Broedende witvleugelsterns in de Krimpenerwaard

 

Een nieuwe broedvogel voor Nederland waarvan er één geringd kon worden.         

 

Bijdrage van Cor Oskam

 

Op dinsdagavond 15 mei 2007 werden de eerste tekenen zichtbaar van een flinke influx van witvleugelsterns Chlidonias leucopterus. De dagen erna werd Nederland min of meer overspoeld door deze elegante moerassterns. Op sommige plaatsen werden forse aantal waargenomen. Op 17 mei werden de eerste Witvleugelsterns in de Krimpenerwaard gezien. Het ging om een groepje van maximaal zeven vogels in polder Geer en Zijde nabij Ouderkerk aan den IJssel.  De vogels bleven daar dagen hangen en foerageerden naast zwarte sterns, Chlidonias  niger die in deze polder broeden op nestvlotjes. In de dagen erop waren er waarnemingen op diverse plaatsen in de Krimpenerwaard. Het grootste aantal werd gezien in polder Vlist-Oost, Vlist. De grootste groep daar was 18 ex op 23 mei. Op diverse plaatsen bleven de witvleugelsterns vrij lang aanwezig. Zelfs tot half juni.

 

Vincent de Boer die in polder Bergambacht, nabij Stolwijk een weidevogelinventarisatie aan het afronden was gaf bij Arjan Boele (SOVON) aan dat er nog steeds enkele witvleugelsterns aanwezig waren. Omdat het in het seizoen alsmaar later werd zijn alle waarnemingen van witvleugelsterns  vanaf de eerste week van juni niet meer publiek gemaakt op de favoriete vogelwaarnemingensite waarnemingen.nl.  Je weet maar nooit! Vanaf 11 juni werden de vogels in polder Bergambacht door een select groepje vogelaars van de Natuur- en Vogelwerkgroep de Krimpenerwaard (NVWK) nauwgezet geobserveerd. Het bleek aanvankelijk om vier vogels te gaan. Op 23 juni waren er minimaal zes vogels in het gebied aanwezig, maar nog veel interessanter was de waarneming van een voedselvlucht. Op 25, 26 en 27 juni hadden Erik Kleyheeg, Cor Oskam en Arjan Boele inmiddels meerdere voedselvluchten waargenomen en was de exacte plek, waar voedseloverdracht plaats vond goed in kaart gebracht. We hadden nu regelmatig voedselvluchten gezien maar nog geen jongen. Bij ons eigenlijk geen twijfel meer, maar het spijkerharde bewijs was er nog niet, het zien en vastleggen van jonge witvleugelsterns !

 

Vanaf deze datum hebben we geprobeerd absolute stilte in acht te nemen. Dit alles vanwege de unieke gebeurtenis, het eerste broedgeval in Nederland van deze soort.  Bewust van de bijzondere situatie hebben we contact gezocht met Jan van der Winden. Hij heeft veel kennis van moerassterns. Op woensdagavond 28 juni gingen Jan van der Winden, Leo Groen, Erik Kleyheeg, Harm Blom en Cor Oskam op zoek naar een bevestiging van broedende witvleugelsterns. Na een half uurtje observeren vanaf flinke afstand waarbij de vogels niet alarmeerden, werd de plek duidelijk. Op twee verschillende plaatsen was activiteit te zien. Om verstoring te minimaliseren moest snel gehandeld worden. Direct op ons doel af en bij elkaar blijven, te kijken en snel weer terug te lopen. Dit alles mede door het feit dat inmiddels ook duidelijk was dat een kleine kolonie van ongeveer 20 tot 25 visdieven in de directe nabijheid van de witvleugels nestelden, en die kunnen flink herrie maken. Vier van de vijf waarnemers troffen ter plekke twee jonge pullen aan van ongeveer drie dagen oud. Een jong zwom snel naar de overkant van de sloot. De vogel verplaatste zich vrij diep en lang gerekt, als ware sluipend door het water en verdween tussen de lissendode aan de overkant van de sloot. Een jong werd aangetroffen in de verlandings zone van de sloot en werd snel gefotografeerd. Het eerste broedgeval voor Nederland stond vast. Een tweede broedsel wat in de directe nabijheid moest zitten werd op dat moment niet gevonden. Blij en uitbundig over het resultaat liepen we weer terug naar de ingang van het graslandperceel waar we het resultaat met Harm Blom die achter was gebleven deelden. De plaatjes konden direct digitaal bekeken worden.

 

Locatie

 

De plaats waar de vogels tot broeden zijn gekomen ligt net even ten zuiden van Stolwijk. Midden in het Groene Hart, de Krimpenerwaard,een veenweidegebied wat getypeerd wordt door relatief smalle graslandpercelen en smalle sloten. De vogels kozen de verlandingszone tussen sloot en grasland uit om te broeden. Alles in de directe nabijheid van een kolonie visdieven, waar overigens ook enkele zwarte sterns tot broeden waren gekomen. Dit gebeurde ook elders in de Krimpenerwaard waar de vogels binnen een kolonie visdiefjes op graslandpercelen tot broeden kwamen. Op het  perceel liep vee, niet specifiek melkvee. Koeien met kalfjes en een stiertje in een redelijk hoge dichtheid.

 

Verstoringsgevoeligheid

 

In overleg met Jan van der Winden werd afgesproken te proberen om het tweede broedpaar duidelijk te krijgen en vervolgens de broedende witvleugelsterns in tijd te volgen.  Deze unieke gebeurtenis moest natuurlijk goed worden gedocumenteerd. Net zoals de andere moerasstern, de zwarte stern, zijn beide vooral in de prille fase van nestelen maar ook met jongen vrij gevoelig voor verstoring en kunnen door stress het broedsel plotseling verlaten. Dat zou toch het laatste zijn wat we wilden. Een ander probleem was dat er in de periode van broeden tamelijk veel regen - en onweersbuien waren met veel wind, waarbij onderkoeling en onthouding van voedsel al snel om de hoek kwam kijken. We hebben daarom gekozen om wekelijks een kort bezoek af te leggen en dan alleen met redelijk weer en verder het bezoek te beperken tot een paar minuten in de avonduren. Daarnaast werd het broedgeval geobserveerd en gevolgd van afstand met telescopen en werden veel aantekeningen gemaakt over gedrag, interactie met andere vogelsoorten, voedselvluchten en prooisoorten.

 

Kriebelen

 

Als vogelringer gaat het bij zo’n bijzonder broedgeval kriebelen en maak je afwegingen om eventueel, als de situatie zich voor zal doen, de mogelijkheid te hebben om de witvleugelstern pullen te kunnen ringen.  Op 4 juli gingen Arjan Boele, Harm Blom en Cor Oskam voor de tweede keer naar de specifieke locatie. Na een uitvoerige observatie vanaf ruime afstand werden de twee plaatsen waar gevoerd werd duidelijk waarna we besloten in actie te komen. Er werden ter plaatse vier pullen ondekt, twee van ongeveer 9 dagen de andere twee van een dag of drie a vier. De moerassterns zwommen direct als speedboten naar de overkant van de sloot. Een jong drukte zich in de verlandingzone van de sloot en kon op deze manier gemakkelijk worden gepakt en geringd worden. Om de andere pullen te ringen zou veel verstoring teweeg hebben bracht. Die pogingen werden dus niet gemaakt. Goed, ons eerste en belangrijkste doel was gerealiseerd, namelijk het hard maken van een tweede broedgeval.  De actie werd afgeblazen na een paar minuten. Het ringen van een jong van broedende witvleugelsterns in Nederland was een feit.  In de laatste “op het Vinkentouw” is te lezen dat in de periode 1911 tot 2006 totaal vijf witvleugelsterns werden geringd. 

 

Nazorg

 

De vogels werden in de volgende twee weken regelmatig geobserveerd. Specifiek het gedrag van de voerende ouders en de frequentie van voedseloverdracht.  Ondanks de grillige weersomstandigheden, het verplaatsen van het vee, maaiende boeren en een tijdelijke slaapplaats van veel jonge aalscholvers in de directe nabijheid, ging het crescendo met de ontwikkeling van de jonge vogels. Het voedsel voor de jonge vogels was divers. Van kleine insecten, oeverlibellen (veel), visjes, regenwormen tot zelf een kleine kikker. Op 23 juli waren meerdere mensen getuige van de eerste enigszins onhandige meters in de lucht van een van de jonge vogels. Drie dagen later werden drie jonge witvleugels vliegvlug gezien waaronder een exemplaar met een ringetje om. De vogels bleven na het uitvliegen niet lang ter plaatse. Een week na het uitvliegen werd een adulte vogel met twee juveniele exemplaren gezien nabij Lekkerkerk, op 5 km afstand van hun broedplaats. De vogels werden gevoerd maar foerageerde zelf ook actief naar voedsel. Dit was de laatste waarneming van de jonge vogels in de Krimpenerwaard.

 

Ook in de Sliedrechtse Biesbosch kwamen twee paar witvleugels tot broeden. In totaal werden daar vijf  juveniele vogels gezien. Er kwamen in 2007 vier witvleugelsterns tot  broeden in Nederland waarbij minimaal acht jongen uitgevlogen zijn.

 

 

Bijgewerkt: 3 september 2007