Ridderlied - Groep 3 en 4 Ik ben een ridder met een baard Ik zit graag voor de open haard Ik eet gebraden kip en zwijn En drink veel bier en rode wijn De minstreel speelt op zijn gitaar Ha, ha, wat doet die nar toch raar Japapa, pa, tralala, la, la Ik ben een ridder met een paard Ik heb een harnas en een zwaard Hoor ik daar nou prinsesgegil? Ik prik die draak zo in zijn bil Ik pak hem bij zijn groene staart En smijt hem in de open haard Japapa, pa, tralala, la, la