Brandreglement van Eersel, Duizel en Steensel 1761

Art. 1 Myn heeren officier, president en schepenen, borgemeesters, kerk- en armmeesters der dingbancke van Eersel, Duysel en Steensel in agting genomen hebbende de ongemaaken, schade en ruinen die door den brant werden gecauseert, veeltyts toekomende door negligentie en versuym van niet wel te conserveren syn vuur en ligt als anders, hebben derhalven om het selve te prevenieren soo veel mogelyk als mede om niet te weesen gepriveert van eenige remissen van s lants weegen die uyt oorsake van brant anders souden werden verleent uyt cragte van haer hoog mog. speciale resolutie van den 6e february 1732 ten dien respecte van de dorpen en plaetzen int district van de generaliteyt geemaneert goetgevonden by desen wel expresselyck te ordonneren en statueren dat voortaen niemand wie hy soude mogen weesen jong of out soo wel ingesetenen als vreemdelingen met geen pyp tabak rookende sal moogen gaen over en door de gemeyne straaten als mede op in in eenige neeren, schueren, stallen, torfschoppen en torfmyten nog die van hooy, strooy gelyk ook niet en sullen moogen doen eenige werklieden tsy timmerlieden, metselaers, uppermans of wie het soude moogen weesen, welke laeste haer pyp sullen moeten voorsien weesen met een huysje of deksel.

2 Item dat niemant wie hy sy met geen brandende keersen of lamp of ligt stecken sal mogen gaen langs de gemeene straaten of op of in eenige neeren, schuren, stallingen of torfschoppen mitsgaders torfmyten of van hooy of strooy maer wel als de selve staet in een digte geslooten lantern waer van alle de ingesetenen sig sullen moeten voorsien en by het voeren van de schouwe sullen moeten produceeren.

3 Dat niemant by den avont met lantern, brandende keers, lamp of ligt stecken eenig vlas sal mogen heekelen of swoncken als mede niet by het vuer of onder de schouw nog in de ovens mogen droogen of daer boven opleggen, maer het selve vlas moeten droogen op kuylen 30 voeten van de huysinge af.

4 Item dat niemant op de schelft geen hooy of strooiy sal moogen leggen rakende aen de schouw of schoorsteen van de welke hy een distantie van drie voeten ten minsten sal moeten blyven ten waere de schouw heel gemetselt was sonder eenige reeten of spleeten.

5 Item dat niemant geen asch sal moggen leggen in of aen syn huys, neeren, stallinge, schueren of schop of torfmyten maer sal die moeten leggen twaelf voeten daer van buyten of mits dat de selve niet heet of geloyent met eenigh vuer vermengt is.

6 Item dat geene kinderen eenige vueren sullen mogen stooken op de gemeente, gemeene straaten of erven.

7 Item dat niemant syn koets of bedsteden met geen hooy of strooy boven op sal mogen leedecken of bedekken.

8 Item dat de reeten, bersten of scheuren die in de schouwen of ovens daer met broot in backt als mede die int metselwerk van de genever- of brouketels en andere vierplaetzen mogten weesen binnen den tyt van agt dagen sullen moeten werden beset en toegestreeken.

9. Item dat de schoorsteenen ten minsten drie voeten steen uyt het dak moeten opgemetselt worden en daer de schoorsteen niet int midden van den heert is, dat den eygenaers van die huysinge sullen gehouden syn soo er geen behoorlyke muer en is waer teegens vuer gestooken wort te moeten metselen een vuervuyster ter hoogte van vier voeten waer tegens het vuer gestooken sal worden ende pyp van de schoorsteen soo die niet is van steen soo sullen die dik van leem besmeert moeten worden en boven het dak moeten uytkomen als boven.

10 Item dat niemant geen myten van clot of torf mitsgaders hout, hooy of strooy zal mogen leggen by de schouw alwaer vuer is stookende ten minsten op de distantie van vier voeten daer van.

11 Item dat niemant in enge of nauwe straeten eenige meyten van tussen, clot of torff mitsgaders van mutsaert of hout, nog van hooy of strooy sal mogen setten en indien eenige daer stonden sullen de selve binnen den tyt van agt dagen na publicatie deses moeten ruymen en de meyten die bevonden werden te staen in weyde of breede straeten sullen moeten werden geset en geruymt tien voeten van t waege of karrespoor mede binnen den tyt van agt dagen naer publicatie deses.

12 Ook zullen niet mogen werden geset van tussen, torf off clot mitsgaders van mutsaert, brant of ander hout, hooy of strooy nog eenige schoppen maken of setten opt marktvelt van dese dingbancke ofte in eenige straten op peene dat die geene die jeegenwoordig nog mogte staen binnen den tyt van veertien dagen sullen moeten geruymt worden.

13 Item dat yder huys binnen den tyt van veertien dagen sig sal moeten voorsien van een vuerhaeck, leer of ladder en een emmer.

14 Item dat een yder eygenaer of huerder aen syn huys sal moeten hebben maken en in staet houden een goede waterput behoorlyk diep met een putmik, swengel en rooy met een haeck daer aen als mede een putkist of geleymt of wel een steenen muer daer om ten minsten drie voeten.

15 Als mede dat de waterpoelen en cuylen van de gemeente als particuliere jaerlyx sullen moeten worden gediept, gebreet en geveegt en niemant in de gemeents kuylen mogen leggen eenige latten of ander hout of daer mogen wassen eenig pluksel of voeder voor de beesten nog eenige doode krengen daer in mogen werpen.

16 En ingeval van brant (tgene godt verhoede) den geene sulx overkomende sal soo aenstonts kennis daer van moeten geven aan den presidenet en een of twee naburige schepenen om de nodige ordre te stellen die een yder sal moeten observeren.

17 Ook sal de klok den eersten moeten laten trecken door den naburigen rotmeester of vorster als wanneer een yder sulx hoorende uyt yder huys een persoon sal moeten komen tot adsistentie gewapent met een vuerhaek en emmer om den brant te helpen blussen.

18 Item werdt ook geinterdiceert dat geen weerden of weerdinnen aen eenige ingesetenen sullen mogen tappen off schenken eenige drancken of met de kaerdt sullen laten speelen, ook dat geen ingesetenen in de herberge sullen mogen blyven sitten des winters naer tien uren en des somers naer elf uren, werden vor het wintersaisoen gehouden van half september tot halff maert en ingeval de selve ingesetenen onwillig waeren opt versoek van den weert of weerdin naer huys te gaen soo sal de weerd of weerdin vry exempt syn van eenige peene en dat spetiael om reedenen van respecte van desen articul dat men verscheyde reysen ondervonden heeft dat de ingesetenen snagts uyt de herbergen naer huys gaende beschoncken syn met een pyp rookende over straet gaen en soo in een schop of schuer met de rookende pyp in den mont neervallen gaen slaepen waer uyt soo wel brant werd gecouseert als andersints.

19 Ook sal geen smit wie hy ook soude weesen den blaesbalk van de smis mogen setten ontrent een beddekoets, hooy, strooy of torf ten minsten tien voeten daer van daen, dat ook de smeekolen niet mogen gelegt worden in de smis op dat de goede ingesetenen daer door geen schade komen te lyden.

20 De schouw hierop sal s jaerlyx tweemael geschieden in de maenden van juny en october.

21 Op peene dat contraventeurs deses sullen verbeuren voor ieder contraventie eene somme van drie guldens ten behoeven van den heere officier waer van een derde genieten sal die geene die de calange sal komen te doen tot welke calange by desen geauthoriseert werden al die geene die onder eede staen en sullen de ouders aensprekelyk syn voor hare kinderen, de meester en vrouwen voor hare dienstknegten en dienstmeyden welke peene en boete uyt cragte van haer hoogh moogende resolutie van den 6 february 1732 by parate executie sullen mogen werden gevordert.

En op dat dit reglement naukeurig worde geobserveert en naergekomen sal het selve alle jaer door den vorster moeten werden gepubliceert op dat sig een yder daer naer kan reguleeren en sal tot dien eynde jaerlyx in de maent juny de schouw over het geene voorsz. begaan werden en in de maent october mede de schouw over de waterpoelen en kuylen en ingeval eenige ovens niet behoorlyk waeren voorsien sullen officier en schepenen by henne visitatie bevoegt syn die ovens mogen inslaen en evenwel de boete moeten betalen.

Aldus gedaen en gearresteert in vergaderinge op heden den eersten mey 1700 een en sestigh by den heeren officier, president, schepenen, borgemeesters, kerk- en armmeesters dese ondertekent hebbende.

Bron: SRE AA Eersel 4 f 53 1-5-1761

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 2oktober 2009.