Privilegie van hertog Wenceslaus van Bohemen ende hertoginne Johanna van Brabant op het nemen van vrede gegeven in den jaare 1365.

Wenceslaus, bi der gracien goeds, hertoge, ende Johanne, bi der zelver gracien, hertoginne van Lucenboirch, van Lothrik, van Brabant, van Lymboirch ende marcgreven des heilichs rycs, doen cont allen luden, dat wy om nutscap, orboir ende profyt onser stat van tsHertogenbossche gegeven hebben ende geven voir ons, voir onse oir ende nacomelinge, onser voirs. stat ende porteren van tsHertogenbossche van hen in een ewelic recht te hebben end te behauden, dat een yegelyc porter van Den Bossche enen vrede nemen mach ende nemen van onsen wegen, gelike oft een schouthet van Den Bossche were.
Ende soe wye ende wat man die des vrede weigerde den schouteth oft enen porter van Den Bossche ende des niet en geve, als hi hem gheëischt werde, in orconde twier porter, eenwerf, anderwerf ende derdewerf, also dicke ende menichwerf als hys dan daer na weigerde ende niet en geve so sal hys wesen om tyen pont, te beternissen ons ende onsen nacomelingen also verre als hu daar af betuycht worden met tween porteren.
Ende want ymant also arme were, die des broke voirs. niet betalen en const, die sals wesen op een hant af te slaen.
Ende want wy willen ende begeren, dat dit voirs. recht ende vorwarden vast ende stede tot ewigen dagen bliven sullen ende gehouden werden onser voirs. stat ende porteren van Den Bossche, soe hebben wy onse zegelen aen dese litteren doen hangen.
Gegeven in 't jaer ons heren dusent drie hondert tsestich ende vive des dysdaech na den sondach als men zingt judica.
(Ende was dezen brief bezegelt met twee uythangende zegelen van witten wassche.)

Bron: gedrukt, s.l., s.d. (1717?)

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 2 oktober 2009.