Besluit van den 27en November 1820 Litt. F,

houdende, met des betrekkelijke aanschrijving, toezending van een

Exemplaar der Instructie voor de Districts-Schouten en van het

Reglement van Bestuur voor het Platte Land van Noord-Braband.

(Prov. Blad 1820 nr. 97.)

De Gedeputeerde Staten der Provincie Noord-Braband, ontvangen hebbende eene Missive van Z. E. den Heere Minister van Binnenlandsche Zaken en Waterstaat, van den 24en dezer maand B 1956 La. B, BZ, daarbij inzendende een afschrift van Zijner Majesteits Besluit van den 3en bevorens N. 31, en van de daarbij gearresteerde Instructie van de Districts-Schouten in deze Provincie.

Besluiten:

art. 1.

Aan ieder der Heeren Districts-Schouten in deze Provincie zal bij deze worden toegezonden een geauthentiseerd afschrift van gezegde Instructie, benevens een gedrukt Exemplaar van het Reglement van Bestuur voor het Platte Land van Noord-Braband, gearresteerd bij Koninklijk Besluit van den 8en Mei 1819 Litt. V2, met aanschrijving, om de bepalingen, in beiden vervat, stiptelijk naar te komen, en, voor zoo veel de Plaatselijke Besturen in hun District aangaat, door dezelven te doen naarleven.

art. 2

Meergemelde Instructie zal worden gedrukt, en een Exemplaar daarvan, zoo mede een Exemplaar van het Reglement van Bestuur voor het Platte Land, gezonden worden aan ieder der Plaatselijke Besturen ten Platten Lande in deze Provincie, ten einde dezelven bekend te maken, zoo met de pligten die zij te vervullen hebben, als met de betrekking waarin zij tot den Districts-Schout, onder wiens ressort zij behooren, staan; wordende dezelven ernstig aangemaand, om de bepalingen, in beiden vervat, voor zoo veel dezelven hun concerneren, stiptelijk naar te leven, en die, welke de Plaatselijke Ambtenaren betreffen, te doen achtervolgen.

art. 3.

De thans nog in functie zijnde Plaatselijke Besturen zullen zorgen, dat voorschreve Instructie en Reglement bij de installatie der Besturen, die hun op den 1en Januarij 1821 zullen vervangen, aan dezelven geworden, ten einde hun tot rigtsnoer te verstrekken; zullende de Exemplaren van beiden, bestemd voor die Gemeenten, welke tot hiertoe met anderen gecombineerd zijn en op genoemd tijdstip een eigen Bestuur zullen verkrijgen, gezonden worden aan de respective Districts-Schouten, onder wiens ressort die Gemeenten behooren, met aanschrijving, om dezelven bij de Installatie dier nieuwe Besturen aan hun te doen geworden.

art. 4.

Dit Besluit zal worden gedrukt, en een Exemplaar daarvan, met bijvoeging van een Exemplaar der meergenoemde Instructie en van het Reglement, gezonden worden aan ieder der Heeren Districts-Schouten en aan elk der Plaatselijke Besturen ten Platte Land dezer Provincie, tot der-zelver informatie en narigt; zullende wijders dit Besluit en de Instructie en het Reglement in het Provinciaal Blad worden geinsereerd, ten einde ten allen tijde in het archief der Gemeenten bewaard te worden.

's Hertogenbosch, den 27 en November 1820.

De Gedeputeerde Staten voornoemd,

B. J. Holvoet.

Ter Ordonnancie van dezelven,

A. J. Borret, l. g.

 

INSTRUCTIE

voor de

Districts-Schouten in de Provincie Noord-Braband.

De Districts-Schouten zullen, boven en behalven de verpligtingen en attributen, hun bij het Reglement op het Platte Lands Bestuur der Provincie reeds opgelegd, of opgedragen, nog de volgende verpligtingen hebben te observeeren, of de volgende bevoegdheid uitoefenen.

art. 1.

Zij zorgen dat alle Publicatien en Notificatien, welke hun van wegen den Gouverneur, de Staten, of derzelver Gedeputeerden, te dien einde worden toegezonden, tijdig ter publicatie en affixie worden bezorgd.

art. 2.

Zij zullen alle orders en bevelen voor geconstitueerde Authoriteiten of anderen in hun District, welke hun van wege als voren worden toegezonden, tijdig doen bezorgen aan die genen, welken het aangaat.

art. 3.

Zij zullen aan alle orders, waarvan de strikte executie de Gemeentebesturen en Gemeente-Ambtenaren, of bedienden in hun District aangaat, de hand houden, en toezien, dat dezelven behoorlijk worden uitgevoerd.

art. 4.

Zij zullen, wanneer de Koning in sommige buitengewone gevallen het dienstig mogt oordeelen, zijne bevelen onmiddelijk door een der Ministers aan hen te zenden, aan dezen, wegens derzelver uitvoering, verantwoordelijk zijn, doch in dat geval, na de bevelen ter executie gelegd te hebben, van de zaak onverwijld moeten kennis geven, aan den Gouverneur of de Staten.

art. 5.

Wanneer, in cas van noodzakelijke absentie, ziekte of andere beletselen van een Districts-Schout, een door den Districts-Schout voorgedragen persoon, door den Gouverneur, tot de provisionele waarneming van het Districts-Schout-Ambt wordt gedelegeerd, gelijk mede, wanneer, bij spoedig opgekomene ziekte, of ander beletsel, de Districts-Schout, zoo als hem in zoodanig geval zal vrijstaan, zelfs iemand zal hebben gedespicieerd, om hem provisioneel in zijne functien te vervangen, behoudens het nader goedvinden van den Gouverneur, blijft de Districts-Schout, even of hij zelfs fungeerde, voor de goede uitoefening der functien personeel verantwoordelijk.

art. 6.

De Geëmploijeerden welken de Districts-Schouten zich zullen verkiezen toetevoegen, zullen geen openbaar karakter, met betrekking tot hunne Administratie hebben, en vermogen dus geene Acten of andere Stukken te teekenen.

art. 7.

De Instructien of Voorschriften, welke de Districts-Schouten, in zaken van hunne competentie, aan de Gemeentelijke Besturen en Ambtenaren in hun District raadzaam en geschikt zullen oordeelen te geven, zullen zij vooraf ter kennisse en des noods ter goedkeuring van de Staten moeten brengen.

art. 8.

Zij zorgen dat de Plaatselijke Ambtenaren in hun District, zich stiptelijk aan hunne verpligtingen houden, en dezelven naarkomen.

art. 9.

Wanneer de openbare rust en veiligheid mogt gestoord worden, zijn zij verpligt, dadelijk, na dat zij daarvan kennis zullen bekomen hebben, zich persoonlijk op de plaats te begeven en toe te zien, dat alle middelen, die ter dispositie staan, worden aangewend, om de rust te herstellen; zij zijn gehouden hiervan onmiddelijk kennis te geven aan den Gouverneur.

art. 10.

Ingeval zich in hun District eenige besmettelijke ziekte onder de inwoners, of ziekte onder het vee mogt openbaren, zullen zij toezien, dat, in overeenkomst met de daaromtrent bestaande verordeningen en voorschriften, de noodige maatregelen van voorziening en tot sluiting worden genomen. Zij zullen in die gevallen raadplegen met het Lid, of de Leden der Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzicht in hun District, of naast bij zijnde District of Stad woonachtig, en ingeval van Veeziekte, mede met het daarin aanwezige of naast bijwonende Lid der Commissie van Landbouw.

art. 11.

Zij zullen gehouden zijn, om van alle buitengewone evenementen en ongelukken in hun District voorgevallen, zoodra dezelven ter hunner kennis zullen zijn gekomen, dadelijk aan den Gouverneur verslag te doen, en hebben het toevoorzicht over de maatregelen, die inmiddels in sommige gevallen, tot stuiting van het kwaad, door de Plaatselijke Besturen, kunnen worden bij de hand genomen.

art. 12.

Zij zullen een gestadig opzigt houden over de groote Gemeenten en andere Wegen en Waterleidingen, en zorgen, dat alle Defecten, die de passage of den afloop van het Water hinderlijk zijn, onverwijld worden hersteld, voor zoo verre echter de groote Wegen aangaat, zullen zij alleen gehouden zijn daarvan aan de Staten kennis te geven.

art. 13.

Zij zullen in het bijzonder moeten letten op de naarkoming van het Besluit van den 24en Junij 1817 Litt. A, houdende bepalingen en verordeningen, omtrent het voeren der Schouwen over de Gemeentes Wegen, Rivieren, Beken en Waterleidingen in de voorschreve Provincie, en van alle andere verordeningen, op dit Stuk naderhand te emaneren, van hunne verrigtingen deswege kennis gevende aan de Staten.

art. 14.

Zij zullen stiptelijk hebben te waken op de uitvoering der bestaande Wetten, ter wering der Bedelarij en Landlooperij.

art. 15.

Zij zullen in het bijzonder toezien, dat de verordeningen op de Police Rurale, zoo als Schutreglementen, Brandreglementen, die tegen de Boomschenderijen en meer anderen, door de Plaatselijke Authoriteiten in acht worden genomen.

art. 16.

Zij examineren de Schouwverbalen, en brengen de deswege ontstane Contestatien, met hunne consideratien ter kennis van de Staten.

art. 17.

Zij dragen zorg, dat de Registers van den Burgerlijken Stand, behoorlijk worden gehouden. Te dien einde nemen zij, ten minste elk half Jaar, inzage van dezelven, en, ingeval van onachtzaamheid, of onnaauwkeurigheid, door hen te dezen ontdekt, zijn zij verpligt daarvan aan de Staten kennis te geven.

art. 18.

Zij zullen de contestatien, die tusschen de Armbesturen in hun District onderling mogten ontstaan, in der minne trachten te verëenigen, en, dat mislukkende, dezelven brengen ter kennis van de Staten.

art. 19.

Het opnemen der Rekening en verantwoording der Plaatselijke Financien, mitsgaders van de Plaatselijke zoogenaamde Algemeene Armen, aan de Raden der Gemeenten zijnde overgelaten, zoo zullen de Districts-Schouten desniettemin een speciaal toezigt over derzelver verrigtingen houden, vooral de Bewijsstukken verifiëren, en die Rekeningen, met hunne consideratien, ter finale sluiting aan de Staten opzenden.

art. 20.

Zij zullen hebben te letten, dat de bij de Wet voorgeschrevene formaliteiten, omtrent den Verkoop en Verpachting of Verhuring van Gemeente- Arme- en Kerkelijke-Goederen, stiptelijk worden achtervolgd.

art. 21.

Zij examineren voorloopig de Staten van Begrooting der Plaatselijke Inkomsten en Uitgaven, en zenden dezelven met hunne consideratien aan de Staten in.

art. 22.

Zij letten op de verrigtingen van de Zetters in de Gemeenten van hun District.

art. 23.

Zij zullen alle reclamatien tot ontlasting, kwijtschelding, en vermindering van Plaatselijke Belastingen ontvangen en instrueren, en dezelven vervolgens met hunne consideratien aan de Staten inzenden ; zij benoemen in die gevallen wanneer zulks noodig is, de experts.

art. 24.

Opzigtelijk de Werkzaamheden voor het Kadaster, zullen zij al dat gene verrigten, wat bij de ter dier zake bestaande bepalingen aan Onder Prefecten is opgedragen, voor zoo veel die Werkzaamheden niet verder gaan dan het toezigt over de Administratie der Gemeenten.

art. 25.

Ingeval van contestatie over oppositie belangen tusschen onderscheidene Gemeenten van hun District, gelijk mede tusschen onderscheidene Gehuchten of gedeelten van eene Gemeente in hun District, trachten zij de verschillen te vereenigen, en anders brengen zij de zaak voor de Staten.

art. 26.

Ingeval van het doen van Militaire Transporten, zullen zij zorgen, dat dien last gelijkelijk en in evenredigheid der aanwezige Paarden en Voertuigen in de onderscheidene Gemeenten van hun District, gedragen worde, en zij zullen wijders moeten toezien, dat de Dienst dier Transporten, behoorlijk geschiede.

art. 27.

Zij zullen zorg dragen, dat, ingeval van onteigening ten algemeene nutte, de Plaatselijke Authoriteiten de bepalingen in acht nemen, bij de bestaande verordeningen voorgeschreven.

art. 28.

Bij IJsgang en hoog Opperwater zullen zij, voor zoo verre hunne Districten daarbij geconcerneerd zijn, moeten toezien, dat het Reglement van Correspondentie, en de verdere maatregelen, in dat geval gebruikelijk, behoorlijk worden naargekomen; zij zullen zich alsdan, wanneer de nood het vereischte, moeten begeven op alle plaatsen, waar gevaar te duchten is, en, in overeenstemming met de Ambtenaren van den Waterstaat, toezien, dat al die maatregelen van voorziening en behoud, welke de omstandigheden mogten vorderen, worden genomen en uitgevoerd; en zullen zij, voor zoo veel dit van hun ressort is, en van hun mogt verlangd worden, de Dijksbesturen hierin behulpzaam zijn; zij zullen inzonderheid ook hebben acht te geven, dat de Dijkmagazijnen van de vereischte nood-materialen voorzien zijn, dat de Dijkwachten geregeld gaan, en dat de voorgeschrevene seinen behoorlijk worden geëxecuteerd.

art. 29.

Onverminderd de bevoegdheid om de Gemeentebesturen in hun District, voor zooveel noodig, meermalen te doen vergaderen, zullen zij, ten minste eens of tweemalen 's Jaars, dezelven respectivelijk bij een roepen, ten einde over de aangelegenheden van de Gemeente te raadplegen, steeds in die Vergaderingen, op den voet bij het Reglement van Plattelands Bestuur bepaald, presiderende en onder gehoudenheid, om van het verrigtte, ter zoodanige gelegenheden, rapport aan de Staten intezenden. Zij zullen tevens als dan de geschillen, welke ter voorschreve zaken en ook over attributen der Plaatselijke Ambtenaren, mogten zijn ontstaan, in der minne trachten uit den weg te ruimen, en dit mislukkende, de zaak ter kennis van de Staten brengen.

art. 30.

Zij visiteren ten minste eens of tweemalen in het Jaar al de Gemeenten in hun District; inspecteren bij die gelegenheid de openbare Gestichten, welke ten koste van de Gemeente worden onderhouden of gesubsidieerd, en hooren de daarin belanghebbenden; zij onderzoeken de Gevangenissen, die ter bewaring van Vagebonden of Misdadigers verstrekken, en doen van alles verslag aan de Staten.

art. 31.

Voor zoo verre de Districts-Schouten mogten bevinden of vermeenen, dat 's Rijks Ambtenaren in hunne respective Districten fungerende, zich iets onbehoorlijks veroorloofden, ten nadeele van het Rijk of van de Ingezetenen van het District, zijn zij gehouden daarvan kennis te geven, aan den Gouverneur, en aan het Hoofd of de Hoofden der Administratie, tot dewelke die Ambtenaren behooren.

Aldus gearresteerd bij Koninklijk Besluit van den 3en November 1820 N. 31.

Mij bekend,

De Secretaris van de Algemeene Rekenkamer, belast met de waarneming van de Directie der Staats-Secretarie.

(geteekend) S. Dassevael.

Accordeert met deszelfs origineel,

De Griffier ter Staats-Secretarij,

(geteekend) L. H. Elias Schovel, l. G.

Voor eensluidend afschrift,

De Secretaris Generaal bij het Ministerie van Binnenlandsche Zaken en Waterstaat.

(geteekend) Wenckebach.

Voor Copij conform,

De Griffier der Staten van Noord-Braband. A. J. Borret, l. G.

Bron: H.J.F. Smeets e.a. Bestuur en administratie der provincie Noordbrabant (Den Bosch s.d.) dl. 1

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave


Laatst bijgewerkt op 11 maart 2006 door Hein Vera