BESLUIT van den 12 en September 1820 N. l,

omtrent het cesseren der Werkzaamheden van de Arrondissements-Commissarissen

en het in functie treden der benoemde Districts-Schouten, voor deze Provincie.

(Prov. Bl. 1820, nr. 79).

De Staatsraad, Gouverneur der Provincie Noord-Braband, nader overwogen hebbende de missive Zijner Excellentie den Heere Minister van Binnenlaudsche zaken en Waterstaat, van den 16 en Maart 1820 B. 1320 N. 8. B. Z., waarbij onder anderen aan den Gouverneur wordt overgelaten de beoordeeling, om de beëediging en in functie treding der toen reeds benoemde en verder achtereenvolgende te benoemen Schouten, zoo wel als die van de benoemde Districts-Schouten, het zij Districts-gewijze naar gelang van den Staat van vordering der benoemingen te doen plaats hebben, het zij daarmede te supercedeeren tot dat het geheel of grootste gedeelte der benoemingen over de Provincie zal volbragt zijn.

Gezien de Missive van welgemelden Heere Minister van den 9en dezer maand B 1256, N. 55 B. Z., daarbij opmerkende, dat, hoezeer het oogenblik der arrestering van voorgedragene Instructie voor de Districts-Schouten wel niet als zeer nabij te onderstellen is, toch echter de hoofdverpligtingen en hoofdattributen dier Ambtenaren, in het Reglement van Platte Lands-Bestuur, in zoo verre zijn aangeduid, dat, in allen gevalle, de aanvankelijke aanvaarding en uitoefening der functien, door de benoemde Districts-Schouten, zoo zeer niet naar de nadere Instructie schijnt behoeven te wachten.

In aanmerking nemende, dat het grootste gedeelte der benoemingen van Gemeentes-Schouten, over deze Provincie heeft plaats gehad; dat bereids de Secretarissen der Gemeenten zijn benoemd; en dat weldra de Assessoren en Raden, zullen benoemd worden, zoo dat de installatie der Besturen ten Platten Lande, althans zeker op 1 Januarij 1821, zal kunnen plaats hebben; en dat het geschikte oogenblik aanstaande is, waarop de werkzaamheden der thans nog fungerende Commissarissen in de Arrondissementen moeten cesseren en die der Districts-Schouten een aanvang zullen nemen.

Bepaalt:

art. 1.

De Heeren Commissarissen in de Arrondissementen Eindhoven en Breda, zullen met 1. October aanstaande hunne werkzaamheden staken, en worden van dien dag af aan gerekend eervol uit hunne bedieningen te zijn ontslagen, met dankzegging aan dezelven voor de menigvuldige en gewigtige diensten, door hun in die betrekking aan den Lande in het algemeen en aan deze Provincie en hunne Arrondissementen in het bijzonder bewezen.

art. 2.

De door Z. M. den Koning, achtervolgens het Reglement van Bestuur ten Platten Lande dezer Provincie, benoemde Distrikts-Schouten, zijnde de Heeren:

F. de Kesschietre van Havre

voor het

le

District

H. F. Vermeulen

 

2e

 

Jhr. J. W. Wassenaar van Onzenoort

 

3e

 

Mr. G. F. Wesselman

 

4e

 

Jhr. J. D. van Tuyll van Serooskerlcen van Heeze en Leende

 

5e

 

A. J. Ingenhousz

 

6e

 

Mr. G. W. Panneboeter

 

7e

 

worden bij deze opgeroepen, om zich op den 26en dezer, des middags ten twaalf ure, voor den Gouverneur te sisteren, ten einde in zijne handen af te leggen den vereischten Eed; zullende zij op 1. October daaraanvolgende, in afwachting hunner nadere Instructie, op den voet van het meergemeld Reglement van Bestuur ten Platten Lande, waarvan aan hun een Exemplaar bij deze wordt toegezonden, hunne functien aanvaarden en uitoefenen.

art. 3.

De Besturen der Gemeenten ten Platten Lande, welke tot op 1. Januarij 1821, zullen blijven fungeren, doch ten dien dage vervangen zullen worden, door de Besturen, welke achtervolgens het Reglement van Bestuur ten Platten Lande voor deze Provincie alsdan zullen zijn. benoemd, zullen, zoo als tot hiertoe, echter niet langer dan tot den len October dezes Jaars, de betrekkingen onderhouden, waartoe zij tot de alnog fungerende Arrondissements-Commissarissen staan, en derzelver bevelen stiptelijk naarkomen; zij zullen echter van dien dag af aan ondergeschikt zijn aan den Schout van het District, waartoe hunne Gemeenten respectivelijk behooren, en zullen, van dat tijdstip afgerekend, hunne betrekkingen met dien Ambtenaar, een aanvang nemen.

art. 4.

Een afschrift van dit Besluit zal, bij geleidende Missive, gezonden worden aan de Heeren Arrondissements-Commissarissen van Eindhoven en Breda, mitsgaders aan de benoemde Districts-Schouten in deze Provincie; zullende wijders hetzelve door middel van het Provinciaal Blad gebragt worden ter kennisse van de Besturen der Gemeenten ten Platten Lande, zoo tot informatie als narigt; en eindelijk dit Besluit in het Dagblad der Provincie Noord-Brabant en in de 's Hertogenbossche en Bredasche Couranten worden geinsereerd, ten einde een ieder, dien het aangaat, daarvan kennis drage.

's Hertogenbosch, den 12en September 1820.

De Staatsraad, Gouverneur voornoemd, B. J. Holvoet.

Bron: H.J.F. Smeets e.a. Bestuur en administratie der provincie Noordbrabant (Den Bosch s.d.) dl. 1

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave


Laatst bijgewerkt op 11 maart 2006 door Hein Vera