Archief
|
Sportmedicine
2000 |
|
|||||||||||||||||
|
|
Een productie van |
|
|||||||||||||||||
|
|
Mijn
Artikelen, in Ms Word: Basis Artikelen: • Achillespeesklachten Achtergronden van
achillespeesklachten • Afweer: weerstand tegen infecties bij sporters verlaagd
of verhoogd? Er zijn voldoende
aanwijzingen voor de stelling dat door intensieve belastingen
weefselbeschadigingen optreden, die gepaard gaan met veranderingen in het
witte bloedbeeld als een reactie van het immuunapparaat. In de breedtesport
leidt dit tot een stimulering van de cellulaire en humorale immuniteit; in de topsport en
zeker bij onvoldoende rust, kan dit, mede door de aanmaak van prostaglandines
in de monocyten, leiden tot een vorm van immuunsuppressie. • Algemeen Intro van (wieler)sport Sport in onze maatschappij
heeft een belangrijke rol. Slechts 40% van de bevolking heeft echter zelf
regelmatig voldoende lichaamsbeweging (CBS, 1996). Regelmatig
"sporten" (het kcal verbruik is belangrijker dan het aspect van de
beweging!) heeft een aantal bewezen positieve effecten op de gezondheid. Te
weinig lichaamsbeweging wordt beschouwd als - de vierde- onafhankelijke risicofactor voor coronaria
lijden. • Allemaal op de fiets Een groot deel van onze
beroepsbevolking (meer dan 60%) heeft geen intensief lichamelijk werk en nog
geen 40% van de bevolking zegt regelmatig te sporten. Gevoegd bij het ouder
en dus minder fysiek actief worden, leidt dat tot een veel voorkomende
leefstijl met, zoals algemeen bekend, grote medische consequenties. Ook kinderen bewegen de laatste decennia
minder dan vroeger. Mede daarom, en ook gestimuleerd door de overheid,
startte in 1995 NOC*NSF met de
campagne “Nederland in Beweging”. De belangrijkste boodschap daarvan luidt
dat dertig minuten per dag sporten – met name duursport zoals fietsen - of
lichaamsbeweging in algemene zin, al gunstige effecten op de gezondheid heeft
en het risico van hartvaatzieke, zoals hartinfarcten en hersen-beroertes kan verkleinen. • Astma en hooikoorts Tips en aanbevelingen. • Bewusteloos Een renner valt en is
bewusteloos. Wat te doen? • Blessure: algemeen overzicht, achtergronden, preventie Bij fietsers komen
knieblessures het meest voor (30 tot 40%), daarna de spierblessures aan het
bovenbeen en ten derde, de rugklachten. Vooral na een val komen hardnekkige klachten van schouders.
m.n. ter hoogte van de aanhechting van het sleutelbeen, en rug voor. Blessures
ontstaan door overbelasting of een verkeerde belasting, b.v. door de
fiets-afstellingen. Dat zo vele sportblessures zich regelmatig blijven
herhalen, berust voor een groot gedeelte (geschat op 60%) bij de sporter
zelf, n.l. door een matige trainingstoestand of verkeerde trainingsschema's,
een verkeerde bewegingstechniek of slecht materiaal. • Bliksem: blikseminslag bij sport en beleid tijdens sport Risico’s en wanneer stoppen,
komen ter sprake. • Bloed Sport-bloedarmoede is een pseudo-bloedarmoede
bij sporters die zich verder fit voelen. Barsten van rode bloedcellen tijdens
sporten, veroorzaakt nooit bloedarmoede . Lichte bloed-armoede door
Ijzer-tekort komt vaak voor bij vrouwelijke sporters. Moeheid tijdens of
meteen na het sporten kan veroorzaakt worden door bloedarmoede. Een sportende
bloeddonor moet zich aanpassen in training en drinken. • Bloedvatafwijkingen door het fietsen Krijg je spataderen door
fietsen? En kun je er een vernauwing in de vaten door krijgen? • Bril: bril of lenscorrectie bij renners Jan Jansen, Fignon,
Knetemann, Raas, Zülle, en Argentin, zeer bekende namen uit de wielersport,
en renners met als gemeenschappelijk kenmerk, dat ze brildragend waren. In de
sport wordt helaas het belang van een goed gezichtsvermogen nog altijd
onderkend. • Bulletin: Tour de France, medische bulletins van 10
jaren De dag voorafgaande aan de
start van de Tour, zijn de renners verplicht een aantal medische tests te
ondergaan. In 1.5 dag moeten dan 180 coureurs onderzocht worden en het
onderzoek is us beperkt. Hit is een onderdeel van het mediaspektakel en
omvatten o.a. ECG (hartfilmpje), en spirometrie (longfunctie-onderzoek). Een
enkele keer wordt de start door de artsen niet toegestaan, bv. bij een
coureur die een fors abces aan het zitvlak heeft. Verder een uitgebreid
overzicht van blessures en lichamelijke problemen tijdens de afgelopen jaren
in de ronde van Frankrijk. • Sprint Wat is de optimale
trapcadans? Wielren trainers roepen dan in koor: 85 tot 95 per minuut. Zij
verwijzen dan bijvoorbeeld naar de cadans van het werelduurrecord of naar de cadans van een goede tijdrijder.
Maar waarom is dit de ideale trapfrequentie?
Vaak wordt dan geantwoord: omdat dit de meest efficiënte
trapfrekwentie is, dat wil zeggen met een minimum aan inspanning. • Cool: cool-down, hoe en waarom Elke sporter weet dat
warming-up en cool-down belangrijk zijn. Beide methoden zijn vooral bedoeld
om onze longen en ons hartvaatsysteem te laten wennen aan de veranderde
belasting. Maar hoe doe je het juiste manier? • Creatinine: effecten, achtergronden, dosering Van Creatine, als middel
("sportpower"), wordt volgens de slogans in de reclame een zeer
positieve uitwerking op het prestatievermogen verwacht. Het nuttig effect van
Creatine wordt betwist en de daarbij opgetreden toename van spieromvang, zou
voornamelijk op vocht berusten. Is het wel zinvol voor een wielrenner? • Cyclo: trainen voor een cyclosportieve tocht Je hebt je voorgenomen “er
te staan” in de komende Fiets Challenge. Als je traint voor een bijzondere
cyclosportieve tocht, dan moet je allereerst uitgaan van je doelstelling. Wil
je alleen maar uitrijden, of wil je ook bij de eerste 200 renners eindigen?
Daarnaast moet de training beantwoorden aan je fysieke mogelijkheden. Een
renner die nog geen 35 jaar oud is, heeft uiteraard andere fysieke
mogelijkheden dan een 55 jarige die pas enkele jaren in een toerclub rijdt.
En een verslag van de Marmote. • Dermato/Huid: huid en temperatuur regulatie bij sport De huid staat bij regelmatig
sporten ten prooi aan vele invloeden. Er wordt een verhoogd beroep gedaan op
de warmteregulatie. Verwondingen vereisen een adequate aanpak. Kleding, vochttoestand en persoonlijke
hygiëne kunnen er toe bijdragen dat de huid onder al deze veeleisende omstandigheden
stand houdt. • Diabetes Kan je daarmee blijven
fietsen? Tips en aanbevelingen. • Dood: risico's op hartdood bij duursport, preventie Tot voor een tiental jaren
bestond de opvatting dat uitputtende sportbeoefening voor gezonde, jonge
personen, geen risico voor het hart vormt, oftewel "de skeletspier
begeeft het eerder dan de hartspier". Door de intensiteit- en
volumetoename van de huidige topsport, is dit standpunt herzien. Hoewel met de sportkeuring "niet alles" te ontdekken valt,
is in Nederland bij de meeste
sportbonden de balans doorgeslagen naar het idee dat "veel niet" te
vinden is, dus "niet veel" voorstelt. Gevolg is dat veel
sportbonden de keuring hebben afgeschaft en dit is naar mijn mening een
misser. • Doping: praktische aspecten Graham O'Bree was een van de
weinigen die het openlijk zei: "met die sport waarin
iedereen aan de doping zit, doe ik niet meer mee, ik kap ermee... " Een
overzicht van de problematiek. Intensief sporten is vooral een metabole
stress. De energie uit de voeding moet daarbij omgezet worden in biochemische
energie (ATP), om uiteindelijk de spieren
aan te spannen. Als er door de toenemende intensiteit, onvoldoende
zuurstof in de spiercel aanwezig is, worden koolhydraten omgezet in melkzuur,
een proces dat echter 18 keer zo weinig efficiënt in aanmaak van ATP is. Dat
maakt meteen ook duidelijk op welke niveaus manipulatie mogelijk is om beter
te presteren. De lijst met dopingmiddelen is inmiddels zo uitgebreid
geworden, dat Jan Raas, zich afvroeg of een aspirientje nog wel toegestaan
is……. Voor de behandelend arts, de medicus practicus, is hierop het antwoord
(hopelijk?) niet moeilijk, maar er zijn praktijksituaties, die meer kennis
vereisen. • Drukplekken Tijdens fietsen heb je 4
drukpunten; daar is dus alle ellende mogelijk. • Duurtraining: de verschillende vormen Duurtraining is gericht op
uithoudingsvermogen. Er zijn meerdere soorten. Zoals de aërobe, en de
anaërobe vorm. En ook het kracht uithoudingsvermogen en snelheids
duurvermogen. Daarbij behoren verschillende trainingsvormen. • Enkel: de enkelverstuiking Enkelverstuiking is een veel
voorkomende blessure, tijdens wintertraining in de zaal of tijdens hardlopen.
De enkelverstuiking vormt 25% van alle sportletsels. Wanneer iemand door zijn
enkel gaat, is het op de eerste plaats van belang te weten of er iets
gebroken is. • Ergometrie: de maximaal test Ergometrie wordt met een
ergometer gedaan. De bepalingen berusten op de wrijving tegen een rol of op
elektromagnetische remming en het aantal omwentelingen per tijdseenheid. Wij
ontwikkelden een eenvoudige, Low budget test, waarmee ervaring werd opgedaan
om het vermogen na te gaan bij Amateur-wielrenners. Wielrenners zijn
betrouwbaar te testen op Hometrainers zoals een Cateye of een Tacx, indien de
belasting in Watt gemonitored wordt en er een maximale test plaats vindt. Het
omslagpunt volgens Conconi bleek met een aangepast protocol bij 85% van de testen te bepalen. Dit
omslagpunt ligt - i.t.t. de 85% van de HFM bij het lange afstandlopen -
gemiddeld op 90% van de HFM, op 15 slagen onder de HFM, en representeert
gemiddeld een belasting van 75% van de Wmax. • Evidence Based: Wat is bewezen en zinvol in de
(wielren)sport? Trainen met een
hartslagmeter, sporttesten, trainingsschema's, het zijn onderwerpen, die veel
discussie uitlokken. Wat is bewezen? Evidence-based Medicine of Mythe? Zo
hebben jarenlang honderden
enthousiaste sporters op SMA's lactaat laten bepalen. Zinloos volgens Peter
Hollander. Prachtige schema's van trainers worden meegegeven, tot in de
details uitgewerkt. Fred de Kinkelder vermeldt daarover: "ze worden
echter niet gebruikt". • Feiten: wetenschappelijke kennis over wielersport Jarenlang hebben sportartsen
intensieve duursporters geadviseerd preventief ijzertabletten in te nemen.
Als er een ijzertekort aangetoond is, is dat zeker zinvol, maar in andere
omstandigheden (zeker) niet. Bacteriën vinden ijzer prachtig! En op onjuiste
gronden ijzer, betekent daarom een grotere kans op bacteriële infecties. Veel
belangwekkende, practische feiten worden in dit artikel behandeld. • Fietsen in de warmte Dit geeft een extra stress,
de “hitte-stress”. Daarbij is er een sterkere stijging van hartfrekwentie en
melkzuur-gehalte tijdens het sporten. Inspanningen kosten meer zuurstof en er
is een sterkere stijging van de bijnierschorshormonen en het groeihormoon.
Risico’s en preventie worden besproken • Fietsen en kleding in de kou Fietsen in de kou geeft een
vernauwing van de huidvaten. Wanneer de lichaamstemperatuur daalt beneden 35
graden Celsius, spreekt men van hypothermie oftewel onderkoeling. De
winterkleding is sterk afhankelijk van de strengheid van de winter. Maar
zelfs bij vrieskou is trainen mogelijk. Zorg ervoor dat je voorkant winddicht
is. Dat geldt minder voor de achterkant. Als de kleding alleen maar winddicht
is, kun je warmte die je produceert niet kwijt en raakt de kleding kletsnat. • Fietsen en kleding in de warmte ’s Zomers fietsen stelt vaak
hoge eisen aan de huid. Behalve tot mooi gebruinde, glanzende, glad geschoren
benen kan het ook leiden tot huidaandoeningen. Het handhaven van een
constante lichaamstemperatuur tijdens een langere tocht in de warmte onder
warme omstandigheden, vereist een belangrijke aanpassing in de huid. Een
fleurige wielerkleding behoort tot de kick van deze sport. Primair echter dient zij ter bescherming
tegen de zon en tegen afkoeling Ook de absorptie van transpiratievocht is
belangrijk, waarbij verdere verkoeling optreedt. • Grenzen in de sport Veel (toer)verenigingen
hebben jaarlijks een tijdrit. Elk jaar sneuvelen er wel weer enkele records
per leeftijdsgroep. Records in de sport, ook het werelduurrecord, worden
immers regelmatig verbeterd. Hoe is dat te verklaren en komt er een eind in
zicht aan records? Begin jaren '90 ontstond het idee, dat vrouwen hun
achterstand in sportprestaties op mannen, aan het inlopen waren. Er waren
zelfs prognoses dat bij bepaalde nummers (sprintatletiek) vrouwen sneller
zouden worden dan mannen. Deze prognoses berustten op de progressie in de
tijden van mannen en vrouwen en bij extrapolatie zou de prognose juist zijn. • Harder: andere manieren om harder te rijden Hoe komt het toch dat je op
een rechte weg met weinig wind, makkelijk in het wiel kan blijven van die
sterke renners die op kop sleuren, terwijl als het op de kant gaat door de
wind van opzij, je binnen enkele minuten moet lossen? Wat voor mogelijkheden
heb je nog hier wat aan te doen? • Hartslagmeter: trainen met hartslagmeter Gebruik van de hartslagmeter
is net zo gewoon geworden als het gebruik van de bidon. In de conversatie
tussssen renners gaat het tegenwoordig vaak over het anaërobe omslagpunt,
maximale hartfrequentie en VO2max. • Herstellen. Hoe kun je optimaal
herstellen na een wedstrijd of training?
• Hoogte: sporten op hoogte; beperkingen en gunstige
mogelijkheden Op toenemende hoogte daalt
de barometer druk, waardoor ook de ingeademde zuurstofdruk aanmerkelijk
vermindert en de zuurstofverzadiging in het bloed afneemt. Op zee-niveau is
ons bloed voor 96% verzadigd met zuurstof, op grotere hoogte daalt dit. Ons
lichaam kan dit compenseren, waardoor er nog tot 2000 meter voldoende aanbod
van zuurstof in de weefsels plaatsvindt. Hogerop zijn de fysieke
mogelijkheden wel beperkt. Op 2500 meter is het bloed voor 91% verzadigd met
zuurstof. Vanaf 2500 meter, zoals op de Col de Galibier, heeft daardoor
iedereen het gevoel "minder lucht te hebben" en pas vanaf deze
hoogte kan men daarom spreken over "ijle lucht". • Introductie Wielrennen De fiets bestaat sinds 1818,
toen Drais von Sauerbronn zich hiermee als eerste op weg begaf. Twintig jaren
later werden er de eerste wedstrijden meegereden. In 1903 werden de eerste
Tour de France gereden. Naast de wegsport en de baansport is de mountainbike
– ook ATB geheten - in nauwelijks 20 jaren van een Californische gimmick tot
een wereldwijde sport geworden. Voor velen is de ATB de ideale methode om de
natuur te ontdekken. In de VS zijn zeker 25 miljoen Amerikanen in het bezit
van een ATB en het betreft daar dus een zeer lucratieve markt, waarin
miljarden worden omgezet. Fietsen als sport loopt van kinderen op de BMX tot
aan 80 jarigen die meedoen aan de WK in St.Johann. • Jeugd: fysiologie; training, aanpassingen bij kinderen Is wielrennen de ideale sport
voor de jeugd? Zijn jongeren net zo trainbaar als volwassenen? Hoe dient door
ouders en begeleiders de benadering te zijn van de jonge sporter? Kunnen
Kinderen zonder risico's een triatlon of een langere toertocht volbrengen?
Deze en andere specifieke problemen worden besproken. • Sportkeuring Zinvol om je jaarlijks te
laten keuren als je sport op intensief niveau? Acute hartdood en
hartinfarct zijn ernstige complicaties tijdens sportbeoefening. Artsen zijn
(nog?) niet in staat het risico door screening tot nul te reduceren. Hoewel
met de sportkeuring "niet
alles" te ontdekken valt, is in Nederland bij de meeste sportbonden de balans
doorgeslagen naar het idee dat "veel niet" te vinden is, dus
"niet veel" voorstelt. Gevolg is dat veel sportbonden – ook om
opportunistische redenen - de keuring hebben afgeschaft en dit is naar mijn
mening een misser. • Klimmen: techniek, training en aparte afstelling fiets Wielrennen is een complexe
sport. De omstandigheden zoals het weer, beklimmingen, de wind, bochten en
rijden in een groep vergen aanpassingen, waar niet iedereen toe in staat is.
Wie goed omhoog komt, heeft kans op succes in de wielersport. Met de adviezen
in dit artikel over je houding op de fiets,
de afstelling van het zadel, een goede trapcadans, en veel
hoogtekilometers tijdens de trainingen moet het ook voor jou mogelijk zijn in
de bergen redelijk uit de voeten te komen. • Knieklachten: achtergronden en behandeling Knieklachten zijn de meest
voorkomende klachten bij fietsers. Een meerderheid van deze klachten wordt
veroorzaakt door irritatie achter de knieschijf, ook wel Biker's knee en
R.P.C. geheten. Vele mechanische en anatomische oorzaken komen echter ook in
aanmerking als oorzaak en dienen eerst uitgesloten te worden alvorens de
diagnose Biker’s knee gesteld mag worden. In de beginfase van knieklachten, vooral wanneer ze berusten op
een pijnlijke peesaanhechting, kan men
in eerste instantie een zadelverlaging van ½ tot 1 cm uitproberen. • Kracht/Power: krachttraining, schema's Recente inzichten duiden
erop dat krachttraining (KT) toch een gunstige invloed kan hebben op het
uithoudingsvermogen via het hart, zodat zelfs voor hoogbejaarden KT zinvol
is. Zoals bekend, draagt na een hartinfarct een revalidatieprogramma in
belangrijke mate bij, aan het psychosociale herstel. Lange tijd waren daarbij
kracht-training, statische arbeid en Fitness Centra taboe. Doordat met name
jonge postinfarct patiënten de neiging hebben deze centra te bezoeken
"om wat aan hun conditie te gaan doen", begon men in Rotterdam -
met groot succes - revalidatie programma's hierop af te stemmen. Hopelijk
zijn dit niet dezelfde personen die in 1999 het kampioensfeest van Feijenoord
verziekten.... • Krampen: Spierkramp is het
plotseling, onvrijwillig, volledig samen trekken van spiervezels in een
bepaalde spier. Vaak betreft dit de buigspieren zoals de hamstrings en soms
zelfs de armen, door de langdurige houding, op een slecht wegdek. Het duurt
meestal enkele minuten, maar kan soms ook uren blijven bestaan. Oorzaken en
preventie worden besproken. • Zadel en problemen in het kruis In het kruis gaat het om de
combinatie druk, wrijving en ontsteking, factoren die elkaar onderling
beïnvloeden. Vooral bij MTB komen bij mannen zadelgerelateerde klachten zoals
pijnlijke verhardingen in de zak vaak voor. Een goede vering kan hier dus al
veel onheil voorkomen. De druk ter hoogte van de zitknobbels, kan leiden tot
een pijnlijke hardnekkige slijmbeurs ontsteking, die vaak met een injektie en
soms met een operatie te behandelen is. Bij zadelpijn gaat het om
een aantal aspecten: 1. goede afstelling van zadel en de fiets 2. zadelmateriaal 3. prostaat Vooral oudere mannen die
fietsen, klagen nogal eens over zadelpijn en dan met name als prostaatpijn.
Hoe zit dat? Achtergronden en preventie komen ter sprake. • Mager: vermageren door sport Wie actief is en regelmatig
sport, maar zich toch te dik vindt, kan alleen maar vermageren door zijn
eetpatroon te veranderen. Om zich daarbij fit te blijven voelen en in staat
te zijn te blijven presteren en geen medische risico’s te lopen, mag je per
week niet meer dan 1.5 kg verliezen. De ideale periode om mee te starten, is
na afloop van het wegseizoen, zodat je in de aanloop naar het nieuwe seizoen,
je dieet-aanpassingen plannet. Honderdduizenden lot- en landgenoten zijn
dagelijks bezig met de strijd tegen de weegschaal. • Materiaal: afstelling fiets en klachten Peter Konopka, auteur van
enkele lezenswaardige boeken over wielersport, is een Duitse Internist, die jarenlang
top-amateurs begeleid heeft. Hij heeft eens op een sportmedisch congres de
volgende wijsheid gesproken: "als wetenschap zich met het wielrennen
bemoeit, dan bevestigt ze meestal alleen maar wat (goede) wielrenners
intuïtief al lang wisten. Vooral Eddy Merckx stond bekend erom bekend dat hij
vaak bezig was met de juiste afstelling van de fiets. Of het frame van
aluminium, staal, carbon of zelfs titanium gemaakt is, dat doet er niet toe,
belangrijker is het gegeven of de renner op de juiste fiets, met de juiste
afstelling zit. Onder renners, maar ook onder "kenners" lokt de
juiste afstelling van de fiets en daarmee samenhangend de beste fietshouding,
vaak een pittige discussie uit. En hoe moet het materiaal afgesteld worden
als er lichamelijke klachten zijn? Dit artikel geeft daarop antwoord. • MTB: trainingsaspecten en medische risico’s MTB Mountainbike wordt bedreven
door een groot aantal enthousiaste bikers. Bij Cross-country, down en uphill
en time-trials, treffen we een bont gezelschap, variërend van
gelegenheidrijders tot full-profs. De fysiologische voorwaarden voor een
goede wegrenner of voor een goede mountainbiker komen gedeeltelijk met elkaar
overeen. Tijdens een MTB wedstrijd is de gemiddelde belasting ongeveer 250
Watt. Bij langere stukken bergop, bedraagt gedurende minuten de belasting
tussen de 300 en 500 Watt. • Mythen “Met geschoren benen, ga je
harder”. Een van de vele mythen? De wetenschappelijke verklaringen gaan nu
uit van de directe effecten van het scheren op de huid en de gevolgen voor de
goede coördinatie van de daaronderliggende spieren. Dat verklaart waarom de
effecten bij vrouwen even sterk is, ook al hebben ze (daar) geen haren.
Placebo-effect is niet uit te sluiten, maar topsporters melden spontaan dat
het scheer-effect slechts enkele malen per jaar op te wekken is en bij
herhaling uitdooft. Een zeventig tal mythen worden besproken. • Najaar: trainingsprogramma; aanvullende adviezen Als de herfst echt doorzet,
zit het wielerseizoen erop. Als je dan je fiets wegzet, is het tijd nog eens
het afgelopen seizoen onder de loupe te nemen. Wat ging je goed af en waarin
kwam je te kort? Waarom heb je die toertocht niet uitgereden of waarom haalde
je geen goud in de Fiets Challengel? Waar lag dat toch aan? Te weinig
kilometers getraind of te weinig intensief? Wat wil je nu komend seizoen, op
een hoger niveau en wedstrijdtochten rijden of alleen in je eentje ‘s zondags
twee uurtjes rustig fietsen? Op grond van deze overwegingen en
doelstellingen, stel je globaal het komende jaarprogramma samen. • Nerveus-start: “pre-race-jitters”, hoe ga je daarmee om? Wie aan wedstrijden
deelneemt, kent ze wel, de start-kriebels.
Amerikanen noemen dat de “pre-race-jitters”. Het wordt veroorzaakt
doordat ons lichaam zich prepareert voor de inspanning. Het is een
fysiologische “fight or flight” reactie. • Nekpijn tijdens fietsen: Achtergronden en oplossingem • Ouder: sport op latere leeftijd Ouderen hebben een
verminderd aanpassingsvermogen. Toch staat vast dat ouderen, die regelmatig
trainen, de belastbaarheid van hun bewegingsapparaat verbeteren; skelet,
zenuwstelsel, spieren, hormonaal systeem, stofwisseling, hart-vaatstelsel en
longen worden in gunstige zin beïnvloedt. Achtergronden en adviezen. • Ziekte en Sport: na operatie weer fietsen/ ziekte van
Pfeiffer Of je na een operatie, de
wielrentraining weer snel kan oppakken, hangt af van het lichaamsorgaan dat
geopereerd is. Voor zover dit orgaan en het omgevende weefsel niet belast
wordt door de inspanning, zal meestal enkele dagen na de ingreep al weer met
de training begonnen kunnen en mogen worden. • Overtraining Door trainen voel je fit of
juist vermoeid. Of een sporter uiteindelijk beter gaat presteren, is
afhankelijk van zijn trainingsprogramma, maar nog meer hoe hij herstelt van
zijn trainingen en wedstrijden. Veel sporters besteden te weining aandacht
aan herstel. Ze hopen door intensieve belastingen van trainen en wedstrijden
een overcompensatie te bereiken. Als er echter geen herstel kan optreden, is
het effect averechts, met vermoeidheid, een verhoogde blessurekans en
ongunstige mentale veranderingen. • Pedalen Is er voorkeur voor bepaalde
pedalen? Hoe moet ik de voetplaatjes bevestigen? Hoe kan ik een
beenlengteverschil corrigeren? In dit artikel besproken. • Rouleur: coup de pedale De perfecte rouleur kenmerkt
zich door een karakteristieke, krachtige vloeiende pedaaltred. Het voorbeeld
in het verleden werd gevormd door Anquetil. Heden ten dage kun je Jan Ullrich
als voorbeeld stellen. De Fransen spreken van Coupe de Pedale en de Duitsers
van Runden Tritt. Uitgangspunt is de poging gedurende het rondgaan van de
trapper gelijkmatig en voortdurend loodrecht op de trapper (een hefboom)
kracht uit te oefenen. • Psyche: mentale aspekten wielersport Voor de start van een
wedstrijd stralen betere renners “het” al uit. Dat merk je aan “alles” voor,
tijdens en na de koers. Alleen zij komen in aanmerking als overwinnaar. De
manier waarop ze naar de start rijden, de pedaaltred, de manier waarop ze
naar de andere renners kijken en vooral de macht waarmee ze tijdens de
wedstrijden kunnen versnellen. In menig “rondje rond de kerk” zijn ze
ongenaakbaar rijden het hele peloton aan gort en soms op enkele ronden. De
overige renners zijn in overgrote meerderheid al bij voorbaat verliezers. Het
is in rennerskringen een wijdverbreid gebruik en misverstand dat
prestatieverbetering alleen mogelijk is door aanpassing van de training en
gebruik van pillen. Psychologische aspecten en mogelijkheden - mentale
training - bij de begeleiding van wielrenners is helaas altijd onderbelicht
gebleven. • Radicalen: hoe onstaan die en wat doe je er tegen? Vrije radicalen zijn atomen
met een oneven aantal elektronen. Zij ontstaan in lichaamscellen, daar waar
zuurstof gebruikt wordt voor de verbranding, nodig voor de noodzakelijke
energie, zoals bij intensieve sport. Radicalen beschadigen belangrijke
cel-onderdelen zoals DNA en de celwand.
Als gevolg daarvan kunnen cellen ten gronde gaan. Radicalen spelen
mogelijk een rol bij kanker, ouder worden, ontstekingsprocessen en
sportblessures. • Rugklachten Wielrenners hebben nogal
eens rugklachten. Soms berusten de
klachten op de afstelling van de fiets, soms op afwijkingen in de rug, Vaak
was de belasting tijdens het fietsen zwaarder dan de belastbaarheid van de
rug. Onderzoek, beleid en preventieve mogelijkheden worden besproken • Schaafwond Hoe behandel je een
schaafwond? • Secondenwinst De grootste winst behaalt de
renner door een goede houding op de fiets. Dat houdt in zo plat mogelijk op
de fiets. Dit wordt bevorderd door je handen onder in de beugel of op een
opzetstuur, een lange voorbouw, een laag stuur, een hoog zadel met de neus
iets omlaag. Probleem vormt dan soms het op het lichaam aantikken met de
bovenbenen. Ook kantelt het bekken dan naar voren waardoor je pijn op je
edele delen krijgt. Bovendien door zo
plat te rijden, ontstaat er pijn in nek en schouders. Welke andere
mogelijkheden? • Snot: luchtweginfecties Het snot vliegt ons weer om
de oren. Een typisch verschijnsel in het peloton, dat tot kwade blikken
leidt, maar de verwekker vaak niet aan te rekenen is, als we ons de
omstandigheden realiseren, waaraan we als buitensporters bloot gesteld
worden. De neus heeft een aantal belangrijke taken, zoals bevochtiging,
verwarming en reiniging( bacteriën, virussen, pollen e.d.) van de ingesnoven
lucht. Achtergronden en behandeling. • Soignering Wil je in een groep met
anderen mee fietsen, dan wordt van je verwacht dat jij en je fiets bestand
zijn tegen die gezamenlijke inspanning. Lichaam en materiaal dienen daarom in
perfecte staat te verkeren om te kunnen presteren en moeten daarom gekoesterd en goed verzorgd
worden. Daarvoor wordt de term “soigneren” gebruikt. Soigneren is dus meer
dan alleen Red Hot op de benen en een fluorescerend stuurlint. • Sportdrank: uitgangspunten Tijdens langer durende
inspanning, treedt er een stijging op van een aantal belangrijke hormonen,
zoals ACTH, Cortisol, Glycagon en Groeihormoon. Er is een daling van het
Insuline-gehalte. Deze hormonale veranderingen leiden tot moeheid. De
betreffende hormonale veranderingen treden in mindere mate op door inname van
koolhydraten tijdens het sporten. Om dit te bewerkstelligen moet de sporter
elke 20 minuten ongeveer 250 ml van een sportdrank met 6% koolhydraten drinken
b.v. Gatorade. Uit tal van onderzoekingen blijkt dat de sporter daardoor
beter presteert en het langer kan volhouden. Er is ook een gunstig effect op
de hersenfuncties. • Sprint Een wedstrijd over meer dan 200
km winnen in 250 meter? Dan blijft voor de meeste renners een illusie. Zabel, Freire en Cippolini zijn de meest
gerenommeerde sprinters. Training en achtergronden. • Tand: effect van sportdrank op het gebit Een steeds groter
tandheelkundig probleem vormt tegenwoordig de slijtage van de
tandoppervlakten. Zuurinwerking door lichaamszuur (maagzuur) of zure voeding
(fruit) of (fris)dranken, veroorzaakt aantasting van het glazuur, doordat het
tandmineraal niet zuurbestendig is. • Toerder: achtergronden, training Jan Schouwenaar, advocaat
uit Velp, zelf jarenlang een hardnekkige renner, drukte het verschil met
toerders eens als volgt uit: “zij groeten mij, maar ik hen niet!” Deze
denigrerende houding wordt echter vaak afgestraft wanneer een dergelijke
"renner" met een echte toerder een langere tocht rijdt. • Tour de France, een spektakel Tijdens de Tour de France
wordt jaarlijks in 3 weken 4000 km
gefietst, met een gemiddelde van bijna 40 km/u door de uiteindelijke winnaar.
De Tour behoort met de Olympische Spelen en de WK Voetbal, tot de drie
grootste sportmanifestaties. De Tour is mede door de meer dan 1000 geaccrediteerde journalisten,
100 motoren en 1500 auto’s in de tour-karavaan, daardoor vooral een mediaspektakel.
Door tientallen uren "live”-t.v. in 150 landen zijn er grote economische
belangen voor die firma’s, die door het dragen van kleding bedrukt met
bedrijfsnamen en producten, ruimschoots in beeld komen. • Training: moderne trainingsaspecten Wie herinnert zich niet de
tijden van Kuiper en Zoetmelk? Nederlandse renners stonden erom bekend dat
trainingen van oudsher bestonden uit het solo rijden van vele kilometers in
een rustig tempo. Vanaf het begin van de jaren negentig overheersten echter
de Italianen het internationale wielrennen. Aanvankelijk werd het falen van de Nederlandse wielrenners en
de successen van de Italianen voornamelijk geweten aan het gebruik van EPO
door de Italianen. Later werd o.a. door Vermunt gewezen op de Italiaanse
manier van trainen, d.w.z. zeer intensieve interval-training met een
hartslagmeter, vooral korte trainingen en bij voorkeur alleen rijdend.
Betekent dit dat het trainen alleen of in een groep, gedurende enkele uren
met een rustig tempo achterhaald is? De belangrijkste uitgangspunten van de
wielrentraining zijn de 3 P's, op de Persoon afgestemd, volgens een doordacht
Programma met Progressieve belastingen. Trainingsvariabelen zijn de
intensiteit, de duur van de belasting en de frequentie van de
trainingssessies. • trainingsschema(1) Jaarprogramma • trainingsschema(2) Afhankelijk van het gewenste
aspect van het vermogen, specifiek trainen., • Trauma: vallen in de wielersport Welke coureur heeft geen
littekens op ellebogen of knieën? Uit
onderzoeksgegevens blijkt dat per wedstrijd gemiddeld 2% van de deelnemers
ten val komt. Bij een criterium en bij de sportklasse B en
niet-licentiehouders bleek het risico het grootst. Ervan uitgaande dat het
niet altijd dezelfde brokkenmakers zijn die ten val komen, en uitgaande van
50 wedstrijden per jaar, komt een renner dus gemiddeld 1 keer per jaar ten
val. Medische aspecten komen uitvoerig aan de orde. • Tijdrit: training voor een tijdrit Trainen voor een tijdrit is
zwaar. Vooral intervaltrainingen komen in aanmerking. Als je een goede
tijdrit wil rijden, wat is dan de beste strategie? Als je te hard vertrekt,
blaas je je op. Als je te langzaam in het eerste deel rijdt, haal je dat
verlies op de anderen nooit meer in.
De strategie is vaak bepalend voor succes of nederlaag en op topniveau
zijn de verschillen vaak beperkt tot 1
procent of minder. • Veldtoertocht Een mooie veldtoertocht in
november, is de rit vanuit Beltrum, de Achterhoek, "oerend hard"
dus. Om 9 uur van huis weg en bitterkoud …..Toen ik wegreed, kon ik nog net
aansluiten bij de cracks, Fred de Kinkelder, • Verantwoord sporten Een overzicht met
achtergronden. • Voeding De juiste (sport) voeding
bij wielrenners, voor, tijdens en na het fietsen, • Voet: afwijkingen en blessures aan voeten Een fietser gebruikt zijn
voeten op een andere manier, dan wanneer hij loopt. Voor het enkelgewricht is
dat gunstig, want de hoekbewegingen zijn tijdens het fietsen veel minder dan
tijdens lopen. Met een stijve enkel, b.v. door slijtage, ben je daarom toch
goed in staat zonder pijn of beperking te fietsen. Hielklachten komen ook
niet of nauwelijks voor bij fietsers.
De fietser trapt echter met zijn schoen op het pedaal ter hoogte van
de bal van de voet. • Voorseizoen: aangepaste training in het voorseizoen Voor de start van een nieuw
seizoen, is een goede basis voorwaarde. Meestal betrof dat kortdurende
arbeidsintensieve trainingen (hardlopen, crossen) of zaaltrainingen in
behaaglijke warmte. Schakelen we over op de wegtraining, langerdurend en met
meer kans op afkoeling, dan zullen kleding en voeding daaraan aangepast
moeten worden. Gebruik een lange trainingsbroek en overschoenen, zolang de
temperatuur niet boven de 15 graden uitkomt. Omdat de afstanden waarover nu
gereden wordt, steeds langer worden, moet de renner op "alles"
voorbereid zijn. • Vorm: hoe in vorm te komen? Sporters denken vaak ten
onrechte dat zij alleen maar in vorm kunnen komen door hun eigen sport te
blijven beoefenen. Wil je echter meer bereiken dan het sport-niveau waar je
op dit moment op funktioneert, dan moet je werken met een jaarprogramma,
waarin alle aspecten van de algemene fitheid aan bod komen. • Vakantie: fietsen tijdens vakantie Steeds meer mensen besluiten
voor een fietsvakantie ver weg te gaan, in warme omstandigheden en soms hoog
de bergen in. Nepal, Thailand, en
Zuid-Amerika komen steeds meer in trek. Geniet daar van je welverdiende
vakantie, maar doe dat wel op een gezonde manier. Allereerst moet je
natuurlijk wel gezond zijn en bestand tegen dergelijke zwaardere
inspanningen. Als je ouder bent dan 40 jaar, hier hooguit 2 keer per week een
stukje fietst, is het aan te raden voor dergelijke intensievere inspanningen,
bij voorkeur ruim tevoren, dus b.v. 's winters, een inspannings ECG te laten
maken via je huisarts of rechtstreeks bij een SMA. En verder zul je je
lichamelijk goed moeten voorbereiden, met een aangepast trainingsschema. • Vrouw: bijzondere aspecten van vrouwen /zwangerschap in
de sport Pas de laatste 20 jaar is
het gemeengoed geworden dat vrouwen deelnemen aan het lange afstand lopen en
andere duursporten zoals de schaatsmarathon, triatlon en wielrennen. Voorheen
werd het onverantwoord geacht dat het zwakke geslacht zich hieraan waagde.
Het motto aan het begin van deze eeuw luidde " Hoofd omhoog, benen
beneden en het spreiden der benen is verboden ". Hoe hoger de
bewegingssnelheid in de betreffende sport, des te meer benaderen mannen en vrouwen elkaar zoals in wielrennen
en tafeltennis. En tot hoe lang in de zwangerschap kunnen vrouwen blijven
sporten? • Warming-up: hoe doe je dat met fietsen? De theorie achter
warming-up, is het "primen" van je lichaam voor je prestatie. Dat
treedt op door verhoging van de lichaamstemperatuur, door toegenomen
doorbloeding van de spiermassa en door verbetering in functie van spieren en
banden. Zonder warming-up zijn de melkzuurwaarden wel twee keer zo hoog.
Buigzaamheid en reactie snelheid
verbeteren. De maximaal-kracht neemt na stretchen iets af, maar na warming-up
weer toe. Daarmee is ook het nut van "rollen-rijden" als warming-up
in de baansport duidelijk. Alleen rekken, dus zonder warming-up, leidt met
name tot een prestatie-vermindering in sporten waarbij snelkracht van groot
belang is • Winter: wintertraining, artikel met schema’s Vanaf november geniet je van
de winterslaap en pas in het voorjaar haal je de fiets weer van zolder? Nou,
vergeet het dan maar..... Want in de wintertraining creëer je de door je
gestelijke en lichamelijke fitheid de basis voor het komende seizoen. Fransen
noemen dat “fond”, en Amerikanen noemen het
“foundation”. Het is ook bedoeld om je mentaal weer klaar te maken
voor het wegseizoen. Het bestaat uit rustige wegtraining, zaaltraining en
binnen trainen. Maar eerst moeten de batterijen weer opgeladen worden. Daarom
is dit een periode van herstel en betrekkelijke rust. Geniet ervan, maar niet
alleen in de luie stoel (lees daarin deze artikelen…) • Winterkleding En wat doe je in die kou
aan? • Ziekte en Wielrennen (1) Inspanningen zijn een goede test
voor je lichaam, hart en longen in het bijzonder. Enerzijds betekent dat, dat
wanneer je je overdag moe voelt maar ’s avonds goed presteert en diep kunt
gaan, wanneer je met je maatjes traint, de moeheid overdag niet samenhangt
met een lichamelijke ziekte. Hart en longen zullen dan wel in orde zijn.
Anderzijds, kunnen bepaalde ervaringen tijdens intensief fietsen of andere
sporten, een aanduiding zijn van een beginnende ziekte • Ziekte en Wielrennen (2): rugpijn dementie epilepsie hartziekte longaandoeningen (astma,
copd) Algemeen Overgewicht en diëet Na een operatie weer gaan
fietsen Huidaandoeningen Hoge bloeddruk Migraine Ziekte van Parkinson Ziekte van Pfeiffer Reuma Koorts Suikerziekte Vetstofwisselingsziekte • Zon: bijzondere aanpassingen tijdens warmte Sporten tijdens warm weer
geeft exta stress, de “hitte-stress”. Daarbij is er een sterkere stijging van
witte bloedcellen (leuco’s), en een sterkere stijging van hartfrekwentie en
laktaat-gehalte tijdens het sporten. Inspanningen kosten meer zuurstof
(VO2-verbruik) en er is een sterkere stijging van de hormonen Cortisol en
hgH. Zonnebrand wordt veroorzaakt door UV-licht m.n. UV-B stralen van 280 tot
315 nm. Daarbij ontstaat roodheid,
zwelling, pijn en soms blaasjes. • Zweepslag We maken onderscheid tussen
een volledige (de echte zweepslag) en een gedeeltelijke scheur. In het eerste
geval kun je geen stap meer verzetten, in het tweede geval kun je nog wel
lopen, maar is er een pijnlijke plek te voelen. In het laatste geval is er
vaak allen maar sprake van uitgerekt weefsel en geen verscheurd weefsel Medische Artikelen • AC: letsels van het AC-gewricht en het sleutelbeen In de behandeling van
traumatische aandoeningen van het acromioclaviculaire (AC)-gewricht en de omgeving,
is in het laatste decennium het een en
ander veranderd. Zo zijn de stress test en de indeling volgens Allman bij
AC-luxaties inmiddels obsoleet. Ook hoeft niet meer elke distale clavicula
fractuur geopereerd te worden. Met
gerichte röntgendiagnostiek worden de AC-(sub)luxaties en distale clavicula
fracturen gediagnosticeerd en gerubriceerd. Deze classificatie is bepalend
voor het verdere beleid. Dit overzichts artikel bevat praktische richtlijnen
voor de diagnostiek en het beleid in de eerste lijn. • Afweer: weerstand tegen infecties bij sporters verlaagd
of verhoogd? Er zijn voldoende
aanwijzingen voor de stelling dat door intensieve belastingen
weefselbeschadigingen optreden, die gepaard gaan met veranderingen in het
witte bloedbeeld als een reactie van het immuunapparaat. In de breedtesport
leidt dit tot een stimulering van de cellulaire en humorale immuniteit; in de topsport en
zeker bij onvoldoende rust, kan dit, mede door de aanmaak van prostaglandines
in de monocyten, leiden tot een vorm van immuunsuppressie. • Algemeen/Intro:kosten en baten van (wieler)sport Sport in onze maatschappij
heeft een belangrijke rol. Slechts 40% van de bevolking heeft echter zelf
regelmatig voldoende lichaamsbeweging (CBS, 1996). Regelmatig
"sporten" (het kcal verbruik is belangrijker dan het aspect van de
beweging!) heeft een aantal bewezen positieve effecten op de gezondheid. Te
weinig lichaamsbeweging wordt beschouwd als - de vierde- onafhankelijke risicofactor voor coronaria
lijden. • Allemaal op de fiets Een groot deel van onze
beroepsbevolking (meer dan 60%) heeft geen intensief lichamelijk werk en nog
geen 40% van de bevolking zegt regelmatig te sporten. Gevoegd bij het ouder
en dus minder fysiek actief worden, leidt dat tot een veel voorkomende leefstijl
met, zoals algemeen bekend, grote medische consequenties. Ook kinderen bewegen de laatste decennia
minder dan vroeger. Mede daarom, en ook gestimuleerd door de overheid,
startte in 1995 NOC*NSF met de
campagne “Nederland in Beweging”. De belangrijkste boodschap daarvan luidt
dat dertig minuten per dag sporten – met name duursport zoals fietsen - of
lichaamsbeweging in algemene zin, al gunstige effecten op de gezondheid heeft
en het risico van hartvaatzieke, zoals hartinfarcten en hersen-beroertes kan verkleinen. • Anabolen: achtergronden, effecten en bijwerkingen van
anabolen en testosteron In principe wijst de
huisarts een vraag om voorschrijven van Androgene Anabole Steroïden (AAS)
af. Maar als de sporter om begeleiding
vraagt, is het te overwegen hierop in te gaan, om de kans op schadelijke
gevolgen te verkleinen. Testosteron heeft vooral effecten op de primaire en
secundaire geslachtsklieren. Anabolica werken vooral op skeletspieren, het
hart, bot en aanmaak van erythrocyten. Uit studies is niet gebleken, dat
gebruik van AAS tot opzienbare prestatie verbetering leidt, hooguit tot een
verandering in wedstrijd mentaliteit, met name een agressievere instelling. • Artrose: relatie artrose en sport Herhaalde, abnormale
belasting van de gewrichten bij sporters kan leiden tot artrose, d.w.z.
slijtage van het kraakbeen in de gewrichten. Bekende voorbeelden zijn de
voetbalenkel, de hand artrose bij boksers en de nekwervel artrose bij
rugbyspelers. In de sportmedische literatuur treft men m.n. studies die de
relatie artrose en hardlopen als onderwerp hebben. Een duidelijke
oorzakelijke relatie is daarbij nooit aangetoond. • Astma en sport: medische aspecten Bij longaandoeningen kan
sportbeoefening gunstige effecten uitoefenen op de longfuncties. Een aantal
gestoorde longfuncties verbetert, waaronder het maximale ademminuutvolume en
de peak-flow bij astmatici. Door als huisarts bij astma-patiënten het sporten
te stimuleren, verbetert de quality of life van deze patiënten. Dat is echter
maatwerk en vereist inzicht in de belasting van de betreffende sport en de
belastbaarheid van de astma-patiënt. De belastbaarheid van ernstige astma
patiënten is vaak gering en daarom dient bij hen tijdens het sporten het
spelplezier centraal te staan. Kortdurende, matig intensieve belastingen,
zoals bij teamsporten, zijn dan bij voorkeur geschikt • Artroscopie • Bewegen: achtergronden, gevolgen en beleid In dit artikel (gepubliceerd
in H&W) bespreek ik de gunstige en nadelige effecten van bewegen. Het
artikel is geen systematisch literatuuroverzicht, maar berust op in de loop
der jaren verzamelde literatuur. • Bewegen op recept? Adviseren tot meer beweging:
wis-en-waarachtig! En zeker aan personen uit achterstandswijken (en vrouwen...)
Voorschrijven op recept? Niet zonder meer, maar eerst een
preparticipatie-onderzoek! • Blessure: algemeen overzicht, achtergronden, preventie Bij fietsers komen
knieblessures het meest voor (30 tot 40%), daarna de spierblessures aan het
bovenbeen en ten derde, de rugklachten. Vooral na een val komen hardnekkige klachten van schouders.
m.n. ter hoogte van de aanhechting van het sleutelbeen, en rug voor.
Blessures ontstaan door overbelasting of een verkeerde belasting, b.v. door
de fiets-afstellingen. Dat zo vele sportblessures zich regelmatig blijven
herhalen, berust voor een groot gedeelte (geschat op 60%) bij de sporter
zelf, n.l. door een matige trainingstoestand of verkeerde trainingsschema's,
een verkeerde bewegingstechniek of slecht materiaal. • Bril en andere correctie mogelijkheden • Cardiale Screening Screening van
wedstrijdsporters is noodzakelijk vanwege het risico van plotse hartdood
tijdens een sportevenement. Er is nog steeds onduidelijkheid over de meest
geschikte methode van screening. Anamnese en lichamelijk onderzoek alleen
missen voldoende diagnostische power. Een routine-ECG verbetert de kans om
een niet-gedocumenteerde structurele hartaandoening op te sporen, zoals
bijvoorbeeld hypertrofische cardiomyopathie, aritmogene rechterventrikel-dysplasie
en dilaterende cardiomyopathie. Een routine-ECG levert echter ook veel
afwijkende patronen op, die zich vaak voordoen zonder dat er sprake is van
een cardiale aandoening (fout-positief). Bij volwassenen en oudere sporters
heeft screening het doel coronairlijden op te sporen. Volgens de richtlijnen
van de American Heart Association Consensus Panel dienen inspanningstesten
uitgevoerd te worden bij sporters met een verhoogd risico op coronarialijden
of die ouder zijn dan 65 jaar. • Cardio: effecten duursport op het hart, sporthart,
risico’s Huisartsen worden regelmatig
door sporters geconsulteerd met vragen over hun gezondheid en de risico's van
sportbeoefening. In dit artikel zullen de accenten gelegd worden op de
duursporten, zoals wielrennen en het lange afstand-lopen. Deze zijn in
wedstrijdsport een veeleisende en zware bezigheid. De vergelijking van het
energieverbruik met andere sporten en de hoeveelheid extra energie nodig om
een kleine tempoverhoging bij hoge snelheid te realiseren maken dit
duidelijk. De voorstanders van regelmatige sportbeoefening claimen nogal eens
het preventieve effect t.a.v. hart/vaataandoeningen. Daarbij wordt gewezen op
de gunstige effecten op de lipidenspiegel, de verbeterde coronaire
doorbloeding en de stimulering van de vorming van collateralen. • Casus 1: moeheid bij wielrenner Robbie Kuiper is een 21
jarige jongeman. Nu komt hij in september op het maandagochtend spreekuur en
hij ziet er moe en mat uit. Het verhaal luidt "dat hij zich al een
tijdje zo moe voelt, dat hij vaak last heeft van groen snot en keelpijn en
dat hij in de wielerwedstrijd van gisteren alweer niet goed reed". Hij
vraagt om een "grondig bloedonderzoek" en "een spuit om weer
beter te gaan rijden". Wat doet u als huisarts met deze patiënt? • Casus 2: doping? Diana de Koning is 24 jaar
en judoka. Ze belt u donderdagavond in de waarneming op. Ze gaat morgenvroeg
met een busje naar Praag voor wedstrijden. Ze vertelt altijd last te hebben
van zo'n lange rit en dan met dikke benen uit te stappen. Dat scheelt soms
wel 3 kg en dan komt ze in een ongunstigere klasse van haar sport. Om dat
zelf goed te regelen, krijgt ze van haar eigen huisarts altijd Lasix 40 mg
tabletten. Of u haar 5 tabletten wil voorschrijven? • Casus 3: puffertjes? Edwin Nijbeer is 42 jaar en
doet al jaren aan (lange afstand) hardlopen. Hij komt op het spreekuur om
zijn oren uit te laten spuiten en vraagt u nu ook om verlenging van zijn
puffertje, een Bricanyl aërosol. Op zijn kaart ziet u dat hij dit middel 4
tot 5 maal per jaar voorgeschreven krijgt als herhalingsrecept, aangevraagd
via de praktijkassistente. • Casus 4: optimale begeleiding? Jan Theunissen, een jonge
amateur-wielrenner, wil van u optimale medische begeleiding om zijn
prestaties te verhogen. Allereerst wil hij weten of er nog andere manieren
dan EPO zijn om het aantal ery's te verhogen. Verder vraagt hij naar
voedingsmiddelen, sportdrank, het nut van koffie, de mogelijkheden van
specifieke diëten, en vitaminepillen. Kent u nog andere, toegestane, manieren
om zijn bloedplaatjes te verhogen? En wat zijn de effecten van aminozuren,
vetdiëten, coffeïne, kreatine? Welke vitamine-preparaten en andere
aanvullingen komen in aanmerking? Casus 5: preparticpatie onderzoek(1) De Heer Bergamin, 61 jaar
oud, komt bij u op het spreekuur. Hij is u sinds 1 jaar bekend met een
(alleen met dieet) matig in- gestelde diabetes (NIDD). De laatste bevindingen
waren: RR 150/98, HbA1C = 8,5 % en een Quetelet van 31. Hij is vervroegd uit
het arbeidsproces getreden en heeft van zijn vrouw een racefiets gekregen
om wat aan zijn gezondheid te gaan
doen. De Heer Bergamin, die nooit iets aan sport heeft gedaan, vraagt u nu
"of het wel zo gezond is om op mijn leeftijd te gaan sporten". Wat
geeft u als antwoord en welke argumenten heeft u daarvoor? Onderzoekt u hem of laat u
hem elders "nakij¬ken" alvorens een advies te geven? Casus 6: preparticpatie onderzoek(2) Jan Brouwer vraagt een
wielren-licentie aan. De anamnese vermeldt
epileptische aanvallen als kind. Hij gebruikt tegretol ter preventie.
Hij is ook bekend met een mitraal klepprolaps en heeft af-en-toe
ritme-stoornissen. Wat doet u met zijn aanvraag? • Dermato: huid en temperatuur regulatie bij sport De huid staat bij regelmatig
sporten ten prooi aan vele invloeden. Er wordt een verhoogd beroep gedaan op
de warmteregulatie. Verwondingen vereisen een adequate aanpak. Kleding, vochttoestand en persoonlijke
hygiëne kunnen er toe bijdragen dat de huid onder al deze veeleisende
omstandigheden stand houdt. • Diabetes: Diabetes en aanpassingen bij sport Voor de meeste diabeten, die
onder behandeling staan, impliceert hun aandoening een vaste regelmaat in hun dag patroon, nauwgezette
medicatie en een dieet met veel ge- en verboden. Voor een buitenstaander is
het dan ook haast onbegrijpelijk dat er diabeten zijn, die ondanks hun
handicap met de genoemde beperkingen, erin slagen regelmatig intensief sport
te bedrijven, ja zelfs daarin het hoogste niveau bereiken. Dit is des te opmerkelijker wanneer
gerealiseerd wordt wat de gevolgen zijn voor de stofwisseling bij een patiënt
met diabetes mellitus. Metabole
achtergronden en specifieke aanpassingen o.a. in medicatie komen ter sprake. • Dood: risico's op hartdood bij duursport, preventie In dit artikel worden de
belangrijkste gegevens uit een aantal overzichtsartikelen over de relatie
dood en sport samengevat. Aldus worden de belangrijkste publikaties op dit
terrein, van Lollgen, Thompson, Siskovick, Marron, Pfaffenburger, Morris en
Pellicia e.v.a. aangehaald. Daarnaast worden een aantal suggesties gedaan om
de cardiale risico's van ogenschijnlijk gezonde personen te beperken. Tot
voor een tiental jaren bestond de opvatting dat uitputtende sportbeoefening
voor gezonde, jonge personen, geen risico voor het hart vormt, oftewel
"de skeletspier begeeft het eerder dan de hartspier". Door de
intensiteit- en volumetoename van de huidige topsport, is dit standpunt
herzien. • Doping: alle praktische aspecten Een overzicht van de
problematiek. Intensief sporten is vooral een metabole stress..De lijst met
dopingmiddelen is inmiddels zo uitgebreid geworden, dat Jan Raas, zich
afvroeg of een aspirientje nog wel toegestaan is……. Voor de behandelend arts,
de medicus practicus, is hierop het antwoord (hopelijk?) niet moeilijk, maar
er zijn praktijksituaties, die meer kennis vereisen. De lijsten met “verboden
middelen” doen bij de huisarts wel vragen rijzen over de behandeling van
wedstrijdsporters. Dit artikel bevat richtlijnen voor de medicus practicus. Verheij TC, The use of drugs
to improve athletic performance. Ned Tijdschr Geneeskd. 1997 Nov
29;141(48):2364-5. Dutch. PMID: 9550839 [PubMed - indexed for MEDLINE] • ECG-interpretatie bij wielrenners; 100 ECG’s besproken Toen in de zeventiger jaren
tijdens de Tour de France bij de coureurs voor het eerst een ECG werd
geregistreerd, wilde men Eddy Merckx acuut op laten nemen in verband met
verdenking op ernstige coronaire pathologie!
De ECG interpretatie tijdens inspanning of rust bij goed getrainden is
namelijk niet altijd eenvoudig. Een goede interpretatie van een rust-ECG van
een duursporter is slechts mogelijk met kennis over de fysiologische gevolgen
van duursport op het hart en de weerslag daarvan in het rust-ECG. De gegevens
van wielrenners, die in de afgelopen 15 jaren voor een licentie-keuring of
voor sportmedische begeleiding een rust-ECG bij ons ondergingen, werden
verzameld en geanalyseerd. Mede op grond daarvan en aangevuld met
literatuurgegevens worden richtlijnen opgesteld om tot een goede
interpretatie te komen van het rust-ECG bij duursporters en wielrenners in
het bijzonder. • ECG interpretatie bij sporters Kort overzicht interpretatie
ECG bij sporters • Endorphines en Neurotransmitters Endorphine, Encephaline en
Dynorphine behoren tot de Endogene opoïden (EO). Ze komen voor in het
centrale zenuwstelsel, in de hypofyse, in de bijniermerg en ook in de
darmwand en in de gonaden. Door Centrale neurotransmitters zijn allerlei
effecten mogelijk, zoals sensorische waarneming, neuro-motorische effecten en
beïnvloeding van motorische-effector mechanismen. Maar gaat het om oorzaak of
gevolg? • Endofibrose: een vaatvernauwing bij wielrenners Een obstructie in de arteria
iliaca t.g.v. het beoefenen van de wielersport, een vorm van exercise induced
claudicatio, is een beroepsziekte, die onbehandeld het einde van de
wielrencarriere betekent. Schep meldt dat bij de laatste OS in Sydney 5 van
de 25 Nederlandse wielrenners hieraan leden of voor behandeld waren. Goof
Schep schat de kans op deze aandoening op meer dan 60% voor een wielrenner
die jarenlang meer dan 20.000 km per jaar fietst. • Enkel Het beleid bij enkelband
letsels is de laatste 20 jaar nogal eens aan verandering onderhevig geweest.
Aktief funktionele behandeling is de laatste jaren meer benadrukt dan
passieve stabilisering. Het is opvallend dat het subjectieve gevoel van
instabiliteit een goede diagnostische betekenis heeft. Neuromusculaire
revalidatie wordt bevorderd door orthesen van het spronggewricht en door
proprioceptieve oefentherapie. • Ergometrie: de maximaal test Wielrenners zijn betrouwbaar
te testen op Hometrainers zoals een Cateye of een Tacx, indien de belasting
in Watt gemonitored wordt en er een maximale test plaats vindt. Het
omslagpunt volgens Conconi bleek met een aangepast protocol bij 85% van de testen te bepalen. Dit
omslagpunt ligt - i.t.t. de 85% van de HFM bij het lange afstandlopen -
gemiddeld op 90% van de HFM, op 15 slagen onder de HFM, en representeert
gemiddeld een belasting van 75% van de Wmax. • Evidence Based: Wat is bewezen en zinvol in de
(wielren)sport? Trainen met een
hartslagmeter, sporttesten, trainingsschema's, het zijn onderwerpen, die veel
discussie uitlokken. Wat is bewezen? Evidence-based Medicine of Mythe? Zo
hebben jarenlang honderden
enthousiaste sporters op SMA's lactaat laten bepalen. Zinloos volgens Peter
Hollander. • Fysica Ken de wetten van de Fysica
en presteer beter….. • Fysiologie: wat gebeurt er in onze spieren tijdens
sport? Spierkontractie vindt in de
spiervezel plaats doordat er in de sarcomeren (met zeer dunne
spiervezels,myofibrillen) bruggen tussen de eiwitten actine en myosine
gevormd worden, onder invloed van vrijgekomen calcium. Bij uitrekken neemt de
kracht (N) in de spier toe, die gebruikt kan worden voor de contractie. • Hartbulletin: cardiale aspecten van sport Bewegingsarmoede is de meest
voorkomende cardiovasculaire risicofactor en dient daarom bestreden te
worden. Epidemiologisch onderzoek heeft aangetoond dat lichamelijke
activiteit de kans op hart- en vaatziekten reduceert en de mortaliteit
verlaagt, vooral wanneer men zowel tijdens beroepsuitoefening als in de vrije
tijd lichamelijk actief is. • Hersen: hoofdletsel bij gevallen wielrenners; beleid Een val met hoofdletsel is
een reëel gevaar voor elke wedstrijdfietser. Een goede helm kan veel onheil
voorkomen. Een adequaat beleid in de acute fase kan er toe bijdragen om bij
spoedeisende complicaties nog op tijd levensreddende maatregelen te kunnen
nemen. De duur van de bewusteloosheid, de ademhaling en oriënterend
neurologisch onderzoek zijn daarbij de belangrijkste parameters bij het
eerste onderzoek. • Hielpijn Omdat er een groot aantal
oorzaken bestaan voor pijn onder de hiel en conservatieve therapie langdurig
moet worden toegepast om resultaat te boeken, is zowel de diagnose als de
behandeling lastig. In de huisartspraktijk kan men op basis van anamnese en
lichamelijk onderzoek onderscheid maken tussen insertie-tendinopathie van de
fascia plantaris, een neuropathie van de eerste tak van nervus calcaneus
lateralis en een pijnlijk vet-kussen onder de hiel. Zeldzame oorzaken zijn
tumoren, osteomyelitis, stressfracturen of hielpijn als onderdeel van een
systemische aandoening, zoals reumatoïde artritis of sarcoïdosis. • Hoogte: sporten op hoogte; beperkingen en gunstige
mogelijkheden Op toenemende hoogte daalt
de barometer druk, waardoor ook de ingeademde zuurstofdruk aanmerkelijk
vermindert en de zuurstofverzadiging in het bloed afneemt. Op zee-niveau is
ons bloed voor 96% verzadigd met zuurstof, op grotere hoogte daalt dit. Ons
lichaam kan dit compenseren, waardoor er nog tot 2000 meter voldoende aanbod
van zuurstof in de weefsels plaatsvindt. Hogerop zijn de fysieke
mogelijkheden wel beperkt. Op 2500 meter is het bloed voor 91% verzadigd met
zuurstof. Vanaf 2500 meter, zoals op de Col de Galibier, heeft daardoor
iedereen het gevoel "minder lucht te hebben" en pas vanaf deze
hoogte kan men daarom spreken over "ijle lucht". • Huidkanker Huidkanker hangt samen met zonnestraling, met name UVB. Huidkanker
komt steeds meer voor. Daarom is het belangrijk dat
buitensporters en hun begeleiders op de hoogte zijn van de gevolgen en de
risico's van UV licht. Door regelmatige en consistente bescherming tegen de
zon, heeft de buitensporter minder kans op zonnebrand, verwering en
veroudering vn de huid en huidkanker. Sunscreens, met een hogere factor (30
tot 45) en 1 uur voor het sporten
toegediend, zijn geschikt om de ongunstige gevolgen van de zonnestraling te
voorkomen. • Jeugd: fysiologie; training, aanpassingen bij kinderen Is wielrennen de ideale
sport voor de jeugd? Zijn jongeren net zo trainbaar als volwassenen? Hoe
dient door ouders en begeleiders de benadering te zijn van de jonge sporter?
Kunnen Kinderen zonder risico's een triatlon of een langere toertocht
volbrengen? Deze en andere specifieke problemen worden besproken. • Kanker en Sport Kan iedereen met kanker weer
gaan sporten? Met cystostatica of bestraling sporten? Dit artikel geeft de
huidige opvatiingen weer. • Knieklachten: achtergronden en behandeling Knieklachten zijn de meest
voorkomende klachten bij fietsers. Een meerderheid van deze klachten wordt
veroorzaakt door irritatie achter de knieschijf, ook wel Biker's knee en
R.P.C. geheten. Vele mechanische en anatomische oorzaken komen echter ook in
aanmerking als oorzaak en dienen eerst uitgesloten te worden alvorens de
diagnose Biker’s knee gesteld mag worden. In de beginfase van knieklachten, vooral wanneer ze berusten op
een pijnlijke peesaanhechting, kan men
in eerste instantie een zadelverlaging van ½ tot 1 cm uitproberen. • Krachttraining Met name in Frankrijk stelt
men zich op het standpunt dat om een hoog niveau in de wielersport te
bereiken, KT onontbeerlijk is. Een veel gehoorde kritiek hierop betreft de
opvatting dat training sportspecifiek dient te zijn en dat KT door toename
van de spiervezeldikte zelfs ongunstig is i.v.m. de grotere afstand capillair
naar mitochondriën. We treffen hier het grootste misverstand over KT. De
krachttoename die hierbij optreedt hangt, zoals we zullen zien, niet alleen
samen met de toegenomen spiervezeldikte . Wel dient men zich te beseffen dat
o.i.v. KT het lichaamsgewicht wel 10 a 12 kg kan toenemen. Krachttraining in
een onderzoek bij 21 wielrensters, leidde wel tot een toename in spierkracht,
maar er was geen enkel fysiologisch, noch ergometrisch verschil met een
controle-groep bij een 1 uur durende maximaal-test op de fiets. • Liespijn Liespijn is wat “shin
splints” zijn van het onderbeen, n.l. een vergaarbak voor pijnlijke
aandoeningen. Liespijn kan vele oorzaken hebben, die ook buiten de sport
kunnen liggen, zoals een torsio testis of een appendicitis. In het rijtje
specifieke oorzaken komen voor: stress fractuur van de ramus pubis,
M.Perthes, epiphysiolysis van de heupkop, labrumscheur van het acetabulum,
bursitis iliopectinea, avulsie fractuur, osteïtis pubis, rectus abdominis
spierscheurtje, en hernia inguinalis. • Long: funktie, beperkingen,drempels en sporten bij
ziekte Door regelmatige training
zal een sporter zijn zuurstofopname vermogen verbeteren. Dit is voornamelijk
een gevolg van de fysiologische aanpassing door het cardiovasculaire stelsel
en de perifere weefsels, echter geen gevolg van de veranderingen in de
longfunctie. Om aan de metabole eisen van inspanning te voldoen moeten alle
componenten van de gasuitwisseling (ventilatie, diffusie, circulatie,
weefselutilisatie) toenemen. In dit artikel worden ook de verschillende
“drempels” (anäerobe, ventilatie en laktaat) uitvoerig besproken. • Melatonine: effecten bij sport Is Melatonine het panacee
van de jaren 2000? Wie dit health supplement wil slikken, krijgt fraaie
beloften bij de begeleidende folder. Verbetering van slaap, herstel van het
circadiane dagritme, anti-oxydatief, een immuun-stimulator, verlenging van de
levensduur, tegengaan van de veroudering, verbetering van je sex-prestaties,
stressreducerend, beschermend tegen kanker en hartinfarct en prestatie
verbeterend, tja, tja……”Finally the perfect supplement”. Artsen lachen dan meestal
om patiënten die hierom vragen. Wat een boer niet kent, dat … Maar wat is er
echt over bekend? • MRI Het voordeel van MRI
(kernspintomografie) is de afbeelding in meerdere vlakken (multidimensionaal)
, van zowel weke delen, kapsels, bot en gewrichtsoppervlakten. Vooral bij bepaalde
aandoeningen heeft de MRI zijn waarde bewezen. • MTB-medisch Op de MTB wordt i.t.t. de
gewone racefiets, met het hele lichaam "gewerkt" en daardoor wordt op
veel meer spieren en gewrichten een beroep gedaan. Door de voortdurende
wisseling van ritme, het weer, en het terrein, is de spierbelasting groot.
Regelmatig rekken en spierver¬sterkende oefeningen vooral van de rugspieren,
zijn daarom van belang. De belasting voor het kruis en scrotum zijn daarbij
groot en dat leidt vaak tot klachten in dit gebied. • Nascholing: cursus orthopedie voor sportartsen De belasting door intensief
wielrennen is zodanig groot dat geringe, kleine afwijkingen of variaties aan
b.v. rug, of een gering beenlengte-verschil, die bij een niet-sporter van
geen betekenis zouden zijn, nu wel betekenis hebben. Het is daarom van belang
tijdens een keuring of onderzoek bij wielrenners hier meer aandacht te
besteden. Bij fietsers komen knieblessures (vandaar de term de Biker’s knee)
het meest voor (30 tot 40%), daarna blessures aan het bovenbeen (hamstrings,
quadriceps, adductoren, fascia lata, bursitis ischiadica) en ten derde
(myogene) rugklachten. Dit artikel
biedr een uitgebreid overzicht met literatuur-referenties. • Nier: Gevolgen nierfunktie voor sport Zoals zo vele andere
organen, passen de nieren zich aan. In 1904 was Külps de eerste die dat
aantoonde met honden. Ten gevolge van "loopbandtraining" zag hij
niet alleen hart-, maar ook niervergroting. Giebel vermeldde dat de nier van
een sporter gemiddeld 2 cm langer en 1 cm breder is. • Ouder: sport op latere leeftijd Ouderen hebben een
verminderd aanpassingsvermogen. Toch staat vast dat ouderen, die regelmatig
trainen, de belastbaarheid van hun bewegingsapparaat verbeteren; skelet,
zenuwstelsel, spieren, hormonaal systeem, stofwisseling, hart-vaatstelsel en
longen worden in gunstige zin beïnvloedt. Achtergronden en adviezen. • Overtraining Door trainen voel je fit of
juist vermoeid. Of een sporter uiteindelijk beter gaat presteren, is
afhankelijk van zijn trainingsprogramma, maar nog meer hoe hij herstelt van
zijn trainingen en wedstrijden. Veel sporters besteden te weining aandacht
aan herstel. Ze hopen door intensieve belastingen van trainen en wedstrijden
een overcompensatie te bereiken. Als er echter geen herstel kan optreden, is
het effect averechts, met vermoeidheid, een verhoogde blessurekans en
ongunstige mentale veranderingen. • Periostitis/Botvlies: botvlies-ontsteking, oorzaken,
behandeling Onderbeen klachten worden
vaak gepresenteerd aan de huisarts. Daarbij is een scala aan mogelijke
oorzaken. In dit artikel wordt het accent gelegd op shin-splints, d.w.z.
klachten die samenhangen met fysieke inspanning. Onderscheiden worden het
tibiale stress-syndroom en de verschillende compartimentsyndromen.
Anamnestische gegevens, diagnostiek en de behandeling daarvan komen ter
sprake. • Pedalen: gevaar van clipless Verheij TC. Femoral neck
fractures in bicyclists due to clipless pedals. Ned Tijdschr Geneeskd. 1995
Aug 12;139(32):1662-3. Dutch. PMID: 7566225 [PubMed - indexed for MEDLINE] • Pfeiffer Pfeiffer bij sporters, hoe
moeten die behandeld worden? • Radicalen: hoe onstaan die en wat doe je er tegen? Vrije radicalen zijn atomen
met een oneven aantal elektronen. Zij ontstaan in lichaamscellen, daar waar
zuurstof gebruikt wordt voor de verbranding, nodig voor de noodzakelijke
energie, zoals bij intensieve sport. Radicalen beschadigen belangrijke cel-onderdelen
zoals DNA en de celwand. Als gevolg
daarvan kunnen cellen ten gronde gaan. Radicalen spelen mogelijk een rol bij
kanker, ouder worden, ontstekingsprocessen en sportblessures. • Ribben: Ribfracturen veroorzaken bij
veel sportsoorten een belemmering in de sportbeoefening. Bovendien is het
moeilijk, zo-niet onmogelijk, om de thorax te immobiliseren (niet te bewegen)
bij een fractuur(breuk). Gelukkig komt meestal de consolidatie ook zonder
specifieke maatregelen tot stand • Rugklachten Wielrenners hebben nogal
eens rugklachten. Soms berusten de
klachten op de afstelling van de fiets, soms op afwijkingen in de rug, Vaak
was de belasting tijdens het fietsen zwaarder dan de belastbaarheid van de
rug. Onderzoek, beleid en preventieve mogelijkheden worden besproken • Schoen: bewegingen, schoenplaatjes. Voor een voet is de buiging
en strekking het belangrijkste. Alle pedalen, ouderwets of clippless staan
deze beweging in ruime mate toe. Daarnaast moet de voet ook naar binnen en
naar buiten draaien. Het gaat daarbij om enkele graden en niet elke renner
doet dat in gelijke mate. De inversie en eversie-beweging speelt tijdens het
fietsen geen rol. Bovendien vindt die beweging plaats in het onderste
spronggewricht, ver verwijderd van de bevestiging van de voetplaatjes. • Schouderklachten Schouderklachten als gevolg
van overbelasting - i.c. het chronische Impingement syndroom - komen bij het
wielrennen nauwelijks voor. Dit i.t.t. andere sporten. Incidenteel kan een
val met de fiets aanleiding geven tot een acuut Impingement syndroom.
Gemiddeld komt een wielrenner 1 maal per 50 wedstrijden ten val en relatief
vaak is daarbij de schouder betrokken. • Shins Splints "Shin splints"
betreft een scherpe pijn aan de binnenzijde van het scheenbeen, meestal
dubbelzijdig, dat gevoeld wordt "op het bot" in het onderste deel
van het onderbeen. De pijn begint tijdens het hardlopen, en verdwijnt meestal
onmiddellijk bij stoppen. Het wordt veroorzaakt door rek aan het botvlies,
door de samenhang met de spieren die buiging van de tenen en naar binnen
draaien van de voet verzorgen. • SI-blokkade Achtergronden en beleid bij
geblokeerd SI-gewricht • Smog en sporten De verhoogde inname van
luchtvervuilende stoffen tijdens inspanning, kan ook bij “hyperresponders”
aanleiding geven tot klachten (hoesten, benauwdheid) en veroorzaakt een
verminderde longfunctie gedurende meerdere uren. Bij hoge ozonconcentratie is
het prestatievermogen bij iedere fietser verminderd. • Spataders door fietsen? Wie na afloop van een
toertocht zijn ogen de kost geeft, kan vast stellen dat heel wat coureurs,
m.n. de oudere, forse
"spataren" aan de benen vertonen. Bij intensief trainende
fietsers zou dit in 85% der gevallen aanwezig zijn. Tegenover negatieve
effecten, staat het gunstige effect van
fietsen op z'n Hollands, d.w.z. rechtop zittend, op vlak terrein in
een rustig tempo. Deze manier van fietsen biedt een goede bescherming tegen
spataderen. • Spirometrie Een excel-tabel om
spirometrische waarden te interpreteren. • Sporthart Met het begrip sporthart,
wordt de cardiale aanpassing aan regelmatige fysieke belastingen, aangeduid.
Sanders, Montgomery en Woods geven in een artikel een overzicht over de
cardiale aanpassingen aan fysieke training. Zij refereren daarbij aan een
groot aantal onderzoekingen op dit gebied. • Stretch: rekken en warming-up Het advies aan sporters om
tevoren te rekken om daarmee de kans op een blessure kleiner te maken behoort
bij de sport-cultuur, maar is niet evidence-based. Pope ging het effect na
van rekken vooraf, bij 1538 australische militairen. Hij kon geen
vermindering zien in het aantal blessures. Ook Shrier, de stretching-goeroe
sluit zich aan bij deze conclusies. Mogelijk dat stretchen na een warming-up
of na het sporten wel zinvol is. Een literatuur-overzicht. • Sress-fracturen Achtergronden en beleid van
stress-fracturen • Tractus Iliotibialis friktie Lang is het Tractus
Iliotibialis Friktie-syndroom (TITF) beschouwd als een typische
hardlopers-blessure. Pas sinds 1985 wordt in de literatuur ook het voorkomen
bij wielrenners vermeld. Opvallend is dat sinds die tijd het gebruik van
(rigid) clipless pedalen in zwang kwam. Het Tractus Iliotibialis
Friktie-syndroom (TITF) wordt verantwoordelijk geacht voor 25% van alle
knieklachten bij wielrenners. Het berust op herhaalde wrijving van de tractus
iliotibialis (ITB), een bindweefselstreng, over het uiteinde van het
bovenbeen, thv. van de knie. Vooral
het achterste deel van de ITB, daar waar deze vezels verweven zijn met het
bot, is gevoelig voor overmatige wrijving. Daarmee is TITF een typische
“overuse-injury” bij wielrenners. • Trauma in de wielersport Welke coureur heeft geen
littekens op ellebogen of knieën? Uit
onderzoeksgegevens blijkt dat per wedstrijd gemiddeld 2% van de deelnemers
ten val komt. Bij een criterium en bij de sportklasse B en
niet-licentiehouders bleek het risico het grootst. Ervan uitgaande dat het
niet altijd dezelfde brokkenmakers zijn die ten val komen, en uitgaande van
50 wedstrijden per jaar, komt een renner dus gemiddeld 1 keer per jaar ten
val. De medische aspecten komen uitvoerig aan de orde. • Vaccinatie(1) Sporters die naar de
(sub)tropen gaan; welke vaccinaties, welke profylaxe is nodig? • Vaccinatie(2) De LCR-landenlijst • Variabiliteit Exercise training and heart rate variability in older people. Schuit AJ, van Amelsvoort
LG, Verheij TC, Rijneke RD, Maan AC, Swenne CA, Schouten EG. Heart rate variability (HRV), a characteristic that is potentially
increased by physical activity, has been associated with incidence of cardiac
events and total mortality. Since the incidence of cardiac events among older
people is high and their physical activity levels and HRV are generally low,
it is important to investigate whether regular physical activity can modify
HRV in this age group. The purpose of the study was to investigate the effect
of regular physical activity on HRV in older men and women. METHODS: In a
randomized controlled trial, the effect of six months' training on HRV was
investigated in a group of 51 older men and women (67.0 +/- 5.1 yr). The
training group gathered three times per week for 45 min supervised training.
RESULTS: At the end of the intervention period, HRV was higher primarily
during the day. During daytime, the SD of all normal intervals (+6%) as well
as the low frequency component (+ 15%) and the very low frequency component
(+ 10%) of HRV were significantly increased (P < 0.05) as compared with
the control group. Effects of training were most pronounced in subjects
inactive in sports at baseline. CONCLUSION: This study demonstrates that
regular physical activity increases HRV (specifically in the very low and low
frequency components) in older subjects. Hence, in older subjects, physical
training may be an effective means to modify positively a factor that is
associated with increased incidence of cardiac events Effect of physical training on QTc interval in elderly people. Schuit AJ, Dekker JM, de
Vegt F, Verheij TC, Rijneke RD, Schouten EG. In order to assess whether heart rate-adjusted QT duration (QTc) is
reduced by physical activity in an elderly population, a randomized,
controlled intervention study of the effect of a 6-month intensive training
program on QTc was undertaken. The participants were 229 healthy men and
women, aged 60-80 years. The subjects of the intervention group trained three
to four times a week at a work load of about 70% of their maximum capacity
for 6 months, while the control subjects maintained their habitual
activities. The main outcome measures were change in QTc and resting heart
rate. For women, the mean QTc interval (ms) of the intervention group changed
by -6.7 (SE 2.8) versus 0.6 (SE 2.4) in the control group (P = .05), while
for men, the change in the intervention group subjects was -2.7 (SE 2.2)
versus 0.4 (SE 3.1) in the control subjects (P = .39). Also, resting heart
rate (beats/ min) changed in intervention group women by -4.6 (SE 1.7) as
against -0.06 (SE 1.1) in the control subjects (P = .02), and in intervention
group men it changed by -3.2 (SE 1.2) versus -0.9 (SE 1.5) in the control
subjects (P = .25). These data indicate that regular physical activity
favorably affects QTc in elderly women. A similar, but not significant, trend
was observed in men. The beneficial shift in QTc may be caused by a more favorable
autonomic balance through increased parasympathetic activity. The reduced
resting heart rate in subjects of the intervention group supports this view.
Although the reduction was relatively small, it may represent a favorable
effect on cardiovascular risk • Vetten: effecten van sport op de lichaamsvetten Er zijn talloze studies
gepubliceerd over de relatie van sport en lipiden. Cholesterol ( C) is niet
of in geringe mate (5%) lager bij duursporters. Door een trainingsprogramma daalt
het C niet, tenzij er ook gewichtsverlies en voedingsveranderingen optreden.
Het TG-gehalte in het bloed is bij sporters beduidend lager, bij oudere lange
afstand lopers wel 50%! Bij de meeste
sporters, vaak m.u.v. krachtsporters, is het HDL ongeveer 20 tot 35% hoger.
Dit effect is sterk afhankelijk (rechtlijnig) van intensiteit en volume van
de training. • Voeding De juiste (sport) voeding
bij wielrenners, voor, tijdens en na het fietsen, • Voet: afwijkingen en blessures aan voeten Een fietser gebruikt zijn
voeten op een andere manier, dan wanneer hij loopt. Voor het enkelgewricht is
dat gunstig, want de hoekbewegingen zijn tijdens het fietsen veel minder dan
tijdens lopen. Met een stijve enkel, b.v. door slijtage, ben je daarom toch
goed in staat zonder pijn of beperking te fietsen. Hielklachten komen ook
niet of nauwelijks voor bij fietsers.
De fietser trapt echter met zijn schoen op het pedaal ter hoogte van
de bal van de voet. • Vragen, allerlei Hoofpijn tijdens fietsen,
pijnlijke polsen, fietsershand, koortslip, zadelpijn, verdraaide teelbal etc.
• Vrouw: bijzondere aspecten van vrouwen /zwangerschap in
de sport Pas de laatste 20 jaar is
het gemeengoed geworden dat vrouwen deelnemen aan het lange afstand lopen en
andere duursporten zoals de schaatsmarathon, triatlon en wielrennen. Voorheen
werd het onverantwoord geacht dat het zwakke geslacht zich hieraan waagde.
Het motto aan het begin van deze eeuw luidde " Hoofd omhoog, benen
beneden en het spreiden der benen is verboden ". Hoe hoger de
bewegingssnelheid in de betreffende sport, des te meer benaderen mannen en vrouwen elkaar zoals in
wielrennen en tafeltennis. En tot hoe lang in de zwangerschap kunnen vrouwen
blijven sporten? • Wondprotocol • Zout en Sport ‘Alles doet zeer’, zei Leontien Zijlaard-van
Moorsel toen ze tojdens de O.S. in Athene over de meet kwam na de door haar
gewonnen tijdrit. Met een gemiddelde van ruim 46 kilometer per uur over een
parcours met een lengte van 24 kilometer is het niet vreemd dat de verzuring
toeslaat. Tenminste, dat was altijd de theorie: spieren raken moe door
verzuring.
|
|
|||||||||||||||||
|
© 2010 T.C.Verheij BV. All rights
reserved. Terms of Use. Privacy Statement. |
|
||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||