Schipbreukeling - Annie M.G. Schmidt Op het onbewoonde eiland in de Stille Oceaan, daar zitten we al zesentachtig dagen. 't Schip waarop we zaten is met man en muis vergaan; 't schip is op de klippen stuk geslagen. We zwommen door de golven, we spoelden hier aan wal. En Joost mag 't weten of't in orde komen zal. Schipbreukeling, schipbreukeling, wat een miezemiezemiezerig bestaan. Schipbreukeling, schip breukeling, midden op de oceaan. Daar is een stip aan de horizon, schip aan de horizon! Zwaaien met je onderbroek! Zwaaien met je hemd! O nee, t'is alweer weg. O jee, t'is alweer weg. Pech, pech, pech. Op het onbewoonde eiland in de Stille Oceaan, daar zitten we al maandenlang te turen. En we eten rauwe vissies en we eten een banaan en zo kan het nog wel veertig jaren duren. En we zuigen om de beurten op 't velletje van de worst. Een van ons is al waanzinnig, al waanzinnig van de dorst. Schipbreukeling, schipbreukeling, wat een miezemiezemiezerig bestaan. Schipbreukeling, schip breukeling, midden op de oceaan. Daar is een stip aan de horizon, vliegtuig aan de horizon! Zwaaien met je onderbroek! Zwaaien met je hemd! O nee, t'is alweer weg. O jee, t'is alweer weg. Pech, pech, pech. Op het onbewoonde eiland is 't haast met ons gedaan, we hebben alle hoop al opgegeven. En we kijken nou mekander met betraande ogies aan; morgen zijn we geen van allen meer in leven. Uitgeput en uitgemergeld geven wij elkaar de hand. Wij gaan sterven, kameraden, op het onbekende strand. Schipbreukeling, schipbreukeling, wat een miezemiezemiezerig bestaan. Schipbreukeling, schipbreukeling, midden op de oceaan. Daar is geronk aan de horizon, gezoem aan de horizon! t'Is een helikoptertje. Hij heeft ons gezien. We worden opgehesen. Eindelijk gered! Eindelijk GERED..............