Nadere regeling door Leen- en Tolkamer inzake resolutie Raad van State 10-8-1790

Extract uit het register van resolutien van die van de Leen- en Tolkamer over de hoofdstad, Meyerye en quartiere van 's Hertogenbosch.

Dingsdag den 10. december 1793.

Op het geproponeerde door den griffier Van Heurn is na deliberatie goed gevonden en verstaan by dezen vast te stellen, dat voortaan alle concessien, welke door de Leen- en Tolkamer tot het acquireeren van gemeente's gronden uit kragte van hun ed. mog. resolutie van den 10 augustus 1790 zullen worden verleend, voor zoo ver daar omtrend by de appointementen niet anders zal worden gedisponeerd, verstaan moeten worden verleend te zyn onder zodanigen vrydom, exemtien en generale requisitien als by hun ed. mogende resolutie van den 10 augustus 1790 zyn bepaald en voorts onder de navolgende speciaale conditien.

1. Dat de verkrygers zullen moeten onderhouden alle de wegen en waterloopens welke langs hunne in te graavene erven loopen en vlieten of door de regenten aldaar geordonneerd zullen worden, als mede alle de schooren en bruggen aldaar zullen moeten maaken, leggen en onderhouden.

2. Dat de afmeeting zal moeten gedaan worden door den gezwooren landmeeter van 's lands domeinen ten overstaan van de regenten der plaats alwaar de perceelen geleegen zyn en dat die afmeeting ingeval verscheidene perceelen by één en hetzelve appointement zyn verleend of gelyktydig gemeeten worden in ééne acte zal kunnen worden vervatt, doch ieder perceel in dezelve separaat en met behoorlyke désignatie der grootte en rheengenooten zal moeten worden gesteld.

3. Dat de regenten zullen moeten zorg draagen, dat de geaccordeerde perceelen binnen twee maanden na datum van de concessie gemeeten worden en zal ten dien einde de dag der afmeeting door den landmeeter onder de acte gesteld worden.

4. Dat de betaaling van den koopprys zal moeten worden gedaan uitterlyk binnen een maand na de afmeeting, zullende de geenen welke daar in nalatig mogten zyn, gehouden worden van de aan hun geaccordeerde perceelen te hebben afgezien.

5. Dat de geenen, welke ingevolge hun ed. mog. resolutie van de 10 augustus 1790 een gedeelte der kooppenningen op de geacquireerde perceelen willen laaten staan, gehouden zullen zyn het overige gedeelte op den hier voor art. 4 gestelden tyd te voldoen op poene daar by vermeld.

6. Dat ingeval by vervolg van tyd langs of tegen de geacquireerde perceelen eenige gemeent'es gronden mogten worden uitgegeeven of verkogt de verkrygers gehouden zullen zyn de voorpooting welke zy aldaar op de gemeente mogten hebben geplantt, op behoorlyke aanzegging te ruimen.

7. Dat de regenten zullen moeten zorg draagen om de acte van afmeeting, mitsgaders de quitancien van den koopprys, van den veertigsten penning en van den afkoop van den cyns binnen vier maanden na datum van de concessie ten comptoire der domeinen van Brabant te doen overbrengen ten einde den heere raad en rentmeester generaal der domeinen in staat te stellen om de transporten ter griffie der leen en tolkamer ten overstaan van heeren leenmannen te kunnen doen.

En eindelijk, dat het vervattene hier voor art. 1 en 6 mede verstaan worden plaats te hebben ten opzigte van zodanige perceelen welke pro deo zullen worden uitgegeeven.

En zal extract deezer resolutie gezonden worden aan de regenten van alle plaatsen in de Meyery om voor zo ver dezelve op hunne plaats applicabel mogte zyn, zich naar den inhoud daarvan te reguleren, met last om daar van by twee zondagse publicatien en affizie aan de ingezeetenen kennis te geeveen.

(was geparapheerd) W. G. J. van Rhemen vt.
(onderstond) Accordeerd met het register.
(en was geteekend) J. van Heurn.

Bron: Leen en Tolkamer, 10-12-1793, gedrukt Palier, kopie, bron: RRG 360 hierbij lijst van uitgegeven percelen met kleine tekening.


Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave


Laatst bijgewerkt op 1 december 2001 door Hein Vera