Verslag Netwerkavond 19 november 1998
Kinderen opvoeden in meertalige gezinnen
Op 19 november j.l. is er in buurthuis Anansi, Amsterdam Zuidoost, een 'Netwerkavond'
gehouden over het thema 'Meertalige gezinnen'. Deze avond was georganiseerd door
Dubbelop, stichting Forsa Amsterdam, stichting M.A.M.A. en Opstapje. De sprekers waren
Jolanda Dobber van Dubbelop, Marianne Stuurman, taalkundige, van Dubbelop, Martiza
Wernet, sociaal pedagoge van stichting M.A.M.A. en Opstapje, Moni Uddin, meertalige
studente (lyceum 5e klas), en Eveline Eefting, logopediste van Kraaienest. Mayra Schoop, van
LAAVO, was de voorzitter. Debby Marchena, van stichting Forsa Amsterdam, notuleerde de
bijeenkomst. Hieronder volgt een verslag van de discussie, die onstond naar aanleiding van de
inleidingen.
Inleiding
Het is voor ouders uitermate belangrijk om sterk te staan in de rol van opvoeder. Vaak maken
'experts' de ouders onzeker door hun, ongetwijfeld goed bedoelde, adviezen.
Overheidsinstellingen hebben nog al eens de neiging niet Nederlands-talige ouders aan te
raden om vooral Nederlands te spreken met hun kind, omdat het kind anders een
'taalachterstand' zou oplopen. Het goed aanleren van de moedertaal wordt blijkbaar gezien als
het scheppen van een taalachterstand...
Enkele tips van mensen met veel ervaring, waaronder taalkundigen, pedagogen, sociologen
en... ouders!
Stimuleer de beheersing van de moedertaal van de kinderen. Dit is nodig om als ouder met je
kind te kunnen communiceren, ook op emotioneel gebied.
Ieder zijn vak; ouders zijn expert wanneer het hun eigen kinderen betreft. Ouders moeten sterk
en direct betrokken zijn bij de (taal-)ontwikkeling van hun kind. Zij doen het werk, ook
wanneer zij geassisteerd worden door een logopedist of andere expert. Laaat je als ouder
nooit onzeker maken door een 'expert'. U bent ook een expert.
Wees consequent; gebruik als ouder altijd een en dezelfde taal in de dezelfde situatie. Ga niet
de taal van je partner gebruiken, blijf consequent! Je partner praat natuurlijk wel de eigen taal
met het kind. Blijf consequent, dit kan niet genoeg herhaald worden.
De ouder moet aangeven wanneer er een probleem is met de taalontwikkeling van een kind.
Bijvoorbeeld, een kind praat niet, heeft een spraakgebrek (kan klanken of woorden niet goed
uitspreken, maakt geen zinnen enz). De ouders geven aan aan de 'expert' wat goed gaaat en
wat niet goed gaat. De 'expert' kan dan de diagnose doen en beginnen met de behandeling, of
de ouders begeleiden met het vooruit helpen van hun kind.
De ouder hoeft nooit bang te zijn dat het kind een achterstand oploopt door het in je eigen moedertaal op te voeden; een kind ontwikkelt zichzelf het beste met een sterke basis. De ouder geeft het kind deze sterke basis door het kind goed op te voeden, dus in een taal die de ouder zo perfect mogelijk beheerst.
Op straat en op school en via de TV leren kinderen Nederlands. Sta erop dat je kind op school
goed Nederlands leert, en stimuleer het ook. Je hoeft zelf niet te proberen Nederlands met je
kind te praten, want je wordt gewoon uitgelachen door je kind.
Het is belangrijk contact te houden met de families in de landen van herkomst. Dit is een
belangrijke reden waarom mensen hun kinderen willen blijven opvoeden in hun eigen
moedertaal. De ontwikkeling gaat natuurlijk niet helemaal vanzelf; op een gegeven moment
zijn er ook school- en leesboekjes nodig, die meestal slechts in het land van herkomst gekocht
kunnen worden. De ouders zullen zich dus wel extra moeten inspannen om hun kinderen bij te
staan in hun eigen taal te leren lezen, voor zover de ouders dit aankunnen natuurlijk.
Het is belangrijk dat het kind niet slechts met een persoon (vader of moeder) een bepaalde taal
spreekt, maar met meerdere taalgenoten. Ouders kunnen bijvoorbeeld een oppas zoeken uit
hun eigen gemeenschap, of op een andere manier zorgen dat hun kind met andere taalgenoten
omgaat. De ouder zal steeds erop moeten letten dat andere taalgenoten hun eigen taal het hun
kind spreken; steeds de mensen eraan herinneren, steeds blijven vragen. Organiseer de
taalcontacten voor je kind.. Weet dat je als ouder niet machterloos bent.
OALT geeft alle taalgemeenschappen de kans hun kinderen taalvaardig te maken. Gelukkig
hebben enkele Antilliaanse en Arubaanse organisaties protest aangetekend toen bleek dat het
Papiamentu niet op de lijst stond van deze wet. Kinderen kunnen dus ook taalvaardig worden
gemaakt in het papiamentu. De Surinamers staan niet op de lijst.
Problemen
Het aspect 'pesten' bij mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Je wordt so wie so
gepest, ook wanneer de ouders thuis Nederlands (proberen te) spreken. De al dan niet
afwijkende uitspraak van het kind is slechts een stok, die men zocht en vond, om het kind mee
te slaan. Was het niet 'de' of 'het', dan was het wel de'w' of de huidskleur. Een kind met een
sterke basis, met een hoge eigenwaarde, kortom een zelfverzekend kind, heeft minder last van
pesten.
Meertalige kinderen hebben een streepje voor; ze 'kunnen eten uit meerdere pannetjes', ze
worden flexibeler en rijker. Een bijkomend voordeel van meertalige opvoeding is, dat kinderen
reeds op jonge leeftijd leren een taal te leren. In deze moderne tijd is dit geen overbodige luxe!
Een speciaal probleem ontstaat wanneer een van de ouders weggaat (bijvoorbeeld de vader na
een echtscheiding). De ouder, die met het kind achterblijft, kan natuurlijk het kind niet in
beide talen gaan opvoeden; het kind leert de 'vadertaal' niet meer verder. Het zal de moeder
extra moeite kosten de zaken zo te organiseren dat het kind toch nog met de familie van
vaderskant kan communiceren. Buurtmoeders en organisaties van etnische minderheden
kunnen een rol hierin spelen.
Er zijn natuurlijk ook schaduwkanten aan meertalige opvoeding. Sommige kinderen hebben
helemaal geen talent om een taal te leren, hebben reeds problemen met het leren van hun eigen
moedertaal. Deze kinderen blijven dus hoe dan ook achter in hun taalontwikkeling, en zouden
ook achterblijven als ze alleen in het Nederlands zouden worden opgevoed. Deze kinderen
hebben extra ondersteuning nodig.
Via de huisarts kunnen kinderen worden doorverwezen naar bijvoorbeeld een logopedist, die
samen met de ouder kijkt of er iets aan de hand is met de taalontwikkeling van het kind, en zo
ja, wat. Samen met de ouder wordt het probleem aangepakt.
Een ander probleem is dat het erg moeilijk is voor ouders om toegankelijke informatie te
vinden. Er is weinig, en wat er is is vaak moeilijk te begrijpen (wetenschappelijk taalgebruik)
of in het Engels. Dubbelop werkt er hard aan deze leemte op te vullen. Dubbelop heeft ook
een folder over meertalige opvoeding.
Aan het uitgebreide eindverslag van deze bijeenkomst (dit wil zeggen, met de inleidingen erbij) wordt nog gewerkt. Als u het verslag wenst te ontvangen, stuur dan een verzoek met uw naam en adres aan Dubbelop of Forsa Amsterdam:
Dubbelop: Rimon@hetnet.nl
Forsa Amsterdam: T.a.v. mw. D.M. Marchena, Develstein 100-a, 1102 AK Amsterdam.