I n t e r
i e u r
reconstructietekening
Sjoel
In de joodse religie vormt de synagoge een centrale plaats van samenkomst voor gebed en
studie. Vandaar dat het gebouw ook wel sjoel (school) wordt genoemd. De gehele
dienst in de synagoge is vervat in een gebedenboek of Sidoer. De tijdstippen en de wijze
waarop uit de Tora (de vijf boeken van Mozes) wordt gelezen, het Sjema (het eerste
hoofdgedeelte uit de liturgie) wordt gezegd en het gebed of Tefila wordt gereciteerd, zijn
daarin aangegeven.
Ark
De inrichting van de synagoge dient het belang van de centraal staande Tora te
onderstrepen. Kenmerkend zijn daarom: de aanwezigheid van een kast of Ark voor de
Tora-rollen, een verhoging of biema in het midden en een afgescheiden ruimte voor vrouwen
met uitzicht op kast en biema.
De Ark bevindt zich aan de oostzijde van de
gebedsruimte in de richting van Jeruzalem. De kast wordt geflankeerd door zuilen en is
vaak voorzien van citaten. Op de Ark het eeuwig brandend licht (ner tamied) en ervoor het
parochet (voorhang), uit kostbaar textiel vervaardigd. Rechts staat meestal de negenarmige
chanoeka-kandelaar. Voor de Ark staat een lezenaar of amoed, vanwaar de voorganger een
groot deel van de liturgie reciteert.
Tora
De Tora-rol wordt met respect behandeld. Men gaat staan, wanneer zij naar de biema wordt
gedragen, waar de rabbijn een hoofdstuk gaat voorlezen. De stokken waaraan de rol is
bevestigd worden wel levensbomen genoemd en zijn versierd met zilveren torens met
rinkelende belletjes of met een Tora-kroon (keter Tora). Opgerold wordt de Tora bekleed
met een (vaak) kostbare mantel, waarvoor weer een zilveren schild of tas en een jad
(aanwijsstokje) gehangen wordt.
De banken in de synagoge staan gericht naar de biema.
De verhoging is omrand door een balustrade. In het midden een tafel belegd met een fraai
bewerkt kleed, in de kleuren van de desbetreffende feestdag. Onder de tafel werden
ceremoniële objecten voor de diverse feestdagen bewaard.

Vernield interieur
Er bestaat slechts een enkele foto van de inrichting. Bijgaande opname toont, met zicht op
de Ark, de vernielingen die in de nacht van 31 januari 1941 door NSBers werden
aangericht. Enkele lampen en de Chanoeka kandelaar zijn omgegooid.
Inventaris verkocht
Na de sluiting van de synagoge werd de inventaris verkocht en raakte verspreid. Zo nam de
Israëlitische gemeente in Rotterdam veel van de rituele voorwerpen over, waaronder een
zilveren Torakroon, 5 Siprê Tora, 3 Toramantels, een paar kleine zilveren siertorens, een
standaard voor een Toramantel, een paar schoolboeken, 3 stel kleden voor het Almemmor en
Aron Hakodesj en een kleine zilveren yad. Een van de andere Tora-mantels vond een nieuwe
bestemming in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. De Tora-kroon werd verkocht
evenals de grote 18e eeuwse kroonluchters.
|