Ordonnantie of vernieuwinge der jaarkeuren der dingbanke en gemeente van Oostelbeers en Middelbeers ('s Hertogenbosch 1790)

Ordonnantie of vernieuwinge der jaarkeuren der dingbanken en gemeinte van Oostelbeers en Middelbeers, met zodaanige ampliatien als by scheepenen, burgemeesteren, armmeester, kerkmeesters en gezwoorens uitmakende of repraesenteerende het corpus der gemelde dingbanke is beraamd en bepaald

Art: I

Alle inwoonderen van de dingbanke van Oostelbeers en Middelbeers hebben gelyk recht om jaarlyks op het Beersveld of Beersen aard hey turf te koopen, onder deeze van ouds in usantie zynde voorwaarden of bepaling dat die ingezetene welke veehoudende de boerderye exerceeren of die geen beesten houden, nogtans by alle gemeentes werken telkens een man leeveren gerechtigt zyn, tot een geheele turfplak, dog dat die geene welke maar zyn kamerraaden, als meede alle die zonder beesten woonen mits hare eigene huishoudinge doende of een haal hangen en maar een half man of om de andere reize een man tot gemeentenswerk geeven, alleen maar gerechtigt zyn tot een half turfplak, mogende niemand meer dan een of een half plak koopen

II

Dat egter hier van uitgezonderd zyn de predikant, r:pastoors, secretaris, schoolmeesters, vorster en schutters of gezwoorens welke als vanouds recht tot een geheele plak hebben; zonder daarvoor aan de gemeente eenige betaalinge te doen, mits zy in deze dingbanke domicilieren, dat ook aan de schoolmeesters ten dienste der schoolkinderen daar en boven een plak zal worden vergund onder bepaaling dat voor de school te Middelbeers mede wel turf zal worden gegeeven mits die van Westelbeers of een gelyk getalle karren van hunnen aard aan 't school (dat voor Middel- en Westelbeers gemeen is) levere of aanneme de helft van de kosten van het steeken, opzetten en invaaren der schoolturf (hetgeen gewoonlyk door de burgemeesters des dorps van Middelbeers wordt gedaan) betaald.

III

Niemand der inwoonderen zal hem vervorderen in de voorsz. aard eenige tuff te slaan of te steeken ten zy die door scheepenen en gezwoorens is aangeweezen, verhoogd en ingepaald, als meede geen paalen moogen verleggen, noch buiten de bepalinge turven te slaan of te steeken, op de boete voor de eerste reize van 42 stuivers, welke boete zal verdubbelen, zoo meenigmaal gezwoorens, schutters of vorster, wier bediening het is, op de misbruiken dezer ordonnantie te vigileeren, denzelve persoon, hetzy zelve of zyne kinderen of bediendens (moeten de ouders voor de kinderen en de meester of vrouwen voor hun bedienden instaan en de breucken betalen) in 't zelve jaar te vinden, tegen deze te pecceeren of misdoen.

IV

Niemand zal eenige groesturf (dat is daar meer gras of groes dan hey op is) moogen slaan of steeken op verbeurte telken reize van eenentwintig stuivers, met verdubbeling als vooren, en in beide gevallen met verbeurte van de alzoo gestooke hey of groestorf ten behoeve van arme ingezeetenen, die dezelve op het trekken van de klok zullen moogen weghaalen, als vanouds.

V

Alzo 'er niet schadelyker is, dan het vervoeren van de turf na buiten en daar door zoo dit niet ernstig werde tegengegaan, 'er binnen weinige jaaren gebrek aan brand voor de ingezeetenen te wagten is, zoo zal niemand eenige turf het zy direct van 't Beersveld of uit hunne schuuren of turfschappen buiten deze dingbanke van Beerse mogen voeren of doen vervoeren op verbeurte, zoo dikwils hy daar op bevonden word van 42 stuivers en zullen de gezwoorens, de vorster en de schutters recht hebben paard of os en kar in arrest te nemen, waar mede men heyturf buiten deze dingbanke tragt te vervoeren, of op goede gronden kan aanwyzen of gemelde gequalificeerde persoonen op hun eed ampts halven gedaan verklaaren wel te weeten, dat door de eigenaars (of bediendens) van zodanig paard of os en kar eenige turf buitens banks is vervoerd; zullen zodanige gearresteerde kar met paard of os werden gehouden tot gemelde boete is betaald. En ingevalle binnen drie maal 24 uuren zodanig gearresteerde kar met paard of os niet werd gelost door betaling der boeten met kosten van voeder, stalling, zullen scheepenen het gearresteerde met klokslag opentlyk mogen dien verkopen, zullende de kosten van de verkooping, 's lands zegel enz. mede zyn ten laste van overtreeders van dit articul.

VI

Alzo 'er meede niet nadeeliger voor de heide is, als het afvalggen, waar door de heide bedorven en de aanwas van turf verhinderd word, zoo zal niemand zig vervorderen den aard door vlaggen te beschadigen met op het Beersveld met een vlagzeisje vlaggen af te slaan of maayen of met de schup hey tot strooizel af te steken, zelfs niet op hunnen gekogten turfplakken of daar buiten op een boete telkens van 21 stuivers. Edog zullen scheepenen zoo zy het wegens gebrek aan strooy goedvinden eenige byzondere heyplakken tot strouzel te verkoopen, zulks doen langs den Oirschotze en Grooten Aardse Reën naby de bergen, alwaar geen goede turf kan groeyen, zullende als dan zodanige verkooping zoo vroeg in het voorjaar moet geschieden, dat, dat strouwzel kan werden afgevlagd en ingehaald, voor de gewoone heiturfverkoop geschied, zullende na de verkoopinge geen strouwsel meer uit de heide mogen gehaald worden, op de boete van 21 stuivers voor ieder kar, zullende voor die boete kar met paard of os als art. 5 arrestabel zyn.

VII

Den dag tot turfverkoping by scheepenen bepaald zynde, hetgaan gewoonlyk in 't begin der maand mey geschied, zullen daar bevoorens door twee scheepen uit hun colegie daar toe te committeeren met en beneevens twee gezwoorens het Beersveld woreen bezigtigt, om de plaatsen te bepaalen waar op dat jaar de turfverkoping zal geschieden; - buiten welke vooraf bepaalde plaats, dat jaar geen turf zal werden verkogt.

VIII

De verkoopinge zal op de aangeweezene plaatze geschieden by heele en halve plakken, waartoe twee scheepenen en twee gezwoorene in 't byzyn der overige scheepenen op de vier hoeken van ieder plak zullen gaan staan, en ieder een turfschop omhoog steeken op dat men de uitgestrektheid der plak zal kunnen onderkennen, wanneer de vorster of afhanger voor af zal zeggen een heele of een halve plak; en als dan de heele plakken afhangen met een stuiver teffens van een gulden ende halve plakken van 10 stuivers, booven de gewoone pagt. Indien als de plak niet werd afgemynd zal hy (de vorster) roepen voor de pagt wanneer als dan gemeind word zal daar voor volgens oud gebruik voor een geheele plak 10 stuivers voor een halve plak 5 stuivers moeten worden betaald, niemand de afmyning voor de pagt doende zullen schepenen egter zodanige plak kunnen doen inpaalen volgens gewoonte, welke ingepaalde plakken als dan voor zodanige ingezeetenen die op de koopdag niet gekogt hebben, verkrygbaar zyn, zo zy zulks binnen veertien dagen aan gezwoorens verzoeken die als dan aanwyzing moeten doen, mits boven de pagt, zoo wel van halve als geheele plakken betaalende 2 stuivers aan de gezwoorens voor de aanwyzing en 2 stuivers voor de secretaris voor het te boek brengen

IX

Buiten en behalve de voorn. by scheepenen ingepaalde plakken, zullen er geen andere plakken door gezwoorens naderhand moogen werden verkocht, verwisseld, ingepaald ofte aangeweezen op de boete van 21 stuivers by ieder gezwooren te verbeuren, zullende den eene gezwooren den anderen of ook de schutters en de vorster de gezwoorens moogen calengeeren

X

De verkooping aldus volgens art. 8 geschied zynde, zal door de ingezeetenen verder noch aan scheepenen, noch secretaris noch vorster eenige jura of heeregeld werden betaald, maar de koopprys zal aan de respective burgemeesters in ider dorp van de ingezeetenen werden ontfange en moeten betaald worden uitterlyk in de maand van september van ider jaar,volgens de lysten, die daar van aan de respective burgemeesters door de secretaris zal werden ter hand gesteld, moetende het geheele montant der verkogte heyturf als ook van de vlaggen (zoo die zyn verkogt) volgens ouder gewoonte aldus werden verdeelt dat 3/5 parten daar van zyn voor de gemeente van Oostelbeers en 2/5 parte voor de gemeente van Middelbeers om respectivelyk in hunne burgemeesters reekeningen verantwoord te worden, zullende de burgemeester wiens ontfang cedulle hooger dan zyn aandeel beloopt, het overige aan den andere burgemeester (zoo als zulks door de secretaris zal zyn opgemaakt) moeten overtellen, doch zullen de burgemeesters voor hun tantieme niet meer genieten, dan 't geen de voots 3/5 en 2/5 bedragen zal, na gebruik van ieder dorp als vanouds.

XI

De ingezeetenen zullen moeten zorgen dragen dat de turf op hunne plakken gestooken is voor den 1 november van 't zelve jaar, waar in die verkogt is, zullende als dan noch ongestooken turf moeten blyven leggen, op de boete van eenentwintig stuivers zoo iemand na die bepaalde tyd nog turf steekt

XII

Niemand zal op de voorsz. aard moogen steeken eenige graftrussen, die groesrussen zyn, noch om putten op te russen, of om binnengragten op te russen, ofte huisrussen moogen steeken, dan in de maanden van september of october, als met voorafgaande kennis van scheepenen aan wien den geenen welke zodanige russen benodigt heeft, daarvan voor af moet kennis geeven, met opgave hoeveel russen wel benoodigt heeft, waar van zodanige scheepen hem een briefje onder zyne handteekening zal geeven, zullende degeene die zodanige russen steekt of haalt dat briefje moeten by hem hebben, om aan de gezwoorens te kunnen vertoonen, zullende andersints calangabel zyn en zal van ieder rus die zonder permissie als voor of boven het opgegeve getal word gestoken, worden betaald de boete van 7 stuivers als vanouds.

XIII

De briefjes door scheepenen te geven zullen moeten inhouden de naam van de verzoeker, het getal der russen en of het put, huis of gragtrussen zyn, als ook de plaats, alwaar die mogen gestooken worden, en by den schepen onderteekend.

XIV

De russen in dier voegen gestooken en gehaald, zullen binnen agt dagen daarna, moeten zyn verwerkt of verdekt op de boete van 7 stuivers voor ieder groesros, welke naderhand by de huizinge in de schuure, stallinge of schoppen der ingezeetenen mogte gevonden worden.

XV

Alle boeten en breuken tot hier toe gemeld zullen bekeert worden de eene helfte ten voordeele van de gezworens of schutters of vorster (welke by deeze worden gerechtigt tot het doen van de calangie) die de calangie zal hebben gedaan, ende andere helft ten profyte van de H.Geestarmen 3/5 voor Oostelbeers en 2/5 voor die van Middelbeers, weshalven gezegde gezwoorens, schutters of vorster wegens gemelde boetes niet zullen moogen composeeren, maar dezelve geheel ontfangen en aanstonds immers binnen 24 uuren na den ontfang de armmeesters hun aandeel daar van geeven, de welke daar van behoorlyke aantekening zullen moeten houden om in hun arme rekeningen verantwoord te kunnen worden; zullende voorts de pagter der houtschatten en onderrentmeesterschappen over de Beersen meede gerechtigt zyn om de calanges conform de ordonnantie te doen en aan den rentmeester der domeynen over te brengen, om dezelve voort te zetten in welke gevalle de boete zal worden verdeeld 1/3 voor 's lands domeynen, 1/3 voor den rentmeester, 1/3 voor den pachter.

XVI

Indien bevonden word dat een gezwooren, schutter of vorster, hier niet aan voldoet en zulks schepenen op aanklagte met voldoende bewys door den armmeester kennelyk word, zullen dezelve de voornoemde gezwooren, schutters of vorster de plano mogen comdemneeren in de dubbele poene van 't geene den armen is te kort gedaan, zullende in gebreeken van voldoeninge binnen 2 maal 24 uuren de armmeesters gerechtigt zyn om by uitpanding en verkooping van de panden het geld voor den armen te bekoomen, tot welke uitpanding de vorster of by gebreke van die, de jongste scheepen hen op behoorlyken salaris ten kosten van den gecondemneerden zal moeten assisteeren.

XVII

Indien het mogte gebeuren dat eenige ingezeetenen gecalangeert zynde onwillig waare hunnen boetens te betalen, zullen de gezwooren, schutter of vorster welke de calange mogten hebben gedaan, dezelve aan het eerstkomende ordinaire gerecht doen dagen en by monden van de vorster of by absentie door de jongste scheepen, alwaar partyen gehoord en gezwoorens, schutter of vorster op hun eed zullen worden gelooft en zal alsdan de plano vonnis worden geslaagen, zoo de gecalangeerde staande het gerecht de boete met de kosten daar omme gedaan weigert te betaalen, welk vonnis by uitpanding zal moogen geëxecuteert worden als art. 16 zullen de uitgepande goederen worden gebragt in de raadkamer tot zolange die gelost of verkocht worden.

XVIII

Niemand zal eenig vlas moogen roten onder iemands pootingen noch in eenige kuilen die welke worden gebruikt tot bleikkuilen of viskuilen of vyvers, ook niet in de rivier de groote of kleine Aa, op en boete van 21 stuivers telken reize te verdeelen als vooren en verbeurte van 't vlas.

XIX

Een iegentlyk zal schuldig zyn, volgens ouder gewoonte zyn banheimsel te maken teegens dat scheepenen (na voorafgaande publicatie aan 's heeren gebooden gedaan) het zelve banheimzel in de maand mey begaan, op dat den eene van den andere noch van de gemeente niet beschadigt word, wel verstaande dat voor banheimzelen werd gerekend te zyn, daar iemand by is geinteresseert te weeten beemden, heyvelden en weyvelden als mede ackers zynde hier meede onder begreepen de slaghekken of draayboomen, welke voor verscheide binnen weegen hangen en die door de nabuuren moeten onderhouden worden, welke ingevalle dat versleeten zyn en op aanmaning van scheepenen niet binnen 14 daagen worde herstelt of gemaakt door regenten te kosten der gemelde nabuuren publicq zal worden aanbesteet en by onwilligheid van betaalinge de gezeide nabuuren daar voor paratelyk geëxecuteert op een boete van 7 stuivers voor ieder banheimzel dat bevonden werd niet welgemaakt of geslooten te zyn, ten behoeve van scheepenen en gezwoorens die het banheimsel begaan, welke boete volgens oud gebruik moet betaalt worden aan den praesident scheepen op het Beersveld by 't aangaan der turfverkooping of zal die geene die in gebreeke blyft geen turfplak moogen koopen of doen koopen en voorgemelde boete uitgepand worden als art 16.

XX

Een iegelyk in den voorsz. aard gerecht zynde mag haalen aarde of zand daar niemand by beschadigt om zyn missie of hofstad te hoogen en ook om buiten wegen en dyken te onderhouden, zoo veel als hy daar toe behoeft als van ouds

XXI

Ook zal een iegelyk in voorsz. Aard gerechtigt zyn, aldaar moogen leem graven tot zyn gerieff behoudelyk dat hy de kuilen daar door veroorzaakt wederom zal moeten vullen ten einde voor te koomen ongelukken en schade, die door het openleggen der kuilen met daar in te vallen aan menschen, beesten, karren en andersints zoude konnen worden veroorsaakt op poene van zeeven stuivers voor ieder openblyvende kuyl ten behoeve als vooren onverminderd de vergoeding van schaden daar door te veroorzaaken, des zal niemand aldaar steenovens moogen stellen en stooken of leem daar toe graaven zonder permissie van de raad en rentmeester generaal der domeinen op verbeurte als op by den 22 art van de ordonnantie op de houtschat laatstmaal gerenoveert den 16 july 1787

XXII

Een iegelyk zal zyn hout moeten ruimen, zoo wel in gemeene wegen als ackerstraaten, dat voor de hooywagens of andere coorenwagens niet belettelyk is, op poene telken reize daar op bevonden of wel aangemaand of weigerig zynde te verbeuren 7 stuivers tot behoef als voore, als van ouds

XXIII

Alzo bevonden word dat 'er ingezeetenen zyn welke zich niet ontzien om boomen door de gemeente geplant het zy met snoeyen ofte andersints te beschadigen , zelvs zodanige die in gebreeken zyn gebleeven om ingevolge haar ed.mog. reglement op het beplanten der Meyerye van 9 juny 1714 hunne voorpootinge te bepooten, de boomen welke daar, door regenten ten behoeven der gemeente geplant zyn te eigenen of beschadigen, zoo werd een ieder des weegens gewaarschouwd zich daar van te wagten en zullen de overtreders door de gezwoorens werden aangebragt aan de pachter van den houtschat en onderrentmeesterschappen om daar teegens na rechten te ageeren

XXIV

Alzo het begaan der schouwe van de rivier de Aa is competeerende aan de heeren raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant en jaarlyx op authorisatie van hoogstdezelve verrigt word door de pagter der houtschatten en onderrentmeesterschappen, zoo zal men uit het oud jaarkeurboekje niets overneemen daar toe betrekkelyk dan alleen dat volgens art 21 word gezegt, dat die nabuuren zullen bereid moeten weezen om de gemeene Aa te vegen, en verder ten opzichte van particulieren, een igelyk zal die Aa vegen in zyne beemden, die groote Aa daar zy in malkanderen koomen 14 voet wyd, ende van daar tot de Huigevoort 12 voet ende de kleine Aa daar zy in die groote komt tot ter waternolen toe moet wyd gehouden worden 7 voet, op poene van gewoonelyke schouwinge.

Zullende van nu voortaan in 't vervolg de pagters der houtschatten en onderrentmeeserschappen by 't aangaan van hun pagt een simpel extract van de domainen van dit art. werden ter hand gesteld, om by 't voeren der schouwen, zig daar na te kunnen reguleeren.

XXV

Ook zal niemand in den aard van de Beersen niet gerechtigt, mogen brengen op de voorsz. aard of op niemands erve eenige biën, eymen of biestokken, of hy zal daar voor moeten geven voor ieder stok eene stuiver aan gezwoorens die hem aanwyzingen zullen doen van de plaats, alwaar hy voor 't saysoen zyn biënstokken om te vliegen zal moeten plaatzen - zoo eenige andere bieën op den aard worden ontdekt, de zullen moeten betaalen van ieder stok eene boete van 7 stuivers te verdeelen als art 15 - ook zullen geen biestokken van buiten op binnenerven mogen werden geplaatst, als met consent der gemeine nabuuren op poene als voorsz is.

XXVI

Niemand der ingezeetenen sullen zig van 't leeveren van manschappen tot het verrigten van gemeentens werken mogen verschoonen - maar op aanzegging van de rotmeesters ider in zyn rot moeten vervoegen - die een geheele plak heyturf koopen telken reize een man en die een halve plak heyturf koopen om de andere reis een man, gelyk ook wanneer van weegens de heer stadhouder des quartiers aanschryving om de boeren wagten te laten gaan of scheepenen zulx tot weering van onheilen van zwervende landlopers, nodig oordeele, ingevolge van den 14 art van hun hoog mog. Renovatie placaat in dato 14 july 1775, zullen de ingezeetenen daar toe als vooren manschappen moeten leveren; gewapend of met schiet of ander geweer, beide op een boete van 7 stuivers als van ouds, welke boeten door den rentmeester van ider rot aan gecomparreerde manschappen ( in beide gevallen) zal werden uitgedeelt, om onder hen verteert te worden, zoo als zulks altoos gebruikelyk is geweest en zullen de onwillige tot betaling der gezegde boete door uitpanding worden geconstringeert.

XXVII

Niemand zal zig vervorderen de schaapen te laaten gaan op het Beersveld, verder dan de reën gaan, na de oude costumen, of ter contrarie doende, zal de breuke zyn elke reize vier stuivers te verdeelen als art. 15, gelyk ook niemand van half mei tot st. Andries toe gene varkens ongeringt of ongehegt zal moogen laaten gaan op de gemeente op verbeurte van 2 stuivers telkens reize als van ouds.

XXVIII

En alzo uit de verklaaringe hier na volgende blijkt, dat altoos deezen aard is geweest eenen zuiveren en geëven aard is geweest op welke nooit eenige besmettelyke, haalende en aankleevende, ruige oorzerige of arruigige schaapen hebben moogen gehouden worden, word elk en een jegelyk wel ernstig verbooden zodanige besmettelyke of ziekelyke schaapen op deezen aard te brengen op eene boete van eene gulden en daar en booven gehouden te zyn, dezelve schaapen aanstonds te moeten weg doen of verkoopen, gelyk uit de onderstaande verklaaringe van oude luiden op datum ondergenoemd gegeeven is blykende altoos gebruikelyk is geweest welke verklaaring luid als volgd "Op heden den 27ste february 1669 compareerde voor my ondergesz notaris publicq by den ed. raad van Braband geädmitteert in 's Gravenhagen in de vryheid Oirschot resideerende ende getuigen naargenoemd Wouter Hendriks oud omtrend 70 jaaren, Peter Peter Everts oud omtrend 26 jaren, Dirk Dyonys oud omtrend 75 jaren, Jan Andriesd oud omtrent 68 jaren, Wouter Lodewyks oud omtrend 65 jaaren, Bastiaan Rose oud omtrent 59 jaren, Willem Willemse van Oudenhoven oud omtrent 34 jaren, Jan Tomas oud omtrend 52 jaren, Claas Jansse Bullens oud omtrend 21 jaren, Willem Daniels oud omtrend 67 jaren, Adriaan Peters oud omtrend 73 jaren, alle welke voorgenoemde persoonen ende ingezeetene der voorsz. dorpe Beerse wettelyk gedaen en geëed hebben ter instancie van heeren Peter van Nahuis stadhouder van hoog ed. heer mr. Christiaan Sweerts hoofd schout van Kempeland, hebben verklaart ende gecertificeert zoo als zy comparanten verklaaren en certificeeren mits dezen, waaragtig ende hun comparanten wel kennelyk te weezen, dat de gemeene aard ofte vrundschap van Beerse is eenen zuiveren ende geeven aard op welke nooit eenige besmettelyke, haalende of aankleevende, ruige, oirserige ofte arruige schaapen hebben moogen frequenteeren ofte gehouden werden, ende dat hen by goede kennisse tzelve alzo voor deezen verstaan hebbende geobserveert altyd te zyn geweest, dat de eerste comparanten, Wouter Hendriks, Peter Peter Hoevenaars, gelyk ook Wilhelm van Oudenhoven, welker schaapen in voorlede jaren met het haalende en aankleevende oirruy of oirseer, besmet geweest zynde, genooddrukt en gedwongen zyn geweest dezelve te verkoopen ende tot hun groot nadeel te vertieren, ende wat goddelyk en rechtvaardig is de waarheid getuigenisse te geeven, principalyk des verzogt zynde, zoo hebben de voorsz. comparanten, naar voorgaande praelectuure hier by gepersisteert als waaragtig, consenteerende hiervan acte ingesteld te worden in forma actum Beerse coram Aertsebal Coenders en Willem Dirks testus woonende tot Beers hier toe verzogt, welke de minute deze met de comparanten en my notaris in conformité hebben ondertekend (en was getekend) Quad attestor concordat M. Vlodrop notaris"

XXIX

Alzo ook dikmaale bevonden word, dat door schaapherders of ook andere de heide word in brandgestoken tot groot nadeel van de turf waar van de groey als dan verhindert werd, zoo word hetzelve by deze aan elk en een iegelyk op het sterkste verbooden en indien de daaders daar van kunnen werden ontdekt, zullen na bevind van zaaken door scheepenen in eene boete van een tot drie guldens half voor de gemeente en half voor den h.geestarmen te verdeelen als voore art. 15 worden gecondemneert boven de vergoeding van schaade daar door (na estimatie van scheepenen) aan de gemeente toegebragt alles by parate executie in te vorderen en moeten ouders voor hunnen kinderen en meesters en vrouwen voor hunnen scheepers of bedienende instaat, onvermindert de crimineele actie van den officier tegens de moedwillige bedryvers van zodanig feyt.

XXX

Eindelijk werd ingevolge de opene brieven van aartshertogen Albert en Isabelle hertoge van Braband van 23 aug. 1617 het schot of schutgeld bepaald als volgt op de gemeinte of aard dezer dingbanke als ook op het Moolenbroek. "De grootte vreemde beesten als paarden, koeyen en andere beesten elk op een poene van zestien stuivers een oort ende kleine vreemde beesten als schaapen, verkens, enz. elk stuk voor vier stuivers ende de kleine beesten van ingezetenen op poene van eene stuiver het stuk" zynde dit laatste alleen betrekkelyk tot het voorsz. Moolenbroek alzo daar toe maar 28 of 29 huizen van Oost- en Middelbeers zyn gerecht, staande op de zogenaamde Loonzen aard ende verder ingezeetenen niet gelyk noch, om uit de particuliere lieden erven ende hoven "de vreemde beesten te schutten op poene van zestien stuivers een oort,voor elk groote koeye, paard enz. ende op de poene van vier stuivers voor elk vreemde schaapen ofte andere kleine beesten, ende die groote beesten van die ingezeetenen op de poene van zeeven stuivers ende die kleine beesten elk stuk op de poene van eene stuiver" welke boete of poene zullen verdeelt worden als hier voren art. 15 van de andere boeten en breuken is vastgesteld, behoudelyk nochtans de ingezeetenen in welker erven eenige beesten zyn geschut het recht tot recoorering van hun geleeden schaade van de eigenaars der geschutte beesten mits zy die schaade by scheepenen doen beleiden en blyken dat 'er behoorlyk geheimd is geweest ingevolge art. 19.

XXXI

Laatstelyk dat zoo iemand zich mogte verstouten om geärresteerde karren, paarden of ossen of uitgepande goederen, als ook geschutte beesten, het zy door list of geweld te vervoeren of tragten te vervoeren uit de plaatze alwaar die in bewaarender hand (het zy in de schutskooy, stalling of raadkamer) zyn gebragt, alzoo die geene welke zich teegens deze heilzame ordonnantie (die alleen tot conservatie van de gemeente der Beerse en goede order is ingerigt) feytelyk met woorden of daaden kwame te verzetten (als verstoorders van de gemeene rust) aan den heere officier zal werden overgedraagen om daar teegens te procederen als na rechten.

XXXII

Alle jaren op de 1. zondag in de maand mey zal deze ordonnantie of vernieuwde jaarkeuren met approbatie en bekragtiging van hun edele mogende de heeren raaden van staaten der Vereenigde Nederlanden aan 's heeren gebooden zoo tot Oostelbeers als Middelbeers den volken worden voorgeleezen ofte wel op 't Beersveld voor 't aangaan der turfverkooping, zoo als zulx van ouds plagt te geschieden en zal wyders deeze ordonnantie ten kosten der gemeentens van de Beerse worden gedrukt, opdat de geene die dezelve mogten begeeren, dezelve kunnen bekomen, mits daar voor betaalende voor een exemplaar vyf stuivers voor den arme te verdelen als vooren, als ook om een exemplaar daar van ter hand te stellen aan de gezwoorens en schutters, wanneer die by scheepenen voor een termyn van twee jaaren zyn aangesteld en met voorkennis en aggreatie van den raad en rentmeester generaal der domeynen den eed op deze ordonnantie in handen van den officier of deszelvs plaatsvervangende afleggen om zich daar na te gedraagen van welke aanstelling zy zich niet zullen mogen excuseeeren, maar zullen duurende gemelde termyn vry zyn van 't ophalen van collect of andere boeken of andere gemeentediensten.

Bron: gedrukt ('s Hertogenbosch J. en H. Palier 1790)

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 2 oktober 2009.