen waren de staartpennen nogal gesleten. Nu verleende Carl Zuhorn
assistentie en hanteerde de camera.

Zou de voorlopige voorzichtige conclusie mogen luiden: het eerste Nederlandse broedgeval van de veldrietzanger ?
Graag had ik nog een volwassen man willen vangen, maar
helaas is dat niet gelukt.