Toespraak gehouden door Evelien Eefting in het kader van de Netwerkbijeenkomst op 19 november 1998

Inleiding

Evelien Eefting en Vanessa Grootjans zijn werkzaam in Logopediepraktijk Kraaiennest. Een logopedist houdt zich bezig met het onderzoeken en behandelen van kinderen en volwassenen, die problemen hebben op het gebied van de taal, spraak en het gehoor.

Tweetaligheid in Amsterdam Zuidoost

In de Logopediepraktijk Kraaiennest komen veel meertalige kinderen met spraak- en taal problemen. Tweetaligheid kan nadelige gevolgen hebben voor de taal- en spraakontwikkeling van het kind.

Bij de sparakontwikkeling kan het gebeuren dat bepaalde klanken, zoals bijvoorbeeld de [g], wel in het Nederlands voorkomen, maar niet in de eigen eerste taal. Is dit niet het geval dan kan het zo zijn dat het leren van een tweede taal meer problemen kan opleveren.

Een veel voorkomende vraag van een ouder is: "Hoe kan ik mijn kind het best tweetalig opvoeden?" Logopedisten adviseren de ouder zijn/haar eigen taal met het kind te spreken. Als een kind moeite heeft met het leren van taal in zijn algemeenheid, dan kan je je voorstellen dat het leren van een eerste taal al moeilijk is, laat staan ook nog het leren van een tweede taal. Als een ouder de eigen taal het beste spreekt is het verstandig deze taal het kind ook aan te leren.

Een tweede taal leren gaat makkelijker als een eerste taal goed is verworven. Meer talen spreken hoeft helemaal geen problemen op te leveren. Het is echter wel belangrijk dat je consequent één taal met een kind spreekt, dus niet binnen een zin meerdere talen gebruiken.

Wat kan een logopedist voor u betekenen?

Dat een kind de Nederlandse taal minder makkelijk onder de knie krijgt dan zijn eerste taal lijkt ons logisch. Dat zich hierbij problemen bij voordoen is denk ik ook zo gek niet. Wat belangrijk is voor ons om te weten is hoe het komt dat een kind de Nederlandse taal niet makkelijk spreekt. Het maakt niet uit of je Ghanees, Nederlands, Antilliaan of Surinamer bent. De reden waarom iets niet lukt is net zo belangrijk als het gegeven zelf. Krijg je de taal niet onder de knie omdat de taal gewoon erg ver van je eigen taal afstaat? Of is het omdat een kind misschien moeite heeft met het leren van taal? Of misschien hoort het kind niet zo goed. Voor ons is het belangrijk om mogelijke oorzaken van een taalprobleem te kunnen uitsluiten.

Een logopediste mag alleen kinderen behandelen voor een taalprobleem als het een taalprobleem is in de eerste taal van een kind. Met een verwijzing van een huisarts kan de logopediste het kind onderzoeken. Met behulp van tolken en de ouders probeert de logopediste zich een beeld te vormen van de taalontwikkeling in de eerste taal. Wanneer blijkt dat deze niet op niveau is dan zal behandeling volgen.

De behandeling vindt vaak bij jonge kinderen indirect plaats. De ouder neemt dan een zeer belangrijke rol in. De ouder krijgt adviezen omtrent het stimuleren van de verbale en non verbale ontwikkeling van het kind. Middels controles houdt de logopediste de taalontwikkeling van het kind in de gaten. Als de kinderen wat ouder zijn volgt vaak directe behandeling; het kind wordt actief betrokken bij de therapie.

De ouder is dus belangrijk. Een kind leert tenslotte taal van zijn naaste omgeving, zeker ook van zijn ouders. Samen bezig zijn met taal zorgt ervoor dat de taalontwikkeling van het kind zal groeien.