Keurboek of reglement voor die van Hoogeloon, Hapert en Casteren tot conservatie en bestier van de gemeente, het schutten van beesten en verscheide zaaken die ten nutte dier dorpe strekken (1780).

Art. 1

Niemand zal na publicatie deeses buiten de nabuuren van Hoogeloon, Hapert en Casteren de gemeente aldaar moogen gebruiken, het zy met haar beesten, paarden of schaapen te weiden, heide te mayen, vlaggen of turf te steken op verbeurte van zodanige boetens als by ordonnantie van de houtschatten en onderrentmeesterschappen van den 7 febr 1766 daar tegen gestatueert

Art. 2

Ingeval iemand hiertegen in oppositie wil komen zal hy gehouden zyn de somme waarvoor hy wordt geexecuteert in handen van den griffier der leen en tholkamer over de stad, meyerye en quart.ier van s' Hertogenbosch te namptiseeren, voor welke leen en tholkamer de opposant of opposanten der selver actie ter eerster instantie zullen moeten institueeren.

Art. 3

Niemand der inwoonders zal op de gemeente eenige heide moogen maayen, turf of vlaggen steeken, beyen te zetten zonder permissie van officier en scheepenen op de verbeurte van f5.- en vander selver schuppen, spaden en andere instrumenten welke zy gebruikt hebben, van deze boete zal een derde geconverteert worden ten behoeve van den officier, een derde ten behoeve van de gemeente en het laatste derde zal ten voordeele van de aanbrenger zyn.

Art. 4

Ingeval eenige buitenlieden op de gemeente beyen willen zetten zullen dezelve daar toe van scheepenen van ieder plaats consent moeten vraagen, welke aan dezelven een plaats op de gemeente na verhoor van de naaste geerfdens zullen aanwyzen.

Art. 5

De voors. buitenlieden zullen van ieder stok beyen voor ieder saisoen ten behoeve der voors. gemeentens een stuiver moeten betaalen, welke somme in de reekening des dorps waar onder de beyen staan in het capittel van dorps particuliere inkomsten in ontfang gebragt zal worden.

Art. 6

Die welke zonder voors. consent hunne beyen opde gemeente zetten zullen voor ieder stok daar op gesteld de boeten van 10 st verbeuren welke boete door de vorster uit naam van scheepenen by parate executie op de persoon of op de byen verhaald en in de gemeentens reekening in ontfang zal worden gebragt.

Art. 7

Niemand zal in de Molenbogt, de Geelryt, het Venbroek of andere gemeente binnen de afgeteekende paalen eenige turf moogen steeken of mest van beesten raaapen of afdraagen op de verbeurte van f 5.- van ieder reis turf te steeken en telken reize dat men bevind dat iemand mest geraapt of afgedragen heeft 12 st. te verdeelen in 3 deelen als in den 3e art.. gemeld is.

Art. 8

Niemand zal eenige vorst of graftrussen moogen steeken of haalen als in de maand september, waartoe de geene die dezelve willen steeken, zig by een der scheepenen van de plaats onder welke hy zulks wil doen, schriftelyk permissie zal moeten haalen op de verbeurte van f 3.- En zal een ieder van de voors. russen niet meer mogen haalen als hy noodig heeft en die binnen 3 daagen na dat die gehaald zyn op de huizen, stallen of schoppen moeten leggen op de verbeurte van gelijke f 3.-

Art. 9

Die welke op ongeoorloofde plaatsen of tyden huis, vorst of graftrussen steekt zal verbeuren de boeten van f 3.- en binnen de hoopen of paalen dubbeld

Art. 10

Die bevonden werd de voors. gestooken russen aan stukken gestooken, gesneeden of in huis gebragt te hebben, zal meede verbeuren gelyke somme van f 3.- ten welken einde het vrij zal staan de brandhuizen of schoppen te visiteeren en als hetzelfve alzoo bevonden word, zal de bewooner van het huis, daar het brandhuis of schop toehoord voor ieder rus booven dien nog verbeuren 2 st.

Art. 11

Die leem steekt zal gehouden een roede Bossche maat van de weegen en de wallen van de landeryen af te blyven op de boete van f1.- en verder de gemaakte kuilen toe te stooten en effen te maken.

Art. 12

Die welke eenig gras of ander gewasch op de gemeente of op een anders grond afsnyd, maaid of door beesten laat afweiden, heggen en haagen afstroopt, hout afkapt, snyd of raapt zal verbeuren de boete van f 1.-, voor en na zonnen op of ondergang dubbeld.

Art. 13

Niemand zal vermoogen eenige ongehagte beesten over de leiweegen door de akkers te dryven op de boete van f 10.- voor ieder beest te verbeuren.

Art. 14

Niemand zal eenige schaapen moogen weiden op de gemeente binnen de paalhoopen op poene van voor ieder schaap telken reize 2 st. te verbeuren.

Art. 15

Die met zyne schaapen op een anders erfweiden bevonden word, zonder schriftelyk consent of byweezen van den eygenaar ingeval deeze het zelf gebruikt of van den hurer van het land zal met zyn vee het regt van schutten en de poenaliteiten hier na art.. 27 gemeld onderhevig zyn.

Art. 16

Die alzoo weidende bevonden werd zal verpligt zyn het schriftelyk consent van den eigenaar of huurer van het land aan den schutter te vertoonen.

Art. 17

Niemand zal met zyne schaapen in eenige straaten tusschen de gecultiveerde erven of plantagien mogen koomen als alleen in de straat of weg welke direct van de stal naar de gemeente loopt, wanneer zy alleen dezelven daardoor zullen mogen dryven zonder de langs de kanten of haagen te doen weiden.

Art. 18

Men zal echter ook de schaapen in andere straaten alhier voorgemeld moogen dryven te weeten om in het voorjaar het kooren in het land te doen afweiden, als dit wel gebruikelyk is, mits dit geschiede onder deeze procautien, namentlyk met consent van den eygenaar of gebruiker van het land en dat de schaapen onderweg niet werden opgehouden om in de straaten of andere landeryen te graasen.

Art. 19

Het zal tyde als de schaapen gewassen worden geoorloofd zyn dezelve zoo lang op de gemeente te laaten loopen tot dat zy droog zyn.

Art. 20

Niemand zal eenige beesten in een anders landen of bosschen moogen laten weiden of derselve kanten daar meede doen afweiden tenzy met schriftelyk consent van den eygenaar of gebruiker.

Art. 21

De beesten zullen op de straaten tusschen de huizen en erven niet mogen weiden, dan wanneer zy met touwen gehoedt en bewaard werden.

Art. 22

En op dat hetgeen voors. is, exactelyk nagekomen worde zo zal het een ieder vrystaan om schaapen of andere beesten welke hy contrarie aan voors. gestatueerde in zyn eygen of gehuurd land of bosschen ten byweezen van twee geloofwaardige getuigen weidende vind, te schutten of in de schutskooy te brengen.

Art. 23

Indien eenig vee, het welke men wilde schutten door den eygenaar of hoeder van hetzelve mogt werden ontjaagt, zal niet te min de hier na te melde boete of schutgeld van ieder stuks vee betaald moeten worden.

Art. 24

De eygenaar of huurer van het land zal het vee zodanig daar af moeten jaagen of slaan dat het zelve geen letsel daar van bekome, zullende hy indien gevalle gehouden zyn, den eygenaar van het beest de schaade te vergoeden.

Art. 25

De gezwoore schutters, vorsters of bedeljaagers werden by deezen geauthoriseert en gelast om op de contraventien teegen dit reglement te vigileeren en het vee, die zy alszoo bevinden in de schutskooy te brengen en aan een der scheepenen van de plaats waar onder het vee bevonden is, van de gedane schutting aanstonds kennis te geeven, zullende de voors persoonen ieder afzonderlyk op den eed in den aanvange hunner bedieninge gedaan geloof meriteeren.

Art. 26

De vorster zal verpligt zyn aanstonds na de gedane schutting behoorlyke denuntiatie of weete aan den eygenaar van het vee te doen met requisitie om het zelve te komen relaxeeren.

Art. 27

Den eygenaar zal als dan vervallen zyn in de boete of schutgeld van 10 st. voor elk paard, 15 st. voor elk rundbeest en voor elk schaap en ander vee hier niet gemeld 3 st., mitsgaders ook moeten betaalen de kosten van adsistentie, het regt van sluiten en ontsluiten (des nodig) ter taxatie van den officier en scheepenen van die plaats waar onder die schutting is gedaan ingeval de gecalengeerden over het een en ander zig beswaard mogten vinden.

Art. 28

Ingeval de schutting by nacht, dat is van een uur na zonnen ondergang tot een uur voor zonnenondergang geschied, zal daar voor eens zoo veel als in het voorgaande art. gemeld is, betaald moeten worden, te weten voor zo veel de boete of het schutgeld aangaat.

Art. 29

Ingeval de eygenaars of huurers van het geschutte vee voor het ingaan van den nagt of voor het eindigen van dezelve de lossing doen zal dezelve met voorsz schutgeld en onkosten in het 27 art. gemeld volstaan behalven het salaris van de vorster ter zake van desselfs gedane aansegging voor het reglement op het salaris der vorsters by hun ho.mog. den 24 jan. 1725 gearresteerd en gereserveert aan den eygenaar van het land de vergoeding van schade door het geschutte vee veroorsaakt des noods ter tauxatie en moderatie van officier en scheepenen zonder meer.

Art. 30

Ingeval de eygenaar van het geschutte vee niet mogte bekend zyn of dat dezelve binnen 24 uuren na den aansegging niet hadden gelost zo zal door den vorster met voorkennis van officier en scheepenen by publicatie en affixie aan den volke bekend gemaakt worden, dat het geschutte vee na verloop van driemaal 24 uuren tot verhaal van de boete of het schutgeld en verdere kosten verkogt zal worden.

Art. 31

Indien den eygenaar van het geschutte vee het zelve voor de verkooping lost zal hy volstaan met de betaling van het by den XXVII en XXVIII articulen bepaalde schutgeld, het gewoone salaris van de vorster voor de gedaane aansegging en publicatie mitsgaders voor het oppassen en voeder binnen 24 uuren voor ieder dagen nagt van en paard 12 st, van een rundbeest 8 st, van een schaap, varken of ezel 4 st, boven en behalven de schaavergoeding van den eygenaar of huurer des lands mitsgaders de onkosten als vooren.

Art. 32

Als het geschutte vee binnen den bepaalden tyd van driemaal 24 uuren in voege voors. niet gelost word, zal de vorster hetzelve ten overstaan van officier en scheepenen publicq en voor alle man verkoopen.

Art. 33

Uit de kooppenningen zal moeten betaald worden het schutgeld met de onkosten als voor gemeld, voeder en bewaargeld als meede de onvermydelyke jura en kosten op het doen der verkooping gevallen gelyk ook de schaade door het geschutte vee veroorsaakt aan den eygenaar of huurer van het land ter tauxatie van den officier en scheepenen.

Art. 34

De overschietende penningen zullen ter secretarye geconsigneert werden om door den eigenaar aldaar te worden geligt en in cas van te kortkoming blyft den eygenaar van het land of de huurer van hetzelve desselfs schade teegen den eygenaar van het vee gereserveert.

Art. 35

De boete of het schutgeld van het geschutte vee zal voor 1/3 genooten worden by den officier en 1/3 by den vorster of dienaar van justitie welke selfs off op aangeeving van een andere de schutting zal gedaan hebben en het overige 1/3 voor de aanbrenger.

Art. 36

Die eenige ruyge beesten, schaapen of paarden hebben zullen die op hun eigen erf 6 weeken en niet langer moeten houden op verbeurte van f 6.- zo dikwils als hun dit zal zyn gezegd en de beesten niet uit het dorp weggeruimd zijn.

Art. 37

Indien de regenten ordonneeren straaten, weegen of dyken te maaken of repareeren, rivieren of leigraften te vegen, gemeentens dyken of andere gemeentens gronden te beplanten, zal uit ieder huis een man met het daar toe dienende gereedschap op den bepaalden dage, uure en plaatse moeten komen en van daar niet mogen vertrekken, voor en aleer het werk geheel zal zyn opgemaakt, met deezen verstande, dat ingeval het te maken werk meer als eenen dag arbeids vereischten, de opgezeetenen des s avonds naar huis zullen mogen gaan, dog gehouden zyn op den volgende dag op de geordonneerde uur op het werk te koomen, zonder dat in het een of ander geval vrouwlieden of jongens onder de 16 jaaren tot hetgeene voors toegelaten zullen werden, alles op de boete van 12 st. te verbeuren by het huisgezin van die welke geen man gezonden of welkers gezondenen zonder verlof heenen gegaan of den volgenden dag op den aangezegden tyd niet terug gekeerd is. De boetens in deesen articul gemeld zullen verdeeld worden als volgt: 1/3 voor den rotmeester welke dezelve invorderen moet en 2/3 tot verteering van die welke aan het werk arbeiden, den huizen waarin geen mansperzoonen ouder als 16 of beneeden de 60 jaaren woonen, zullen van deezen last verschoond zyn.

Art. 38

Om dit reglement effect te doen sorteeren zal door den officier en regenten op ieder van de voors. dorpen om de drie jaaren twee geloofwaardige lieden voor zo ver het vee der inwoonders, welke op particuliere erven komen weiden aangaat tot schutters of heimraden worden aangesteld en onder eed genoomen, welke zullen moeten belooven en zweeren dat zy dit reglement punctueelyk zo ver hun departement aangaat zullen executeeren alle boetens aanbrengen, die verreekenen met dien verstande dat de schutter welke het opzigte op de gemeente heeft en op de zelve de vreemde beesten schut, wel door de regenten zal aangesteld, dog door den rentmeester der domeinen zal moeten werden beëedigd.

Art. 39

Ten einde een ieder zyn aandeel in de hier boovengen. boetens bekoomen zullen de schutters, gezwoorens en rotmeesters gehouden zyn zo dra zy eenige boetens ontfangen hebben, ieder zyn aandeel uit te keeren en jaarlyx in handen van den officier ten overstaan van de scheepenen, zullen moeten declareren, dat zy het aandeel van alle boetens, geduurende het verloope jaar verbeurd hebben uitgedeeld, aan die geenen welke er toe geregtigd zyn, zonder eenigen of gedeeltens van dezelve direct of indirect terug gehouden te hebben.

Art. 40

Binnen de drie dorpen zal des winters van 10 uuren des avonds tot 3 uuren des s'morgens en des somers van des avonds 11 tot des morgens 3 uuren de wagt moeten gaan, werdende voor het winter saisoen gehouden van den 1e nov.ber tot den laatsten january op de boeten van f 1.-.- by ieder terug blyvende te verbeuren.

Art. 41

De voors. wagt zal met alle discretie moeten geschieden zonder buiten noodsakelykheid aan eenige huizen te kloppen of geraas te maaken, echter zal de wagt gehouden zyn aan de huizen van den capitein of rotmeesters alle uuren eenig teeken van haar waken te doen op de verbeurte van f3.-.- door de geheele wagt te verbeuren.

Art. 42

De gem. wagt zal moeten gehouden worden door weerbaare mannen met behoorlyke geweer voorzien, zonder dat daar toe vrouwspersoonen of kinderen worden geadmitteert.

Art. 43

Die geene welke nalatig zyn om op hun beurd een man te zenden, zullen desweegens verbeuren f 1.-.-.

Art. 44

De huizen waar in zig niet dan vrouwlieden, manlieden booven de 60 en kinderen onder de 16 jaaren bevinden zullen van het waken vry zyn.

Art. 45

De huisgezinnen die in kamers by anderen woonen en waar in zigh een of meer mansperzoonen boven de 16 jaaren en onder de 60 bevinden, zullen in deezen opzichte gehouden worden eeven of zy in een byzonder huis woonden en op hun tour een man op de verbeurte als booven naar de wagt zenden.

Art. 46

Die de wagt houden zullen alle vreemde en suspecte persoonen, die zy ontdekken moeten aanhouden en aan het huis van een der scheepenen van die plaats daar zulks voorgevallen is, overbrengen om geexamineert en gehoord te worden en zig aan de order van den scheepen gedraagen.

Art. 47

Wanneer die welke de wagt houden bevinden dat aan de huizen der inwooners eenig molest geschied zullen zy de naaste buuren moeten oproepen en hun daar van kennisse te geeven om den dader of daders indien mogelyk aan te houden en dezelve als voor te brengen.

Art. 48

Die de wagt houden zullen zorg dragen dat door hun zelf geen ongereegeldheeden geschieden.

Art. 49

De herbergiers zullen geen suspecte vreemdelingen moogen logeeren zonder voorafgaande kennisgeeving en permissie van een der scheepenen van de plaets daar zulks voorvald op poene by den lande daer op gesteld.

Art. 50

Die de wagt gehouden hebben zullen des morgens aan een van de raadsmannen te Hoogloon en voor zo veel Hapert en Casteren aangaat aan een der borgermeesteren aldaar kennis moeten geeven van het geene des nagts voorgevallen is op de verbeurte van f 1.-.- door de geheele wagt, die hetgeene voors. niet gedaan heeft, te betaalen. De voors. raadsmannen en burgemeesters zullen gehouden zyn ingeval er ietwas voorgevallen was, het welk nagevorst moest werden, ten spoedigsten daar van aan de regenten kennis te geeven om daar omtrend te handelen, zoals oordeelen te behooren.

Art. 51

Telken reize zullen er zoo veel perzoonen op de wagt moeten trekken, als de omstandigheeden van zaken zullen vereischen, de bepaling van het vermeerderen of verminderen van de wagt zal staan aan de regenten met overlegging van de capitein en rodmeesters.

Art. 52

Die welke het laatst de wagt hebben, zullen zo dra mogelyk aan die welke haar volgen moeten aanseggen, dat zy den volgenden nagt op de wagt moeten trekken. Deeze bekendmaking zal ten minsten een uur voor zonnen ondergang op de boete van f 1.-.- door den nalatigen moeten geschieden.

Art. 53

Om de beurten van de inwooners in het optrekken van de wagt op eenen vasten voet, zonder ongelyk van iemand te schikken, zal door de regenten een lyst van alle de huizen en ieder der drie plaatsen uit welke een man tot de wagt moet geleeverd worden, werden gemaakt met aanteekening hoeveel huishoudingen in ieder huis zyn en welke lyst van booven af tot onder toe zal moeten gevolgd worden.

Art. 54

Alle de inwooners werden mits deezen gelast wanneer zy eenige vreemde of suspecte perzoonen het zy by dage of nagte binnen hunne plaats gewaar werden, daar van aanstonds ieder in hun dorp aan een der scheepenen kennis te geeven, om na bevind vanzaaken, dit aan den officier bekend te maaken.

Art. 55

De ses raadsmannen te Hoogeloon en de burgemeesters te Hapert en Casteren in der tyd werden mits deeze aangesteld tot rotmeeste, welke verpligt zullen zyn de ordres in dit reglement vervat voor zover hun aangaat na te komen op poene dat zy voor ieder contraventie f 1.-.- verbeuren zullen.

Art. 56

Voor de boetens in deeze ordonnantie vervat zullen de ouders voor hunne kinderen en de meesters voor hunnen dienstbooden aanspreekelyk zyn. Dezelve boetens zullen in 3 deelen gedeeld worden 1/3 voor den officier, 1/3 voor den aanbrenger en het overige 1/3 voor den armen van de plaats waar in de schuldige woond en in geval er geen aanbrenger is 2/3 voor den gem. armen welke boetens by parate executie en dadelyke uitpanding door den vorster van de 3 plaatsen zullen worden ingevorderd.

Art. 57

Dit reglement zal zo ten comptoire der domeinen als ter griffie van de leen en tholkamer moeten worden geregistreert en zo dra dit geschied is gepubliceert en den volke werden bekend gemaakt, na welken tyd het zelve zal beginnen te werken, ook zal het in het register der placaten en resolutien moeten worden geregistreert en jaarlyx op het jaargenegt moeten worden gepubliceert en den volke bekend gemaakt door den secretaris of vorster ten overstaan van 2 scheepenen en zullen de scheepenen en secretaris verpligt zyn van die gedane publicatie op de voors. tyd binnen 14 daagen daar na een behoorlyk declaratoir of relaas aan den raad en rentmeester generaal der domeinen jaarlyx over te zenden op poene van telkens te verbeuren een boete van 4 zilveren ducatons ten behoeve van s'lands domeinen.

Dit wyders het origineele door haar ed. mog. geapprobeerde keurboek of reglement in de komme zal moeten worden gedepositeerd en een copye authenticq door den secretaris daar van uytgemaakt om uit het zelve de jaarlyxe publicatie te doen.

Bron: SRE, AA Hoogeloon 17 (1780)

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 2 oktober 2009.