Vooraf

Er wordt in het vervolg steeds gesproken over "meerderheidstaal" en "minderheidstaal". Met meerderheidstaal wordt bedoeld: de taal van het land waar het gezin woont, met minderheidstalen alle andere talen. Dus: voor een Turks gezin in Nederland is Nederlands de meerderheidstaal, Turks de minderheidstaal. Voor een Nederlands gezin in Turkije is het Turks de meerderheidstaal en het Nederlands de minderheidstaal.

Tien geboden voor meertalige gezinnen

1. Bepaal welke strategie je wilt volgen om je kind meertalig op te voeden:
Mogelijke strategieën:

a. Minderheidstaal thuis (minority-language at home <ml@h>):
De ouders spreken onderling en met de kinderen een minderheidstaal. De kinderen leren de meerderheidstaal buitenshuis (kinderopvang, school)
b. Een taal per ouder (one parent, one language <OPOL>)
De ene ouder spreekt een minderheidstaal met de kinderen, de andere ouder spreekt de meerderheidstaal (of een andere minderheidstaal) tegen de kinderen.

De geboden 2 tot en met 10 geven tips om de minderheidstaal te ondersteunen. Dit is immers de taal die je kind het minst vanzelfsprekend leert.

2. Als ouder moet je proberen om zoveel mogelijk te laten zien dat je de minderheidstaal en -cultuur even belangrijk vindt als de taal en cultuur van het land waar je woont. Onthoud: onze kinderen doen wat wij doen, niet wat we zeggen.

3. Probeer elke dag, al is het maar een paar minuten, voor te lezen, te luisteren naar verhalen of liedjes, een spelletje of iets anders te doen in de minderheidstaal.

4. Creëer situaties waarin je kinderen de minderheidstaal wel moeten gebruiken:
-vraag ze te helpen bij het schrijven van brieven en kaarten naar familieleden
-laat ze opbellen naar familieleden
-probeer zoveel mogelijk tijd door te brengen met anderen met dezelfde minderheidstaal en -cultuur.
-probeer zoveel mogelijk reizen te maken naar landen waar de minderheidstaal wordt gesproken.

5. Help je kinderen om een positief beeld van hun culturele erfenis te krijgen.
-wijs op mijlpalen uit de geschiedenis van het land van herkomst
-vier naast de feesten van het land waar je woont, ook de traditionele feesten van het andere land.

6. Spreek niet negatief over andere culturen, vooral niet over de meerderheidscultuur. Dit plaatst je kinderen in een vervelende positie: zij hebben waarschijnlijk vrienden vanuit andere culturen. Maar wat belangrijker is: als je zelf niet het goede voorbeeld geeft in het waarderen van een multiculturele maatschappij, kan het uiteindelijk wel eens de eigen minderheidscultuur zijn die ze verwerpen.

7. Lach niet om je kinderen als ze fouten maken bij het spreken van de minderheidstaal. Het is begrijpelijk dat het soms moeilijk is om niet te lachen, als kinderen van die "schattige" fouten maken. Maar je moet eraan denken dat kinderen het verschil tussen lachen om en uitlachen niet kennen: zij zullen zich schamen om de minderheidstaal spreken, en dus misschien besluiten deze niet langer te spreken. En bovendien zouden ze ook kunnen besluiten om niet meer te luisteren als jij die taal wel gebruikt.

8. Corrigeer fouten die kinderen maken niet op een directe manier. Direct verbeteren kan kinderen erg onzeker maken en dit zal hun vloeiendheid van spreken niet ten goede komen. Het kan uiteindelijk zelfs de wil om de minderheidstaal te leren helemaal wegnemen.
Natuurlijk moet je je kinderen niet gewoon maar foute woorden en/of zinnen laten gebruiken. Ze zouden deze fouten kunnen herhalen in het bijzijn van anderen (b.v. volwassenen die slecht geïnformeerd zijn over meertaligheid). Deze mensen zullen de fout misschien wél op een directe manier verbeteren en het kind misschien zelfs uitlachen. Dit zal nog negatievere gevolgen hebben dan jouw eigen correctie gedaan zou hebben.
De juiste manier om een fout te corrigeren is de juiste vorm voordoen:

Bijvoorbeeld:
-Komen tante vandaag?
-Ja lieverd, tante komt vandaag.

9. Dwing je kinderen niet om de minderheidstaal te spreken.
De ervaring leert dat tweetalige kinderen vaak een lange periode in hun ontwikkeling doormaken waarin ze de minderheidstaal wel verstaan maar niet spreken. Dit is vaak omdat kinderen tijdens deze periode moeite hebben met "code-switchen". Het is niet makkelijk voor ze om twee talen te spreken omdat ze niet van de ene naar de andere taal kunnen switchen. Daarom houden ze vast aan de taal die ze het meest horen, en meestal is dit de meerderheidstaal.
Dit is wel frustrerend voor de ouders, want voor hen is de enige manier om te controleren of het kind de minderheidstaal nog wel verder leert is het kind horen praten.
Het is daarom van groot belang dat ouders zich bewust zijn van dit code-switching probleem en dat zij andere manieren vinden om de taalontwikkeling van hun kind in de gaten te houden:
-Blijf de minderheidstaal spreken tegen je kind. Als het kind reageert, in welke taal dan ook, betekent het dat je kind je begrepen heeft en dus nog steeds de taal leert.
-Verzin spelletjes, zoals "commando pingelen"" om met je kind te spelen. Op deze manier stel je je kind in de gelegenheid te reageren zonder woorden te gebruiken, terwijl je als ouder tegelijkertijd kunt vaststellen dat je kind wel degelijk nog steeds de minderheidstaal aan het leren is

10. Probeer het gebruik van de meerderheidstaal te vermijden, zelfs als je kind niet begrijpt wat je zegt in de minderheidstaal. Probeer in plaats daarvan uit te leggen wat je bedoeld. Bij voorbeeld door mimiek en gebaren te gebruiken of door voorbeelden te geven of door het nog eens op een andere manier te zeggen. Op die manier sla je twee vliegen in een klap: je biedt je kinderen de minderheidstaal aan en tegelijkertijd leer je ze overlevingsstrategieën voor de taal die ze aan het leren zijn.

Marianne Stuurman, april 1999

(Naar: The Ten Commandments of the Bilingual Family van Caterina Skiniotou

http://www.greeklang.com/tencom.html

©1999 Dubbelop

code-switchen Er zijn meer redenen waarom kinderen op een gegeven moment (tijdelijk) de minderheidstaal niet willen spreken. Bijvoorbeeld omdat ze niet "anders" willen zijn, of dat ze onzeker zijn. Terug naar de tekst

commando pingelen Bij dit spelletje moeten kinderen doen wat de "leider" zegt, maar alleen als de zin begint met "commando". Dus zegt de leider "commando springen", dan moeten de kinderen springen. Maar zegt de leider "springen" dan moeten ze niets doen. In plaats van "commando" kun je ook "ik zeg" gebruiken. Hieraan kan ook de ouder met de meerderheidstaal meedoen ! Een leuke manier om de minderheidstaal verder aan te leren en te laten zien dat je de minderheidstaal verstaat. Terug naar de tekst

Terugkeren naar Dubbelop Nieuws