O n d e r z o e k
doel en methode onderzoek | sporen en complexen
ondanks dat het merendeel van de
grondsporen door toedoen van de slopers in 1958 verdwenen was, hebben we toch voldoende
gegevens verzameld om de plattegrond van de synagoge te kunnen reconstrueren.
Informatie
De opgraving leverde informatie op over de locatie van de synagoge en de ernaast
gelegen joodse school, de geschiedenis en techniek van de bouw, de indeling van het
terrein, en de voorwerpen die door de gebruikers van de synagoge en de bewoners van de
naastgelegen woning in de 19e en begin 20e eeuw zijn gebruikt.
Muur
Van de synagoge bleek bovendien de complete westelijke muur bewaard te
zijn gebleven. Op de muur tekenden zich de sporen af van de opgang naar de vrouwengalerij,
de aanbouw achter de synagoge en de totale zijkant van het gebouw. Tegen de hoek van
Kwekelstraat 24-26 stond bovendien een stijl van het smeedijzeren hek dat ooit voor de
synagoge stond.
Watergang
Uit archiefonderzoek bleek al dat zich op het terrein in de 16e eeuw een
stadswatergang bevond. Deze gang werd aangetroffen. De voorganger van deze overkoepelde
constructie was een open water dat hier al in de late middeleeuwen de grens markeerde
tussen twee percelen die pas nu door de nieuwbouw verenigd zijn. Op basis van de inhoud
konden we vaststellen dat hij vermoedelijk vanaf de bouw van de synagoge als riool werd
gebruikt. De inhoud bevatte veel aardewerk en glas voornamelijk uit de 19e en 20e eeuw.
Opvallend was de grote hoeveelheid visafval van grote zoetwatervissen (zoals snoek en
steur) die bij het zeven van de inhoud werd aangetroffen. Ook werden stukjes van griffels
en schrijfleien gevonden, afval van het schooltje.
Waterput
De synagoge en de bijbehorende woning beschikten over een gezamenlijke
waterput, van waaruit via loden leidingen vermoedelijk ook het ritueel bad van water werd
voorzien.
Oudere bebouwing
De vroegere grondverstoringen in verband met zowel de bouw als de sloop
van de synagoge hadden tot gevolg, dat naar verhouding slechts weinig van de oudere
bebouwing werd terugvonden. Onder de verstoorde grondlagen werden mestpakketten uit de 14e
en 15e eeuw aangetroffen. Van een dichte bebouwing die de Kwekelstraat vanaf de 17e eeuw
kenmerkte was toen geen sprake. Waarschijnlijk waren de huiserven wijd opgezet met veel
tussenruimte. De vondsten van mestkuilen wijzen op het nog sterke agrarische karakter van
de middeleeuwse stad
|