|
|
|
Sprookje
van: MOEDER DE SCHWANZ
DOORNVOOSJE Er
waren eens een koning en een koningin, zij wilden dolgraag een kindje, dus
maakten zij er een. Na negen maanden werd een klein prinsesje geboren. Omdat de
koning en koningin zo lekker gevoosd hadden noemden zij hun kindje Doornvoosje. Ze
besloten een klein feestje te organiseren. Voor het kroamschudn hadden de
koning en koningin een aantal feeën uitgenodigd. Zij zouden goede wensen
uitspreken boven de wieg van doornvoosje. Maar o jee! Wat te doen met de
vulgaire frigide fee? Dat was een slechte fee, en ze besloten haar dan ook maar
niet uit te nodigen. Het
feest kon beginnen. Tijdens het kroamschudn sprak de eerste fee haar goede wens
uit: " Doornvoosje, jij zal als je achttien bent een knappe prins
ontmoeten. Hij zal voor jou van grote betekenis worden". De
tweede fee was aan de beurt: " Doornvoosje, jouw geslachtsorgaan zal tot
de best ontwikkelde van het hele land uitgroeien. Een waar genot voor jezelf en
voor de prins die je volgens de eerste fee zult ontmoeten". Nu was de derde
en laatste fee aan de beurt, maar voordat ze haar wens kon uitspreken stond daar
plotseling, geheel onverwachts de vulgaire frigide fee. Zij had de wensen
gehoord en was woedend! Woedend omdat zij niet was uitgenodigd en jaloers op dat
kleine schepsel die een waar genot te wachten stond terwijl zijzelf frigide was. Ze
zwaaide met haar vlezige feeënhanden wild boven de wieg en sprak een vloek uit:
" Doornvoosje, hierbij besmet ik je met het aids virus. En als je op je
achttiende een geile prins ontmoet, zal jij je aan hem prikken, wanneer je
maagdenvlies doorboord wordt! Veel genot zal jij er niet aan beleven want jij en
ook alle andere verdoemde kasteelinwoners zullen op dat moment eeuwig gaan
slapen". Woedend vloog de vulgaire frigide fee weg. Niemand heeft haar ooit
nog gezien. Maar
er was nog steeds een goede fee over. Zij zei: " Helemaal ongedaan maken
kan ik de vloek niet. Ik kan hem alleen verzwakken. Doornvoosje zal zich
inderdaad prikken aan een prins en aids krijgen, wat dan ook mag zijn (Je moet
weten dat het aids virus toen niet bekend was). Na de maagdenprik zal iedereen
hier in het kasteel in slaap vallen. Maar op een goede dag zal er een prins
komen met een "wunder-schwanz." Hij alleen kan Doornvoosje wakker
vozen. Daarmee is de vloek verbroken en alle aanwezigen in het kasteel zullen
ontwaken". De
koning en koningin schrokken zich een eikelhoedje! Doornvoosje werd opgesloten
in de hoogste kasteelkamer en ze mocht geen enkele prins onder ogen komen.
Doornvoosje groeide in eenzaamheid op. De wens van de tweede fee kwam uit;
Doornvoosje's geslachtsorgaan groeide uit tot een van de overweldigste en
welriekendste van het hele land. Weldra verlieten haar heerlijke geslachtsgeuren
het kasteelraam en dat bleef beneden in het land niet onopgemerkt. Als bijen op
honing kwamen de prinsen en lesbische prinsessen naar het kasteel en zongen
wulpse liederen onder aan haar kasteelraam. De geur was zo onweerstaanbaar dat
velen hadden geprobeerd het kasteel binnen te dringen, echter zonder succes want
de koning en koningin hadden alle toegangswegen naar Doornvoosje gebarricadeerd. Doornvoosje
zat in haar kasteelkamer, verveeld kwijlend bedreef ze haar tijd met solo-sex.
Ondertussen hadden de koning en koningin ook niet stilgezeten. Doornvoosje had
er een aantal broeders en zusters bij. Op
een dag, de dag, kon het oudste broertje de bijna benevelende geur van zijn
zusjes opgesloten geslacht, niet langer weerstaan en besloot haar op te zoeken.
Hij behoorde tot de "insiders" en wist dus precies de gebarricadeerde
toegangswegen te ontwijken. eigenlijk was het dus niet zo moeilijk om bij zijn
zuster te komen. hij had een flink aantal trappen voor de boeg, des te hoger hij
kwam des te sterker de geur van Doornvoosje's geslachtsorgaan. Dat gaf hem
kracht. Boven
gekomen, geheel hijgend, zwetend en zeer verhit, ontmoet hij zijn zus! De
nachtwijzer stond op middernacht. Doornvoosje was achttien geworden. Zij, balend
van de solo-sex, greep haar kans en INCEST was born. Prinsenbroer
prikte zijn zusters waanzinnige maagdenvlies door, dat gaf een enorme knal, het
hele land had het gehoord en iedereen wist hoe laat het was. De
vloek kwam uit. het hel kasteel lag in diepe rust. Doornvoosje lag K.O. in haar
kamertje. Om het kasteel groeide een haag van vieze stinkende geslachtsorganen
met doornig schaamhaar, maar die kon de onweerstaanbare, overweldigende geur van
Doornvoosje's geslachtsorgaan, niet tegenhouden. Net zo min als de prinsen, die
door deze haag gingen om Doornvoosje te vozen. Honderd jaar lang ging dan ook de
ene prins na de andere over Doornvoosje heen. Allemaal hopende dat zij de
"wunderschwanz" bezaten, echter zonder te weten wat dat was, ze
kenden geen Duits. Aan aids dachten ze al helemaal niet, ze wisten ook niet wat
dat was."Wat niet weet wat niet deertprinsen" waren het. Ze dachten
dat het Aids virus iets positiefs was, ze werden inderdaad H.I.V. positieve
prinsen. Na
honderd jaar stond er een prins met een opmerkelijke grote bobbel in zijn
prinsengewaad. Zou hij een "wunderschwanz" hebben? Toen die prins
eenmaal op Doornvoosje was geklommen, was het alsof de wereld der sprookjes op
z'n kop stond. Doornvoosje kreunde het uit, het hele kasteel werd er wakker van.
de vloek van de vulgaire frigide fee was verbroken, maar niet helemaal. Doornvoosje
en de prins met de "wunderschwanz" voosden nog lang en gelukkig totdat
ze aan het aids virus overleden en wij zitten nog tot op de dag van vandaag met
de vloek van die vulgaire frigide fee opgescheept! Linda 27-01-1995 |