Poppenbal - Annie M.G. Schmidt In't land van Barrelie Warrelie Woen, daar staat een groot kasteel. De deur is blauw en het dak is groen, de torentjes zijn geel. Wie woont daarin, wie zit daarin? Daar woont de poppenkoningin. Ze heeft een kuiltje in haar kin en haar schoentjes zijn van fluweel. Haar schoentjes van fluweel. En ieder jaar geeft zij een bal en daar komt ied're pop. Een feest van tralderalderal, met polka en galop. Nu denk je dus: daar op dat feest, daar zijn mijn poppen niet geweest, daar op dat mooie poppenfeest. Dat dacht je maar, maar let op. Dat dacht je maar, let op. Toen jij allang in je bedje lag, wat kwam daar buiten aan? Een auto met een poppenvlag, die bleef voor jouw deur staan. Uit alle huizen kwamen toen de poppetjes in rood en groen, om daar naar Barrelie Warrelie Woen. Naar't poppenbal te gaan. Naar't poppenbal te gaan. Daar dansten ze de boekie woek, dat is een poppendans, ze zongen poppenliedjes ook en praatten poppenFrans. Ze aten poppengriesmeelvla en poppenkaas en poppensla, ze dronken poppenchocola. En poppenpommerans. En poppenpommerans. In't land van Barrelie Warrelie Woen, hojo, zo ging het dan. De poppenkoningin zei toen: En nu de jasjes an! Toen was het poppenfeest gedaan, toen trokken ze hun jasjes aan, toen zijn ze zoet naar huis gegaan. Maar jij wist nergens van..... Maar jij wist nergens van.