Pleasure Watch


Dostojevski / Gambling


Artikel: Dostojevski en Freud. Verzelfstandiging en verslaving bij het kansspel
Auteur: Sytze Kingma
Verschenen: Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, Vol. 23, nr.4, 1997, 640-664
Copyright © Sytze Kingma

Nadere informatie

SUMMARY

Title: Dostojevski and Freud. Autonomy and addiction in gambling
Copyright © Sytze Kingma

The modern ideal of ´autonomous´ or ´pure´ gambling is put forward in an analysis of Dostoevsky´s gambling behaviour, his novel The Gambler (1866) and Freud´s psycho-analysis of Dostoevsky. The sociological significance of The Gambler lies in the way conceptions of gambling are related to the social conditions of gamblers. Furthermore, the author demonstrates that Dostoevsky and Freud express opposite views on gambling addiction. While Dostoevsky appreciated roulette as a means of making money, Freud mistakenly interpreted this as a ´pathological passion´. In different ways, however, both approaches toward excessive gambling presuppose and reinforce ´gambling-for-its-own-sake´ - Le jeu pour le jeu.


IMPRESSIE, pp. 643-646:

DE GOKVERSLAVING VAN DOSTOJEVSKI

De Speler (1866) van Fjodor M. Dostojevski (1821-1881) is algemeen erkend als een nauwelijks overtroffen weergave van gokverslaving. De roman is gebaseerd op Dostojevski's eigen ervaringen met roulette. In een essay uit 1928 ging Sigmund Freud in op de gokverslaving van Dostojevski. Maar wat Freud een 'pathologische passie' noemde, is door Dostojevski zelf toegeschreven aan gebrekkige levensomstandigheden. Nu gokverslaving weer veelbesproken is en vaak hetzelfde misverstand oproept als dat tussen Dostojevski en Freud - een sociale kwestie wordt ten onrechte gereduceerd tot een psychische storing - is het misschien verhelderend om Dostojevski's ervaring nog eens onder de aandacht te brengen.

De inzichten en het materiaal voor De Speler doet Dostojevski op gedurende enkele bezoeken aan Wiesbaden. Op doorreis raakt hij gefascineerd door het spel, omdat hij er het broodnodige geld mee wint. Geestdriftig schrijft hij aan het thuisfront ervan overtuigd te zijn met de roulette geld te kunnen verdienen.

"Ik zeg dat ik het geheim ken waarmee je niet verliest maar wint... [het] bestaat hierin, dat men zich elk ogenblik, in alle fasen van het spel moet kunnen beheersen, en niet opgewonden raken. Maar het probleem is of iemand die het geheim kent ook in staat is het te gebruiken. Al ben je nog zo pienter en heb je een ijzeren wil, dan bezwijk je nog."

Dostojevski ziet het gevaar niet in het spel maar in een gebrek aan zelfbeheersing. Reeds zijn eerstvolgende speelervaring, waarbij hij al zijn geld verspeelt en zijn horloge moet belenen, geeft aanleiding dit te onderbouwen. Aan zijn broer Michail legt Fjodor verantwoording af.

"In Wiesbaden heb ik een systeem om te spelen ontworpen, ik heb het in praktijk gebracht en dadelijk 10.000 franc gewonnen. De volgende ochtend bleef ik dat systeem niet trouw, omdat ik me liet meeslepen en ik verloor onmiddellijk. 's Avonds ben ik weer teruggekeerd tot dat systeem, ik hield me er strikt aan, en heb snel, zonder moeite weer 3000 franc gewonnen. Zeg nu zelf: ik moest hierna toch wel enthousiast raken en geloven dat, als ik me maar strikt aan mijn systeem hield, ik het geluk zelf in de hand had. En ik heb geld nodig, voor mij, voor jou, voor mijn vrouw, en om een roman te schrijven. Hier win je zo tienduizend. Ja, ik reisde daar naar toe om jullie allen te redden en mijzelf voor een ramp te behoeden. En bovendien heb ik vertrouwen in mijn systeem...".

Nadien slaat de twijfel over het spel en de wanhoop over het verlies toe. Maar Dostojevski klampt zich aan zijn 'systeem' vast, niet alleen omdat hij af en toe iets wint en dit aan de juiste speelstrategie toeschrijft, maar vooral uit noodzaak omdat hij het spel ziet als een van de weinige mogelijkheden om zijn steevast met schulden beladen boekhouding in evenwicht te brengen.

Van belang is dat de geldzorgen buiten het spel om bestaan: de lasten van zijn eigen huishouden, maar ook die van de weduwe en wezen van zijn, kort na de episode Wiesbaden, overleden broer, diens schulden en die van hun literair tijdschrift De Tijd. Literair werk is het enige waarmee Dostojevski zijn crediteuren kan betalen. Zo schrijft hij bijvoorbeeld De Speler in uiterste nood in vierentwintig dagen, met behulp van een stenografe. Als hij niet snel een roman aflevert dreigt hij, door een ongelukkige belening bij een woekerende speculant en uitgever alle rechten op al zijn geschreven en nog te schrijven werken te verliezen. De toestand is zo ernstig, dat hij verzucht: "ik zou graag opnieuw nog eens veel jaren dwangarbeid verrichten, alleen om mijn schulden te betalen en mezelf weer vrij te voelen."

Van de nood weet Dostojevski een deugd te maken. Aan de reddingsoperatie, die in no time twee romans oplevert, ontleent hij enige voldoening, maar niet zonder het wrede mechanisme te doorzien: "Weet U,..., dat deze excentrieke en buitengewone dingen me tot op heden zelfs bevallen? Ik ben niet geschikt voor de categorie mensen die solide leeft. Neem me niet kwalijk: nu schep ik op! Maar wat rest me anders dan op te scheppen? Want de rest is wel heel onaantrekkelijk..."

Eerder dan het speelgedrag als ziekelijk en het verlies als een onderbewust geschapen bron van produktiviteit te begrijpen, zoals Freud doet, is het goed voorstelbaar dat beide, het spel en het schrift, door eenzelfde en betreurde kracht, het achtervolgende bankroet, gestuwd maar ook gehinderd worden. Want welbeschouwd speelt Dostojevski een dubbelspel. Met het kansspel speelt hij een spel om de macht over zijn leefwereld, zijn maatschappelijke positie en de literatuur. Des te vuriger Dostojevski zich van knellende financiele banden wil verlossen - met name wanneer hij later met zijn tweede vrouw en een kind op komst in Duitsland en Zwitserland verblijft, en eerst vanwege schuldeisers en later bij gebrek aan middelen bezwaarlijk naar Rusland kan terugkeren - des te eerder is hij geneigd om zijn toevlucht tot het spel te nemen. Het is in deze tijd en onder deze omstandigheden dat hij zichzelf pas werkelijk in het spel verliest. Naast Wiesbaden bezoekt hij dan ook Bad Homburg, Baden-Baden en Saxon-les-Bain.

Maar het dubbelspel van Dostojevski is alleen mogelijk omdat het spel zelf dubbelzinnig is. Het casino kan betekenis ontlenen aan het spelritueel, maar ook aan het verdienen (of verkwisten) van geld; het spel kan voor de speler een vermaaksdoel dienen maar het kan ook een hulpmiddel zijn ter realisatie van andere levensdoelen. Het kansspel is slechts een spel wanneer het van een bepaalde kant wordt bezien. Van een andere kant kan dit spel ook worden opgevat als werk, van belang voor het inkomen. De spelers zijn voortdurend gedwongen om in deze motievenruimte een standpunt in te nemen. En het standpunt van Dostojevski is duidelijk. Meer dan aan het spelgebeuren, dat reeds in gang wordt gezet met de spelinleg, kent Dostojevski er de instrumentele betekenis aan toe waarbij het spelresultaat voorop staat. Niet de momentane spelervaring en de 'speelwaarde' van het geld, maar de blijvende spelgevolgen en de 'ruilwaarde' van het speelgeld tellen dan bij de beoordeling van het spel.

Voor de speler houdt de dubbelzinnigheid dus een opdracht in, namelijk het vinden van de juiste spelopvatting. Dit kan tot problemen leiden wanneer de juiste houding niet gevonden wordt. Er kan bijvoorbeeld een obsessie over het spelresultaat ontstaan. Maar dit is niet hetzelfde als een speelneurose. Om van een neurose te kunnen spreken moet het spel worden opgevat als doel, en niet als middel tot iets anders. Dit is althans de mening van Freud, die met dit onderscheid terdege rekening houdt. Want ter ondersteuning van zijn neurose hypothese vindt hij, te midden van overvloedige aanwijzingen voor het tegendeel, één citaat waarin Dostojevski zelf lijkt te beweren dat het hem niet om het geld maar om het spel gaat - 'Le jeu pour le jeu'.

Tegen deze achtergrond van een andere spelopvatting komt het verschil tussen de interpretaties van Dostojevski en Freud tot stand. Onder verwijzing naar het 'zuivere' spel kan Freud de zeer goed verklaarbare deplorabele toestand van Dostojevski, die van de literatuur probeert te leven, en de zeer goed voorstelbare zorgen hierom, die het eindeloos herhaalde motief voor het spel zijn, wegwuiven als 'rationalisaties'. Maar het een sluit het ander niet volledig uit, en soms komt het goed van pas om een andere opvatting dan gewoonlijk te ventileren. Hierbij moet worden bedacht dat Dostojevski een buitengewoon inzicht had in de sociale dynamiek van het kansspel. Daarvan getuigt zijn roman De Speler.


Nadere informatie

Uitgever: Wolters-Noordhoff, Postbus 58, 9700 MB Groningen.
Telefoon: 050 - 522 96 22
Prijs: f 39,50

Terug naar het begin
Home page


You can reach me by email at: pleasure.watch@wxs.nl